Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart “EUROCONTROL”
De Bondsrepubliek Duitsland,
Het Koninkrijk België,
De Franse Republiek,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Het Groothertogdom Luxemburg,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
overwegende dat het op steeds grotere schaal indienststellen van turbinevliegtuigen voor het vervoer van personen en goederen een ingrijpende wijziging van de organisatie van de luchtverkeersleiding ten gevolge zal kunnen hebben,
overwegende dat op het gebied van de vluchtuitvoering het nieuwe materieel zich kenmerkt door:
hoge snelheden,
de noodzaak om in het belang van een economische exploitatie een snelle en ononderbroken stijging te kunnen uitvoeren tot op de meest rendabele hoogten en op deze hoogten te kunnen blijven tot zo dicht mogelijk bij de plaats van bestemming,
overwegende dat deze kenmerken, behalve een aanpassing of reorganisatie van de bestaande methoden en vormen van controle, medebrengen dat er boven een bepaalde hoogte nieuwe vluchtinlichtingengebieden in het leven moeten worden geroepen, die geheel of ten dele in verkeersgebieden worden onderverdeeld,
overwegende dat, rekening houdende met de snelheid waarmee het bedoelde materieel zich ontwikkelt, de luchtverkeersleiding op grote hoogte voor het merendeel der Europese landen niet langer denkbaar is binnen de nationale grenzen,
overwegende derhalve dat het raadzaam is een internationale controle-instantie in het leven te roepen, die haar werkzaamheden zal uitoefenen in delen van het luchtruim die tot buiten de landsgrenzen van een staat reiken,
overwegende dat het, wat het lager gelegen luchtruim betreft, in bepaalde gevallen van belang zou kunnen zijn om de luchtverkeersleiding boven een deel van het grondgebied van een der Verdragsluitende Partijen te doen verrichten door bovengenoemde internationale instantie of door een andere Verdragsluitende Partij,
overwegende anderzijds dat de internationalisatie van de controle het voeren van een gemeenschappelijke politiek noodzakelijk maakt alsmede de eenmaking van de wettelijke bepalingen gebaseerd op de Normen en Aanbevolen Werkwijzen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (I.C.A.O.), daarbij rekening houdende met de eisen van de nationale verdediging,
overwegende bovendien dat het zeer gewenst is om het werk van de staten op het terrein van de personeelsopleiding voor de luchtvaartdiensten en van het bestuderen en onderzoeken van luchtverkeersvraagstukken te coördineren,
zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De Verdragsluitende Partijen komen overeen, hun samenwerking op het gebied van de luchtvaart te versterken en hun gemeenschappelijke werkzaamheden op dit gebied te ontwikkelen, waarbij ten volle rekening wordt gehouden met de vereisten van de landsverdediging en tevens aan alle gebruikers van het luchtruim de grootst mogelijke vrijheid wordt gelaten die verenigbaar is met de vereiste graad van veiligheid. Zij komen derhalve overeen:
- (a). gemeenschappelijke doeleinden op lange termijn inzake de luchtvaart vast te stellen en in dit kader met betrekking tot de diensten en installaties voor het luchtverkeer een gemeenschappelijk plan op middellange termijn op te stellen;
- (b). gemeenschappelijke plannen uit te werken voor voortgezette opleiding van personeel, procedures en speurwerk- en ontwikkelingsprogramma's inzake de installaties en diensten voor de veiligheid, de doeltreffendheid en een snel verloop van het luchtverkeer;
- (c). overleg te plegen over elke overige maatregel die noodzakelijk is ter verzekering van het veilig en ordelijk verloop van het luchtverkeer;
- (d). een gemeenschappelijke kennisbank inzake de operationele, technische en financiële aspecten van de luchtvaart in te stellen;
- (e). hun activiteiten met betrekking tot de regeling van de luchtverkeersstromen te coördineren door het oprichten van een internationaal systeem voor de regeling van de verkeersstromen, ten einde een zo doeltreffend mogelijk gebruik van het luchtruim te verzekeren.
Zij stichten hiertoe een „Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (EUROCONTROL)”, hierna genoemd „de Organisatie”, die in samenwerking met de nationale burgerlijke en militaire autoriteiten zal handelen. Deze omvat twee organen:
- -. een „Permanente Commissie voor de veiligheid van de luchtvaart”, hierna genoemd „de Commissie”, die het voor het algemene beleid van de Organisatie verantwoordelijke orgaan vormt;
- -. een „Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart”, hierna genoemd „het Agentschap”, waarvan de Statuten Bijlage 1 bij dit Verdrag vormen. Het Agentschap vormt het orgaan belast met de uitvoering van de taken die in dit Verdrag zijn vastgesteld of het ter uitvoering hiervan door de Commissie worden opgedragen.
