Protocol inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij voorvallen van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen van 2000
De Partijen bij dit Protocol,
Partij zijnde bij het Internationaal Verdrag inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij olieverontreiniging, gesloten te Londen op 30 november 1990,
Gelet op Resolutie 10, aangenomen door de Conferentie inzake internationale samenwerking bij de voorbereiding op en de bestrijding van olieverontreiniging van 1990, inzake uitbreiding van het toepassingsgebied van het Internationaal Verdrag inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij olieverontreiniging van 1990 tot schadelijke en gevaarlijke stoffen,
Voorts gelet op het feit dat uit hoofde van Resolutie 10 van de Conferentie inzake internationale samenwerking bij de voorbereiding op en de bestrijding van olieverontreiniging van 1990, de Internationale Maritieme Organisatie, in samenwerking met alle belanghebbende internationale organisaties, haar werkzaamheden heeft geïntensiveerd ten aanzien van alle aspecten van voorbereiding op, bestrijding van en samenwerking bij voorvallen van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen,
Gelet op het beginsel „de vervuiler betaalt” als algemeen beginsel van internationaal milieurecht,
Indachtig de ontwikkeling van een strategie voor het opnemen van voorzorgsbenadering in het beleid van de Internationale Maritieme Organisatie,
Tevens indachtig het feit dat, bij een voorval van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen, onmiddellijk en doeltreffend optreden noodzakelijk is om de schade die uit een dergelijk voorval kan voortvloeien tot een minimum te beperken,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Algemene bepalingen
De Partijen verplichten zich, afzonderlijk of gezamenlijk, alle passende maatregelen te nemen, in overeenstemming met de bepalingen van dit Protocol en de Bijlage daarbij, ter voorbereiding op en ter bestrijding van een voorval van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen.
De Bijlage bij dit Protocol maakt een integrerend deel uit van dit Protocol en een verwijzing naar dit Protocol vormt tegelijkertijd een verwijzing naar de Bijlage.
Dit Protocol is niet van toepassing op oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat, die tijdelijk uitsluitend worden ingezet voor niet-commerciële overheidsdienst. Elke Partij waarborgt evenwel, door het nemen van passende maatregelen die de werkzaamheden of de operationele kwaliteiten van dergelijke schepen in haar eigendom of beheer niet aantasten, dat dergelijke schepen, voor zover redelijk en uitvoerbaar, opereren in overeenstemming met dit Protocol.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Protocol:
-
- wordt onder voorval van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen (hierna genoemd: voorval van verontreiniging) verstaan: elke gebeurtenis of opeenvolging van gebeurtenissen met dezelfde oorzaak, met inbegrip van vuur of ontploffing, die leidt of kan leiden tot het lozen, vrijkomen of uitstoten van schadelijke en gevaarlijke stoffen en die een bedreiging vormt of kan vormen voor het mariene milieu, of voor de kust of daarmee samenhangende belangen van één of meer Staten en die noodmaatregelen of onmiddellijk optreden vergt.
-
- wordt onder gevaarlijke en schadelijke stoffen verstaan: elke stof anders dan olie die, indien in het mariene milieu gebracht, waarschijnlijk gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens, de levende rijkdommen en het mariene leven schaadt, afbreuk doet aan de leefbaarheid of ander rechtmatig gebruik van de zee belemmert.
-
- wordt onder zeehavens en inrichtingen voor de overslag van gevaarlijke en schadelijke stoffen verstaan: havens of voorzieningen waar zulke stoffen worden geladen in of gelost uit schepen.
-
- wordt onder Organisatie verstaan: de Internationale Maritieme Organisatie.
-
- wordt onder Secretaris-Generaal verstaan: de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
-
- wordt onder OPRC-Verdrag verstaan: het Internationaal Verdrag inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij olieverontreiniging van 1990.
