Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie
Artikel I. Oprichting van de Organisatie
Partijen hierbij richten een Internationale Organisatie voor Atoomenergie op (hierna te noemen „de Organisatie”), op hierna uiteen te zetten voorwaarden.
Artikel II. Doelstellingen
De Organisatie zal er naar streven de bijdrage van de atoomenergie tot de vrede, de gezondheid en de welvaart in de gehele wereld op te voeren en te verhogen. Zij zal er, naar vermogen, voor zorgdragen dat hulp welke door, of op verzoek, of onder toezicht of controle van de Organisatie wordt verleend niet wordt aangewend ten behoeve van enig militair doel.
Artikel III. Functies
A. De Organisatie is gemachtigd:
-
- het wetenschappelijk onderzoek inzake de vreedzame toepassingen van de atoomenergie, alsmede de ontwikkeling en de praktische toepassingen daarvan voor vreedzaam gebruik over de gehele wereld te stimuleren en te helpen bevorderen; en, desgevraagd, haar bemiddeling te verlenen om het verrichten van diensten of het leveren van materialen, uitrusting of installaties door een lid van de Organisatie voor of aan een ander lid te verzekeren; en alle handelingen of diensten te verrichten welke het wetenschappelijk onderzoek inzake de vreedzame toepassingen van atoomenergie, of de ontwikkeling of de praktische toepassingen daarvan voor vreedzaam gebruik, ten goede kunnen komen;
-
- overeenkomstig dit Statuut te voorzien in voldoende materialen, uitrusting, installaties en diensten voor de behoeften van wetenschappelijk onderzoek inzake het vreedzame gebruik van atoomenergie, alsmede van de ontwikkeling en de praktische toepassingen daarvan voor vreedzaam gebruik, daarbij inbegrepen de produktie van elektriciteit en met voldoende inachtneming van de behoeften der onderontwikkelde gebieden;
-
- de uitwisseling van wetenschappelijke en technische gegevens betreffende het vreedzaam gebruik van atoomenergie te bevorderen;
-
- de uitwisseling en opleiding van wetenschappelijke werkers en deskundigen op de gebieden van vreedzaam gebruik van atoomenergie te stimuleren;
-
- waarborgen vast te stellen en toe te passen ten einde te verzekeren dat splijtstoffen en andere materialen, diensten, uitrusting, installaties en gegevens welke door, of op verzoek, of onder toezicht of controle van de Organisatie, beschikbaar zijn gesteld niet worden aangewend ten behoeve van enig militair doel; en op verzoek der partijen betreffende elke bilaterale of multilaterale regeling, of, op verzoek van een Staat, op alle werkzaamheden van die Staat op het gebied der atoomenergie, waarborgen toe te passen;
-
- veiligheidsnormen voor de bescherming der gezondheid en voor het zoveel mogelijk beperken van het gevaar voor levende wezens en goederen, waaronder zijn begrepen dergelijke veiligheidsnormen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden vast te stellen of te aanvaarden, in overleg en, waar nodig, in samenwerking met de bevoegde organen der Verenigde Naties en met de betrokken gespecialiseerde organisaties, en er voor zorg te dragen dat deze normen zowel op de werkzaamheden van de Organisatie als op werkzaamheden waarbij gebruik gemaakt wordt van materialen, diensten, uitrusting, installaties en gegevens beschikbaar gesteld door de Organisatie of op haar verzoek of onder haar toezicht of controle, worden toegepast; en, op verzoek van partijen, zorg te dragen voor de toepassing van deze normen op werkzaamheden welke krachtens enigerlei bilaterale of multilaterale regeling worden verricht, of, op verzoek van een Staat, zorg te dragen voor de toepassing van deze normen op alle activiteiten van die Staat op het gebied der atoomenergie;
-
- installaties, apparatuur en uitrusting te verwerven of in te richten welke dienstig zijn voor het uitoefenen der functies waartoe de Organisatie gemachtigd is, in die gevallen waar de overigens in het betrokken gebied voor de Organisatie beschikbare installaties, apparatuur en uitrusting ontoereikend zijn of slechts beschikbaar op voorwaarden welke de Organisatie onaanvaardbaar acht.