De zetel van de Organisatie is te Brussel gevestigd.
Artikel 2
De Organisatie heeft de volgende taken:
- (a). de toekomstige behoeften van het luchtverkeer, alsmede de nieuwe technieken om in deze behoeften te voorzien, te analyseren;
- (b). gemeenschappelijke doeleinden op lange termijn op het gebied van de luchtvaart uit te werken en vast te stellen;
- (c). in het kader van de in bovenstaand lid (b) genoemde doeleinden op lange termijn de nationale plannen op middellange termijn te coördineren om te komen tot de opstelling van een gemeenschappelijk plan op middellange termijn dat betrekking heeft op de diensten en installaties voor het luchtverkeer;
- (d). het bevorderen van een gemeenschappelijk beleid op het gebied van de grond- en boordsystemen voor de luchtvaart, alsmede ter zake van de opleiding van personeel voor de diensten van de luchtvaart;
- (e). de maatregelen ter verhoging van de rentabiliteit en doeltreffendheid op het terrein van de luchtvaart te bestuderen en te bevorderen;
- (f). studies, beproevingen en proefnemingen op het gebied van de luchtvaart te bevorderen en ten uitvoer te leggen; het resultaat van de door de Verdragsluitende Partijen op het gebied van de luchtvaart uitgevoerde studies, beproevingen en proefnemingen te vergaren en bekend te maken;
- (g). de speurwerk- en ontwikkelingsprogramma's van de Verdragsluitende Partijen inzake nieuwe technieken op het gebied van de luchtvaart te coördineren;
- (h). de vraagstukken op het gebied van de luchtvaart te bestuderen die in behandeling zijn bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie of andere internationale organisaties voor de burgerluchtvaart;
- (i). de aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie voor te leggen wijzigingen in de regionale luchtvaartplannen te bestuderen;
- (j). elke andere gemeenschappelijke taak te vervullen waarmee zij eventueel ter uitvoering van artikel 1, lid 1 (c), wordt belast;
- (k). de Verdragsluitende Partijen en de belanghebbende derde Staten behulpzaam te zijn bij de oprichting en tenuitvoerlegging van een internationaal systeem voor de regeling van de luchtverkeersstromen;
- (l). overeenkomstig de Multilaterale Overeenkomst betreffende de „en route”-heffingen namens de Verdragsluitende Partijen en de bij deze Overeenkomst Partij zijnde derde Staten de aan de gebruikers van de diensten voor de luchtvaart opgelegde heffingen vast te stellen en te innen.
Bijzondere overeenkomsten kunnen worden gesloten tussen de Organisatie en Staten die geen Partij zijn en belang hebben bij deelname aan de uitvoering van deze taken.
De Organisatie kan verzoek van een of meer Verdragsluitende Partijen met de volgende taken worden belast:
- (a). deze Partijen behulpzaam zijn bij de uitvoering van specifieke luchtvaarttaken, zoals het ontwerpen en opzetten van installaties en diensten voor het luchtverkeer;
- (b). namens deze Partijen de installaties en diensten voor het luchtverkeer ten volle of ten dele ter beschikking stellen en exploiteren;
- (c). deze Partijen behulpzaam zijn bij de berekening en de inning van de door hen aan de gebruikers van de diensten voor de luchtvaart opgelegde heffingen die niet onder de Multilaterale Overeenkomst betreffende ,,en route”-heffingen vallen.
De tenuitvoerlegging van deze taken wordt per geval geregeld in een bijzondere overeenkomst tussen de Organisatie en de belanghebbende Partij of Partijen.
Op verzoek van een of meer Staten, geen Lid-Staten zijnde, kan de Organisatie bovendien met de volgende taken belast worden:
- (a). deze Staten behulpzaam zijn bij het regelen van de luchtverkeersstromen, alsmede het ontwerpen en verschaffen van de diensten en installaties voor de luchtvaart;
- (b). deze Staten behulpzaam zijn bij de berekening en de inning van de door hen aan de gebruikers van de diensten voor de luchtvaart opgelegde heffingen die niet onder de Multilaterale Overeenkomst betreffende „en route”-heffingen vallen.