Artikel 3. Rampenplannen en melding
Elke Partij verlangt dat schepen die gerechtigd zijn om onder haar vlag te varen, een rampenplan voor voorvallen van verontreiniging aan boord hebben en verlangt dat gezagvoerders of anderen die het gezag voeren over zulke schepen in de vereiste mate meldingsprocedures volgen. Zowel de vereisten voor rampenplannen als de meldingsprocedures dienen in overeenstemming te zijn met de toepasselijke bepalingen van de binnen de Organisatie ontwikkelde verdragen die voor die Partij in werking zijn getreden. Rampenplannen voor voorvallen van verontreiniging aan boord voor offshore-installaties, met inbegrip van drijvende inrichtingen voor productie, opslag en lossen en drijvende inrichtingen voor opslag, moeten worden geregeld door nationale bepalingen en/of bedrijfsinterne milieuzorgsystemen, en zijn uitgezonderd van de toepassing van dit artikel.
Elke Partij verlangt dat de autoriteiten of exploitanten die verantwoordelijk zijn voor onder haar rechtsmacht vallende zeehavens en inrichtingen voor de overslag van gevaarlijke en schadelijke stoffen waarvan zij meent dat deze daarvoor in aanmerking komen, beschikken over rampenplannen of soortgelijke regelingen voor voorvallen van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen waarvan zij meent dat deze daarvoor in aanmerking komen, die zijn afgestemd op het in overeenstemming met artikel 4 ingestelde nationale systeem en goedgekeurd in overeenstemming met door de bevoegde nationale autoriteit vastgestelde procedures.
Wanneer de desbetreffende autoriteiten van een Partij kennis nemen van een voorval van verontreiniging, doen zij hiervan mededeling aan andere Staten waarvan de belangen waarschijnlijk door dat voorval worden aangetast.
Artikel 4. Nationale en regionale systemen voor voorbereiding en bestrijding
Elke Partij zet een nationaal systeem op om voorvallen van verontreiniging onmiddellijk en doeltreffend te kunnen bestrijden. Dit systeem omvat ten minste:
- a. de aanwijzing van:
- i. de bevoegde nationale autoriteit(en) die verantwoordelijk is (zijn) voor de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging;
- ii. het (de) nationale operationele meldpunt(en); en
- iii. een autoriteit die bevoegd is namens de Staat om bijstand te verzoeken of te besluiten de gevraagde bijstand te verlenen;
- b. een nationaal rampenplan betreffende de voorbereiding en bestrijding, dat mede de organisatorische verhouding tussen de verschillende betrokken organen, openbaar of particulier, behelst, rekening houdend met door de organisatie opgestelde richtlijnen.
Daarnaast stelt elke Partij, voor zover zulks in haar vermogen ligt, hetzij afzonderlijk, hetzij door middel van bilaterale of multilaterale samenwerking en, indien van toepassing, in samenwerking met de scheepvaartindustrie en industrieën die werken met gevaarlijke en schadelijke stoffen, havenautoriteiten en andere daarvoor in aanmerking komende lichamen, vast:
- a. een minimumniveau van vooraf te plaatsen apparatuur ter bestrijding van voorvallen van verontreiniging, in evenredigheid met het betrokken risico, en programma voor het gebruik;
- b. een oefenprogramma voor organisaties belast met de bestrijding van voorvallen van verontreiniging en de opleiding van het desbetreffende personeel;
- c. gedetailleerde plannen en communicatievoorzieningen ten behoeve van een voorval van verontreiniging. Die voorzieningen moeten voortdurend beschikbaar zijn; en
- d. een handelwijze of regeling om de bestrijding van een voorval van verontreiniging, indien van toepassing, af te stemmen op de mogelijkheden om de nodige middelen te vergaren.
