Verdrag tot oprichting van de Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika

Type Verdrag
Publication 1996-08-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen,

Erkennende dat de oprichting van een duurzame, eerlijke en allesomvattende vrede in het Midden-Oosten de weg opent naar een beter leven voor miljoenen mensen in deze regio, die gedurende decennia met direct geweld geconfronteerd zijn, en hoop biedt op een drastische verbetering in de economische, sociale en menselijke ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika;

Zich ervan bewust dat de in het vredesproces genomen moedige stappen moeten worden ondersteund door resoluut optreden op het gebied van economische en sociale ontwikkeling;

Ervan overtuigd dat resoluut optreden ter bevordering van regionale economische ontwikkeling en ter verbetering van de levensstandaard van de volkeren in de regio, essentieel is voor een bestendige vrede; dat een dergelijk optreden de participatie door de bevolking in economische samenwerking voor lange-termijnontwikkeling vergemakkelijkt, en dat daarmee de regio een nieuw tijdperk van onderlinge samenwerking en welvaart tegemoet kan gaan;

Gelet op de behoefte om zowel de economische samenwerking en handel in de regio te verbeteren als de regio in staat te stellen haar concurrentiepositie in de wereldeconomie te versterken;

Erkennende dat een permanent forum voor economisch overleg en financiële samenwerking een belangrijke factor kan zijn, die bijdraagt aan duurzame vrede en welvaart in de regio;

Gelet op de behoefte de internationale samenwerking op het gebied van economische vooruitgang in de regio te versterken, de bijdrage in de vorm van binnenlandse en buitenlandse investeringen te versnellen, alsmede het milieubeheer te verbeteren;

Verlangende de stroom van kapitaal en technologie voor productieve en vreedzame doeleinden naar de regio te vergroten, met het oog op leniging van de sociale en ontwikkelingsbehoeften van de regio en ter bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten;

Tevens wensende de ontwikkeling van regionale projecten te ondersteunen, in het bijzonder voor het tot stand brengen van een infrastructureel netwerk ter verbetering van de efficiency van regionale economieën, met voortdurende aandacht voor de bescherming van het milieu;

Erkennende de noodzaak een sterke particuliere sector te vestigen als basis voor economische groei, voor armoedebestrijding en voor verbetering van de algehele levensstandaard in de regio;

Verlangende een partnerschap tussen de publieke en particuliere sector tot stand te brengen door middel van samenwerking bij het verminderen van de belemmeringen voor het verkeer van goederen, diensten en kapitaal, en door harmonisatie van beleidslijnen om een gunstig economisch klimaat te scheppen, met inbegrip van het behoud van eerlijke en stabiele voorwaarden voor de behandeling van investeringen uit binnen- en buitenland; en

Ervan overtuigd dat een Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika een belangrijke taak kan vervullen bij het verwezenlijken van deze idealen;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. OPRICHTING, RECHTSPOSITIE EN DOELSTELLINGEN

Artikel 1. Oprichting en rechtspositie van de Bank

De Bank voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (hierna te noemen de „Bank”) wordt bij dezen opgericht. De Bank bezit volledige rechtspersoonlijkheid en is, in het bijzonder, bevoegd roerende en onroerende zaken te contracteren, te verwerven of hiervan afstand te doen, alsmede gerechtelijke actie te ondernemen.

Artikel 2. Doelstellingen

Met het oog op de verdere ontwikkeling en versterking van het fundamentele streven naar vrede, stabiliteit en ontwikkeling in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, heeft de Bank de volgende doelstellingen:

Artikel 3. Samenwerking met andere internationale organisaties

Ter verwezenlijking van haar doelstellingen werkt de Bank nauw samen met al haar leden en, voor zover zij dit nodig acht binnen de bepalingen van dit Verdrag, met elke internationale organisatie, regionale organisatie of andere erkende organisatie, publiek of particulier, wier activiteiten aansluiten bij het stimuleren van de economische ontwikkeling van en investeringen in de regio.

HOOFDSTUK II. LIDMAATSCHAP EN MIDDELEN

Artikel 4. Lidmaatschap

a. De oorspronkelijke leden zijn opgenomen in Schema A bij dit Verdrag en zetten zich in voor:

maar leden zijn slechts dan oorspronkelijke leden, indien zij Partij bij dit Verdrag worden op of vóór 31 oktober 1997, of op een latere datum indien de Raad van Gouverneurs hiertoe beslist.

b. De Raad van Gouverneurs kan bij bijzondere meerderheid beslissen nieuwe leden tot de Bank toe te laten, die zich inzetten voor de beginselen uiteengezet in lid a, onder i en ii, van dit artikel, en die geen oorspronkelijke leden worden of kunnen worden in overeenstemming met lid a van dit artikel.