De tenuitvoerlegging van deze taken wordt per geval geregeld in bijzondere overeenkomsten tussen de Organisatie en de belanghebbende Staten.
Artikel 3
Dit Verdrag is van toepassing op de diensten voor de „en route”-luchtvaart en de daarmee verband houdende naderingsdiensten en plaatselijke diensten ten behoeve van het luchtverkeer in de vluchtinlichtingengebieden vermeld in Bijlage 2.
Elke wijziging die een Verdragsluitende Partij wenst aan te brengen in de haar betreffende opgave van vluchtinlichtingengebieden in Bijlage 2 is onderworpen aan de eenparige goedkeuring van de Commissie wanneer deze wijziging leidt tot wijziging van de totale omvang van het door het Verdrag bestreken luchtruim. Elke wijziging die niet tot een dergelijk gevolg leidt zal door de betrokken Verdragsluitende Partij aan de Organisatie worden medegedeeld.
In dit Verdrag slaat de uitdrukking „luchtverkeer” op het luchtverkeer van de burgerluchtvaartuigen, alsmede de militaire luchtvaartuigen en douane- en politieluchtvaartuigen die zich houden aan de procedures van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.
Artikel 4
De Organisatie bezit rechtspersoonlijkheid. Zij bezit op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen de ruimste handelingsbevoegdheid welke door de nationale wetgevingen aan rechtspersonen wordt toegekend; zij kan, met name, roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en in rechte optreden. Behoudens voor zover in dit Verdrag of in de bijgevoegde Statuten anders wordt bepaald, wordt zij vertegenwoordigd door het „Agentschap”, dat in haar naam handelt. Het „Agentschap” beheert het vermogen van de Organisatie.
Artikel 5
De Commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen. Elke Verdragsluitende Partij kan zich laten vertegenwoordigen door verscheidene afgevaardigden zodat met name de belangen der burgerluchtvaart zowel als die der nationale defensie vertegenwoordigd kunnen worden, maar beschikt slechts over één stem.
Voor de toepassing van artikel 2, lid 1 (1), wordt de Commissie uitgebreid met vertegenwoordigers van de Staten, geen lid van de Organisatie zijnde, die Partij zijn bij de Multilaterale Overeenkomst betreffende „en route”-heffingen. De aldus uitgebreide Commissie neemt haar besluiten op de in bovenbedoelde Overeenkomst bepaalde voorwaarden.
Indien bepalingen daaromtrent zijn voorzien in andere overeenkomsten, tussen de Organisatie en derde Staten gesloten overeenkomstig artikel 2, lid 1, met name voor de regeling van de verkeersstromen, wordt de Commissie uitgebreid en neemt zij haar besluiten op de in deze overeenkomsten bepaalde voorwaarden.
Artikel 6
De Commissie neemt ter vervulling van de ingevolge artikel 2, lid 1, aan de Organisatie opgedragen taken de volgende maatregelen:
- (a). ten aanzien van de Verdragsluitende Partijen: geeft zij een beschikking:
- -. in de gevallen genoemd in artikel 2, lid 1 (b) en (c);
- -. in de in artikel 2, lid 1 (a), (d) tot en met (k) genoemde gevallen, wanneer zij het noodzakelijk acht dat de Verdragsluitende Partijen gemeenschappelijk optreden; zij kan in deze gevallen eveneens een aanbeveling aan de Verdragsluitende Partijen doen;
- (b). ten aanzien van het Agentschap:
- -. hecht zij haar goedkeuring aan het jaarlijkse werkprogramma en de zich over verschillende jaren uitstrekkende investerings- en werkprogramma's die het Agentschap haar voor de vervulling van de in artikel 2, lid 1, bedoelde taken voorlegt, alsmede aan de begroting en het verslag over de werkzaamheden; zij geeft het Agentschap richtlijnen wanneer zij zulks nodig acht ter vervulling van de aan het Agentschap opgedragen taken;
- -. neemt zij alle nodige maatregelen in uitoefening van haar bevoegdheid tot toezicht krachtens dit Verdrag en de Statuten van het Agentschap;
- -. verleend zij kwijting aan het Agentschap voor zijn beheer inzake de begroting.
De Commissie zal voorts:
- (a). haar goedkeuring hechten aan het Statuut van het personeel en aan het Financieel reglement, alsmede aan de ingevolge artikel 7, lid 2, van dit Verdrag, en artikel 19, lid 3, van de Statuten van het Agentschap te nemen maatregelen;
- (b). voor een termijn van vijf jaar, de leden van de Commissie van toezicht benoemen ingevolge artikel 22, lid 1, van de Statuten van het Agentschap.