Elke Partij ziet erop toe dat aan de Organisatie, rechtstreeks of via de desbetreffende regionale organisatie of regelingen, actuele informatie wordt verstrekt omtrent:
- a. de vestigingsplaats, telecommunicatiegegevens en, indien van toepassing, gebieden onder verantwoordelijkheid van de in het eerste lid, letter a, bedoelde autoriteiten en lichamen;
- b. gegevens over uitrusting ter bestrijding van verontreiniging en over deskundigheid op het gebied van bestrijding van voorvallen van verontreiniging en berging op zee die op verzoek aan andere Staten beschikbaar kunnen worden gesteld; en
- c. haar nationale rampenplan.
Artikel 5. Internationale samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging
De Partijen komen overeen dat zij, voor zover zulks in hun vermogen ligt en de desbetreffende middelen beschikbaar zijn, op verzoek van een Partij die is of waarschijnlijk zal worden getroffen, samenwerken, advies geven, technische bijstand verlenen en uitrusting leveren ten behoeve van het bestrijden van een voorval van verontreiniging, wanneer de ernst van het voorval zulks rechtvaardigt. De financiering van de kosten van die bijstand geschiedt op grond van de bepalingen vervat in de Bijlage bij dit Protocol.
Een Partij die om bijstand heeft verzocht, kan de Organisatie verzoeken te helpen bij het zoeken naar bronnen voor voorlopige financiering van de in het eerste lid bedoelde kosten.
In overeenstemming met de van toepassing zijnde internationale overeenkomsten neemt elke Partij de nodige juridische of bestuurlijke maatregelen ter vergemakkelijking van:
- a. de aankomst op en het vertrek uit haar grondgebeid en het gebruik aldaar van schepen, luchtvaartuigen en andere vervoermiddelen die worden ingezet bij het bestrijden van een voorval van verontreiniging of het vervoeren van personeel, vrachten, materiaal en apparatuur, benodigd voor de bestrijding van het voorval; en
- b. de vlotte verplaatsing naar, via en vanuit haar grondgebied van personeel, vrachten, materiaal en apparatuur, bedoeld onder letter a.
Artikel 6. Onderzoek en ontwikkeling
De Partijen komen overeen, rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie of de desbetreffende regionale organisaties of regelingen, samen te werken bij de bevordering van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en de uitwisseling van resultaten daarvan, met betrekking tot de verbetering van de stand der techniek op het gebied van de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging, met inbegrip van technologieën en technieken voor toezicht, indamming, terugwinning, verspreiding, opruiming en het anderszins beperken of verzachten van de gevolgen van voorvallen van verontreiniging, alsmede voor herstel.
Met het oog hierop verplichten de Partijen zich rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie of de desbetreffende regionale organisaties of regelingen, de nodige contacten tot stand te brengen tussen de onderzoeksinstellingen van de Partijen.
De Partijen komen overeen om rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie of de desbetreffende regionale organisaties of regelingen, te bevorderen dat regelmatig internationale symposia worden gehouden over relevante onderwerpen, waaronder de technologische vooruitgang op het gebied van technieken en apparatuur voor bestrijding van voorvallen van verontreiniging.
De Partijen komen overeen om via de Organisatie of andere bevoegde internationale organisaties het opstellen van normen voor onderling verenigbare technieken en apparatuur voor bestrijding van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen te stimuleren.
Artikel 7. Technische samenwerking
De Partijen verplichten zich rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie en andere internationale organen, wat betreft de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging, steun te verlenen aan Partijen die verzoeken om technische bijstand:
- a. ter opleiding van personeel;
- b. ter verzekering van de beschikbaarheid van ter zake dienende technologie, apparatuur en voorzieningen;
- c. ter bevordering van andere maatregelen en regelingen ter voorbereiding op en bestrijding van voorvallen van verontreiniging; en
- d. ter totstandbrenging van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s.
De Partijen verplichten zich actief samen te werken, met inachtneming van hun nationale wetten, voorschriften en beleidslijnen, bij de overdracht van technologie op het gebied van de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging.
