Administratieve Schikking voor de toepassing van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)

Type Verdrag
Publication 2007-02-23
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze Administratieve Schikking

Artikel 2. Modelformulieren - inlichtingen over de wetgevingen - handleidingen
1.

Het model van de formulieren en alle andere documenten welke voor de toepassing van het Verdrag en van deze Schikking nodig zijn worden door het Administratief Centrum vastgesteld in het Duits, het Frans en het Nederlands.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde documenten kunnen door andere documenten, die door het Administratief Centrum als gelijkwaardig zijn erkend, worden vervangen.

3.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van elke Verdragsluitende Partij kan het Administratief Centrum inlichtingen verzamelen betreffende de bepalingen van de wetgevingen waarop het Verdrag van toepassing is.

4.

Het Administratief Centrum kan handleidingen samenstellen met het doel de belanghebbenden voor te lichten over hun rechten en de administratieve formaliteiten welke zij dienen te vervullen.

Artikel 3. Bijlagen
1.

Bijlage 1 vermeldt de bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteiten van elke Verdragsluitende Partij.

2.

Bijlage 2 vermeldt de bevoegde organen van elke Verdragsluitende Partij.

3.

Bijlage 3 vermeldt de organen van de woonplaats en de organen van de verblijfplaats van elke Verdragsluitende Partij.

4.

Bijlage 4 vermeldt de door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen aangewezen verbindingsorganen.

5.

Bijlage 5 vermeldt de in artikel 4, eerste lid, sub b) en tweede lid en in artikel 42, tweede lid van deze Schikking bedoelde bepalingen.

6.

Bijlage 6 vermeldt de organen of instellingen welke door de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen zijn aangewezen krachtens artikel 18, eerste lid, artikel 25, artikel 56, artikel 63, tweede lid, artikel 65, artikel 66, artikel 67, artikel 68, tweede lid, artikel 70, tweede lid, artikel 71, tweede lid, artikel 74, tweede lid, artikel 76, tweede lid, artikel 79, eerste en tweede lid, alsmede artikel 83 van deze Schikking.

7.

Bijlage 7 vermeldt de betalingstijdvakken voor de gezins- en kinderbijslagen.

Artikel 4. Internationale bepalingen waarvoor deze schikking in de plaats treedt en internationale overeenkomsten die van kracht blijven
1.

Deze Schikking treedt in de plaats van:

2.

Bijlage 5 vermeldt tevens de bepalingen die gehandhaafd blijven in de betrekkingen tussen de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap.

TITEL II. TOEPASSING VAN TITEL I VAN HET VERDRAG (ALGEMENE BEPALINGEN)

Toepassing van artikel 8, tweede lid van het Verdrag

Artikel 5. Toelating tot de vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering
1.

Om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 8, tweede lid van het Verdrag, legt de rijnvarende aan het orgaan van de betrokken Verdragsluitende Partij een bewijsstuk over inzake de tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgeving van enige andere Verdragsluitende Partij zijn vervuld. Dit bewijsstuk wordt op verzoek van de rijnvarende of van bedoeld orgaan verstrekt door het orgaan of de organen, waarbij hij de betreffende tijdvakken heeft vervuld.

2.

Wanneer samentelling van tijdvakken van verzekering moet plaatsvinden om in aanmerking te komen voor toepassing van artikel 8, tweede lid van het Verdrag is artikel 6 van deze Schikking van overeenkomstige toepassing.

TITEL III. SAMENTELLING VAN TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING

Toepassing van de artikelen 15, 26, 32, 50 en 55 van het Verdrag

Artikel 6. Algemene regels betreffende de samentelling van tijdvakken
1.

In de gevallen, bedoeld in artikel 15, artikel 26, eerste en tweede lid, artikel 32, eerste en tweede lid, artikel 50 en artikel 55, eerste en tweede lid van het Verdrag, geschiedt de samenstelling van de tijdvakken van verzekering overeenkomstig de volgende regels:

2.

De tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens een stelsel van een Verdragsluitende Partij waarop het Verdrag niet van toepassing is, maar die in aanmerking worden genomen door een stelsel van dezelfde Partij waarop het Verdrag wel van toepassing is, worden beschouwd als tijdvakken van verzekering welke voor de samentelling in aanmerking dienen te worden genomen.

3.

Wanneer de tijdvakken van verzekering, vervuld krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, worden uitgedrukt in andere eenheden dan in de wetgeving van een andere Verdragsluitende Partij worden gebezigd, geschiedt de omrekening welke voor de samentelling nodig is volgens onderstaande regels:

Artikel 7. Het in aanmerking nemen van premies of bijdragen over tijdvakken van vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering

Wanneer krachtens artikel 6, eerste lid, sub b) van deze Schikking ingevolge de wetgeving van een Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van verzekering op grond van een vrijwillige of vrijwillig voortgezette verzekering bij invaliditeit, ouderdom of overlijden (pensioenen) voor de samentelling niet in aanmerking worden genomen, worden de op deze tijdvakken betrekking hebbende premies of bijdragen geacht bestemd te zijn tot verhoging van de krachtens deze wetgeving verschuldigde uitkeringen.

TITEL IV. TOEPASSING VAN TITEL III VAN HET VERDRAG

HOOFDSTUK 1. – ZIEKTE EN MOEDERSCHAP

Toepassing van artikel 15 van het Verdrag

Artikel 8. Bewijs betreffende tijdvakken van verzekering
1.