Wat betreft de in artikel 2 bedoelde bijzondere overeenkomsten, machtigt de Commissie het Agentschap tot het opnemen van onderhandelingen ter zake en keurt zij de door het Agentschap tot stand gebrachte overeenkomsten goed.
De Commissie kan namens de Organisatie een geschil aanhangig maken bij het in artikel 31 voorziene scheidsgerecht.
Artikel 7
De beschikkingen worden door de Commissie met algemene stemmen van de Verdragsluitende Partijen gegeven en zijn voor deze bindend. Indien een Verdragsluitende Partij de Commissie evenwel mededeelt dat zij door dwingende redenen van nationaal belang verhinderd is gevolg te geven aan een met algemene stemmen gegeven beschikking op de in artikel 2, lid 1 (b) en (c), genoemde gebieden, kan zij van bedoelde beschikking afwijken mits zij de beweegredenen voor deze afwijking aan de Commissie uiteenzet. Binnen zes maanden na deze mededeling herziet de Commissie haar voorheen genomen beschikking, of besluit zij of aan de afwijking bepaalde voorwaarden of grenzen gesteld moeten worden. In beide gevallen vereist de door de Commissie te nemen beslissing eenparigheid van stemmen van de Verdragsluitende Partijen.
De Commissie beslist over de in artikel 6, lid 2 (a), 6, lid 3, en 11, lid 3, bedoelde maatregelen met eenparigheid van de uitgebrachte stemmen.
Behoudens andersluidende bepalingen vereisen de richtlijnen en maatregelen in de in artikel 6, lid 1, (b), en 6, lid 4, bedoelde gevallen een meerderheid van stemmen in de Commissie met dien verstande dat:
- -. deze stemmen worden gewogen met inachtneming van onderstaand artikel 8;
- -. deze stemmen de meerderheid van de stemuitbrengende Verdragsluitende Partijen moeten vertegenwoordigen.
De in artikel 6, lid 2 (b), bedoelde maatregelen worden door de Commissie overeenkomstig bovenstaand lid 3 genomen, met dien verstande dat de volgens dit lid berekende meerderheid 70% van de uitgebrachte gewogen stemmen moet bedragen.
Aanbevelingen van de Commissie vereisen de meerderheid van stemmen van de Verdragsluitende Partijen.
Artikel 8
De in artikel 7 bedoelde stemweging geschiedt overeenkomstig de onderstaande tabel:
| Percentage van de jaarlijkse bijdrage van een Verdragsluitende Partij ten opzichte van de jaarlijkse bijdragen van alle Verdragsluitende Partijen gezamenlijk | Aantal stemmen |
|---|---|
| Minder dan 1% . . . . . . . . . . . . . | 1 |
| Van 1 tot 2 % . . . . . . . . . . . . . | 2 |
| Van 2 tot 3 % . . . . . . . . . . . . . | 3 |
| Van 3 tot 4 ½ % . . . . . . . . . . . . . | 4 |
| Van 4½ tot 6 % . . . . . . . . . . . . . | 5 |
| Van 6 tot 7½ % . . . . . . . . . . . . . | 6 |
| Van 7 ½ tot 9 % . . . . . . . . . . . . . | 7 |
| Van 9 tot 11 % . . . . . . . . . . . . . | 8 |
| Van 11 tot 13 % . . . . . . . . . . . . . | 9 |
| Van 13 tot 15 % . . . . . . . . . . . . . | 10 |
| Van 15 tot 18 % . . . . . . . . . . . . . | 11 |
| Van 18 tot 21 % . . . . . . . . . . . . . | 12 |
| Van 21 tot 24 % . . . . . . . . . . . . . | 13 |
| Van 24 tot 27 % . . . . . . . . . . . . . | 14 |
| Van 27 tot 30 % . . . . . . . . . . . . . | 15 |
| 30% . . . . . . . . . . . . . | 16 |
Het aantal stemmen wordt de eerste keer bepaald bij de inwerkingtreding van het in 1981 te Brussel ter ondertekening opengestelde Protocol, onder verwijzing naar bovenstaande tabel en volgens de in artikel 19 van de Statuten van het Agentschap opgenomen regel ter vaststelling van de jaarlijkse bijdragen van de Verdragsluitende Partijen aan de begroting van de Organisatie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.