Protocol inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij voorvallen van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen van 2000

Type Verdrag
Publication 2007-06-14
Laatst bijgewerkt 2000-03-15
State In force
Source BWB
artikelen 18
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Protocol,

Partij zijnde bij het Internationaal Verdrag inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij olieverontreiniging, gesloten te Londen op 30 november 1990,

Gelet op Resolutie 10, aangenomen door de Conferentie inzake internationale samenwerking bij de voorbereiding op en de bestrijding van olieverontreiniging van 1990, inzake uitbreiding van het toepassingsgebied van het Internationaal Verdrag inzake de voorbereiding op, de bestrijding van en de samenwerking bij olieverontreiniging van 1990 tot schadelijke en gevaarlijke stoffen,

Voorts gelet op het feit dat uit hoofde van Resolutie 10 van de Conferentie inzake internationale samenwerking bij de voorbereiding op en de bestrijding van olieverontreiniging van 1990, de Internationale Maritieme Organisatie, in samenwerking met alle belanghebbende internationale organisaties, haar werkzaamheden heeft geïntensiveerd ten aanzien van alle aspecten van voorbereiding op, bestrijding van en samenwerking bij voorvallen van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen,

Gelet op het beginsel „de vervuiler betaalt” als algemeen beginsel van internationaal milieurecht,

Indachtig de ontwikkeling van een strategie voor het opnemen van voorzorgsbenadering in het beleid van de Internationale Maritieme Organisatie,

Tevens indachtig het feit dat, bij een voorval van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen, onmiddellijk en doeltreffend optreden noodzakelijk is om de schade die uit een dergelijk voorval kan voortvloeien tot een minimum te beperken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Algemene bepalingen

1.

De Partijen verplichten zich, afzonderlijk of gezamenlijk, alle passende maatregelen te nemen, in overeenstemming met de bepalingen van dit Protocol en de Bijlage daarbij, ter voorbereiding op en ter bestrijding van een voorval van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen.

2.

De Bijlage bij dit Protocol maakt een integrerend deel uit van dit Protocol en een verwijzing naar dit Protocol vormt tegelijkertijd een verwijzing naar de Bijlage.

3.

Dit Protocol is niet van toepassing op oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen in eigendom van of in beheer bij een Staat, die tijdelijk uitsluitend worden ingezet voor niet-commerciële overheidsdienst. Elke Partij waarborgt evenwel, door het nemen van passende maatregelen die de werkzaamheden of de operationele kwaliteiten van dergelijke schepen in haar eigendom of beheer niet aantasten, dat dergelijke schepen, voor zover redelijk en uitvoerbaar, opereren in overeenstemming met dit Protocol.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Protocol:

Artikel 3. Rampenplannen en melding

1.

Elke Partij verlangt dat schepen die gerechtigd zijn om onder haar vlag te varen, een rampenplan voor voorvallen van verontreiniging aan boord hebben en verlangt dat gezagvoerders of anderen die het gezag voeren over zulke schepen in de vereiste mate meldingsprocedures volgen. Zowel de vereisten voor rampenplannen als de meldingsprocedures dienen in overeenstemming te zijn met de toepasselijke bepalingen van de binnen de Organisatie ontwikkelde verdragen die voor die Partij in werking zijn getreden. Rampenplannen voor voorvallen van verontreiniging aan boord voor offshore-installaties, met inbegrip van drijvende inrichtingen voor productie, opslag en lossen en drijvende inrichtingen voor opslag, moeten worden geregeld door nationale bepalingen en/of bedrijfsinterne milieuzorgsystemen, en zijn uitgezonderd van de toepassing van dit artikel.

2.