Artikel 8. Bevordering van bilaterale en multilaterale samenwerking bij de voorbereiding en bestrijding
De Partijen streven ernaar bilaterale en multilaterale overeenkomsten te sluiten voor de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging. Afschriften van dergelijke overeenkomsten worden toegezonden aan de Organisatie, die deze op verzoek aan de Partijen ter beschikking stelt.
Artikel 9. Verhouding tot andere verdragen en internationale overeenkomsten
Niets in dit Protocol mag zodanig worden geïnterpreteerd dat daardoor de rechten of verplichtingen van een Partij uit hoofde van enig ander verdrag of enige andere internationale overeenkomst worden gewijzigd.
Artikel 10. Institutionele regelingen
De Partijen dragen de Organisatie op, behoudens haar instemming en de beschikbaarheid van voldoende middelen om dit te doen, om de volgende taken en werkzaamheden te verrichten:
- a. informatievoorziening:
- i. het ontvangen, ordenen en op verzoek verspreiden van de door Partijen verstrekte informatie alsmede de uit andere bronnen verkregen relevante informatie; en
- ii. het verlenen van bijstand bij het zoeken naar bronnen voor voorlopige financiering van kosten;
- b. opleiding en vorming:
- i. het bevorderen van opleidingen op het gebied van de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging; en
- ii. het bevorderen van het houden van internationale symposia.
- c. technische dienstverlening:
- i. het vergemakkelijken van de samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;
- ii. het geven van advies aan Staten die nationale of regionale bestrijdingsmogelijkheden tot stand brengen; en
- iii. het analyseren van de door de Partijen verstrekte informatie en van de uit andere bronnen verkregen informatie en het geven van advies aan Staten;
- d. technische bijstand:
- i. het vergemakkelijken van de verlening van technische bijstand aan Staten die nationale of regionale bestrijdingsmogelijkheden tot stand brengen;
- ii. het vergemakkelijken van het geven van technische bijstand en advies, op verzoek van Staten die worden geconfronteerd met ernstige voorvallen van verontreiniging.
Bij de verrichting van de in dit artikel genoemde werkzaamheden streeft de Organisatie er naar het vermogen van de Staten te vergroten om zich, afzonderlijk of via regionale regelingen, voor te bereiden op voorvallen van verontreiniging en deze te bestrijden, daarbij puttend uit de ervaring van Staten, regionale overeenkomsten en industriële regelingen en bijzondere aandacht schenkend aan de behoeften van ontwikkelingslanden.
De bepalingen van dit artikel worden toegepast in overeenstemming met een door de Organisatie op te stellen en te toetsen programma.
Artikel 11. Evaluatie van het Protocol
De Partijen evalueren binnen de Organisatie de doeltreffendheid van het Protocol in het licht van de doelstellingen ervan, in het bijzonder met betrekking tot de beginselen die ten grondslag liggen aan de samenwerking en de bijstand.
Artikel 12. Wijzigingen
Dit Protocol kan worden gewijzigd door middel van een der in de volgende leden genoemde procedures.
Wijziging na behandeling door de Organisatie
- a. Elke door een Partij bij het Protocol voorgestelde wijziging wordt aan de Organisatie voorgelegd en ten minste zes maanden voor de behandeling ervan door de Secretaris-Generaal verspreid onder alle Leden van de Organisatie en alle Partijen.
- b. Elke aldus voorgestelde en verspreide wijziging wordt voor behandeling voorgelegd aan de Commissie inzake de Bescherming van het Mariene Milieu van de Organisatie.
- c. De Partijen bij het Protocol zijn, ongeacht of zij Lid zijn van de Organisatie, gerechtigd deel te nemen aan de behandeling door de Commissie inzake de Bescherming van het Mariene Milieu.
- d. Wijzigingen worden aangenomen bij twee derde meerderheid van uitsluitend de Partijen bij het Protocol die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen.
- e. Indien aangenomen in overeenstemming met het bepaalde onder letter d, worden de wijzigingen door de Secretaris-Generaal ter aanvaarding voorgelegd aan alle Partijen bij het Protocol.
- f.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.