Internationaal Verdrag inzake aansprakelijkheid en vergoeding voor schade in verband met het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen, 1996
De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag
Zich bewust van de gevaren verbonden aan het wereldwijde vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen;
Overtuigd van de noodzaak waarborgen te scheppen voor een passende, onverwijlde en doeltreffende vergoeding aan personen die schade lijden door voorvallen in samenhang met het vervoer over zee van deze stoffen;
De wens koesterend eenvormige internationale regels en procedures aan te nemen voor het nemen van beslissingen in kwesties van aansprakelijkheid en het verschaffen van een vergoeding in zodanige gevallen;
Overwegende dat de economische gevolgen van de schade veroorzaakt door het vervoer over zee van gevaarlijke en schadelijke stoffen dienen te worden gedragen door de gezamenlijke maritieme sector en de betrokken ladingbelanghebbenden;
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
-
- wordt onder „schip” verstaan: alle zeeschepen en zeegaande vaartuigen van welk type ook;
-
- wordt onder „persoon” verstaan: iedere natuurlijke of rechtspersoon of maatschap, alsmede ieder publiekrechtelijk of privaatrechtelijk lichaam, al dan niet rechtspersoonlijkheid bezittend, met inbegrip van een Staat of zijn staatsrechtelijke onderdelen;
-
- wordt onder „eigenaar” verstaan: de persoon of personen die als eigenaar van het schip zijn geregistreerd of, indien er geen registratie heeft plaatsgevonden, de persoon of personen die het schip in eigendom hebben. Indien evenwel een schip eigendom is van een Staat en geëxploiteerd wordt door een maatschappij die in die Staat geregistreerd staat als de exploitant van het schip, betekent „eigenaar” een zodanige maatschappij;
-
- wordt onder „ontvanger” verstaan hetzij:
- a. de persoon die feitelijk de bijdragende lading ontvangt die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die Partij is, met dien verstande dat indien ten tijde van de ontvangst de persoon die de lading feitelijk ontvangt, optreedt als lasthebber voor een ander die onder de rechtsbevoegdheid valt van een Staat die Partij is, de principaal wordt geacht de ontvanger te zijn, mits de lasthebber aan het HNS-Fonds de identiteit van de lastgever bekend maakt; of
- b. de persoon in de Staat die Partij is, die in overeenstemming met de nationale wetgeving van die Staat wordt geacht de ontvanger te zijn van de bijdragende lading die wordt gelost in de havens en terminals van een Staat die Partij is, met dien verstande dat het totaal van de in overeenstemming met de desbetreffende nationale wetgeving ontvangen bijdragende lading wezenlijk dezelfde is als die welke onder a zou zijn ontvangen;
-
- wordt onder „gevaarlijke en schadelijke stoffen” (HNS) verstaan:
- a. alle onder i tot en met vii genoemde stoffen, materialen en artikelen die als lading aan boord van een schip worden vervoerd:
- i. de in bulk vervoerde oliën genoemd in bijlage 1, aanhangsel 1, van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, zoals aangepast bij het daarbij behorende Protocol van 1978, zoals gewijzigd;
- ii. de in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen genoemd in bijlage II, aanhangsel II, van het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen, zoals aangepast bij het daarbij behorende Protocol van 1978, zoals gewijzigd, en de voorlopig geklasseerde stoffen en combinaties van stoffen die overeenkomstig voorschrift 3.4 vallen in de verontreinigingscategorieën A, B, C of D van deze bijlage II;
- iii. de in bulk vervoerde gevaarlijke vloeistoffen genoemd in hoofdstuk 17 van de „International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, 1983”, zoals gewijzigd, en de gevaarlijke producten waarvoor passende voorlopige voorwaarden voor het vervoer zijn voorgeschreven door de betrokken Administratie en havenadministraties in overeenstemming met punt 1.1.3 van deze Code;
- iv. de gevaarlijke en schadelijke stoffen, materialen en artikelen in verpakte vorm, bedoeld in de „International Maritime Dangerous Goods Code”, zoals gewijzigd;
