Overeenkomst betreffende de opneming van de Internationale Populierencommissie in het kader van de F.A.O
De overeenkomstsluitende staten,
Gelet op
de statuten van de Internationale Populierencommissie, opgericht in 1947 op voorstel van de Franse Regering na afloop van een in Parijs gehouden internationale populierenweek,
de bedoeling van de oprichters van de Internationale Populierencommissie deze te plaatsen onder auspiciën van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties,
de door de Conferentie van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties in haar negende zitting in Resolutie nr. 47/57 tot uitdrukking gebrachte inzichten betreffende de wenselijkheid om iedere onzekerheid te vermijden ten aanzien van de rechtspositie van de onder bescherming van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties staande lichamen en om de rechtsbetrekkingen die tussen deze lichamen en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties bestaan nauwkeurig te omschrijven, en
Opnieuw bevestigende
de wenselijkheid om de internationale samenwerking te bevorderen bij de bestudering van alle wetenschappelijke, technische, sociale en economische vraagstukken die betrekking hebben op de populierenteelt,
zijn het volgende overeengekomen:
Artikel I. Status
De Internationale Populierencommissie (hierna genoemd „de Commissie”) wordt opgenomen in het kader van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (hierna genoemd „de Organisatie”) en deze Overeenkomst, die voor dit doel is opgesteld, is onderworpen aan de bepalingen van artikel XIV van het Statuut van de Organisatie.
Artikel II. Leden
Leden van de Commissie zijn de Lid-Staten of Geassocieerde Leden van de Organisatie, die deze Overeenkomst volgens de bepalingen van artikel XIII daarvan aanvaarden.
De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
Artikel III. Taak
De Commissie heeft de volgende taak:
- (a). het bestuderen van de wetenschappelijke, technische, sociale en economische aspecten van de teelt van de populier en de wilg,
- (b). het bevorderen van de uitwisseling van denkbeelden en materiaal tussen onderzoekers, producenten en gebruikers,
- (c). het opstellen van programma's voor gezamenlijk onderzoek,
- (d). het bevorderen van het houden van congressen gecombineerd met studiereizen,
- (e). het uitbrengen van verslag, en het doen van aanbevelingen, Vergadering van de Organisatie door tussenkomst van de Directeur-Generaal van de Organisatie, en
- (f). het doen van aanbevelingen aan de nationale populierencommissies door tussenkomst van de Directeur-Generaal van de Organisatie en de betrokken regeringen.
Artikel IV. Instelling van nationale populierencommissies
De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
Artikel V. Zetel van de Commissie
De zetel van de Commissie is gevestigd te Rome ten hoofdkantore van de Organisatie.
Artikel VI. Zittingen
Iedere Lid-Staat van de Commissie wordt op de zittingen van de Commissie vertegenwoordigd door één enkele afgevaardigde, die zich kan doen vergezellen door een plaatsvervanger en door deskundigen en adviseurs. De plaatsvervangers, deskundigen en adviseurs kunnen aan de besprekingen van de Commissie deelnemen, maar zij brengen geen stem uit, behalve indien de plaatsvervanger naar behoren gemachtigd wordt de afgevaardigde te vervangen. Iedere Lid-Staat van de Commissie heeft één stem. De besluiten van de Commissie worden genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen, tenzij in deze Overeenkomst anders is bepaald. Het quorum wordt gevormd door de meerderheid van de Lid-Staten van de Commissie.
De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
De zittingen van de Commissie worden gehouden op een door de Commissie bepaalde plaats binnen het grondgebied van de Lid-Staten of op de plaats waar haar zetel is gevestigd.
De Commissie kiest bij de aanvang van iedere zitting uit de afgevaardigden een voorzitter en twee ondervoorzitters.
Er wordt voor de duur van de zitting een Bureau gevormd, dat bestaat uit de voorzitter en de twee ondervoorzitters van de zitting en de voorzitter en ondervoorzitter van het Bestuur.
Artikel VII. Bestuur
Er wordt een Bestuur van de Commissie ingesteld bestaande uit 12 leden en ten hoogste 5 gecoöpteerde leden.
De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
Teneinde zich van de medewerking van de nodige specialisten te verzekeren kan het Bestuur één tot vijf gecoöpteerde leden toelaten onder dezelfde voorwaarden als bepaald in lid 2. De ambtstermijn van de gecoöpteerde leden loopt af tegelijk met die van de gekozen leden.
In het tijdsverloop tussen de zittingen van de Commissie treedt het Bestuur namens haar op als haar uitvoerend orgaan. In het bijzonder doet het aan de Commissie voorstellen toekomen aangaande algemene richtlijnen voor de werkzaamheden en het werkprogramma van de Commissie, bestudeert technische vraagstukken en draagt zorg voor de uitvoering van het door de Commissie goedgekeurde programma.
Het Bestuur kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter.
De Directeur-Generaal van de Organisatie kan in overleg met de voorzitter van het Bestuur het Bestuur zo vaak bijeenroepen als nodig is. Het Bestuur komt ter gelegenheid van elke gewone zitting van de Commissie tezamen en vergadert ook tenminste éénmaal tussen twee zittingen van de Commissie in.
