Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten
De Verdragsluitende Partijen,
Erkennende dat wilde dieren in hun geweldige vormenrijkdom waarin zij voorkomen een onvervangbaar bestanddeel zijn van de natuurlijke systemen der aarde, die voor het welzijn van de mens behouden dienen te worden;
Zich ervan bewust dat iedere menselijke generatie verantwoordelijkheid draagt voor de rijkdommen der aarde voor de komende generaties en tot taak heeft ervoor te zorgen dat dit erfgoed wordt behouden en dat, wanneer hiervan gebruik wordt gemaakt, zulks op verstandige wijze geschiedt;
Zich bewust van de steeds toenemende betekenis van wilde dieren, voor ons leefmilieu en vanuit ecologisch, genetisch, wetenschappelijk, esthetisch, recreatief, cultureel, educatief, sociaal en economisch oogpunt;
Bezorgd, met name, over die wilde dieren die tijdens hun trek landsgrenzen passeren, of bepaalde landen verlaten;
Erkennende dat op de Staten de plicht rust de trekkende soorten wilde dieren die binnen hun landsgrenzen leven of hun landen passeren, te beschermen;
Ervan overtuigd dat een doeltreffend behoud en beheer van de trekkende soorten van wilde dieren om gezamenlijke maatregelen vraagt van de zijde van alle Staten binnen de landsgrenzen waarvan deze soorten een deel van hun levenscyclus doorbrengen;
Herinnerend aan Aanbeveling 32 van het Actieplan, aanvaard door de Conferentie van de Verenigde Naties over het Leefmilieu (Stockholm, 1972), waarvan de zevenentwintigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met voldoening heeft kennis genomen;
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I. Uitlegging
Voor de toepassing van dit Verdrag, wordt verstaan onder:
- a. „Trekkende soorten”: de gehele populatie of een geografisch gescheiden deel van de populatie van een bepaalde soort of lager taxon wilde dieren, waarvan een belangrijk gedeelte één of meer landsgrenzen periodiek en op een te voorziene wijze overschrijdt;
- b. „Mate en aard van de bescherming van een trekkende soort”: het geheel van invloeden waaraan de trekkende soort is blootgesteld en dat op lange termijn de verspreiding ervan en de omvang van haar populatie kan beïnvloeden;
- c. „De mate en aard van de bescherming” wordt als „gunstig” beschouwd wanneer:
-
- de gegevens betreffende de populatiedynamiek van de desbetreffende trekkende soort erop wijzen dat deze soort - op de lange termijn - handhaaft als een levensvatbaar bestanddeel van de ecosystemen waartoe zij behoort;
-
- de omvang van het verspreidingsgebied van deze trekkende soort niet inkrimpt en ook op lange termijn niet kleiner dreigt te worden;
-
- er een leefgebied van voldoende omvang aanwezig is en ook in een te voorziene toekomst zal blijven bestaan, waar de populatie van deze trekkende soort zich op lange termijn zal kunnen handhaven; en
-
- de verspreiding en de populatiegrootte van deze trekkende soort ongeveer even groot zijn als in het verleden, voor zover er voor deze soort in wezen geschikte ecosystemen bestaan en voor zover een en ander verenigbaar is met een verstandig beheer van de wilde dieren en hun leefgebieden;
- d. „De mate en de aard van de bescherming” wordt als „niet-gunstig” beschouwd indien aan één van de onder letter c hierboven genoemde voorwaarden niet is voldaan;
- e. betekent „bedreigd” ten aanzien van een bepaalde trekkende soort dat deze binnen haar gehele verspreidingsgebied of op een belangrijk gedeelte daarvan dreigt uit te sterven;
- f. betekent „verspreidingsgebied” alle land- en wateromvattende gebieden waarbinnen een trekkende soort leeft of tijdelijk verblijft of waardoor zij trekt of waarover zij vliegt op een bepaald moment op de gebruikelijke trekroute;
- g. betekent „leefgebied” ieder gebied binnen het verspreidingsgebied van een trekkende soort, waar de voor deze soort geschikte levensomstandigheden aanwezig zijn;
- h. betekent „Staat die deel uitmaakt van het verspreidingsgebied”, ten aanzien van een bepaalde trekkende soort, iedere Staat (en eventueel iedere andere Partij, bedoeld onder letter k hieronder), die rechtsbevoegdheid uitoefent over enigerlei deel van het verspreidingsgebied van die trekkende soort of ook een Staat waarvan de schepen de vlag van die Staat voeren en die buiten de landsgrenzen worden ingezet om dieren aan de populatie van die soort te onttrekken;
- i. wordt onder „het onttrekken van dieren aan de populatie” verstaan het onttrekken, jagen, vissen, vangen, opjagen, opzettelijk doden of het trachten één van de bovengenoemde handelingen te verrichten;
- j. wordt onder „overeenkomst” verstaan een internationale overeenkomst strekkende tot het behoud van één of meer trekkende soorten in de zin van de artikelen IV en V van dit Verdrag; en
- k. wordt onder „Partij” verstaan een Staat of iedere uit soevereine Staten bestaande regionale organisatie voor economische integratie, die bevoegd is tot het onderhandelen over, het sluiten en het toepassen van internationale overeenkomsten op de gebieden die door dit Verdrag worden bestreken, ten aanzien waarvan dit Verdrag van kracht is.
