Verdrag inzake Octrooirecht
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt verstaan onder:
- i. „bureau”: de instantie van een Verdragsluitende Partij die belast is met de verlening van octrooien of met andere aangelegenheden die vallen onder dit Verdrag;
- ii. „aanvraag”: een aanvraag tot verlening van een octrooi, als bedoeld in artikel 3;
- iii. „octrooi”: een octrooi als bedoeld in artikel 3;
- iv. „persoon”: een natuurlijke persoon alsmede een rechtspersoon;
- v. „mededeling”: elke aanvraag of elk verzoekschrift, elke verklaring, elk document, elke correspondentie of andere informatie met betrekking tot een aanvraag of octrooi, ongeacht of deze verband houdt met een procedure ingevolge dit Verdrag of niet, die wordt ingediend bij het bureau;
- vi. „administratie van het bureau”: de door het bureau bewaarde verzameling van informatie die betrekking heeft op en mede omvat de aanvragen ingediend bij en de octrooien verleend door dat bureau of een andere instantie, met rechtsgevolgen voor de betrokken Verdragsluitende Partij, ongeacht het medium waarop dergelijke informatie wordt bewaard;
- vii. „inschrijving”: het opnemen van informatie in de administratie van het bureau;
- viii. „aanvrager”: de persoon waarvan uit de administratie van het bureau, overeenkomstig het toepasselijk recht, blijkt dat deze persoon het octrooi aanvraagt of een andere persoon die de aanvraag indient of zich hiertegen verzet;
- ix. „eigenaar”: de persoon waarvan uit de administratie van het bureau blijkt dat deze de eigenaar van het octrooi is;
- x. „gemachtigde”: een gemachtigde krachtens het toepasselijk recht;
- xi. „handtekening”: elke wijze van auto-identificatie;
- xii. „een door het bureau aanvaarde taal”: elke taal die wordt aanvaard door het bureau voor de desbetreffende procedure bij het bureau;
- xiii. „vertaling”: een vertaling in een taal, of indien van toepassing, een transcriptie in een alfabet of een karakterset, aanvaard door het bureau;
- xiv. „procedure voor het bureau”: elke procedure in een gerechtelijke actie voor het bureau met betrekking tot een aanvraag of octrooi;
- xv. een woord in het enkelvoud omvat tevens het meervoud en vice versa, en een mannelijk persoonlijk voornaamwoord tevens het vrouwelijke, behalve wanneer de context anderszins aangeeft;
- xvi. „Verdrag van Parijs”: het Internationaal Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom, ondertekend op 20 maart 1883, als herzien en gewijzigd;
- xvii. het „Verdrag tot samenwerking inzake octrooien”: het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, ondertekend op 19 juni 1970, tezamen met het Reglement van Uitvoering en de Administratieve Instructies ingevolge dat Verdrag, zoals herzien, gewijzigd en aangepast;
- xviii. „Verdragsluitende Partij”: elke Staat of intergouvernementele organisatie die partij is bij dit Verdrag;
- xix. „toepasselijk recht”: indien de Verdragsluitende Partij een Staat is, het recht van die Staat, en indien de Verdragsluitende Partij een intergouvernementele organisatie is, de rechtsregels op grond waarvan die intergouvernementele organisatie haar werkzaamheden verricht;
- xx. „akte van bekrachtiging”: de akte van bekrachtiging alsmede de akte van aanvaarding of goedkeuring;
- xxi. „Organisatie”: de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
- xxii. „Internationaal Bureau”: het Internationale Bureau van de Organisatie;
- xxiii. „Directeur-Generaal”: de Directeur-Generaal van de Organisatie.
Artikel 2. Algemene beginselen
[Gunstiger vereisten] Het staat een Verdragsluitende Partij vrij eisen te stellen die, vanuit het standpunt van de aanvragers en eigenaren, gunstiger zijn dan de in dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering bedoelde eisen, anders dan artikel 5.
[Geen beperking van materieel octrooirecht] Geen enkele bepaling uit dit Verdrag of het Reglement van Uitvoering is bedoeld om te worden uitgelegd als beperking van de vrijheid van een Verdragsluitende Partij de door haar gewenste vereisten ingevolge het toepasselijke materiële recht inzake octrooien op te leggen.
Artikel 3. Aanvragen en octrooien waarop het Verdrag van toepassing is
[Aanvragen]
- a. De bepalingen van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering zijn van toepassing op nationale en regionale aanvragen voor uitvindingsoctrooien en voor aanvullingsoctrooien, die worden ingediend bij of voor het bureau van een Verdragsluitende Partij en die
- i. soorten aanvragen zijn die mogen worden ingediend als internationale aanvragen ingevolge het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien;
- ii. afgesplitste aanvragen zijn van de soorten aanvragen bedoeld onder i. voor uitvindingsoctrooien of voor aanvullingsoctrooien, als bedoeld in artikel 4G, eerste of tweede lid, van het Verdrag van Parijs.