Het Bestuur brengt verslag uit aan de Commissie.
Artikel VIII. Secretaris
De Directeur-Generaal van de Organisatie benoemt uit de hogere ambtenaren van de Organisatie een secretaris van de Commissie, die verantwoordelijk is aan de Directeur-Generaal. De secretaris verricht hetgeen nodig is in verband met de werkzaamheden van de Commissie.
Artikel IX. Hulporganen
De Commissie kan, indien gewenst, subcommissies, comités of werkgroepen instellen onder voorbehoud dat de benodigde gelden beschikbaar zijn op het desbetreffende hoofdstuk van de door de Organisatie goedgekeurde begroting. Deze subcommissies, comités en werkgroepen worden door de Directeur-Generaal van de Organisatie, in overleg met de voorzitter van het desbetreffende orgaan, bijeengeroepen.
Van deze hulporganen kunnen deel uitmaken hetzij alle Lid-Staten van de Commissie, hetzij bepaalde Lid-Staten van de Commissie, hetzij particulieren die in hun persoonlijke hoedanigheid worden benoemd, al naar de Commissie beslist.
Artikel X. Uitgaven
De uitgaven die deelneming aan de zittingen van de Commissie of aan die van de hulporganen voor de afgevaardigden van de Lid-Staten van de Commissie en voor hun plaatsvervangers en adviseurs met zich medebrengt, alsmede de uitgaven van de waarnemers, worden door de desbetreffende regeringen of organisaties gedragen.
De uitgaven, die deelneming aan de vergaderingen van het Bestuur voor de leden van het Bestuur met zich medebrengt worden gedragen door de landen waarvan zij onderdaan zijn.
De uitgaven van personen die in persoonlijke hoedanigheid zijn uitgenodigd om zittingen van de Commissie bij te wonen of aan de werkzaamheden van de Commissie of van haar hulporganen deel te nemen worden door deze personen gedragen, tenzij hun is verzocht een bepaalde taak ten behoeve van de Commissie of van haar hulporganen uit te voeren.
De kosten van het secretariaat worden door de Organisatie gedragen.
Wanneer de Commissie of het Bestuur niet vergadert ter plaatse waar de zetel van de Commissie is gevestigd worden alle met die zitting in verband staande extra uitgaven door de regering van het ontvangende land gedragen. De uitgaven nodig voor de publikaties betreffende de zittingen van de Commissie, met uitzondering van de verslagen van deze zittingen, van het Bestuur en de hulporganen worden door de regering van het ontvangende land gedragen.
Artikel XI. Huishoudelijk reglement
De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.
Artikel XII. Wijzigingen
Deze Overeenkomst kan worden gewijzigd door de Commissie met goedkeuring van twee-derde van haar leden.
Voorstellen tot wijziging kunnen worden gedaan door elke Lid-Staat van de Commissie in een mededeling aan de Directeur-Generaal van de Organisatie, uiterlijk 120 dagen voor de opening van de zitting waarop het voorstel moet worden behandeld. De Directeur-Generaal van de Organisatie stelt de Lid-Staten van de Commissie onverwijld van alle wijzigingsvoorstellen in kennis.
Wijzigingen worden slechts van kracht nadat zij door de Vergadering van de Organisatie zijn goedgekeurd, en wel met ingang van de datum van goedkeuring. De Directeur-Generaal van de Organisatie stelt alle Lid-Staten van de Commissie, alle Lid-Staten en alle Geassocieerde Leden van de Organisatie, alsmede de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, op de hoogte van deze wijzigingen.
Wijzigingen die nieuwe verplichtingen voor de Lid-Staten van de Commissie met zich medebrengen worden voor elke afzonderlijke Lid-Staat slechts van kracht nadat zij door de betrokken Lid-Staat zijn aanvaard. De akten van aanvaarding van wijzigingen die nieuwe verplichtingen met zich medebrengen worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de Organisatie, die alle Lid-Staten van de Commissie, alle Lid-Staten en Geassocieerde Leden van de Organisatie, alsmede de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling doet van de ontvangst van deze aanvaardingen. De rechten en verplichtingen van de Lid-Staten van de Commissie die een wijziging die voor hen nieuwe verplichtingen met zich medebrengt, niet aanvaarden blijven gebaseerd op de bepalingen van deze Overeenkomst zoals die van kracht waren voor de desbetreffende wijziging.
Artikel XIII. Aanvaarding
De aanvaarding van deze Overeenkomst door een Lid-Staat of een Geassocieerd Lid van de Organisatie geschiedt door de nederlegging van een akte van aanvaarding bij de Directeur-Generaal van de Organisatie en wordt van kracht met ingang van het ogenblik van ontvangst van deze mededeling door de Directeur-Generaal.
De aanvaarding van deze Overeenkomst door staten die geen lid zijn van de Organisatie wordt van kracht met ingang van de datum waarop de Commissie hun verzoek tot toelating inwilligt overeenkomstig de bepalingen van artikel II van deze Overeenkomst.
