Overeenkomst ter bestrijding van doping

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa, de andere Staten die partij zijn bij het Europees Cultureel Verdrag, en andere Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden teneinde de idealen en beginselen die hun gemeenschappelijk erfdeel zijn, veilig te stellen en te verwezenlijken en hun economische en sociale vooruitgang te bevorderen;

Zich ervan bewust dat sport een belangrijke rol dient te spelen bij de bescherming van de gezondheid, bij de zedelijke en lichamelijke opvoeding en bij de bevordering van internationaal begrip;

Bezorgd over het toenemende gebruik van dopingmiddelen en dopingmethoden door sportmensen in alle takken van sport en de gevolgen daarvan voor de gezondheid van sportmensen en de toekomst van de sport;

Indachtig het feit dat dit probleem een bedreiging vormt voor de ethische beginselen en de opvoedende waarden vervat in het Olympisch Handvest, in het Internationale Handvest voor Sport en Lichamelijke Opvoeding van UNESCO en in resolutie 76(41) van het Comité van Ministers van de Raad van Europa, bekend als het „Europees Handvest inzake sport voor allen”;

Gelet op de regelingen, beleidslijnen en verklaringen inzake de bestrijding van doping, aangenomen door de internationale sportorganisaties;

Zich bewust van het feit dat de verantwoordelijkheden van de overheden en de particuliere sportorganisaties ten aanzien van het bestrijden van doping in de sport elkaar aanvullen, met name wat betreft het waarborgen van een goed verloop van sportevenementen, gebaseerd op het beginsel van eerlijk spel, en wat betreft het beschermen van de gezondheid van allen die daaraan deelnemen;

Erkennend dat deze overheden en organisaties hiertoe op alle passende niveaus moeten samenwerken;

Herinnerend aan de resoluties inzake doping, aangenomen door de Conferentie van Europese Ministers verantwoordelijk voor Sport, en met name Resolutie nr. 1, aangenomen tijdens de 6e Conferentie te Reykjavik in 1989;

In herinnering roepend dat het Comité van Ministers van de Raad van Europa Resolutie (67)12 inzake doping van atleten, aanbeveling nr. R(79)8 inzake doping in de sport, aanbeveling nr. R(84) 19 inzake het „Europees Handvest inzake de bestrijding van doping in de sport” en Aanbeveling nr. R(88)l2 inzake het zonder voorafgaande waarschuwing houden van dopingcontroles buiten wedstrijden, reeds heeft aangenomen;

Herinnerend aan Aanbeveling nr. 5 inzake doping, aangenomen door de 2e Internationale Conferentie van Ministers en Hoge Ambtenaren verantwoordelijk voor Sport en Lichamelijke Opvoeding, georganiseerd door Unesco te Moskou (1988);

Niettemin vastbesloten nadere maatregelen te nemen, in hechtere samenwerking, gericht op de vermindering en uiteindelijke uitbanning van: doping in de sport op basis van de in die akten vervatte ethische waarden en praktische maatregelen,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Doel van de Overeenkomst

De Partijen verbinden zich ertoe, in het streven naar de vermindering en uiteindelijke uitbanning van doping in de sport, binnen de grenzen van hun onderscheiden constitutionele bepalingen, de noodzakelijke stappen te nemen om de bepalingen van deze Overeenkomst toe te passen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen en werkingssfeer van de Overeenkomst
1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

2.

Totdat een lijst van verboden farmacologische groepen van dopingmiddelen en dopingmethoden door de Commissie van Toezicht is goedgekeurd overeenkomstig het bepaalde in artikel 11, eerste lid, letter b, is de lijst in het aanhangsel bij deze Overeenkomst van toepassing.

Artikel 3. Coördinatie op binnenlands niveau
1.

De Partijen coördineren de beleidslijnen en maatregelen van hun overheidsdiensten, en andere openbare organen die betrokken zijn bij de bestrijding van doping in de sport.

2.

Zij dragen er zorg voor dat deze Overeenkomst in de praktijk wordt toegepast, en met name dat aan de vereisten, krachtens artikel 7 wordt voldaan, door de uitvoering van een aantal bepalingen van deze Overeenkomst, wanneer er aanleiding toe is, op te dragen aan een aangewezen gouvernementele of niet-gouvernementele sportautoriteit of sportorganisatie.

Artikel 4. Maatregelen ter beperking van de beschikbaarheid en het gebruik van verboden dopingmiddelen en dopingmethoden
1.

Wanneer er aanleiding toe is nemen de Partijen wetten, regelingen of bestuurlijke maatregelen aan ter beperking van de beschikbaarheid (met name bepalingen ter beheersing van het verkeer, het bezit, de invoer, de verspreiding en de verkoop) alsmede van het gebruik in de sport van verboden dopingmiddelen en dopingmethoden en in het bijzonder van anabole steroïden.

2.

