Protocol 1, gehecht aan de Universele Auteursrecht-Conventie, zoals herzien te Parijs op 24 juli 1971, inzake de bescherming van werken van staatlozen en vluchtelingen
De Staten, die partij zijn bij de Universele Auteursrecht-Conventie herzien te Parijs op 24 juli 1971 (hierna te noemen „de Conventie van 1971”) en ook partij zijn bij dit Protocol,
Zijn het volgende overeengekomen:
1
Staatlozen en vluchtelingen, die hun vast verblijf hebben in een bij dit Protocol aangesloten Staat, worden voor de toepassing van de Conventie van 1971 met onderdanen van die Staat gelijkgesteld.
2
- (a). Dit Protocol zal worden ondertekend en moet worden bekrachtigd of aanvaard door de ondertekenende Staten; toetreding is mogelijk, overeenkomstig de bepalingen van artikel VIII van de Conventie van 1971.
- (b). Dit Protocol treedt voor iedere Staat in werking op de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding door de betrokken Staat, mits deze Staat reeds partij is bij de Conventie van 1971.
- (c). Op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol voor een Staat die geen partij is bij Protocol 1 gehecht aan de Conventie van 1952, wordt laatstgenoemd Protocol geacht voor deze Staat in werking te zijn getreden.
IN FAITH WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Protocol.
DONE at Paris, this twenty-fourth day of July 1971, in the English, French and Spanish languages, the three texts being equally authoritative, in a single copy which shall be deposited with the Director-General of the United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. The Director-General shall send certified copies to the signatory States, and to the Secretary-General of the United Nations for registration.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.