B. Bij het uitoefenen van haar functies zal de Organisatie:
-
- haar activiteiten uitoefenen overeenkomstig de doelstellingen en beginselen der Verenigde Naties ter bevordering van de vrede en de internationale samenwerking, alsmede in overeenstemming met het beleid der Verenigde Naties ter bevordering van de totstandkoming van een met de nodige waarborgen omgeven ontwapening over de gehele wereld en in overeenstemming met alle uit hoofde van dit beleid aangegane internationale overeenkomsten;
-
- controle instellen op het gebruik van door de Organisatie ontvangen splijtstoffen teneinde te verzekeren dat deze splijtstoffen uitsluitend voor vreedzame doeleinden worden gebruikt;
-
- de bestemming van de haar ter beschikking staande middelen zo kiezen dat een doelmatig gebruik en grootst mogelijke nut daarvan overal ter wereld worden verzekerd, daarbij rekening houdend met de speciale behoeften der onderontwikkelde gebieden;
-
- jaarlijkse rapporten over haar werkzaamheden bij de Algemene Vergadering der Verenigde Naties indienen, en, indien nodig, bij de Veiligheidsraad; indien zich in verband met de activiteiten van de Organisatie problemen mochten voordoen welke binnen de bevoegdheid van de Veiligheidsraad vallen, stelt de Organisatie de Veiligheidsraad, zijnde het orgaan dat de voornaamste verantwoordelijkheid draagt voor de handhaving der internationale vrede en veiligheid, hiervan in kennis en mag zij tevens die maatregelen nemen waartoe zij krachtens haar Statuut gerechtigd is, met inbegrip van de maatregelen voorzien in lid C van artikel XII;
-
- rapporten bij de Economische en Sociale Raad en andere organen der Verenigde Naties indienen betreffende vraagstukken welke binnen de bevoegdheid van deze organen vallen.
C. Bij het uitoefenen van haar functies zal de Organisatie geen hulp aan leden verlenen onder politieke, economische, militaire of andere voorwaarden welke onverenigbaar zijn met de bepalingen van het Statuut.
D. Behoudens de bepalingen van dit Statuut en van de tussen een Staat of groep van Staten en de Organisatie gesloten overeenkomsten die in overeenstemming dienen te zijn met de bepalingen van het Statuut, zullen de activiteiten van de Organisatie worden uitgevoerd met volledige inachtneming van de soevereine rechten der Staten.
Artikel IV. Lidmaatschap
A. De oorspronkelijke leden van de Organisatie zijn die Staten welke lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties en dit Statuut hebben ondertekend binnen negentig dagen nadat het voor ondertekening is opengesteld en die een akte van bekrachtiging hebben nedergelegd.
B. Andere leden van de Organisatie zijn die Staten welke, ongeacht of zij lid zijn van de Verenigde Naties of van een der gespecialiseerde organisaties, een akte van aanvaarding van dit Statuut hebben nedergelegd nadat de Algemene Conferentie op aanbeveling van de Raad van Beheer haar goedkeuring aan het lidmaatschap heeft gehecht. Bij het aanbevelen van een Staat voor het lidmaatschap en bij het hechten van de goedkeuring hieraan, overtuigen de Raad van Beheer en de Algemene Conferentie zich ervan dat die Staat in staat en bereid is de verplichtingen van het lidmaatschap van de Organisatie na te komen en houden daarbij terdege rekening met het vermogen en de bereidheid van die Staat te handelen overeenkomstig de doelstellingen en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties.
C. De Organisatie is gebaseerd op het beginsel der soevereine gelijkheid van alle leden en alle leden dienen derhalve, opdat zij allen de rechten en voordelen van het lidmaatschap zullen genieten, de verplichtingen welke zij overeenkomstig dit Statuut op zich hebben genomen te goeder trouw na te komen.