De bij dit Verdrag Partij zijnde regionale organisaties voor economische integratie oefenen, wat aangelegenheden die binnen hun bevoegdheid vallen, betreft, zelfstandig de rechten uit en dragen zelfstandig de verantwoordelijkheden die door dit Verdrag aan de Lid-Staten ervan worden toegekend. In deze gevallen zijn de Lid-Staten van deze organisaties niet gerechtigd deze rechten afzonderlijk uit te oefenen.
Wanneer in dit Verdrag wordt bepaald dat een besluit wordt genomen met een meerderheid van twee derde of met algemene stemmen van de „aanwezige en stem uitbrengende Partijen”, dan betekent dit „de Partijen die aanwezig zijn en die een positieve of negatieve stem hebben uitgebracht”. Voor het bepalen van de meerderheid wordt bij het tellen van de stemmen van de „aanwezige en stem uitbrengende Partijen” geen rekening gehouden met onthoudingen.
Artikel II. Grondbeginselen
De Partijen erkennen dat het van belang is dat trekkende soorten worden behouden en dat de Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied, telkens wanneer dit mogelijk en wenselijk is, overeenstemming bereiken over de daartoe te nemen maatregelen, waarbij zij bijzondere aandacht dienen te besteden aan die trekkende soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming niet-gunstig is en waarbij ieder afzonderlijk of in onderlinge samenwerking de passende en noodzakelijke maatregelen dient te nemen voor het behoud van deze soorten en hun leefgebieden.
De Partijen erkennen de noodzaak tot het nemen van maatregelen om te voorkomen dat een trekkende soort een bedreigde soort wordt.
In het bijzonder dienen de Partijen:
- a. onderzoek betreffende trekkende soorten te bevorderen te ondersteunen en hieraan hun medewerking te verlenen;
- b. alles in het werk te stellen om aan de trekkende soorten, vermeld in Bijlage I, onmiddellijke bescherming te verlenen; en
- c. alles in het werk te stellen om overeenkomsten te sluiten betreffende het behoud en het beheer van de in Bijlage II vermelde trekkende soorten.
Artikel III. Bedreigde trekkende soorten: Bijlage I
In Bijlage I worden de bedreigde trekkende soorten vermeld.
Een trekkende soort kan in Bijlage I worden vermeld, mits op grond van betrouwbare gegevens, met inbegrip van de beste wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn, is vastgesteld dat deze soort wordt bedreigd.
Een trekkende soort kan van de lijst in Bijlage I worden afgevoerd wanneer de Conferentie der Partijen vaststelt:
- a. dat uit betrouwbare gegevens, met inbegrip van de beste wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn, blijkt dat deze soort niet langer wordt bedreigd;
- b. dat deze soort niet het gevaar loopt opnieuw te worden bedreigd wanneer deze van de lijst in Bijlage I wordt afgevoerd en dientengevolge niet meer wordt beschermd.
De Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van een trekkende soort die in Bijlage I is vermeld, stellen alles in het werk om:
- a. de leefgebieden van deze soort die van belang zijn om het dreigend gevaar van uitsterven af te wenden, te behouden, en, waar dit mogelijk en passend is, in hun oude staat terug te brengen;
- b. de negatieve gevolgen van activiteiten of hindernissen die de trek van bedoelde soort ernstig belemmeren of onmogelijk maken, naar gelang van de situatie te voorkomen, weg te nemen, te compenseren of te verkleinen; en
- c. voor zover dit mogelijk en passend is, die invloeden te voorkomen, te verzachten of in de hand te houden, die deze soort bedreigen of ernstiger kunnen gaan bedreigen, met name door toezicht te houden op het uitzetten van uitheemse soorten of door reeds aanwezige uitheemse soorten strikt in de hand te houden of uit te roeien.
De Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van een in Bijlage I vermelde trekkende soort, verbieden het onttrekken van dieren aan de populatie van deze soort. Van dit verbod mag slechts worden afgeweken indien:
- a. het onttrekken voor wetenschappelijke doeleinden geschiedt;
- b. het onttrekken geschiedt met het oogmerk verbetering te brengen in de voortplanting of het voortbestaan van deze soort;
- c. het onttrekken geschiedt om aan de behoeften van hen voor wie deze soort vanouds een gebruikelijk middel van bestaan vertegenwoordigt, te voldoen; of
- d. bijzondere omstandigheden zulks vereisen;
mits deze uitzonderingen, wat de aard ervan betreft, nauwkeurig zijn omschreven en beperkt blijven in ruimte en tijd en geen nadelige gevolgen hebben voor deze soort.
De Conferentie der Partijen kan de Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van een trekkende soort die in Bijlage I is vermeld, aanbevelen iedere andere maatregel te nemen die voor het voortbestaan van deze soort bevorderlijk wordt geacht.
De Partijen doen zo spoedig mogelijk het Secretariaat mededeling van iedere uitzondering, toegestaan krachtens het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel.
Artikel IV. Trekkende soorten waarvoor overeenkomsten dienen te worden gesloten: Bijlage II
In Bijlage II worden de trekkende soorten vermeld waarvan de mate en aard van de bescherming niet-gunstig is en waarvoor, in verband met het behoud en het beheer ervan, internationale overeenkomsten moeten worden gesloten, alsmede de trekkende soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming aanzienlijk gebaat zouden zijn bij de internationale samenwerking die uit een internationale overeenkomst zou voortvloeien.
Wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan een trekkende soort zowel in Bijlage I als in Bijlage II worden vermeld.
De Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van de trekkende soorten die in Bijlage II zijn vermeld, stellen, wanneer deze soorten hiermee gebaat zijn, alles in het werk overeenkomsten te sluiten. Zij dienen daarbij aan die soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming niet-gunstig zijn, voorrang te verlenen.
De Partijen worden verzocht maatregelen te nemen ten einde overeenkomsten te sluiten voor een gedeelte van de populatie of een geografisch afgezonderd gedeelte van de populatie van een soort of een lager taxon van wilde dieren, waarvan een gedeelte periodiek één of meer landsgrenzen overschrijdt.
Een afschrift van iedere overeenkomst die is gesloten overeenkomstig het bepaalde in dit artikel, wordt aan het Secretariaat toegezonden.
Artikel V. Richtlijnen voor het sluiten van overeenkomsten
Het doel van iedere overeenkomst is het herstellen of het handhaven van een voldoende mate en aard van bescherming voor iedere desbetreffende trekkende soort. Iedere overeenkomst dient die aspecten van het behoud en het beheer van deze trekkende soort, die het mogelijk maken dit doel te bereiken, tot onderwerp te hebben.
Iedere overeenkomst dient het gehele verspreidingsgebied van de desbetreffende trekkende soort te omvatten en dient open te staan voor toetreding door alle Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van deze soort, ongeacht of zij Partij bij dit Verdrag zijn.
Een overeenkomst dient, telkens wanneer dit mogelijk is, op meer dan één trekkende soort betrekking te hebben.