Elke Partij verlangt dat de autoriteiten of exploitanten die verantwoordelijk zijn voor onder haar rechtsmacht vallende zeehavens en inrichtingen voor de overslag van gevaarlijke en schadelijke stoffen waarvan zij meent dat deze daarvoor in aanmerking komen, beschikken over rampenplannen of soortgelijke regelingen voor voorvallen van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen waarvan zij meent dat deze daarvoor in aanmerking komen, die zijn afgestemd op het in overeenstemming met artikel 4 ingestelde nationale systeem en goedgekeurd in overeenstemming met door de bevoegde nationale autoriteit vastgestelde procedures.

3.

Wanneer de desbetreffende autoriteiten van een Partij kennis nemen van een voorval van verontreiniging, doen zij hiervan mededeling aan andere Staten waarvan de belangen waarschijnlijk door dat voorval worden aangetast.

Artikel 4. Nationale en regionale systemen voor voorbereiding en bestrijding

1.

Elke Partij zet een nationaal systeem op om voorvallen van verontreiniging onmiddellijk en doeltreffend te kunnen bestrijden. Dit systeem omvat ten minste:

2.

Daarnaast stelt elke Partij, voor zover zulks in haar vermogen ligt, hetzij afzonderlijk, hetzij door middel van bilaterale of multilaterale samenwerking en, indien van toepassing, in samenwerking met de scheepvaartindustrie en industrieën die werken met gevaarlijke en schadelijke stoffen, havenautoriteiten en andere daarvoor in aanmerking komende lichamen, vast:

3.

Elke Partij ziet erop toe dat aan de Organisatie, rechtstreeks of via de desbetreffende regionale organisatie of regelingen, actuele informatie wordt verstrekt omtrent:

Artikel 5. Internationale samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging

1.

De Partijen komen overeen dat zij, voor zover zulks in hun vermogen ligt en de desbetreffende middelen beschikbaar zijn, op verzoek van een Partij die is of waarschijnlijk zal worden getroffen, samenwerken, advies geven, technische bijstand verlenen en uitrusting leveren ten behoeve van het bestrijden van een voorval van verontreiniging, wanneer de ernst van het voorval zulks rechtvaardigt. De financiering van de kosten van die bijstand geschiedt op grond van de bepalingen vervat in de Bijlage bij dit Protocol.

2.

Een Partij die om bijstand heeft verzocht, kan de Organisatie verzoeken te helpen bij het zoeken naar bronnen voor voorlopige financiering van de in het eerste lid bedoelde kosten.

3.

In overeenstemming met de van toepassing zijnde internationale overeenkomsten neemt elke Partij de nodige juridische of bestuurlijke maatregelen ter vergemakkelijking van:

Artikel 6. Onderzoek en ontwikkeling

1.

De Partijen komen overeen, rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie of de desbetreffende regionale organisaties of regelingen, samen te werken bij de bevordering van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's en de uitwisseling van resultaten daarvan, met betrekking tot de verbetering van de stand der techniek op het gebied van de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging, met inbegrip van technologieën en technieken voor toezicht, indamming, terugwinning, verspreiding, opruiming en het anderszins beperken of verzachten van de gevolgen van voorvallen van verontreiniging, alsmede voor herstel.

2.

Met het oog hierop verplichten de Partijen zich rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie of de desbetreffende regionale organisaties of regelingen, de nodige contacten tot stand te brengen tussen de onderzoeksinstellingen van de Partijen.

3.

De Partijen komen overeen om rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie of de desbetreffende regionale organisaties of regelingen, te bevorderen dat regelmatig internationale symposia worden gehouden over relevante onderwerpen, waaronder de technologische vooruitgang op het gebied van technieken en apparatuur voor bestrijding van voorvallen van verontreiniging.

4.

De Partijen komen overeen om via de Organisatie of andere bevoegde internationale organisaties het opstellen van normen voor onderling verenigbare technieken en apparatuur voor bestrijding van verontreiniging door gevaarlijke en schadelijke stoffen te stimuleren.

Artikel 7. Technische samenwerking

1.

De Partijen verplichten zich rechtstreeks of, indien van toepassing, via de Organisatie en andere internationale organen, wat betreft de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging, steun te verlenen aan Partijen die verzoeken om technische bijstand:

2.