Artikel V. De Algemene Conferentie
A. Een Algemene Conferentie, bestaande uit vertegenwoordigers van alle leden, komt elk jaar in gewone zitting bijeen en kan door de Directeur-Generaal op verzoek van de Raad van Beheer of van de meerderheid der leden eveneens in buitengewone zittingen bijeengeroepen worden. De zittingen vinden plaats op het hoofdbureau van de Organisatie, tenzij door de Algemene Conferentie anders wordt bepaald.
B. Bij deze zittingen wordt elk lid vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die vergezeld mag zijn van plaatsvervangers en adviseurs. De kosten van het bijwonen der vergaderingen door een afvaardiging worden door het betrokken lid betaald.
C. Bij het begin van elke zitting kiest de Algemene Conferentie een President en andere eventueel nodige functionarissen. Hun ambtstermijn valt samen met de duur der zitting. De Algemene Conferentie stelt, met inachtneming van de bepalingen van dit Statuut, haar eigen huishoudelijk reglement vast. Elk lid heeft één stem. Besluiten krachtens lid H van artikel XIV, lid C van artikel XVIII en lid B van artikel XIX worden genomen met een tweederde meerderheid der aanwezige, hun stem uitbrengende leden. Besluiten inzake andere aangelegenheden, daaronder begrepen de vaststelling van andere aangelegenheden of categorieën van aangelegenheden waarover met een tweederde meerderheid dient te worden beslist, worden genomen met een enkelvoudige meerderheid der aanwezige, hun stem uitbrengende leden. Een meerderheid van leden vormt een quorum.
D. De Algemene Conferentie mag alle aangelegenheden en onderwerpen welke binnen de werkingssfeer van dit Statuut vallen of welke betrekking hebben op de bevoegdheden en functies van alle bij dit Statuut voorziene organen, bespreken en mag met betrekking tot deze kwesties en zaken aanbevelingen doen bij de leden van de Organisatie of bij de Raad van Beheer of bij beiden.
E. De Algemene Conferentie:
-
- kiest de leden van de Raad van Beheer overeenkomstig artikel VI;
-
- hecht haar goedkeuring aan het lidmaatschap van Staten overeenkomstig artikel IV;
-
- ontheft een lid tijdelijk van de rechten en voorrechten van het lidmaatschap overeenkomstig artikel XIX;
-
- bestudeert het jaarrapport van de Raad van Beheer;
-
- keurt, overeenkomstig artikel XIV, de door de Raad van Beheer aanbevolen begroting van de Organisatie goed of zendt deze, vergezeld van aanbevelingen het geheel of delen ervan betreffend, aan de Raad van Beheer terug ter wederindiening bij de Algemene Conferentie;
-
- keurt bij de Verenigde Naties in te dienen rapporten goed, zoals dit in de overeenkomst nopens de betrekkingen tussen de Organisatie en de Verenigde Naties is voorgeschreven, uitgezonderd de in lid C van artikel XII bedoelde rapporten, of zendt deze aan de Raad van Beheer terug vergezeld van haar aanbevelingen;
-
- hecht haar goedkeuring aan elke overeenkomst of alle overeenkomsten tussen de Organisatie en de Verenigde Naties en andere organisaties als bepaald in artikel XVI of zendt deze overeenkomsten vergezeld van haar aanbevelingen aan de Raad van Beheer terug ter wederindiening bij de Algemene Conferentie;
-
- hecht haar goedkeuring aan voorschriften en beperkingen betreffende de uitoefening van de bevoegdheden van de Raad van Beheer om leningen aan te gaan, in overeenstemming met lid G van artikel XIV; hecht haar goedkeuring aan voorschriften betreffende de aanvaarding van vrijwillige bijdragen aan de Organisatie; en hecht, overeenkomstig lid F van artikel XIV, haar goedkeuring aan de wijze waarop het in dat lid bedoelde algemene fonds gebruikt mag worden;
-
- keurt overeenkomstig lid B van artikel XVIII wijzigingen in dit Statuut goed;
-
- hecht haar goedkeuring aan de aanstelling van de Directeur-Generaal overeenkomstig lid A van artikel VII.