In iedere overeenkomst:
- a. dient een beschrijving van de desbetreffende trekkende soort te worden gegeven;
- b. dient een omschrijving van het verspreidingsgebied en de trekroute van deze soort te worden gegeven;
- c. dient te worden bepaald dat iedere Partij de nationale autoriteit aanwijst die zal worden belast met de uitvoering van de overeenkomst;
- d. dient, waar nodig, te worden voorzien in de instelling van passende organen om behulpzaam te zijn bij de uitvoering van de overeenkomst, om toe te zien op de doeltreffendheid ervan en om rapporten voor de Conferentie der Partijen op te stellen;
- e. dienen procedures voor de regeling van eventuele geschillen tussen de Partijen bij de overeenkomst te worden vastgesteld;
- f. dient, tenminste, ten aanzien van iedere tot de orde van de Cetacea behorende trekkende soorten iedere onttrekking van dieren aan de populatie te worden verboden die niet ten aanzien van deze trekkende soort is toegestaan krachtens enigerlei andere multilaterale overeenkomst. Er dient tevens te worden bepaald dat Staten die geen deel uitmaken van het verspreidingsgebied van deze trekkende soort, tot deze overeenkomst kunnen toetreden.
In iedere overeenkomst dient, wanneer zulks wenselijk en mogelijk blijkt te zijn, tevens en met name te worden voorzien in:
- a. een periodiek onderzoek naar de mate en de aard van de bescherming van de desbetreffende trekkende soort alsmede naar de factoren die schade zouden kunnen berokkenen aan deze bescherming;
- b. gecoördineerde plannen voor behoud en beheer;
- c. onderzoek naar de ecologie en de populatiedynamiek van de desbetreffende trekkende soort, waarbij aan de trek bijzondere aandacht wordt besteed;
- d. uitwisseling van gegevens, in het bijzonder betreffende de resultaten van wetenschappelijk onderzoek en relevante statistische gegevens over de desbetreffende trekkende soort;
- e. het behoud en, wanneer zulks noodzakelijk en mogelijk is, het herstel van de leefgebieden die belangrijk zijn voor de instandhouding van de mate en de aard van de bescherming alsmede de bescherming van deze leefgebieden tegen de diverse schadelijke factoren, met inbegrip van het onmogelijk maken van het uitzetten en het verhinderen van het binnendringen van uitheemse soorten die schadelijk zouden kunnen zijn voor de desbetreffende trekkende soort of het strikt in de hand houden van reeds aanwezige uitheemse soorten;
- f. de instandhouding van een netwerk van de adequate wijze langs de trekroutes verspreid liggende, voor de desbetreffende trekkende soort geschikte leefgebieden;
- g. het ter beschikking stellen van nieuwe, voor deze trekkende soort geschikte leefgebieden, dan wel het opnieuw uitzetten van deze soort in voor haar geschikte terreinen;
- h. voor zover mogelijk, het stopzetten van activiteiten en het verwijderen van hindernissen die de trek belemmeren of onmogelijk maken, of het nemen van maatregelen om de gevolgen van deze activiteiten en hindernissen te compenseren.
- i. het voorkomen dat er in het leefgebied van de desbetreffende trekkende soort voorheen schadelijke stoffen worden gestort of geloosd, dan wel het verminderen of het aan banden leggen hiervan;
- j. op verantwoorde ecologische beginselen gebaseerde maatregelen die erop zijn gericht het onttrekken van dieren aan de populatie van de desbetreffende trekkende soort in de hand te houden en te regelen;
- k. het opstellen van procedures voor het coördineren van acties om te voorkomen dat er op illegale wijze wordt overgegaan tot het onttrekken van dieren aan de populatie;
- l. de uitwisseling van gegevens over ernstige gevaren waaraan de desbetreffende trekkende soort is blootgesteld;
- m. noodmaatregelen ter krachtige ondersteuning en bespoediging van de maatregelen voor het behoud indien de mate en aard van de bescherming van de desbetreffende trekkende soort ernstig worden aangetast; en
- n. maatregelen die erop zijn gericht om bij het publiek bekendheid te geven aan de inhoud en doelstellingen van de overeenkomst.
Artikel VI. Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied
Het Secretariaat houdt, aan de hand van de gegevens die het van de Partijen ontvangt, een lijst bij van de Staten die van het verspreidingsgebied van de trekkende soorten, vermeld in de Bijlagen I en II deel uitmaken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.