Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake eilandbrede samenwerking op politiegebied op Sint Maarten

Type Verdrag
Publication 2015-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Franse Republiek

hierna te noemen „de partijen”,

Teneinde:

de samenwerking te versterken die in de afgelopen jaren in het grensgebied tussen de met politietaken belaste diensten is ingezet;

de samenwerking tussen beide partijen te bevorderen door de mogelijkheden voor grensoverschrijdend optreden ter handhaving van de openbare orde en binnenlandse veiligheid te verruimen;

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN EN DOELEN VAN DE SAMENWERKING

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Bevoegde diensten

De bevoegde diensten ten behoeve van dit Verdrag zijn, voor zover het hem betreft:

Artikel 3. Gebied van de eilandbrede samenwerking

Voor de toepassing van dit Verdrag bestaat het bevoegdheidsgebied van Sint Maarten uit:

Artikel 4. Doelen
1.

De partijen gaan, onder eerbiediging van hun respectieve soevereiniteit en van de taak van de territoriaal bevoegde bestuurlijke en rechterlijke autoriteiten, over tot eilandbrede samenwerking tussen de met politietaken belaste diensten, zulks door middel van de formulering van nieuwe vormen van samenwerking en door middel van een rechtstreekse samenwerking tussen overeenkomstige diensten.

2.

Deze samenwerking krijgt haar beslag in het kader van de bestaande structuren en bevoegdheden en onder eerbiediging van de algemene bepalingen die op de internationale politiesamenwerking van toepassing zijn.

TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN VOOR DE POLITIESAMENWERKING

Artikel 5. Bijstand op verzoek
1.

De partijen komen overeen dat hun diensten elkaar bijstand verlenen, onder eerbiediging van hun nationale wetgeving en binnen de grenzen van hun bevoegdheden, teneinde strafbare feiten te voorkomen en op te sporen, voor zover het nationale recht het verzoek niet voorbehoudt aan de rechterlijke autoriteiten en het verzoek en de uitvoering ervan geen toepassing van dwangmaatregelen door de aangezochte partij met zich meebrengen. Indien de aangezochte diensten niet bevoegd zijn om een verzoek uit te voeren, zenden zij het verzoek door naar de bevoegde autoriteiten en brengen zij de verzoekende autoriteiten hiervan op de hoogte.

2.

Zonder afbreuk te doen aan de algemene bevoegdheden van de nationale centrale autoriteiten kunnen de in artikel 2 bedoelde diensten elkaar, in het kader van hun respectieve bevoegdheden, in het bijzonder verzoeken om bijstand toezenden betreffende het handhaven van de openbare orde, de bestrijding van illegale immigratie en van alle andere vormen van criminaliteit, in het bijzonder op de volgende gebieden:

3.

De op deze wijze op grond van het eerste lid van dit artikel aangezochte diensten beantwoorden de verzoeken rechtstreeks, tenzij het nationale recht de behandeling ervan aan de rechterlijke autoriteiten voorbehoudt. In dat geval wordt het verzoek om bijstand rechtstreeks en onverwijld aan de territoriaal bevoegde gerechtelijke autoriteit gericht, die dit verzoek, overeenkomstig het geldende recht, als een verzoek om wederzijdse rechtshulp behandelt en het antwoord via de in eerste instantie aangezochte diensten terugzendt.

Artikel 6. Bijstand op eigen initiatief

De bevoegde diensten van de partijen kunnen, onder eerbiediging van hun nationale wetgeving en zonder hierom te worden verzocht, aan de andere partij inlichtingen doen toekomen die deze partij zouden kunnen helpen concrete bedreigingen van de veiligheid en openbare orde te voorkomen of strafbare feiten te bestrijden. De overbrenging van de inlichtingen vindt plaats overeenkomstig het eerste en derde lid van artikel 5.

Artikel 7. Detachering van verbindingsfunctionarissen
1.

De partijen kunnen bijzondere regelingen treffen voor de detachering, voor bepaalde of onbepaalde duur, van verbindingsfunctionarissen bij de diensten van de andere partij.

2.

De detachering van verbindingsfunctionarissen heeft ten doel de samenwerking tussen de partijen te bevorderen en te versnellen, in het bijzonder door bijstand te verlenen:

3.