De Partijen verplichten zich actief samen te werken, met inachtneming van hun nationale wetten, voorschriften en beleidslijnen, bij de overdracht van technologie op het gebied van de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging.

Artikel 8. Bevordering van bilaterale en multilaterale samenwerking bij de voorbereiding en bestrijding

De Partijen streven ernaar bilaterale en multilaterale overeenkomsten te sluiten voor de voorbereiding op en de bestrijding van voorvallen van verontreiniging. Afschriften van dergelijke overeenkomsten worden toegezonden aan de Organisatie, die deze op verzoek aan de Partijen ter beschikking stelt.

Artikel 9. Verhouding tot andere verdragen en internationale overeenkomsten

Niets in dit Protocol mag zodanig worden geïnterpreteerd dat daardoor de rechten of verplichtingen van een Partij uit hoofde van enig ander verdrag of enige andere internationale overeenkomst worden gewijzigd.

Artikel 10. Institutionele regelingen

1.

De Partijen dragen de Organisatie op, behoudens haar instemming en de beschikbaarheid van voldoende middelen om dit te doen, om de volgende taken en werkzaamheden te verrichten:

2.

Bij de verrichting van de in dit artikel genoemde werkzaamheden streeft de Organisatie er naar het vermogen van de Staten te vergroten om zich, afzonderlijk of via regionale regelingen, voor te bereiden op voorvallen van verontreiniging en deze te bestrijden, daarbij puttend uit de ervaring van Staten, regionale overeenkomsten en industriële regelingen en bijzondere aandacht schenkend aan de behoeften van ontwikkelingslanden.

3.

De bepalingen van dit artikel worden toegepast in overeenstemming met een door de Organisatie op te stellen en te toetsen programma.

Artikel 11. Evaluatie van het Protocol

De Partijen evalueren binnen de Organisatie de doeltreffendheid van het Protocol in het licht van de doelstellingen ervan, in het bijzonder met betrekking tot de beginselen die ten grondslag liggen aan de samenwerking en de bijstand.

Artikel 12. Wijzigingen

1.

Dit Protocol kan worden gewijzigd door middel van een der in de volgende leden genoemde procedures.

2.

Wijziging na behandeling door de Organisatie

3.

Wijziging door een Conferentie:

4.

De aanneming en het van kracht worden van een wijziging waarbij een Bijlage of een aanhangsel wordt toegevoegd geschiedt volgens de procedure die geldt voor een wijziging van de Bijlage.

5.

Een Partij die:

wordt behandeld als niet-Partij, zulks slechts ten behoeve van de toepassing van die wijziging. Die behandeling eindigt bij de indiening van een kennisgeving van aanvaarding ingevolge het tweede lid, letter f, punt i, of intrekking van het bezwaar ingevolge het tweede lid, letter g, punt ii.

6.

De Secretaris-Generaal stelt alle Partijen in kennis van een wijziging die ingevolge dit artikel van kracht wordt, alsmede van de datum waarop die wijziging van kracht wordt.

7.

Elke kennisgeving van aanvaarding van, bezwaar tegen of intrekking van een bezwaar tegen een wijziging ingevolge dit artikel wordt schriftelijk gericht aan de Secretaris-Generaal, die de Partijen in kennis stelt van die kennisgeving en de datum van ontvangst daarvan.

8.

Een aanhangsel bij het Protocol bevat alleen bepalingen van technische aard.

Artikel 13. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

1.

Dit Protocol staat van 15 maart 2000 tot en met 14 maart 2001 open voor ondertekening op de zetel van de Organisatie en blijft daarna openstaan voor toetreding. Elke Staat die Partij is bij het OPRC-Verdrag kan Partij worden bij dit Protocol door:

2.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.

Artikel 14. Staten met meer dan één rechtsstelsel

1.

