Protocol betreffende de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer

Type Verdrag
Publication 1954-03-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen, vertegenwoordigd ter Europese Conferentie van Ministers van Verkeer, gehouden te Brussel van 13 t/m 17 October 1953;

Verlangend een werkwijze vast te stellen voor het nemen van doeltreffende maatregelen ter coördinatie en rationalisatie van het Europese verkeer te land en op de binnenwateren, voorzover van internationaal belang;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Europese Conferentie van Ministers van Verkeer

Bij dit Protocol wordt ingesteld een „Europese Conferentie van Ministers van Verkeer” (hierna te noemen de Conferentie).

Artikel 2. Samenstelling van de Conferentie

De Conferentie omvat:

Deze twee organen worden bijgestaan door een Administratief Secretariaat.

Artikel 3. Doelstellingen van de Conferentie

De doelstellingen van de Conferentie zijn:

Artikel 4. Leden en toegevoegde leden van de Conferentie
1.

Leden van de Conferentie zijn de partijen bij dit Protocol.

2.

Toegevoegde leden van de Conferentie zijn de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Regering van Canada, indien zij daartoe de wens te kennen geven, alsmede elke andere Regering, welker verzoek om toelating als toegevoegd lid eenstemmig door de Raad wordt ingewilligd.

3.

De toegevoegde leden kunnen zich bij alle vergaderingen van de Raad en de Commissie door waarnemers doen vertegenwoordigen. Alle Conferentie-stukken worden te hunner kennis gebracht.

Artikel 5. De Raad van Ministers

De Raad bestaat uit de Ministers, tot wier bevoegdheid in de Regering, waarvan zij deel uitmaken, het verkeer te land en op de binnenwateren behoort. Indien in een Regering verschillende vraagstukken van het verkeer te land en op de binnenwateren tot de bevoegdheid van twee of meer Ministers behoren, kunnen dezen aan het werk van de Raad deelhebben, met dien verstande evenwel, dat geen Regering, lid der Conferentie, in de Raad over meer dan één stem kan beschikken.

Artikel 6. De Commissie van Plaatsvervangers
1.

De Commissie bestaat uit ambtenaren, aangewezen naar de maatstaf van één plaatsvervanger voor elke Minister, met dien verstande, dat geen Regering, lid der Conferentie, in de Commissie over meer dan één stem kan beschikken.

2.

De Commissie heeft tot taak:

Artikel 7. Administratieve bepalingen

a). De administratieve zetel van de Conferentie is gevestigd te Parijs. De Raad vergadert daar, waar de administratieve zetel der Conferentie is gevestigd dan wel elders, al naar hij besluit. De Commissie vergadert als regel daar, waar de administratieve zetel van de Conferentie is gevestigd; zij kan elders vergaderen, indien de Raad daartoe besluit in overeenstemming met de betrokken Regering.

b). Het Administratieve Secretariaat vormt administratief een onderdeel van het Secretariaat van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, maar is, voor wat betreft zijn werkzaamheden, alleen ondergeschikt aan de Conferentie. De Administratieve Secretarissen worden benoemd met goedvinden van de Conferentie. Zij zijn belast met de redactie van de agenda, de verslagen en de notulen van de vergaderingen van de Raad en de Commissie. Zij stellen de besluiten van de Conferentie op schrift en zijn belast met het rondzenden der bescheiden en de bewaring van het archief der Conferentie.

Artikel 8. Beperkte groepen

a). Beperkte groepen kunnen worden gevormd ter bestudering en behandeling binnen het kader der Conferentie van vraagstukken, welke in het bijzonder voor sommige leden van belang zijn en begrepen zijn onder de doelstellingen der Conferentie.

b). De Raad wordt ingelicht omtrent de vorming van een beperkte groep en op de hoogte gehouden van het algemene verloop van haar werkzaamheden.

c). Het is de andere leden toegestaan de bestudering en behandeling in de beperkte groep te volgen, indien zij hun belangen daarbij betrokken achten, doch zij kunnen zich niet ertegen verzetten, dat deze bestudering en behandeling binnen het kader der Conferentie wordt voortgezet.

Artikel 9. Besluiten van de Conferentie

a). De binnen het bestek der Conferentie genomen besluiten worden ten uitvoer gelegd door de landen, welke ermede hebben ingestemd. De betrokken Ministers van Verkeer nemen daartoe elk voor zich, al naar gelang van hun nationale bevoegdheid, alle wenselijke maatregelen, of doen voorstellen tot zodanige maatregelen.

b). Indien het sluiten van een internationale overeenkomst van algemene of beperkte strekking noodzakelijk wordt geacht, verzoekt elke betrokken Minister van Verkeer zijn Regering, dat hem dan wel een of meer in het bijzonder daartoe aangewezen personen volmacht worde verleend tot het aangaan van zodanige internationale overeenkomst. Elke aldus tussen een beperkt aantal Regeringen, leden der Conferentie, tot stand gekomen internationale overeenkomst staat ter toetreding open voor de andere Regeringen, leden der Conferentie.

c). In bijzondere gevallen kan de Conferentie of een beperkte groep, ongeacht het hierboven onder a) en b) bepaalde, bij eenstemmigheid haar besluiten voorleggen aan een internationale organisatie, welke tot het nemen van besluiten bevoegd is, met het verzoek een dergelijk besluit als haar besluit over te nemen.

d). Elke Regering, lid der Conferentie maar niet aangesloten bij een internationale organisatie, welke overeenkomstig het hierboven onder c) bepaalde een besluit heeft genomen, kan de Conferentie kennis geven van haar bedoeling te handelen als ware zij door dat besluit gebonden.

