Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996

Type Verdrag
Publication 1996-05-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag

Zich bewust van de gevaren verbonden aan het wereldwijde vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen;

Overtuigd van de noodzaak waarborgen te scheppen voor een passende, onverwijlde en doeltreffende vergoeding aan personen die schade lijden door voorvallen in samenhang met het vervoer over zee van deze stoffen;

De wens koesterend eenvormige internationale regels en procedures aan te nemen voor het nemen van beslissingen in kwesties van aansprakelijkheid en het verschaffen van een vergoeding in zodanige gevallen;

Overwegende dat de economische gevolgen van de schade veroorzaakt door het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen dienen te worden gedragen door de gezamenlijke maritieme sector en de betrokken ladingbelanghebbenden;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Article 2. Bijlagen

De bijlagen bij dit Verdrag vormen een integrerend onderdeel van dit Verdrag.

Article 3. Toepassingsgebied

Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing:

Artikel 4
1.

Dit Verdrag is van toepassing op vorderingen, anders dan vorderingen uit hoofde van een overeenkomst tot het vervoer van goederen en passagiers, wegens schade voortvloeiende uit het vervoer van gevaarlijke en schadelijke stoffen over zee.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing voorzover de bepalingen ervan onverenigbaar zijn met het recht dat toepasselijk is op arbeidsongevallen of met betrekking tot een stelsel voor sociale zekerheid.

3.

Dit Verdrag is niet van toepassing:

4.

Behoudens het bepaalde in het vijfde lid, zijn de bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing op oorlogsschepen, ondersteuningsschepen van de marine of andere schepen die toebehoren aan of geëxploiteerd worden door een Staat en die in de betrokken periode uitsluitend worden gebruikt in overheidsdienst voor andere dan handelsdoeleinden.

5.

Een Staat die Partij is kan besluiten dit Verdrag toe te passen op zijn oorlogsschepen of andere schepen bedoeld in het vierde lid, in welk geval hij de secretaris-generaal hiervan kennis geeft onder vermelding van de voorwaarden en modaliteiten van deze toepassing.

6.

Met betrekking tot schepen die toebehoren aan een Staat die Partij is en die worden gebruikt voor handelsdoeleinden, kan elke Staat voor de in artikel 38 bedoelde gerechtelijke instanties worden gedaagd en ziet elke Staat af van verdediging op grond van zijn status als soevereine Staat.

Artikel 5
1.

Een Staat kan op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, respectievelijk toetreding tot dit Verdrag, of op enig tijdstip daarna verklaren dat dit Verdrag niet van toepassing is op schepen:

2.

Wanneer twee naburige Staten overeenkomen dat dit Verdrag eveneens niet van toepassing is op schepen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wanneer zij reizen tussen havens of installaties van die Staten, kunnen de betrokken Staten verklaren dat de uitsluiting van de toepassing van dit Verdrag ingevolge het eerste lid eveneens betrekking heeft op de in dit lid bedoelde schepen.

3.

Elke Staat die een verklaring ingevolge het eerste of tweede lid heeft afgelegd, kan deze verklaring te allen tijde intrekken.

4.

Een verklaring ingevolge het eerste of tweede lid, alsmede de intrekking daarvan ingevolge het derde lid, worden nedergelegd bij de secretaris-generaal die hiervan, na de inwerkingtreding van dit Verdrag, mededeling doet aan de directeur.

5.

Wanneer een Staat een verklaring ingevolge het eerste of tweede lid heeft afgelegd en deze niet heeft ingetrokken, worden de gevaarlijke en schadelijke stoffen die worden vervoerd aan boord van schepen waarop dat lid van toepassing is, niet beschouwd als bijdragende lading voor de toepassing van de artikelen 18 en 20, artikel 21, vijfde lid, en artikel 43.

6.

Het HNS-Fonds is niet gehouden een vergoeding te betalen vanwege schade veroorzaakt door stoffen vervoerd door een schip waarop het Verdrag krachtens een ingevolge het eerste of tweede lid gedane verklaring niet van toepassing is, voorzover:

Artikel 6. Verplichtingen van Staten die Partij zijn

Elke Staat die Partij is, draagt er zorg voor dat iedere verplichting ingevolge dit Verdrag wordt nagekomen en neemt de nodige maatregelen krachtens zijn wetgeving, met inbegrip van het opleggen van de door hem noodzakelijk geachte sancties, teneinde de daadwerkelijke nakoming van een verplichting te verwezenlijken.

HOOFDSTUK II. AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 7. Aansprakelijkheid van de eigenaar
1.

De eigenaar op het tijdstip van een voorval is, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, aansprakelijk voor schade veroorzaakt door gevaarlijke en schadelijke stoffen in verband met het vervoer daarvan over zee aan boord van het schip, met dien verstande dat indien het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorsprong, de eigenaar op het tijdstip van het eerste feit aansprakelijk is.

2.

De eigenaar is niet aansprakelijk indien hij bewijst dat:

3.

Indien de eigenaar bewijst dat de schade geheel of ten dele het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te veroorzaken, of van de nalatigheid van die persoon, kan de eigenaar geheel of ten dele worden ontheven van de aansprakelijkheid tegenover die persoon.

4.

Geen vordering tot vergoeding van schade kan tegen de eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met dit Verdrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.