- v. de vloeibare gassen genoemd in hoofdstuk 19 van de „International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk, 1983”, zoals gewijzigd, en de producten waarvoor passende voorlopige voorwaarden voor het vervoer zijn voorgeschreven door de betrokken Administratie en havenadministraties in overeenstemming met punt 1.1.6 van deze Code;
- vi. in bulk vervoerde vloeibare stoffen met een vlampunt van ten hoogste 60 °C (gemeten door middel van een gesloten-bekerproef);
- vii. vaste materialen in bulk die de gevaarlijke chemische eigenschappen bezitten bedoeld in bijlage B van de „Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes”, zoals gewijzigd, voorzover op deze stoffen eveneens de bepalingen van de „International Maritime Dangerous Goods Code” van toepassing zijn wanneer deze in verpakte vorm worden vervoerd; en
- b. resten van eerder in bulk vervoerde stoffen genoemd in a, i tot en met iii en v tot en met vii hierboven;
-
- wordt onder „schade” verstaan: Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is de door de gevaarlijke en schadelijke stoffen veroorzaakte schade te onderscheiden van de door andere factoren veroorzaakte schade, wordt alle schade geacht te zijn veroorzaakt door de gevaarlijke en schadelijke stoffen, behalve indien en voorzover de door andere factoren veroorzaakte schade van de in artikel 4, derde lid, bedoelde soort is. In dit lid wordt onder „door deze stoffen veroorzaakt” verstaan veroorzaakt door de gevaarlijke of schadelijke aard van de stoffen.
- a. overlijden of lichamelijk letsel, aan boord van of buiten het schip dat de gevaarlijke en schadelijke stoffen vervoert en door deze stoffen veroorzaakt;
- b. verlies of beschadiging van zaken, buiten het schip dat de gevaarlijke en schadelijke stoffen vervoert en door deze stoffen veroorzaakt;
- c. verlies of schade door milieuvervuiling veroorzaakt door de gevaarlijke en schadelijke stoffen, met dien verstande dat de vergoeding voor andere schade aan het milieu dan winstderving ten gevolge van deze schade, wordt beperkt tot de kosten van redelijke maatregelen tot herstel die daadwerkelijk zijn genomen of zullen worden genomen; en
- d. de kosten van preventieve maatregelen, alsmede verlies of schade veroorzaakt door zodanige maatregelen.
-
- wordt onder „preventieve maatregelen” verstaan alle na het voorval door een persoon genomen redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van schade.
-
- wordt onder „voorval” verstaan elk feit of elke opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, waardoor schade wordt veroorzaakt of waardoor een ernstige en onmiddellijke dreiging ontstaat dat schade zal worden veroorzaakt.
-
- wordt onder „vervoer over zee” verstaan het tijdvak vanaf het moment waarop de gevaarlijke en schadelijke stoffen bij het laden in enig deel van de voorzieningen van het schip binnenkomen tot aan het moment waarop deze stoffen bij het lossen in enig deel van de voorzieningen van het schip niet meer aanwezig zijn. Indien geen voorzieningen van het schip worden gebruikt, begint respectievelijk eindigt dit tijdvak wanneer de gevaarlijke en schadelijke stoffen de reling van het schip passeren.
-
- wordt onder „bijdragende lading” verstaan alle gevaarlijke en schadelijke stoffen die als lading over zee worden vervoerd naar een haven of terminal op het grondgebied van een Staat die Partij is en in die Staat wordt gelost. Lading in doorvoer die gedurende het vervoer van de oorspronkelijke laadhaven of laadterminal naar de haven of terminal van uiteindelijke bestemming rechtstreeks of via een haven of terminal geheel of ten dele wordt overgeladen van het ene in het andere schip, wordt uitsluitend ten aanzien van de ontvangst op de uiteindelijke bestemming beschouwd als bijdragende lading.
-
- wordt onder „HNS-Fonds” verstaan het ingevolge artikel 13 gevormde Internationale Fonds voor Gevaarlijke en Schadelijke Stoffen.
-
- wordt onder „rekeneenheid” verstaan het bijzondere trekkingsrecht als vastgesteld door het Internationaal Monetair Fonds.
-
- wordt onder „staat van registratie van het schip” verstaan ten aanzien van geregistreerde schepen: de Staat waarin het schip is geregistreerd, en ten aanzien van niet-geregistreerde schepen: de Staat onder welks vlag het schip bevoegd is te varen.