F. De Algemene Conferentie heeft de bevoegdheid:
-
- beslissingen te nemen aangaande zaken welke voor dit doel door de Raad van Beheer speciaal naar de Algemene Conferentie worden verwezen;
-
- onderwerpen voor te leggen ter bestudering door de Raad van Beheer, en de Raad om rapporten te verzoeken inzake elke aangelegenheid welke betrekking heeft op de functies van de Organisatie.
Artikel VI. De Raad van Beheer
A. De Raad van Beheer is als volgt samengesteld:
-
- De aftredende Raad van beheer wijst voor lidmaatschap van de Raad de tien Leden aan die het verst gevorderd zijn in de techniek der atoomenergie, de produktie van basismaterialen inbegrepen, en het Lid dat het verst gevorderd is in de techniek der atoomenergie, de produktie van basismaterialen inbegrepen, in elk der navolgende gebieden waarin geen der genoemde tien is gelegen:
- (1). Noord-Amerika
- (2). Latijns-Amerika
- (3). West-Europa
- (4). Oost-Europa
- (5). Afrika
- (6). het Midden-Oosten en Zuid-Azië
- (7). Zuidoost-Azië en het gebied der Stille Zuidzee
- (8). het Verre Oosten.
-
- De Algemene Conferentie kiest voor het lidmaatschap in de Raad van Beheer:
- (a). Twintig leden, daarbij ervoor zorgend dat de leden in de Raad als geheel gelijkelijk over de in lid A van dit artikel sub 1 opgesomde gebieden verdeeld zijn, zodat de Raad te allen tijde in deze categorie vijf vertegenwoordigers van Latijns-Amerika, vier vertegenwoordigers van West-Europa, drie vertegenwoordigers van Oost-Europa, vier vertegenwoordigers van Afrika, twee vertegenwoordigers van het Midden-Oosten en Zuid-Azië, een vertegenwoordiger van Zuidoost Azië en het gebied der Stille Zuidzee, en een vertegenwoordiger van het Verre Oosten telt. Geen enkel lid in deze categorie is gedurende enige ambtstermijn herkiesbaar in dezelfde categorie voor de navolgende ambtstermijn; en
- (b). Bovendien een lid uit de leden in de volgende gebieden: het Midden-Oosten en Zuid-Azië Zuidoost Azië en het gebied der Stille Zuidzee het Verre Oosten;
- (c). Bovendien een lid uit de leden in de volgende gebieden: Afrika het Midden-Oosten en Zuid-Azië Zuidoost Azië en het gebied der Stille Zuidzee,
B. De in lid A sub 1 van dit artikel voorziene aanwijzingen moeten minstens zestig dagen voor elke gewone jaarlijkse zitting van de Algemene Conferentie plaatsvinden. De in lid A sub 2 van dit artikel bedoelde verkiezingen vinden plaats tijdens de gewone jaarlijkse zittingen van de Algemene Conferentie.
C. Leden welke overeenkomstig lid A sub 1 van dit artikel in de Raad van Beheer vertegenwoordigd zijn, zullen daarin zitting hebben vanaf het einde van de volgende gewone jaarlijkse zitting der Algemene Conferentie welke na hun aanwijzing plaatsvindt tot aan het einde van de daarop volgende gewone jaarlijkse zitting van de Algemene Conferentie.
D. Leden welke overeenkomstig lid A sub 2 van dit artikel in de Raad van Beheer vertegenwoordigd zijn, zullen daarin zitting hebben vanaf het einde van de gewone jaarlijkse zitting der Algemene Conferentie waarop zij worden gekozen tot aan het einde van de tweede daarop volgende gewone jaarlijkse zitting van de Algemene Conferentie.