Artikel 5. Kapitaal

a. Het maatschappelijk kapitaal van de Bank bedraagt drie miljard driehonderdachtendertig miljoen zevenhonderdduizend Speciale Trekkingsrechten. Het kapitaal is verdeeld in drieëndertig miljoen driehonderdzevenentachtigduizend aandelen, elk met een nominale waarde van honderd Speciale Trekkingsrechten. Elk aandeel heeft een volgestort deel van vijfentwintig procent en een niet-volgestort deel van vijfenzeventig procent.

b. Elk oorspronkelijk lid van de Bank schrijft tegen nominale waarde in op het aantal aandelen van het kapitaal van de Bank dat vermeld staat achter de desbetreffende naam in Schema A bij dit Verdrag, en betaalt voor het volgestorte en niet-volgestorte deel van deze aandelen in overeenstemming met het genoemde Schema. Elk nieuw lid schrijft in op het aantal aandelen van het kapitaal en onder de voorwaarden zoals bepaald door de Raad van Gouverneurs, maar nooit voor minder dan het bedrag a pari. De Raad van Gouverneurs kan aan bestaande leden die aandelen toewijzen waarop niet is ingeschreven tegen de uiterste datum die uit hoofde van artikel 4, lid a, geldt voor het oorspronkelijke lidmaatschap van de Bank.

c. De Raad van Gouverneurs beziet het kapitaal van de Bank met tussenpozen van niet meer dan vijf jaar. De Raad van Gouverneurs kan, bij bijzondere meerderheid, te allen tijde het kapitaal van de Bank uitbreiden. In een dergelijk geval genieten de leden het recht van voorkeur, maar zij zijn niet verplicht in te schrijven op enig gedeelte van de verhoging van het kapitaal.

d. De aandelen worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts overdraagbaar aan de Bank.

Artikel 6. Vrijwillige bijdragen van Bijzondere Fondsen

a. Ter verwezenlijking van de doeleinden, en beseffende dat met concessionele middelen de ontwikkeling van zwakkere economieën van regionale leden kan worden bevorderd, kan de Bank de vrijwillige bijdragen van Bijzondere Fondsen aantrekken, en het beheer van vrijwillig bijgedragen Bijzondere Fondsen op zich nemen, die worden gebruikt op wijzen en voorwaarden die verenigbaar zijn met de overeenkomst(en) betreffende bedoelde Fondsen. Bij overeenkomst(en) kan worden bepaald dat een Bijzonder Fonds beschikbaar wordt gesteld voor projecten op concessionele basis of als gift, en kan worden gebruikt voor de financiering van studies en adviesdiensten ter bevordering van samenwerking in de regio, voor de financiering van technische bijstand bij de projectvoorbereiding, voor hulp bij de uitvoering van projecten of voor andere vormen van hulp.

b. De middelen van de Bank uit Bijzondere Fondsen worden te allen tijde en in alle opzichten gescheiden van de reguliere middelen bewaard, gebruikt, toegewezen, verantwoord en geïnvesteerd of anderszins aangewend. De volledige kosten van het beheer van een Bijzonder Fonds komen ten laste van het desbetreffende Bijzondere Fonds. In geen geval worden de reguliere middelen van de Bank aangewend of aangesproken om verliezen of risico’s te dekken die voortvloeien uit activiteiten waarvoor oorspronkelijk middelen uit Bijzondere Fondsen waren gebruikt of toegewezen.

Artikel 7. Waardering van valuta

Telkens wanneer het voor de toepassing van dit Verdrag noodzakelijk is de waarde van een bepaalde valuta uit te drukken in een andere valuta, wordt deze waarde naar redelijkheid door de Bank vastgesteld, na overleg met het Internationale Monetaire Fonds.

HOOFDSTUK III. ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel 8. Een forum voor economische samenwerking

a. De Bank heeft een forum voor economische samenwerking (hierna te noemen het „Forum”), bestaande uit de regionale leden van de Bank.

b. Het doel van dit Forum is de regionale leden – door middel van discussie en dialoog en, in voorkomend geval, door middel van overeenkomsten – in staat te stellen en aan te moedigen tot:

c. De regionale leden kiezen een Voorzitter uit de regio en stellen het huishoudelijk reglement en de procedures vast voor het Forum, dat periodieke bijeenkomsten van ministers of deskundigen kan toestaan, alsmede eventuele deelname van de niet-regionale leden aan Forumbijeenkomsten. Ter verwezenlijking van de doelstellingen van het Forum komen de regionale leden overeen dat zij:

d. De President van de Bank (hierna te noemen de „President”) draagt zorg voor de secretariële en logistieke diensten voor de werkzaamheden en vergaderingen van het Forum. Het Secretariaat voorziet het Forum desgevraagd van economische analyses, waar nodig in coördinatie met andere internationale instellingen. Het Secretariaat is verantwoordelijk voor het in algemene zin op de hoogte houden van de respectieve werkzaamheden van de Raad van Bewind en het Forum, met de bedoeling Forum-activiteiten die de doelmatigheid van de werkzaamheden van de Bank vergroten, te bevorderen.

e. Het Forum heeft geen bevoegdheden ten aanzien van andere organen van de Bank.