Indien een Staat die Partij is bij het OPRC-Verdrag twee of meer territoriale eenheden omvat waarin verschillende rechtsstelsels van toepassing zijn inzake aangelegenheden waarop dit Protocol betrekking heeft, kan hij op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat de werking van dit Protocol zich uitstrekt tot al zijn territoriale eenheden of slechts tot een of meer daarvan tot welke de toepassing van het OPRC-Verdrag wordt uitgebreid, en kan hij deze verklaring te allen tijde wijzigen door het indienen van een andere verklaring.

2.

Van deze verklaringen wordt schriftelijk kennisgegeven aan de depositaris en zij vermelden uitdrukkelijk de territoriale eenheid of eenheden waarop het Protocol van toepassing is. In het geval van wijziging vermeldt de verklaring uitdrukkelijk de territoriale eenheid of eenheden tot welke de toepassing van het Protocol wordt uitgebreid en de datum waarop deze uitbreiding van kracht wordt.

Artikel 15. Inwerkingtreding

1.

Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop ten minste vijftien Staten het zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben ondertekend of de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd in overeenstemming met artikel 13.

2.

Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol hebben nedergelegd nadat is voldaan aan de vereisten voor inwerkingtreding daarvan doch vóór de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol of drie maanden na de datum van nederlegging van de akte, al naar gelang welke datum het laatst valt.

3.

Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd na de datum waarop dit Protocol in werking is getreden, treedt dit Protocol in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de akte.

4.

Na de datum waarop een wijziging van dit Protocol wordt geacht te zijn aanvaard ingevolge artikel 12, heeft elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding betrekking op dit Protocol zoals gewijzigd.

Artikel 16. Opzegging

1.

Dit Protocol kan te allen tijde door elke Partij worden opgezegd na het verstrijken van vijf jaar na de datum waarop dit Protocol voor die Partij in werking treedt.

2.

Opzegging geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal.

3.

Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal of na het verstrijken van een eventueel in de kennisgeving aangegeven langer tijdvak.

4.

Een Partij die het OPRC-Verdrag opzegt, zegt tevens automatisch het Protocol op.

Artikel 17. Depositaris

1.

Dit Protocol wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.

2.

De Secretaris-Generaal:

3.

Zodra dit Protocol in werking treedt, wordt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan door de depositaris toegezonden aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 18. Talen

Dit Protocol is opgesteld in een enkel exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

1

2

Tenzij anders is overeengekomen, worden de kosten van optreden door een Partij op verzoek van een andere Partij op billijke wijze berekend overeenkomstig het recht en de geldende praktijk van de hulpverlenende Partij, betreffende de vergoeding van dergelijke kosten.

3

De Partij die om hulp verzoekt en de hulpverlenende Partij werken, indien van toepassing, samen bij de afhandeling van een vordering naar aanleiding van een aanspraak op vergoeding. Daartoe schenken zij de nodige aandacht aan bestaande rechtsregimes. Wanneer de aldus afgehandelde vordering niet leidt tot volledige vergoeding van de met de hulp gemoeide uitgaven, kan de Partij die om de hulp verzoekt de hulpverlenende Partij vragen af te zien van aanspraak op terugbetaling van uitgaven die de vergoeding overstijgen, of vragen om verlaging van de in overeenstemming met het tweede lid berekende kosten. Zij kan ook verzoeken om uitstel van vergoeding van bedoelde kosten. Bij de behandeling van een dergelijk verzoek schenkt de hulpverlenende Partij de nodige aandacht aan de behoeften van de ontwikkelingslanden.

4

De bepalingen van dit Protocol mogen niet zodanig worden geïnterpreteerd dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de rechten van Partijen betreffende het op derden verhalen van de kosten van maatregelen naar aanleiding van verontreiniging of de dreiging van verontreiniging, zulks uit hoofde van andere toepasselijke bepalingen en regels van nationaal en internationaal recht.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized by their respective Governments for that purpose, have signed this Protocol.

DONE at London this fifteenth day of March two thousand.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)