Artikel 10. Financiële bepalingen

a). De Organisatie voor Europese Economische Samenwerking zal worden verzocht de salarissen en uitgaven van het Administratieve Secretariaat te haren laste te nemen en de voor een goede functionering der Conferentie vereiste materiële hulpmiddelen te verschaffen. Wanneer echter een der organen van de Conferentie elders vergadert dan waar haar zetel is gevestigd, draagt het ontvangende land de aan de vergadering verbonden kosten met uitzondering van de salarissen van het Administratieve Secretariaat, welke ten laste komen van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking.

b). De Regeringen, leden der Conferentie, welke geen lid zijn van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking, dragen in de onkosten der Conferentie bij overeenkomstig de bijzondere bepalingen, welke in overleg tussen deze Regeringen en de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking worden vastgesteld.

c). De toepassing van dit artikel alsmede van artikel 7 wordt in haar uitwerking nader geregeld in overleg tussen de Conferentie en de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking.

Artikel 11. Betrekkingen met de Internationale Organisaties

a). De Conferentie kan betrekkingen vestigen met de internationale, bovennationale, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties, welke bemoeiing hebben met het Europese verkeer te land en op de binnenwateren.

b). Indien zich in de Conferentie bijzondere vraagstukken van technische aard voordoen, welke een bijzondere bestudering kunnen vereisen, verzoekt de Raad dan wel de Commissie, zo dikwijls zulks mogelijk is en op de wijze, welke hun het meest doelmatig voorkomt, aan een bevoegde intergouvernementele of niet-gouvernementele internationale organisatie, welke bemoeiing heeft met het Europese verkeer te land en op de binnenwateren om de vereiste bestudering te verrichten. De Commissie legt haar, naar aanleiding van zodanige bestudering, genomen besluiten ter goedkeuring aan de Raad voor.

Artikel 12. Huishoudelijk Reglement
1.

De werkzaamheden der Conferentie worden beheerst door het als Bijlage bij dit Protocol gevoegde Huishoudelijk Reglement.

2.

Het Huishoudelijk Reglement kan worden herzien of aangevuld bij eenstemmig besluit van de Raad.

Artikel 13. Wijzigingen

Dit Protocol kan worden gewijzigd door de Raad, voorzover de Ministers daartoe eenstemmig besluiten en met volledige volmacht terzake van hun Regeringen zijn uitgerust. De wijzigingen treden in werking, zodra alle Regeringen, leden der Conferentie, deze hebben goedgekeurd.

Artikel 14. Ondertekening, bekrachtiging en inwerkingtreding
1.

Dit Protocol is te Brussel tot de eerste Mei 1954 opengesteld ter ondertekening voor alle Regeringen, welke waren vertegenwoordigd ter Europese Conferentie van Ministers van Verkeer, gehouden te Brussel van 13 t/m 17 October 1953.

2.

Elk van deze Regeringen kan partij worden bij dit Protocol:

3.

In het geval in dit artikel bedoeld onder 2b), worden de akten van bekrachtiging neder gelegd bij de Belgische Regering en gaat de bekrachtiging in op het tijdstip van nederlegging. De Belgische Regering stelt de hiervoor onder 1. bedoelde Regeringen in kennis van de nederlegging der akten van bekrachtiging.

4.

Dit Protocol treedt in werking, zodra tenminste zes Regeringen hetzelve definitief hebben goedgekeurd, hetzij door ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, hetzij door ondertekening, gevolgd door bekrachtiging. Voor elke Regering, welke dit Protocol na de inwerkingtreding ondertekent zonder voorbehoud van bekrachtiging of bekrachtigt, treedt hetzelve in werking op het tijdstip der ondertekening, onderscheidenlijk der bekrachtiging.

5.

De Regeringen, welke dit Protocol ondertekenen onder voorbehoud van bekrachtiging, verbinden zich niettemin teneinde vertraging te vermijden, hetzelve, in afwachting van de inwerkingtreding, met ingang van het tijdstip hunner ondertekening voorlopig toe te passen, voorzover de voor hen geldende grondwettelijke bepalingen zulks toelaten.

Artikel 15. Toetreding
1.