-
- wordt onder „terminal” verstaan elke locatie voor de opslag van gevaarlijke en schadelijke stoffen ontvangen na vervoer over water, daaronder begrepen elke buitengaats gelegen voorziening die door middel van een pijpleiding of anderszins met deze locatie is verbonden.
-
- wordt onder „directeur” verstaan de directeur van het HNS-Fonds.
-
- wordt onder „organisatie” verstaan de Internationale Maritieme Organisatie.
-
- wordt onder „secretaris-generaal” verstaan de secretaris-generaal van de organisatie.
Article 2. Bijlagen
De bijlagen bij dit Verdrag vormen een integrerend onderdeel van dit Verdrag.
Article 3. Toepassingsgebied
Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing:
- a. op schade veroorzaakt op het grondgebied, de territoriale zee daaronder begrepen, van een Staat die Partij is;
- b. op schade door milieuvervuiling veroorzaakt binnen de exclusieve economische zone van een Staat die Partij is, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, of, indien een Staat die Partij is een zodanige zone niet heeft vastgesteld, binnen een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van die Staat, door die Staat vastgesteld overeenkomstig het internationale recht en zich niet verder uitstrekkend dan 200 zeemijl van de basislijnen waarvandaan de breedte van zijn territoriale zee wordt gemeten;
- c. op schade, anders dan schade voor milieuvervuiling, veroorzaakt buiten het grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, van iedere Staat, indien deze schade is veroorzaakt door een stof vervoerd aan boord van een schip dat is geregistreerd in een Staat die Partij is of, in geval van een niet-geregistreerd schip, aan boord van een schip dat bevoegd is de vlag te voeren van een Staat die Partij is; en
- d. op preventieve maatregelen, waar ook genomen.
Artikel 4
Dit Verdrag is van toepassing op vorderingen, anders dan vorderingen uit hoofde van een overeenkomst tot het vervoer van goederen en passagiers, wegens schade voortvloeiende uit het vervoer van gevaarlijke en schadelijke stoffen over zee.
Dit Verdrag is niet van toepassing voorzover de bepalingen ervan onverenigbaar zijn met het recht dat toepasselijk is op arbeidsongevallen of met betrekking tot een stelsel voor sociale zekerheid.
Dit Verdrag is niet van toepassing:
- a. op schade door verontreiniging zoals omschreven in het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969, zoals gewijzigd, ongeacht of ten aanzien van die schade wel of geen schadevergoeding verschuldigd is ingevolge dat Verdrag; en
- b. op schade veroorzaakt door radioactieve materialen van klasse 7 bedoeld in de „International Maritime Dangerous Goods Code”, zoals gewijzigd, of in Aanhangsel B van de „Code of Safe Practice for Solid Bulk Cargoes”, zoals gewijzigd.
Behoudens het bepaalde in het vijfde lid, zijn de bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing op oorlogsschepen, ondersteuningsschepen van de marine of andere schepen die toebehoren aan of geëxploiteerd worden door een Staat en die in de betrokken periode uitsluitend worden gebruikt in overheidsdienst voor andere dan handelsdoeleinden.
Een Staat die Partij is kan besluiten dit Verdrag toe te passen op zijn oorlogsschepen of andere schepen bedoeld in het vierde lid, in welk geval hij de secretaris-generaal hiervan kennis geeft onder vermelding van de voorwaarden en modaliteiten van deze toepassing.
Met betrekking tot schepen die toebehoren aan een Staat die Partij is en die worden gebruikt voor handelsdoeleinden, kan elke Staat voor de in artikel 38 bedoelde gerechtelijke instanties worden gedaagd en ziet elke Staat af van verdediging op grond van zijn status als soevereine Staat.
Artikel 5
Een Staat kan op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, respectievelijk toetreding tot dit Verdrag, of op enig tijdstip daarna verklaren dat dit Verdrag niet van toepassing is op schepen:
- a. met een brutotonnage van ten hoogste 200 ton; en
- b. die uitsluitend gevaarlijke en schadelijke stoffen in verpakte vorm vervoeren; en
- c. terwijl zij reizen tussen havens of installaties van die Staat.
