Statuut van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer

Type Verdrag
Publication 1997-11-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De deelnemende Regeringen, overwegende het grote belang van het voorkomen van nieuwe zware verliezen voor de Europese landbouw, veroorzaakt door het herhaald uitbreken van mond- en klauwzeer, stellen hierbij, in het kader van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, een Commissie in, welke bekend zal zijn als de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer, en welke ten doel heeft nationaal en internationaal maatregelen te bevorderen voor de preventie en bestrijding van mond- en klauwzeer in Europa.

Artikel I. Lidmaatschap
1.

Lidmaatschap van de Europese Commissie voor de bestrijding van mond- en klauwzeer (hierna genoemd „de Commissie”) staat open voor die Europese Statenleden van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, die Staten die als Lid deelnemen aan de Regionale Conferentie voor Europa van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en bediend door het Regionaal Bureau voor Europa van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, en die Europese Statenleden van het Internationale Bureau voor besmettelijke veeziekten die lid zijn van de Verenigde Naties, welke dit Statuut aanvaarden in overeenstemming met de bepalingen van artikel XV. De Commissie kan, met een tweederdemeerderheid van de leden van de Commissie, die andere Europese Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, elke van haar Gespecialiseerde Organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, tot het lidmaatschap toelaten die een aanvraag daartoe hebben ingediend alsmede een in een officiële akte vastgelegde verklaring dat zij de verplichtingen van dit Statuut, zoals deze ten tijde van de toelating van kracht zijn, aanvaarden.

2.

De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (hierna genoemd „de Organisatie”), het Internationale Bureau voor besmettelijke veeziekten (hierna genoemd „het Bureau”), de Europese Gemeenschap, en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling hebben het recht op alle zittingen van de Commissie en haar subcommissies vertegenwoordigd te zijn, doch hun vertegenwoordigers hebben geen stemrecht.

Artikel II. Verplichtingen van Leden betreffende nationale gedragslijnen en internationale samenwerking ter bestrijding van mond- en klauwzeer
1.

De Leden verplichten zich het mond- en klauwzeer te bestrijden met de uiteindelijke bedoeling deze ziekte uit te roeien, door het uitvaardigen van de daartoe geëigende quarantaine- en sanitaire maatregelen, en door een of meer van de hierna volgende methoden:

Eenmaal aangenomen methoden zullen stipt worden uitgevoerd.

2.

Leden welke de gedragslijn 2 of 4 aanvaarden, verplichten zich een voorraad vaccin of antigenen voor de bereiding van vaccin, voldoende om een behoorlijke bescherming tegen de ziekte te verzekeren indien de verbreiding van de ziekte niet uitsluitend door sanitaire maatregelen kan worden bestreden, beschikbaar te hebben. Ieder Lid zal samenwerken met, en bijstand verlenen aan andere Leden bij alle gezamenlijke maatregelen ter bestrijding van mond- en klauwzeer, en in het bijzonder bij het leveren van een voorraad vaccin of antigenen voor de bereiding van een vaccin, waar dit noodzakelijk is. De hoeveelheden antigenen en vaccin welke voor nationaal en internationaal gebruik dienen te worden opgeslagen, zullen door de Leden worden bepaald en gebaseerd zijn op de bevindingen van de Commissie en het advies van het Bureau.

3.

De Leden zullen die regelingen treffen voor het vaststellen van het smetstoftype bij het uitbreken van mond- en klauwzeer, welke door de Commissie kunnen worden verlangd en zullen onverwijld de Commissie en het Bureau van de resultaten van dit type-onderzoek in kennis stellen.

4.

De Leden zullen regelingen treffen voor de snelle verzending van nieuwe isolaten naar het door de FAO aangewezen wereldreferentielaboratorium voor verdere karakterisering.

5.

De Leden verplichten zich de Commissie alle inlichtingen te verstrekken, welke zij nodig mocht hebben voor de uitoefening van haar functies. In het bijzonder zullen de Leden de Commissie en het Bureau onverwijld in kennis stellen van elke uitbraak van mond- en klauwzeer en van de omvang daarvan. Voorts zullen zij opgave doen van alle verdere bijzonderheden welke de Commissie mocht verlangen.

Artikel III. Zetel
1.

De Zetel van de Commissie en van haar Secretariaat is in Rome op het hoofdbureau van de Organisatie.

2.

De zittingen van de Commissie worden gehouden in de plaats waar zij haar Zetel heeft, tenzij zij, als gevolg van een beslissing van de Commissie op een van de voorgaande zittingen, of, in buitengewone omstandigheden, van een beslissing van het Uitvoerend Comité, elders worden gehouden.

Artikel IV. Algemene Functies

De algemene functies van de Commissie zijn:

Artikel V. Speciale Functies

Tot de speciale functies van de Commissie behoren:

Artikel VI. Zittingen
1.

Ieder Lid wordt op de zittingen van de Commissie vertegenwoordigd door een enkele afgevaardigde, die vergezeld kan zijn van een plaatsvervanger en van deskundigen en adviseurs. Plaatsvervangers, deskundigen en adviseurs mogen aan de werkzaamheden van de Commissie deelnemen, doch mogen niet stemmen, behoudens in geval van een plaatsvervanger, die naar behoren is gemachtigd voor de afgevaardigde op te treden.

2.

Ieder Lid brengt één stem uit. Besluiten van de Commissie worden genomen met een meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen, tenzij hieromtrent in dit Statuut anders wordt beslist. Een meerderheid van de Leden van de Commissie vormt een quorum.

3.