Om in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 15 van het Verdrag, legt de rijnvarende aan het bevoegde orgaan een bewijs over, waarin de tijdvakken van verzekering zijn vermeld welke zijn vervuld krachtens de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waaraan hij tevoren en laatstelijk onderworpen is geweest en verstrekt hij alle verdere inlichtingen welke op grond van de door dit orgaan toegepaste wetgeving vereist zijn.

2.

Het in het vorige lid bedoelde bewijs wordt op verzoek van de rijnvarende verstrekt door het voor de ziekteverzekering bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Partij aan de wetgeving waarvan hij tevoren en laatstelijk onderworpen is geweest. Wanneer de rijnvarende genoemd bewijs niet overlegt, verzoekt het bevoegde orgaan dit orgaan daarom.

3.

De voorgaande leden van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing indien het nodig is met de vroeger krachtens de wetgeving van enige andere Verdragsluitende Partij vervulde tijdvakken van verzekering rekening te houden om te kunnen voldoen aan de in de wetgeving van de bevoegde Staat gestelde voorwaarden.

Toepassing van artikel 16 van het Verdrag

Artikel 9. Verstrekkingen in geval van verblijf op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde staat - verklaring van de werkgever -
1.

Om voor zichzelf of voor zijn gezinsleden, die zich met hem aan boord van een in artikel 1, sub m) van het Verdrag bedoeld vaartuig bevinden, verstrekkingen te verkrijgen krachtens artikel 16, eerste lid, sub a)i) van het Verdrag, legt de in loondienst zijnde rijnvarende, die zich voor het vervullen van zijn dienstbetrekking op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde Staat bevindt, aan het orgaan van de verblijfplaats zo spoedig mogelijk een verklaring over welke door de werkgever of diens vertegenwoordiger is afgegeven in de loop van de kalendermaand van voorlegging of in de twee daaraan voorafgaande kalendermaanden. In deze verklaring wordt met name de datum vermeld sedert welke de belanghebbende voor rekening van bedoelde werkgever werkt, alsmede de naam en de plaats van vestiging van het bevoegde orgaan; indien de werkgever evenwel volgens de wetgeving van de bevoegde Staat niet wordt geacht het bevoegde orgaan te kennen, geeft bedoelde rijnvarende de naam en de plaats van vestiging van dit orgaan schriftelijk op wanneer de aanvraag bij het orgaan van de verblijfplaats wordt ingediend. Wanneer hij deze verklaring heeft overgelegd, wordt hij geacht te voldoen aan de voorwaarden voor het ingaan van het recht op verstrekkingen. Indien hij niet in staat is zich voor de medische behandeling tot het orgaan van de verblijfplaats te wenden, ontvangt hij niettemin deze behandeling op vertoon van bedoelde verklaring, alsof hij bij dat orgaan verzekerd was.

2.

Het orgaan van de verblijfplaats richt zich onverwijld tot het bevoegde orgaan, teneinde te vernemen of de belanghebbende of zijn gezinsleden, naar gelang van het geval, aan de voorwaarden voor het ingaan van het recht op verstrekkingen voldoen. Het is verplicht deze verstrekkingen te verlenen totdat antwoord van het bevoegde orgaan is ontvangen en ten hoogste gedurende dertig dagen.

3.

Het bevoegde orgaan zendt het orgaan van de verblijfplaats antwoord binnen tien dagen na ontvangst van het verzoek van dit orgaan. Indien dit antwoord bevestigend luidt, deelt het bevoegde orgaan in voorkomend geval de maximumduur mede waarover overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wetgeving verstrekkingen mogen worden toegekend en zet het orgaan van de verblijfplaats het verlenen van verstrekkingen voort.

4.

In plaats van de verklaring, bedoeld in het eerste lid van dit artikel kan de rijnvarende aan het orgaan van de verblijfplaats het in artikel 10, eerste lid van deze Schikking bedoelde bewijs overleggen. In dit geval zijn de voorgaande leden van dit artikel niet van toepassing.

5.

Bij opneming in een ziekenhuis bericht het orgaan van de verblijfplaats, zodra het zulks heeft vernomen, aan het bevoegde orgaan de datum van opneming in het ziekenhuis, de vermoedelijke verblijfsduur en de datum van ontslag. Deze mededeling behoeft evenwel niet te worden gedaan wanneer de kosten van de verstrekkingen met een vast bedrag worden vergoed aan het orgaan van de verblijfplaats of wanneer van vergoeding wordt afgezien.

6.

Het orgaan van de verblijfplaats stelt het bevoegde orgaan vooraf in kennis van iedere beslissing die betrekking heeft op het verlenen van belangrijke verstrekkingen. Het bevoegde orgaan kan in voorkomend geval hiertegen onder opgave van redenen binnen vijftien dagen, gerekend vanaf de verzending van deze mededeling, verzet aantekenen. Het orgaan van de verblijfplaats verleent de verstrekkingen als na het verstrijken van deze termijn geen verzet is aangetekend. In onmiskenbare spoedgevallen verleent het orgaan van de verblijfplaats de verstrekkingen onverwijld en stelt het het bevoegde orgaan hiervan onmiddellijk op de hoogte. Dit verzet onder opgave van redenen behoeft evenwel niet te worden aangetekend wanneer de kosten van de verstrekkingen met een vast bedrag worden vergoed aan het orgaan van de verblijfplaats of wanneer van vergoeding wordt afgezien.

7.

Het Administratief Centrum stelt de lijst op van de in het vorige lid bedoelde verstrekkingen.

Artikel 10. Verstrekkingen in geval van verblijf op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Partij dan de bevoegde staat - bewijs van het bevoegde orgaan -

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.