De Directeur-Generaal van de Organisatie doet aan alle Lid-Staten van de Commissie, alle Lid-Staten en alle Geassocieerde Leden van de Organisatie, alsmede de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling van de aanvaardingen die van kracht zijn geworden.
De aanvaarding van deze Overeenkomst kan geschieden onder voorbehouden die slechts van kracht worden nadat zij door de Lid-Staten van de Commissie met eenparigheid van stemmen zijn goedgekeurd. De Directeur-Generaal van de Organisatie doet alle Lid-Staten van de Commissie onverwijld mededeling van de gemaakte voorbehouden. De Lid-Staten van de Commissie die niet binnen een periode van drie maanden te rekenen van de datum van deze mededeling af hebben geantwoord, worden geacht het voorbehoud te hebben aanvaard.
Artikel XIV. Territoriale toepassing
De Lid-Staten van de Commissie dienen op het ogenblik waarop zij deze Overeenkomst aanvaarden, uitdrukkelijk aan te geven voor welke gebiedsdelen deze aanvaarding van kracht is. Indien een zodanige verklaring achterwege wordt gelaten, worden zij geacht de Overeenkomst te hebben aanvaard voor alle gebieden waarvan de internationale betrekkingen door de desbetreffende Lid-Staat worden behartigd. Behoudens de bepalingen van lid 2 van Artikel XVI, kan de territoriale toepassing worden gewijzigd bij een latere verklaring.
Artikel XV. Uitlegging van de Overeenkomst en regeling van geschillen
Elk geschil over de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zal, indien het niet geregeld wordt door de Commissie, worden verwezen naar een comité waarin elk van de partijen bij het geschil één lid aanwijst en een onafhankelijke voorzitter, gekozen door genoemde leden van het comité. De aanbevelingen van het comité binden de betrokken partijen niet, doch deze dienen in het licht van de desbetreffende aanbevelingen de zaak waaruit het geschil ontstond opnieuw te bestuderen. Indien dit niet tot een beslechting van het geschil leidt, wordt dit verwezen naar het Internationale Gerechtshof overeenkomstig het statuut van het Hof, tenzij de bij het geschil betrokken partijen overeenkomen het op andere wijze te beslechten.
Artikel XVI. Uittreding
De Lid-Staten van de Commissie kunnen te allen tijde na het verstrijken van een periode van één jaar na de datum waarop zij deze Overeenkomst hebben aanvaard, mededeling doen van hun voornemen uit de Commissie te treden. Deze uittreding wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de Directeur-Generaal van de Organisatie de mededeling heeft ontvangen; hij doet alle Lid-Staten van de Commissie, alle Lid-Staten en alle Geassocieerde Leden van de Organisatie, alsmede de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, mededeling van de ontvangst van een dergelijke mededeling.
De Lid-Staat van de Commissie die de buitenlandse betrekkingen van meer dan één grondgebied behartigt dient, tegelijk met de mededeling van uittreding uit de Commissie, te verklaren op welk grondgebied of grondgebieden deze uittreding van toepassing zal zijn. Bij gebreke van een zodanige verklaring wordt de uittreding geacht betrekking te hebben op alle gebieden welker internationale betrekkingen door de desbetreffende Lid-Staat worden behartigd. Een Lid-Staat van de Commissie kan mededeling doen van de uittreding van één of meer grondgebieden waarvan de internationale betrekkingen door die Lid-Staat worden behartigd. De Lid-Staten van de Commissie die mededeling doen van hun uittreding uit de Organisatie worden geacht tegelijkertijd uit de Commissie te treden en deze uittreding wordt geacht van toepassing te zijn op alle grondgebieden waarvan de internationale betrekkingen door de desbetreffende Staat worden behartigd, met uitzondering van de Geassocieerde Leden.
Artikel XVII. Beëindiging
Deze Overeenkomst wordt geacht buiten werking te treden wanneer het aantal Lid-Staten van de Commissie minder dan 6 wordt, tenzij de Staten die partij blijven bij de Overeenkomst met eenparigheid van stemmen anders beslissen, onder voorbehoud van de goedkeuring van de Vergadering van de Organisatie. De Directeur-Generaal van de Organisatie doet alle Lid-Staten van de Commissie, alle Lid-Staten en alle Geassocieerde Leden van de Organisatie, alsmede de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling omtrent de buitenwerkingtreding van deze Overeenkomst.
Artikel XVIII. Inwerkingtreding
Deze Overeenkomst treedt in werking wanneer 12 Lid-Staten of Geassocieerde Leden van de Organisatie er partij bij zijn geworden door nederlegging van een akte van aanvaarding overeenkomstig de bepalingen van lid 1 van artikel XIII van deze Overeenkomst.
Voor de staten die reeds lid zijn van de Commissie en die partij worden bij deze Overeenkomst treden de bepalingen van deze Overeenkomst in de plaats van de statuten van de Internationale Populierencommissie, aangenomen tijdens de tweede zitting van de Commissie die van 20 tot 28 april 1948 in Italië is gehouden.
Artikel XIX. Authentieke talen
De Engelse, Franse en Spaanse teksten van deze Overeenkomst zijn gelijkelijk authentiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.