Elke Europese Regering, welke dit Protocol niet ondertekent, kan partij worden door toetreding, nadat haar verzoek om als partij te worden toegelaten bij eenstemmigheid door de Raad is ingewilligd.

2.

De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Belgische Regering en de toetreding gaat in op het tijdstip der nederlegging.

Artikel 16. Opzegging

Elke Regering, lid der Conferentie, kan dit Protocol met inachtneming van een termijn van zes maanden bij de Belgische Regering opzeggen; deze stelt daarvan de andere Regeringen, leden der Conferentie, in kennis.

Artikel 1. De Raad

a). De Raad kiest met meerderheid van stemmen van de aanwezige leden een Dagelijks Bestuur, bestaande uit een voorzitter en twee onder-voorzitters. Het Dagelijks Bestuur wordt in beginsel elk jaar gekozen en blijft in functie tot de aanwijzing van een nieuw Dagelijks Bestuur.

b). De aftredende voorzitter wordt als regel vervangen door de eerste onder-voorzitter van het voorafgaande jaar; deze laatste wordt vervangen door de tweede onder-voorzitter.

c). Indien een lid van het Dagelijks Bestuur tijdens de duur van zijn lidmaatschap aftreedt als Minister van Verkeer in de Regering waarvan hij deel uitmaakt, wordt hij automatisch vervangen door de Minister, die hem als zodanig opvolgt.

Artikel 2

De Raad vergadert in beginsel ten minste eenmaal per jaar en wordt door de voorzitter bijeengeroepen. Deze roept voorts de Raad bijeen, wanneer ten minste een derde gedeelte der leden zulks uitdrukkelijk verzoekt.

Artikel 3. De Commissie

Het Dagelijks Bestuur van de Commissie bestaat uit een voorzitter en twee onder-voorzitters. Ter verzekering van een nauwe band tussen het Dagelijks Bestuur van de Raad en dat van de Commissie, treden de voorzitter en de onder-voorzitters van de Commissie op onderscheidenlijk als plaatsvervangers van de voorzitter en van de onder-voorzitters van de Raad.

Artikel 4

De Commissie vergadert zo dikwijls zij zulks nodig oordeelt; zij vergadert in elk geval ter gelegenheid van elke zitting van de Raad. De voorzitter roept de Commissie eveneens bijeen op verzoek, dan wel met goedvinden, van tenminste een derde gedeelte van deszelfs leden.

Artikel 5

De vergaderingen van de Raad en de Commissie zijn niet openbaar, tenzij de Raad anders beslist.

Artikel 6. Beperkte groepen

De beperkte groepen, gevormd overeenkomstig artikel 8 van het Protocol, stellen zelf haar werkwijze vast.

Artikel 7. De agenda

a). Voor elke vergadering van de Raad of de Commissie stelt het betrokken Dagelijks Bestuur een voorlopige agenda op.

b). De agenda vermeldt als eerste punt de bespreking van de maatregelen, welke door de landen, leden der Conferentie, zijn genomen ter uitvoering van de besluiten der Conferentie.

c). De voorlopige agenda wordt tenminste zes weken voor de datum van elke zitting van de Raad en tenminste drie weken voor de datum van elke zitting van de Commissie aan alle leden verstrekt.

d). Bij de opening van elke zitting heeft elk lid het recht een punt op de voorlopige agenda te plaatsen. De agenda wordt vervolgens vastgesteld met meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.

Artikel 8. Stemmingen

Voorzover niet anders bepaald worden de besluiten van de Raad en de Commissie omtrent procedure-kwesties betreffende het verloop der werkzaamheden aangenomen met meerderheid van stemmen van de aanwezige leden.

Artikel 9. Quorum

Geen vergadering van de Raad of de Commissie kan doorgang vinden, wanneer niet tenminste twee derde gedeelte der leden tegenwoordig dan wel vertegenwoordigd is.

Artikel 10. Verslagen

Van elke vergadering van de Raad en de Commissie wordt een verslag samengesteld.

Artikel 11. Raadplegingen

Wanneer de Conferentie een vraagstuk behandelt, terzake waarvan een internationale organisatie bevoegd is, kan de Commissie met meerderheid van stemmen de nodige stappen ondernemen om de zienswijze van de betrokken organisatie in te winnen.

Artikel 12. Verdere bepalingen

Tenzij het Dagelijks Bestuur van de Raad of de Commissie anders bepaalt, worden de Conferentiestukken slechts ter kennis gebracht van de Regeringen der leden en toegevoegde leden.

Artikel 13

Het Dagelijks Bestuur van de Raad kan met goedvinden van de Raad perscommuniqué's uitgeven betreffende de werkzaamheden van de Conferentie.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Protocole.

Fait à Bruxelles, le 17 octobre 1953, en français et en anglais, les deux textes faisant également foi, en un seul exemplaire qui restera déposé aux archives du Gouvernement de la Belgique, qui en communiquera copie certifiée conforme à tous les gouvernements participants.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.