- b. Onverminderd het bepaalde in het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, zijn de bepalingen van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering van toepassing op internationale aanvragen voor uitvindingsoctrooien en voor aanvullingsoctrooien uit hoofde van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien:
- i. ten aanzien van de van toepassing zijnde termijnen ingevolge artikel 22 en artikel 39, eerste lid, van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien op het bureau van een Verdragsluitende Partij;
- ii. ten aanzien van een procedure begonnen op of na de datum waarop de behandeling of beoordeling van de internationale aanvraag kan beginnen ingevolge artikel 23 of 40 van dat Verdrag.
[Octrooien] De bepalingen van dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering zijn van toepassing op nationale en regionale uitvindingsoctrooien, en op nationale en regionale aanvullingsoctrooien, die zijn verleend met rechtsgevolgen voor een Verdragsluitende Partij.
Artikel 4. Uitzondering voor veiligheid
Geen enkele bepaling in dit Verdrag en het Reglement van Uitvoering beperkt de vrijheid van een Verdragsluitende Partij maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht voor de waarborging van essentiële veiligheidsbelangen.
Artikel 5. Datum van indiening
[Onderdelen van een aanvraag]
- a. Tenzij anders voorgeschreven in het Reglement van Uitvoering en onverminderd het bepaalde in het tweede tot en met achtste lid, waarborgt de Verdragsluitende Partij dat de datum van indiening van een aanvraag de datum is waarop haar bureau de volgende onderdelen, naar keuze van de aanvrager, ingediend op papier of op andere wijze toegestaan door het bureau ten behoeve van de datum van indiening:
- i. een expliciete of impliciete aanduiding dat de delen als een aanvraag zijn bedoeld;
- ii. gegevens waarmee de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld of die het bureau in staat stellen in contact te treden met de aanvrager;
- iii. een deel dat op het eerste gezicht een beschrijving lijkt te zijn.
- b. Een Verdragsluitende Partij kan, ten behoeve van de datum van indiening, een tekening aanvaarden als het onderdeel bedoeld in letter a, onder iii.
- c. Ten behoeve van de datum van indiening, kan een Verdragsluitende Partij zowel bewijs verlangen waarmee de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld, als bewijs dat het bureau in staat stelt in contact te treden met de aanvrager, óf de Partij kan hetzij bewijs aanvaarden waarmee de identiteit van de aanvrager kan worden vastgesteld hetzij bewijs dat het bureau in staat stelt in contact te treden met de aanvrager, zoals het onderdeel bedoeld in letter a, onder ii.
[Taal]
- a. Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de gegevens bedoeld in het eerste lid, in letter a, onder i en ii, zijn opgesteld in een door het bureau aanvaarde taal.
- b. Het onderdeel bedoeld in het eerste lid, letter a, onder iii, kan ten behoeve van de datum van indiening, in elke taal worden ingediend.
[Kennisgeving] Indien de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste en tweede lid gehanteerde vereisten, geeft het bureau de aanvrager zo spoedig mogelijk daarvan kennis, en stelt hem daarbij in de gelegenheid te voldoen aan die vereisten en commentaar te leveren binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn.
[Achteraf voldoen aan de vereisten]
- a. Indien aan een of meer door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste en tweede lid gehanteerde vereisten niet wordt voldaan in de aanvraag zoals deze aanvankelijk werd ingediend, is de datum van indiening, onverminderd letter b en het zesde lid, de datum waarop alsnog aan alle door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste en tweede lid gehanteerde vereisten wordt voldaan.
- b. Een Verdragsluitende Partij kan bepalen dat, indien aan een of meer van de vereisten bedoeld in letter a. niet binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn wordt voldaan, de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend. Indien de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend, geeft het bureau de aanvrager, met opgaaf van de redenen, daarvan kennis.
[Kennisgeving inzake ontbrekend deel van beschrijving of tekening] Indien, bij het vaststellen van de datum van indiening, het bureau ontdekt dat een deel van de beschrijving blijkt te ontbreken in de aanvraag, of dat de aanvraag verwijst naar een tekening die blijkt te ontbreken in de aanvraag, geeft het bureau de aanvrager daarvan onverwijld kennis.
[Datum van indiening wanneer ontbrekend deel van beschrijving of tekening wordt ingediend]
- a. Wanneer een ontbrekend deel van de beschrijving of een ontbrekende tekening wordt ingediend bij het bureau binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn, wordt dat deel van de beschrijving of tekening gevoegd bij de aanvraag, en, onverminderd de letters b en c, is de datum van indiening de datum waarop het bureau dat deel van de beschrijving of die tekening heeft ontvangen, of de datum waarop aan alle ingevolge het eerste en tweede lid door de Verdragsluitende Partij gehanteerde vereisten is voldaan, naar gelang van wat het laatst is.
