Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake uitbreiding van de economische samenwerking

Type Verdrag
Publication 1979-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen,

Geleid door de wens de tot op heden bereikte resultaten te verstevigen en hun economische betrekkingen verder te ontwikkelen overeenkomstig de Langlopende Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake de ontwikkeling van de economische, industriële en technische samenwerking, die op 2 juli 1974 te 's-Gravenhage is ondertekend;

verlangend te dien einde meer gebruik te maken van de mogelijkheden geboden door de vooruitgang die is geboekt in de verschillende economische sectoren van de beide landen;

erkennend het nut van het verdiepen en verstevigen van de langlopende voorwaarden ter bevordering van de economische samenwerking;

terdege rekening houdend met de bepalingen van de Slotakte van de Conferentie inzake veiligheid en samenwerking in Europa;

verwijzend naar de deelneming van hun landen aan de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel (G.A.T.T.)

zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

Teneinde op lange termijn een zo hoog mogelijk peil te verwezenlijken wat betreft hun economische betrekkingen op basis van wederzijds voordeel, wenden de Overeenkomstsluitende Partijen de hun ter beschikking staande middelen aan om de economische samenwerking tussen belanghebbende ondernemingen en economische organisaties te vergemakkelijken, te verstevigen en te ontwikkelen.

Deze samenwerking kan in de eerste plaats worden toegepast op die terreinen die de gunstigste vooruitzichten bieden, met name die welke worden opgesomd in Bijlage I van de Langlopende Overeenkomst inzake de ontwikkeling van de economische, industriële en technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen, hierna te noemen „de Langlopende Overeenkomst”, die op 2 juli 1974 te 's-Gravenhage is ondertekend.

Artikel 2

De Overeenkomstsluitende Partijen verplichten zich, door alle hun ter beschikking staande middelen en overeenkomstig hun nationale wetten en regelingen, de uitvoering van programma's voor samenwerking waarover de deelnemers overeenstemming hebben bereikt, alsmede de uitvoering van grote projecten van wederzijds belang betreffende de Poolse en Nederlandse organen en ondernemingen, te vergemakkelijken.

Artikel 3

In de geest van artikel 4 van de Langlopende Overeenkomst, bevorderen de Overeenkomstsluitende Partijen onder belanghebbende partijen de initiatieven gericht op de ontwikkeling van de economische, industriële, agrarische en technische samenwerking tussen belanghebbende organen en ondernemingen in de beide landen en wenden met alle hun ter beschikking staande middelen, middelen en maatregelen aan, die ten doel hebben de voorwaarden voor het verwezenlijken van deze initiatieven te vergemakkelijken.

Deze samenwerking kan onder andere de volgende vormen aannemen:

Artikel 4

De Overeenkomstsluitende Partijen zijn zich bewust van het belang van passende financieringsvoorwaarden voor de verwezenlijking van gezamenlijk uit te voeren werkzaamheden. De doelstellingen van deze Overeenkomst zouden in aanmerking moeten worden genomen om overeenkomsten en afspraken tussen belanghebbende financiële organisaties en bankinstellingen te vergemakkelijken.

Artikel 5

Geleid door de wens een harmonische en stabiele ontplooiing van de economische samenwerking te verzekeren, besluiten de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar in geval van belangrijke projecten van samenwerking op de hoogte te houden van de algemene ontwikkelingen betreffende deze samenwerkingsprojecten.

Artikel 6

In het kader van hun mogelijkheden en overeenkomstig de nationale wetten en regelingen, verplichten de Overeenkomstsluitende Partijen zich de contacten tussen de belanghebbende ondernemingen, organisaties en instellingen inzake de economische, industriële en technische samenwerking te bevorderen, met name de noodzakelijke reizen van vertegenwoordigers van de ondernemingen en instellingen alsmede de vertegenwoordiging van maatschappijen of filialen van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere en de huur van kantoren, opslagruimten en geschikte appartementen te vergemakkelijken, alsook het stichten in het Koninkrijk der Nederlanden of in derde landen van maatschappijen gebaseerd op deelneming van gemengd kapitaal en het verlenen van vergunning in Polen vertegenwoordigingen van Nederlandse maatschappijen te vestigen.

De beide Overeenkomstsluitende Partijen vergemakkelijken, voor zover mogelijk binnen het kader van de binnenlandse regelingen en in noodzakelijke gevallen, de verstrekking van visa binnen een zo kort mogelijk tijdsbestek, daarbij inbegrepen visa voor verscheidene reizen.

Artikel 7

De vertegenwoordigers van beide landen komen ten minste eenmaal per jaar beurtelings te Warschau en te 's-Gravenhage bijeen, ten einde de uitvoering van deze Overeenkomst te bestuderen en de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen ervan.

Artikel 8

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst voor het gehele Koninkrijk, behoudens bericht van het tegendeel door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gedaan aan de Regering van de Volksrepubliek Polen in de kennisgeving bedoeld in artikel 9, eerste lid.

Artikel 9
1.

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een tijdvak van vijf jaar en treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat de door hun onderscheiden wetgevingen vereiste formaliteiten zijn vervuld.

2.

Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen deze Overeenkomst niet wenst te verlengen, dient zij de andere Partij zes maanden vóór het verstrijken van het tijdvak van vijf jaar schriftelijk daarvan in kennis te stellen.

3.

Wanneer een zodanige kennisgeving niet is gedaan, wordt deze Overeenkomst verlengd voor een onbepaalde termijn, die elke Overeenkomstsluitende Partij kan beëindigen door de andere Overeenkomstsluitende Partij zes maanden van tevoren schriftelijk daarvan in kennis te stellen.

4.

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden heeft de bevoegdheid, met inachtneming van de in het tweede en derde lid van dit artikel vastgestelde termijn, de toepassing van deze Overeenkomst te beëindigen voor een van de delen van het Koninkrijk.

EN FOI DE QUOI, les Soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à Varsovie le 26 novembre 1976 en double exemplaire, en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) R. F. M. LUBBERS

Pour le Gouvernement de la République Populaire de Pologne

(s.) J. OLSZEWSKI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.