Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten

Type Verdrag
Publication 2006-02-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen,

Erkennende dat wilde dieren in hun geweldige vormenrijkdom waarin zij voorkomen een onvervangbaar bestanddeel zijn van de natuurlijke systemen der aarde, die voor het welzijn van de mens behouden dienen te worden;

Zich ervan bewust dat iedere menselijke generatie verantwoordelijkheid draagt voor de rijkdommen der aarde voor de komende generaties en tot taak heeft ervoor te zorgen dat dit erfgoed wordt behouden en dat, wanneer hiervan gebruik wordt gemaakt, zulks op verstandige wijze geschiedt;

Zich bewust van de steeds toenemende betekenis van wilde dieren, voor ons leefmilieu en vanuit ecologisch, genetisch, wetenschappelijk, esthetisch, recreatief, cultureel, educatief, sociaal en economisch oogpunt;

Bezorgd, met name, over die wilde dieren die tijdens hun trek landsgrenzen passeren, of bepaalde landen verlaten;

Erkennende dat op de Staten de plicht rust de trekkende soorten wilde dieren die binnen hun landsgrenzen leven of hun landen passeren, te beschermen;

Ervan overtuigd dat een doeltreffend behoud en beheer van de trekkende soorten van wilde dieren om gezamenlijke maatregelen vraagt van de zijde van alle Staten binnen de landsgrenzen waarvan deze soorten een deel van hun levenscyclus doorbrengen;

Herinnerend aan Aanbeveling 32 van het Actieplan, aanvaard door de Conferentie van de Verenigde Naties over het Leefmilieu (Stockholm, 1972), waarvan de zevenentwintigste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met voldoening heeft kennis genomen;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I. Uitlegging
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag, wordt verstaan onder:

2.

De bij dit Verdrag Partij zijnde regionale organisaties voor economische integratie oefenen, wat aangelegenheden die binnen hun bevoegdheid vallen, betreft, zelfstandig de rechten uit en dragen zelfstandig de verantwoordelijkheden die door dit Verdrag aan de Lid-Staten ervan worden toegekend. In deze gevallen zijn de Lid-Staten van deze organisaties niet gerechtigd deze rechten afzonderlijk uit te oefenen.

3.

Wanneer in dit Verdrag wordt bepaald dat een besluit wordt genomen met een meerderheid van twee derde of met algemene stemmen van de „aanwezige en stem uitbrengende Partijen”, dan betekent dit „de Partijen die aanwezig zijn en die een positieve of negatieve stem hebben uitgebracht”. Voor het bepalen van de meerderheid wordt bij het tellen van de stemmen van de „aanwezige en stem uitbrengende Partijen” geen rekening gehouden met onthoudingen.

Artikel II. Grondbeginselen
1.

De Partijen erkennen dat het van belang is dat trekkende soorten worden behouden en dat de Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied, telkens wanneer dit mogelijk en wenselijk is, overeenstemming bereiken over de daartoe te nemen maatregelen, waarbij zij bijzondere aandacht dienen te besteden aan die trekkende soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming niet-gunstig is en waarbij ieder afzonderlijk of in onderlinge samenwerking de passende en noodzakelijke maatregelen dient te nemen voor het behoud van deze soorten en hun leefgebieden.

2.

De Partijen erkennen de noodzaak tot het nemen van maatregelen om te voorkomen dat een trekkende soort een bedreigde soort wordt.

3.

In het bijzonder dienen de Partijen:

Artikel III. Bedreigde trekkende soorten: Bijlage I
1.

In Bijlage I worden de bedreigde trekkende soorten vermeld.

2.

Een trekkende soort kan in Bijlage I worden vermeld, mits op grond van betrouwbare gegevens, met inbegrip van de beste wetenschappelijke gegevens die beschikbaar zijn, is vastgesteld dat deze soort wordt bedreigd.

3.

Een trekkende soort kan van de lijst in Bijlage I worden afgevoerd wanneer de Conferentie der Partijen vaststelt:

4.

De Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van een trekkende soort die in Bijlage I is vermeld, stellen alles in het werk om:

5.

De Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van een in Bijlage I vermelde trekkende soort, verbieden het onttrekken van dieren aan de populatie van deze soort. Van dit verbod mag slechts worden afgeweken indien:

mits deze uitzonderingen, wat de aard ervan betreft, nauwkeurig zijn omschreven en beperkt blijven in ruimte en tijd en geen nadelige gevolgen hebben voor deze soort.

6.

De Conferentie der Partijen kan de Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van een trekkende soort die in Bijlage I is vermeld, aanbevelen iedere andere maatregel te nemen die voor het voortbestaan van deze soort bevorderlijk wordt geacht.

7.

De Partijen doen zo spoedig mogelijk het Secretariaat mededeling van iedere uitzondering, toegestaan krachtens het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel.

Artikel IV. Trekkende soorten waarvoor overeenkomsten dienen te worden gesloten: Bijlage II
1.

In Bijlage II worden de trekkende soorten vermeld waarvan de mate en aard van de bescherming niet-gunstig is en waarvoor, in verband met het behoud en het beheer ervan, internationale overeenkomsten moeten worden gesloten, alsmede de trekkende soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming aanzienlijk gebaat zouden zijn bij de internationale samenwerking die uit een internationale overeenkomst zou voortvloeien.

2.

Wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen, kan een trekkende soort zowel in Bijlage I als in Bijlage II worden vermeld.

3.

De Partijen die Staten zijn die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van de trekkende soorten die in Bijlage II zijn vermeld, stellen, wanneer deze soorten hiermee gebaat zijn, alles in het werk overeenkomsten te sluiten. Zij dienen daarbij aan die soorten waarvan de mate en de aard van de bescherming niet-gunstig zijn, voorrang te verlenen.

4.

De Partijen worden verzocht maatregelen te nemen ten einde overeenkomsten te sluiten voor een gedeelte van de populatie of een geografisch afgezonderd gedeelte van de populatie van een soort of een lager taxon van wilde dieren, waarvan een gedeelte periodiek één of meer landsgrenzen overschrijdt.

5.

Een afschrift van iedere overeenkomst die is gesloten overeenkomstig het bepaalde in dit artikel, wordt aan het Secretariaat toegezonden.

Artikel V. Richtlijnen voor het sluiten van overeenkomsten
1.

Het doel van iedere overeenkomst is het herstellen of het handhaven van een voldoende mate en aard van bescherming voor iedere desbetreffende trekkende soort. Iedere overeenkomst dient die aspecten van het behoud en het beheer van deze trekkende soort, die het mogelijk maken dit doel te bereiken, tot onderwerp te hebben.

2.

Iedere overeenkomst dient het gehele verspreidingsgebied van de desbetreffende trekkende soort te omvatten en dient open te staan voor toetreding door alle Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied van deze soort, ongeacht of zij Partij bij dit Verdrag zijn.

3.

Een overeenkomst dient, telkens wanneer dit mogelijk is, op meer dan één trekkende soort betrekking te hebben.

4.

In iedere overeenkomst:

5.

In iedere overeenkomst dient, wanneer zulks wenselijk en mogelijk blijkt te zijn, tevens en met name te worden voorzien in:

Artikel VI. Staten die deel uitmaken van het verspreidingsgebied
1.

Het Secretariaat houdt, aan de hand van de gegevens die het van de Partijen ontvangt, een lijst bij van de Staten die van het verspreidingsgebied van de trekkende soorten, vermeld in de Bijlagen I en II deel uitmaken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.