- b. Wanneer het ontbrekende deel van de beschrijving of de ontbrekende tekening wordt ingediend ingevolge letter a ter rectificatie van een onvolledige aanvraag die, op de datum waarop een of meer elementen bedoeld in het eerste lid, letter a, voor het eerst werden ontvangen door het kantoor, een beroep doet op een recht van voorrang op grond van een eerdere aanvraag, is de datum van indiening, op een binnen de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven termijn ingediend verzoek van de aanvrager en onverminderd de in het Reglement van Uitvoering voorgeschreven vereisten, de datum waarop aan alle door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste en tweede lid gehanteerde vereisten is voldaan.
- c. Wanneer het ontbrekende deel van de beschrijving of de ontbrekende tekening ingediend ingevolge letter a wordt ingetrokken binnen een door de Verdragsluitende Partij vastgestelde termijn, is de datum van indiening de datum waarop aan de door de Verdragsluitende Partij ingevolge het eerste en tweede lid gehanteerde vereisten is voldaan.
[Vervanging van beschrijving en tekeningen door verwijzing naar een eerder ingediende aanvraag]
- a. Onverminderd de vereisten voorgeschreven in het Reglement van Uitvoering, vervangt een verwijzing naar een eerder ingediende aanvraag, bij de indiening van de aanvraag, in een door het bureau aanvaarde taal, ten behoeve van de datum van indiening van de aanvraag, de beschrijving en eventuele tekeningen.
- b. Indien niet wordt voldaan aan de vereisten bedoeld onder a, kan de aanvraag worden beschouwd als niet ingediend. Indien de aanvraag geacht wordt niet te zijn ingediend, geeft het bureau de aanvrager daarvan, met opgaaf van de redenen, kennis.
[Uitzonderingen] Geen enkele bepaling uit dit artikel beperkt:
- i. het recht van een aanvrager uit hoofde van artikel 4G, eerste of tweede lid, van het Verdrag van Parijs om, als datum van een afzonderlijke aanvraag als bedoeld in dat artikel, de datum van de oorspronkelijke aanvraag als bedoeld in dat artikel aan te houden en het genot van een eventueel recht van voorrang te behouden;
- ii. het recht van een Verdragsluitende Partij eventuele vereisten te hanteren die nodig zijn voor het toekennen van het genot van de datum van indiening van een eerdere aanvraag bij een aanvraag van een willekeurig type als voorgeschreven in het Reglement van Uitvoering.
Artikel 6. Aanvraag
[Vorm of inhoud van aanvraag] Tenzij anders bepaald in dit Verdrag, verlangt geen enkele Verdragsluitende Partij dat wordt voldaan aan vereisten met betrekking tot de vorm of inhoud van een aanvraag die afwijken van of een aanvulling zijn op:
- i. de vereisten met betrekking tot de vorm of inhoud die worden gesteld ten aanzien van internationale aanvragen ingevolge het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien;
- ii. de vereisten met betrekking tot de vorm of inhoud ten aanzien waarvan, ingevolge het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, het bureau van of optredend voor een Staat die partij is bij dat Verdrag, kan verlangen dat eraan wordt voldaan, zodra de behandeling of beoordeling van een internationale aanvraag als bedoeld in de artikelen 23 of 40 van bedoeld Verdrag is begonnen;
- iii. eventuele verdere vereisten voorgeschreven door het Reglement van Uitvoering.
[Aanvraagformulier]
- a. Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de inhoud van een aanvraag die overeenkomt met de inhoud van een verzoek inzake een internationale aanvraag ingevolge het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien wordt gepresenteerd op een door die Verdragsluitende Partij voorgeschreven aanvraagformulier. Een Verdragsluitende Partij kan tevens verlangen dat de eventuele verdere inhoud toegestaan ingevolge het eerste lid, onder ii, of voorgeschreven door het Reglement van Uitvoering uit hoofde van het eerste lid, onder iii, wordt opgenomen in dat aanvraagformulier.
- b. Onverminderd letter a en behoudens artikel 8, eerste lid, aanvaardt een Verdragsluitende Partij de presentatie van de inhoud bedoeld in letter a op een aanvraagformulier als genoemd in het Reglement van Uitvoering.
[Vertaling] Een Verdragsluitende Partij kan een vertaling verlangen van elk deel van de aanvraag dat niet in een door haar bureau aanvaarde taal is gesteld. Een Verdragsluitende Partij kan ook van de delen van de aanvraag, als voorgeschreven door het Reglement van Uitvoering, die zijn gesteld in een door het bureau aanvaarde taal, een vertaling in een andere door dat bureau aanvaarde taal verlangen.
[Taksen] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor de aanvraag taksen worden betaald. Een Verdragsluitende Partij kan de bepalingen van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien inzake de betaling van aanvraagtaksen toepassen.
[Voorrangsbewijs] Wanneer de voorrang op grond van een eerdere aanvraag wordt ingeroepen, kan een Verdragsluitende Partij verlangen dat een afschrift van de eerdere aanvraag en een vertaling, indien de eerdere aanvraag niet is gesteld in een door het bureau aanvaarde taal, worden ingediend in overeenstemming met de vereisten voorgeschreven door het Reglement van Uitvoering.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.