E. Elk lid van de Raad van Beheer heeft een stem. Besluiten inzake het bedrag der begroting van de Organisatie worden genomen met een tweederde meerderheid der aanwezige, hun stem uitbrengende leden, zoals bepaald in lid H van artikel XIV. Besluiten inzake andere aangelegenheden, daaronder begrepen de vaststelling van andere aangelegenheden of categorieën van aangelegenheden waarover met een tweederde meerderheid dient te worden beslist, worden genomen met een enkelvoudige meerderheid der aanwezige, hun stem uitbrengende leden. Tweederde van alle leden van de Raad vormt een quorum.
F. De Raad van Beheer heeft de bevoegdheid de functies van de Organisatie in overeenstemming met dit Statuut uit te oefenen, behoudens de verantwoordelijkheid welke hij tegenover de Algemene Conferentie volgens dit Statuut bezit.
G. De Raad van Beheer komt bijeen op door de Raad vast te stellen tijden. De bijeenkomsten vinden plaats op het hoofdbureau van de Organisatie tenzij de Raad anders bepaalt.
H. De Raad van Beheer kiest uit zijn leden een Voorzitter en andere functionarissen en stelt, met inachtneming van de bepalingen van dit Statuut, zijn eigen huishoudelijk reglement vast.
I. De Raad van Beheer kan commissies instellen indien hij dit raadzaam acht. De Raad kan personen aanstellen om hem te vertegenwoordigen in zijn betrekkingen met andere organisaties.
J. De Raad van Beheer stelt een jaarrapport voor de Algemene Conferentie samen betreffende de zaken van de Organisatie, alsmede betreffende alle door de Organisatie goedgekeurde projecten. De Raad stelt ook ter indiening bij de Algemene Conferentie die rapporten samen, welke de Organisatie moet of kan moeten indienen bij de Verenigde Naties of bij enige andere organisatie waarvan het werk verband houdt met dat van de Organisatie. Deze rapporten, alsmede de jaarrapporten, worden tenminste een maand voor de gewone jaarlijkse zitting van de Algemene Conferentie aan de leden van de Organisatie voorgelegd.
Artikel VII. Personeel
A. Aan het hoofd van het personeel van de Organisatie staat een Directeur-Generaal. De Directeur-Generaal wordt door de Raad van Beheer met goedkeuring van de Algemene Conferentie voor een tijdvak van vier jaren benoemd. Hij is de voornaamste bestuursfunctionaris van de Organisatie.
B. De Directeur-Generaal is verantwoordelijk voor de aanstelling, de organisatie en het werk van het personeel en staat onder het gezag en het toezicht van de Raad van Beheer. Hij verricht de hem opgedragen werkzaamheden overeenkomstig de door de Raad vastgestelde voorschriften.
C. Het personeel omvat al zulke wetenschappelijke, technische en andere leden als vereist zijn om de doelstellingen en functies van de Organisatie ten uitvoer te leggen. De Organisatie houdt zich aan het beginsel dat het personeel in vaste dienst tot een minimum beperkt blijft.
D. Bij het aantrekken en het in dienst hebben van personeel en bij het vaststellen der dienstvoorwaarden moet de overweging, werknemers aan te werven die aan de hoogste eisen van individuele prestatie, technische bekwaamheid en onkreukbaarheid voldoen, voorop staan. Zonder afbreuk te doen aan deze overweging, dient in voldoende mate rekening te worden gehouden met de bijdragen der leden aan de Organisatie en met het belang personeel aan te trekken op een zo breed mogelijke geografische basis.
E. De voorwaarden waarop het personeel zal worden aangesteld, gesalarieerd en ontslagen dienen in overeenstemming te zijn met de door de Raad van Beheer getroffen regelingen, onverminderd de bepalingen van dit Statuut en door de Algemene Conferentie op aanbeveling van de Raad van Beheer goedgekeurde algemene voorschriften.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.