Hiertoe hanteren de Partijen of, wanneer van toepassing, de bevoegde niet-gouvernementele organisaties, als criterium voor de verlening van overheidssubsidies aan sportorganisaties de vraag of zij daadwerkelijk regelingen ter bestrijding van doping toepassen.

3.

Voorts verbinden de Partijen zich ertoe:

4.

De Partijen behouden zich het recht voor regelingen ter bestrijding van doping aan te nemen en op eigen initiatief en voor eigen verantwoordelijkheid dopingcontroles te houden, mits deze verenigbaar zijn met de desbetreffende beginselen van deze Overeenkomst.

Artikel 5. Laboratoria
1.

Elke Partij verbindt zich tot:

2.

Deze laboratoria worden aangemoedigd om:

Artikel 6. Onderwijs
1.

De Partijen verbinden zich ertoe voorlichtingsprogramma's en informatiecampagnes te ontwerpen en uit te voeren, wanneer er aanleiding toe is in samenwerking met de betrokken sportorganisaties en de massamedia, waarin de nadruk wordt gelegd op de gevaren voor de gezondheid inherent aan doping en op de schade die doping toebrengt aan de ethische waarden in de sport. Die programma's en campagnes worden gericht op zowel jongeren op scholen en bij sportverenigingen als hun ouders, alsmede op volwassen sportmensen, sportfunctionarissen, coaches en trainers. Voor degenen die werkzaam zijn op medisch gebied, zal in deze onderwijsprogramma's de nadruk worden gelegd op de medische ethiek.

2.

De Partijen verbinden zich tot het stimuleren en bevorderen van onderzoek, in samenwerking met de betrokken regionale, nationale en internationale sportorganisaties, naar manieren en middelen om wetenschappelijk gebaseerde fysiologische en psychologische trainingsprogramma's te ontwerpen waarin de integriteit van het individu wordt geëerbiedigd.

Artikel 7. Samenwerking met sportorganisaties inzake door hen te nemen maatregelen
1.

De Partijen verbinden zich ertoe hun sportorganisaties en, door hun tussenkomst, de internationale sportorganisaties aan te moedigen tot het formuleren en toepassen van alle onder hun bevoegdheid vallende passende maatregelen ter bestrijding van doping in de sport.

2.

Hiertoe moedigen zij hun sportorganisaties aan hun onderscheiden rechten, verplichtingen en taken te verduidelijken en met elkaar in overeenstemming te brengen, met name door harmonisatie van:

3.

Voorts stimuleren de Partijen hun sportorganisaties:

Artikel 8. Internationale samenwerking
1.

De Partijen werken nauw samen ten aanzien van de door deze Overeenkomst bestreken aangelegenheden en stimuleren soortgelijke samenwerking tussen hun sportorganisaties.

2.

De Partijen verbinden zich ertoe:

3.

De Partijen die beschikken over overeenkomstig artikel 5 op hun grondgebied opgerichte of reeds werkzame laboratoria, verbinden zich ertoe andere Partijen te ondersteunen ten einde hen in staat te stellen de nodige ervaring, vaardigheden en technieken te verwerven om hun eigen laboratoria op te richten.

Artikel 9. Verstrekking van informatie

Elke Partij stuurt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in één van de officiële talen van de Raad van Europa alle relevante informatie betreffende wettelijke en andere maatregelen die zij heeft genomen ten einde aan de voorwaarden van deze Overeenkomst te voldoen.

Artikel 10. Commissie van Toezicht
1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt hierbij een Commissie van Toezicht ingesteld.

2.

Iedere Partij kan door één of meer afgevaardigden worden vertegenwoordigd in de Commissie van Toezicht. Elke Partij heeft één stem.

3.

Iedere in artikel 14, eerste lid, bedoelde Staat die geen Partij bij deze Overeenkomst is, kan door een waarnemer worden vertegenwoordigd in de Commissie van Toezicht.

4.

De Commissie van Toezicht kan, bij unaniem besluit, iedere niet-lidstaat van de Raad van Europa die geen Partij bij de Overeenkomst is, en iedere betrokken sportorganisatie of andere professionele organisatie uitnodigen zich door een waarnemer te laten vertegenwoordigen bij één of meer van haar bijeenkomsten.

5.

De Commissie van Toezicht wordt bijeengeroepen door de Secretaris-Generaal. Haar eerste bijeenkomst wordt gehouden zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is, en in ieder geval binnen één jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst. De Commissie van Toezicht komt daarna bijeen wanneer dit noodzakelijk blijkt, op initiatief van de Secretaris-Generaal of van een Partij.

6.

De meerderheid van de Partijen vormt het vereiste quorum voor het houden van een bijeenkomst van de Commissie van Toezicht.

7.

De bijeenkomsten van de Commissie van Toezicht zijn niet openbaar.

8.

Behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst stelt de Commissie van Toezicht haar eigen procedureregels op en neemt deze bij consensus aan.

Artikel 11
1.

De Commissie van Toezicht ziet toe op de toepassing van deze Overeenkomst. Zij kan met name:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.