Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
Met betrekking tot het eerste en het tweede lid van artikel 7 geldt dat, indien een onderneming van een Overeenkomstsluitende Staat in de andere Overeenkomstsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van de vergoedingen die aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening zijn toe te rekenen. Met name bij contracten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale bedrag van het contract, maar slechts op basis van dat deel van het contract dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Overeenkomstsluitende Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op dat deel van het contract dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Overeenkomstsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.
VI. Ad artikelen 10, 11 en 12
Indien aan de bron een belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van artikel 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van driejaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.
VII. Ad artikel 16
Het is wel verstaan dat de uitdrukking „bestuurder” of „commissaris” van een Nederlands lichaam slaat op personen die als zodanig zijn benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders of door enig ander bevoegd orgaan van dat lichaam, en die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam, onderscheidenlijk met het toezicht daarop.
VIII. Ad artikel 20
Indien de Overeenkomstsluitende Staat waarvan de genieter zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 20 inwoner is, het betrokken inkomen op grond van zijn wetgeving niet kan belasten, is het inkomen slechts belastbaar in de Overeenkomstsluitende Staat waar het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt.
IX. Ad artikel 23
Dit artikel is niet van toepassing tenzij er in beide Overeenkomstsluitende Staten een algemene belasting naar het vermogen bestaat.
X. Ad artikel 24
Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het eerste lid van artikel 24, onderdeel d:
- a. het enkele feit dat winsten niet worden getroffen met vennootschapsbelasting of inkomstenbelasting als gevolg van voor- of achterwaartse verrekening van verliezen, niet verhindert dat dividenden betaald uit deze winsten in aanmerking komen voor vrijstelling van Zweedse belasting;
- b. dividenden worden geacht in de eerste plaats te zijn betaald uit winsten, zo deze winsten aanwezig zijn, die deze dividenden in aanmerking doen komen voor vrijstelling van Zweedse belasting, tenzij het lichaam dat de dividenden ontvangt anderszins verzoekt;
- c. inkomsten en vermogenswinsten, die voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn verkregen door een lichaam dat inwoner is van Nederland, zullen tot en met 31 december 1993 worden geacht de hieruit betaalde dividenden in aanmerking te doen komen voor vrijstelling van Zweedse belasting, mits deze dividenden voor vrijstelling in aanmerking kwamen volgens de op 12 maart 1968 te 's-Gravenhage ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het vaststellen van regelen voor wederzijdse administratieve hulp met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen.
Het is wel te verstaan dat voor de berekening van de in het derde lid van artikel 24 bedoelde vermindering de waarde van de in het eerste lid van artikel 23 bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de schulden verzekerd door hypotheek op dat vermogen en de waarde van de in het tweede lid van artikel 23 bedoelde vermogensbestanddelen wordt verminderd met de waarde van de tot de vaste inrichting of het vast middelpunt behorende schulden.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.
DONE at Stockholm this 18th day of June 1991, in duplicate in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands
(sd.) H. C. J. EVERAARS
For the Government of the Kingdom of Sweden
(sd.) ERIK ÅSBRINK
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)