Aan het einde van iedere gewone zitting kiest de Commissie uit de afgevaardigden een Voorzitter en twee Vicevoorzitters. Deze functionarissen blijven in functie tot aan het einde van de volgende gewone zitting, zonder dat dit aan het recht van herverkiezing afbreuk doet. De Commissie benoemt tevens de leden van speciale of permanente subcommissies.

4.

De Directeur-Generaal van de Organisatie roept, in overleg met de Voorzitter van de Commissie, ten minste eenmaal per twee jaar een gewone zitting van de Commissie bijeen. Speciale zittingen kunnen worden bijeengeroepen door de Directeur-Generaal, in overleg met de Voorzitter van de Commissie, of, indien dit wordt verzocht door de Commissie tijdens gewone zittingen, of door ten minste een derde van het aantal Leden gedurende het tijdvak tussen twee gewone zittingen.

Artikel VII. Subcommissies
1.

De Commissie kan tijdelijke, speciale of permanente subcommissies in het leven roepen voor het bestuderen van aangelegenheden welke betrekking hebben op het doel van de Commissie, en voor het uitbrengen van een verslag daarover, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van de hiervoor noodzakelijke financiële middelen in de goedgekeurde begroting van de Commissie.

2.

Deze subcommissies worden door de Directeur-Generaal van de Organisatie, in overleg met de Voorzitter van de Commissie en met de Voorzitter van de betreffende speciale of permanente subcommissie, bijeengeroepen op die tijdstippen en plaatsen, welke overeenkomen met de doeleinden waarvoor zij zijn ingesteld.

3.

Het lidmaatschap van dergelijke subcommissies kan openstaan voor alle Leden van de Commissie of kan bestaan uit daartoe gekozen Leden van de Commissie of uit personen die op persoonlijke titel worden benoemd vanwege hun deskundigheid op technisch gebied, als vastgesteld door de Commissie. Op voorstel van de Voorzitter kunnen waarnemers worden uitgenodigd deel te nemen aan de zittingen van de speciale en permanente subcommissies.

4.

Leden van de subcommissies worden benoemd tijdens de gewone zitting van de Commissie en elke subcommissie kiest haar eigen Voorzitter.

Artikel VIII. Reglement

Met inachtneming van de bepalingen van dit Statuut kan de Commissie, met een meerderheid van twee derde van haar leden, haar eigen Huishoudelijk en Financieel Reglement aannemen en wijzigen, in overeenstemming met de Algemene Regels en het Financieel Reglement van de Organisatie. De Regels van de Commissie en eventuele wijzigingen daarvan treden in werking na goedkeuring door de Directeur-Generaal van de Organisatie; het Financieel Reglement en wijzigingen daarvan dienen door de Raad van de Organisatie te worden bevestigd.

Artikel IX. Waarnemers
1.

Elk Staten-lid van de Organisatie dat geen Lid van de Commissie is alsmede elk Geassocieerd Lid kan worden uitgenodigd tot de zittingen van de Commissie of kan daar, op zijn verzoek, door een waarnemer worden vertegenwoordigd. Het lid kan memoranda indienen en aan de discussie deelnemen, maar heeft geen stemrecht.

2.

Staten die noch Lid van de Commissie noch Lid of Geassocieerd Lid van de Organisatie zijn maar wel lid van de Verenigde Naties, elke van haar Gespecialiseerde Organisaties of de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, kunnen op verzoek en slechts met instemming van de Commissie bij monde van haar Voorzitter en in overeenstemming met de bepalingen inzake het toekennen van de status van waarnemer aan landen, zoals aangenomen door de Algemene Vergadering van de Organisatie, worden uitgenodigd in de hoedanigheid van waarnemer deel te nemen aan de zittingen van de Commissie.

3.

Op de deelname van internationale organisaties aan het werk van de Commissie en op de betrekkingen tussen de Commissie en dergelijke organisaties zijn de relevante bepalingen van het Statuut en de Algemene Regels van de Organisatie van toepassing alsook de regels inzake betrekkingen met internationale organisaties die zijn aangenomen door de Algemene Vergadering of de Raad van de Organisatie. Al deze betrekkingen behoren tot het terrein van de Directeur-Generaal van de Organisatie. Op de betrekkingen tussen de Organisatie en het Bureau is de overeenkomst van toepassing zoals die tussen de Organisatie en het Bureau van kracht is.

Artikel X. Het Uitvoerend Comité
1.

Er wordt een Uitvoerend Comité ingesteld, dat bestaat uit de Voorzitter, twee Vicevoorzitters van de Commissie en vijf afgevaardigden van Leden welke aan het einde van iedere gewone zitting door de Commissie worden gekozen. De Voorzitter van de Commissie is tevens Voorzitter van het Uitvoerend Comité.

2.

De leden van het Uitvoerend Comité blijven in functie tot aan het einde van de volgende gewone zitting, zonder dat dit aan het recht van herverkiezing afbreuk doet.

3.

In geval er een vacature ontstaat in het Uitvoerend Comité vóór het aflopen van de zittingstermijn, kan het Comité een Lid van de Commissie verzoeken een vertegenwoordiger aan te wijzen ter vervulling van de vacature voor het resterende gedeelte van de zittingstermijn.

4.

Het Uitvoerend Comité komt ten minste tweemaal gedurende de tijd tussen twee opeenvolgende gewone zittingen van de Commissie bijeen.

5.

De Secretaris van de Commissie treedt op als Secretaris van het Uitvoerend Comité.

Artikel XI. Functies van het Uitvoerend Comité

Het Uitvoerend Comité zal:

Artikel XII. Administratie

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.