De taak van de verbindingsfunctionarissen is het uitbrengen van advies en het leveren van bijstand. De verbindingsfunctionarissen zijn niet bevoegd om zelfstandig politiële maatregelen uit te voeren. Zij verstrekken inlichtingen en voeren hun taken uit in het kader van de opdrachten die aan hen worden verstrekt door de partij van herkomst en door de partij waarbij zij zijn gedetacheerd. Zij brengen periodiek verslag uit aan het hoofd van de dienst waarbij zij zijn gedetacheerd.

TITEL III. RECHTSTREEKSE SAMENWERKING

Artikel 8. Samenwerking tussen operationele eenheden
1.

De bevoegde diensten van de partijen:

2.

De bevoegde diensten gaan een rechtstreekse grensoverschrijdende samenwerking op politiegebied aan. In dit kader zijn de eenheden van deze diensten in het bijzonder belast met de volgende taken:

Artikel 9. Tussentijdse balans van de samenwerking

De bevoegde diensten van beide partijen komen bijeen wanneer de operationele inzet dat vereist. Daarbij:

Na afloop van elke bijeenkomst wordt een verslag opgesteld.

TITEL IV. WEDERZIJDSE BIJSTAND

Artikel 10. Bijstand in relatie tot de openbare orde

De bevoegde diensten van beide partijen verlenen elkaar, binnen de grenzen van hun nationale recht, wederzijdse bijstand bij grootschalige evenementen of belangrijke gebeurtenissen, in geval van rampen alsmede ernstige ongevallen of feiten die het leven of de fysieke integriteit van personen kunnen bedreigen:

Artikel 11. Instructie, opleiding en technische bijstand

Op verzoek kan de ene partij aan de andere partij bepaalde infrastructuur of bijzondere middelen ter beschikking stellen ten behoeve van opleidingsdoeleinden of ter ondersteuning van operationele maatregelen. Op dezelfde wijze kunnen gezamenlijke opleidingen op het gebied van interventie of opleidingen waarvoor specialistische kennis vereist is worden opgezet, teneinde de operationele capaciteit van het personeel van beide partijen te verbeteren. Ten behoeve van de toepassing van dit artikel worden de voorwaarden voor de terbeschikkingstelling van middelen en uitwisselingen vastgelegd in technische regelingen.

TITEL V. GRENSOVERSCHRIJDENDE OBSERVATIE

Artikel 12
1.

De functionarissen van een van de partijen die, in het kader van een gerechtelijk onderzoek, een persoon observeren die vermoedelijk heeft deelgenomen aan een feit waarop, volgens het recht van de aangezochte partij, een gevangenisstraf van ten minste een jaar staat, of wanneer er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de geobserveerde persoon, ten behoeve van een gerechtelijk onderzoek, kan meewerken aan de identificatie of het aanduiden van de verblijfplaats van een dergelijke persoon, zijn bevoegd de grensoverschrijdende observatie voort te zetten op basis van een vooraf ingediend verzoek om wederzijdse rechtshulp.

Op verzoek wordt de observatie opgedragen aan de functionarissen van de partij op het grondgebied waarvan de observatie plaatsvindt.

2.

Indien op grond van bijzonder spoedeisende redenen niet vooraf om de toestemming van de partij kan worden verzocht, zijn de observerende functionarissen bevoegd de observatie over de grens voort te zetten, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

De observatie wordt afgebroken zodra de partij op het grondgebied waarvan de observatie plaatsvindt daarom verzoekt, na ontvangst van de mededeling uit hoofde van de onderdelen b) en c) van het tweede lid van dit artikel, of indien de toestemming niet wordt verkregen binnen een termijn van zes uren te rekenen vanaf de grensoverschrijding door de observerende functionarissen.

3.

De toestemming is geldig voor het gehele grondgebied van de aangezochte partij en er kunnen voorwaarden aan worden verbonden.

Het verzoek om wederzijdse rechtshulp dient te worden gericht aan de autoriteit die is aangewezen voor het verlenen of doorzenden van de toestemming waarom wordt verzocht, hetzij:

4.

De observerende functionarissen zijn:

5.

Aan de observerende functionarissen komt geen staandehoudingsbevoegdheid toe.

6.

De observatie mag slechts worden uitgevoerd onder de volgende algemene voorwaarden:

TITEL VI. GRENSOVERSCHRIJDENDE ACHTERVOLGING

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.