HOOFDSTUK IV. FINANCIËLE WERKZAAMHEDEN

Artikel 9. Basisbeginselen voor de financiële werkzaamheden

a. Het zwaartepunt van de financiële werkzaamheden van de Bank ligt bij:

b. De Raad van Bewind draagt zorg voor de uitvoering van deze basisbeginselen door regelmatige controle van de portefeuille van de Bank, door advies te geven aan de President, of door het ondernemen van enige andere actie die hij nodig acht.

Artikel 10. Concentratie van de financiële werkzaamheden

De Bank kan haar financiële werkzaamheden richten op die regionale leden welke:

Artikel 11. Algemene bevoegdheden

a. Om de doelstellingen van de Bank te verwezenlijken en uitvoering te geven aan de basisbeginselen van de in artikel 9, lid a, van dit Verdrag genoemde financiële werkzaamheden, kan de Raad van Bewind de Bank toestemming geven een of meer van de volgende bevoegdheden uit te oefenen, in overeenstemming met de regels van zorgvuldig financieel beheer en de zich ontwikkelende behoeften in de regio. De Bank is bevoegd tot:

b. De Bank kan van haar bevoegdheden gebruik maken ter ondersteuning van:

Artikel 12. Het mobiliseren van andere kapitaalmiddelen

a. De Bank verschaft geen financiering en verschaft geen faciliteiten wanneer de aanvrager in staat is elders toereikende financiering of faciliteiten te verkrijgen onder voorwaarden die de Bank redelijk acht.

b. Bij het mobiliseren van particuliere of officiële kapitaalstromen draagt de Bank er zorg voor:

Artikel 13. Algemene beperkingen ten aanzien van werkzaamheden

a. Het totale uitstaande bedrag aan leningen, beleggingen in aandelen en garanties die door de Bank zijn verstrekt, gedaan dan wel gegeven in het kader van haar gewone werkzaamheden mag nimmer worden verhoogd, indien door de verhoging het totale bedrag van haar onaangetaste geplaatste kapitaal, waarbij de reserves en de winst zijn begrepen in haar gewone kapitaalmiddelen, zou worden overschreden. De Raad van Bewind legt procedures en criteria vast om ervoor zorg te dragen dat deze limiet niet wordt overschreden.

b. De Bank geeft geen garanties voor exportkredieten. Alle leningen die door de Bank worden verstrekt dan wel gegarandeerd, alsmede alle door de Bank gedane beleggingen in aandelen dienen voor specifieke projecten. De Bank zal geen snel tot uitbetaling komende programmaleningen verstrekken.

Artikel 14. Overige beginselen ten aanzien van de werkzaamheden

a. De Bank laat zich bij haar werkzaamheden leiden door beginselen van gezond bankbeleid en verstandig financieel management om onder alle omstandigheden te kunnen blijven voldoen aan haar financiële verplichtingen.

b. Bij het verstrekken of garanderen van een financiering overweegt de Bank terdege de kansen dat de leningnemer en degene die zich eventueel voor hem garant stelt, bij machte zullen zijn hun verplichtingen die voortvloeien uit hun financieringsovereenkomst na te komen.

c. Alvorens de Bank een lening, garantie of belegging in aandelen geeft, verstrekt dan wel doet, dient de President aan de Raad van Bewind een schriftelijk rapport betreffende het voorstel te hebben voorgelegd te zamen met zijn aanbevelingen, op basis van een door het personeel van de Bank verricht onderzoek. De Raad van Bewind beslist over het voorstel in overeenstemming met de door hem gekozen procedure.

d. Indien de ontvanger van leningen of garanties van leningen zelf geen lid is, doch een bemiddelaar voor een lid of leden, kan de Bank verlangen dat het lid of de leden, of een voor de Bank aanvaardbaar openbaar lichaam van dat lid of die leden, de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de rente garanderen, alsmede van de andere vergoedingen en kosten van de lening, overeenkomstig de daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel 15. Milieumandaat

De Bank bevordert bij al haar werkzaamheden een gezonde en duurzame ontwikkeling van het milieu en stelt gepaste procedures op voor milieueffect-rapportages.

Artikel 16. Financiering op het grondgebied van een lid

De Bank financiert geen ondernemingen op het grondgebied van een lid, indien dat lid tegen de financiering bezwaar maakt.

Artikel 17. Voorwaarden ten aanzien van financiële instrumenten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.