Wanneer twee naburige Staten overeenkomen dat dit Verdrag eveneens niet van toepassing is op schepen als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wanneer zij reizen tussen havens of installaties van die Staten, kunnen de betrokken Staten verklaren dat de uitsluiting van de toepassing van dit Verdrag ingevolge het eerste lid eveneens betrekking heeft op de in dit lid bedoelde schepen.
Elke Staat die een verklaring ingevolge het eerste of tweede lid heeft afgelegd, kan deze verklaring te allen tijde intrekken.
Een verklaring ingevolge het eerste of tweede lid, alsmede de intrekking daarvan ingevolge het derde lid, worden nedergelegd bij de secretaris-generaal die hiervan, na de inwerkingtreding van dit Verdrag, mededeling doet aan de directeur.
Wanneer een Staat een verklaring ingevolge het eerste of tweede lid heeft afgelegd en deze niet heeft ingetrokken, worden de gevaarlijke en schadelijke stoffen die worden vervoerd aan boord van schepen waarop dat lid van toepassing is, niet beschouwd als bijdragende lading voor de toepassing van de artikelen 18 en 20, artikel 21, vijfde lid, en artikel 43.
Het HNS-Fonds is niet gehouden een vergoeding te betalen vanwege schade veroorzaakt door stoffen vervoerd door een schip waarop het Verdrag krachtens een ingevolge het eerste of tweede lid gedane verklaring niet van toepassing is, voorzover:
- a. de schade bedoeld in artikel 1, zesde lid, onder a, b of c, is veroorzaakt:
- i. op het grondgebied, met inbegrip van de territoriale zee, van de Staat die de verklaring heeft gedaan, of in het geval van naburige Staten die een verklaring ingevolge het tweede lid hebben gedaan, van elk van hen; of
- ii. in de exclusieve economische zone, of in een gebied bedoeld in artikel 3, onder b, van de onder i bedoelde Staat of Staten;
- b. de schade de maatregelen omvat die zijn genomen ter voorkoming of beperking van deze schade.
Artikel 6. Verplichtingen van Staten die Partij zijn
Elke Staat die Partij is, draagt er zorg voor dat iedere verplichting ingevolge dit Verdrag wordt nagekomen en neemt de nodige maatregelen krachtens zijn wetgeving, met inbegrip van het opleggen van de door hem noodzakelijk geachte sancties, teneinde de daadwerkelijke nakoming van een verplichting te verwezenlijken.
HOOFDSTUK II. AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 7. Aansprakelijkheid van de eigenaar
De eigenaar op het tijdstip van een voorval is, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, aansprakelijk voor schade veroorzaakt door gevaarlijke en schadelijke stoffen in verband met het vervoer daarvan over zee aan boord van het schip, met dien verstande dat indien het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten met dezelfde oorsprong, de eigenaar op het tijdstip van het eerste feit aansprakelijk is.
De eigenaar is niet aansprakelijk indien hij bewijst dat:
- a. de schade het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard; of
- b. de schade geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van een derde, met het opzet schade te veroorzaken; of
- c. de schade geheel en al werd veroorzaakt door onzorgvuldigheid of een andere onrechtmatige handeling van een regering of andere autoriteit, verantwoordelijk voor het onderhoud van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die functie; of
- d. het nalaten door de vervoerder of enige andere persoon om gegevens te verstrekken omtrent de gevaarlijke en schadelijke aard van de vervoerde stoffen hetzij: mits noch de eigenaar, noch diens ondergeschikten of lasthebbers kennis hadden of redelijkerwijs hadden moeten hebben van de schadelijke en gevaarlijke aard van de vervoerde stoffen.
- i. geheel of ten dele de schade heeft veroorzaakt; of
- ii. heeft geleid tot het niet afsluiten door de eigenaar van de in artikel 12 bedoelde verzekering;
Indien de eigenaar bewijst dat de schade geheel of ten dele het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden, met het opzet schade te veroorzaken, of van de nalatigheid van die persoon, kan de eigenaar geheel of ten dele worden ontheven van de aansprakelijkheid tegenover die persoon.
Geen vordering tot vergoeding van schade kan tegen de eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met dit Verdrag.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.