Overeenkomst tot oprichting van de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank
De landen namens welke deze Overeenkomst is ondertekend, komen overeen de Interamerikaanse Ontwikkelingsbank op te richten, die werkzaam zal zijn in overeenstemming met de volgende bepalingen:
Artikel I. DOEL EN TAKEN
Sectie 1. Doel
Het doel van de Bank is bij te dragen tot versnelling van het proces van economische en sociale ontwikkeling van de in ontwikkeling zijnde regionale lid-landen, zowel afzonderlijk als te zamen.
Sectie 2. Taken
- (a). Om aan haar doel te beantwoorden, vervult de Bank de volgende taken:
- (i). het bevorderen van kapitaalinvesteringen door de overheid en door particulieren voor ontwikkelingsdoeleinden;
- (ii). het gebruiken van haar eigen kapitaal, van door haar op geldmarkten verkregen fondsen, en van andere beschikbare middelen voor financiering van de ontwikkeling van de lid-landen, daarbij prioriteit verlenend aan die leningen en garanties die op de meest doeltreffende wijze bijdragen aan hun economische groei;
- (iii). het bevorderen van particuliere investeringen in projecten, ondernemingen en activiteiten die bijdragen aan de economische ontwikkeling en het aanvullen van particuliere investeringen wanneer particulier kapitaal niet beschikbaar is op redelijke voorwaarden;
- (iv). het samenwerken met de lid-landen ten einde hun ontwikkelingsbeleid te richten op een beter gebruik van hun middelen op een wijze die in overeenstemming is met het doel hun economieën meer complementair te maken en de regelmatige groei van hun buitenlandse handel te bevorderen; en
- (v). het verlenen van technische hulp bij de voorbereiding, financiering en tenuitvoerlegging van ontwikkelingsplannen en -projecten, met inbegrip van het bestuderen van prioriteiten en het opstellen van specifieke voorstellen voor projecten.
- (b). Bij het uitvoeren van haar taken werkt de Bank zoveel mogelijk samen met nationale en internationale instellingen alsmede met particuliere verschaffers van investeringskapitaal.
Artikel II. LIDMAATSCHAP EN KAPITAAL VAN DE BANK
Sectie 1. Lidmaatschap
- (a). De oorspronkelijke leden van de Bank zijn die leden van de Organisatie van Amerikaanse Staten die op de in artikel XV, sectie 1 (a) aangegeven datum het lidmaatschap van de Bank aanvaarden.
- (b). Het lidmaatschap staat open voor andere leden van de Organisatie van Amerikaanse Staten en voor Canada, de Bahama-eilanden en Guyana op de tijdstippen en de voorwaarden die de Bank kan bepalen. Niet-regionale landen die lid zijn van het Internationale Monetaire Fonds en Zwitserland kunnen eveneens worden toegelaten tot de Bank op de tijdstippen en krachtens de algemene regels die de Raad van Bestuur heeft vastgesteld. Zodanige algemene regels kunnen slechts worden gewijzigd bij besluit van de Raad van Bestuur met een twee derde meerderheid van het totaal aantal bestuurders, waaronder begrepen twee derde van de bestuurders van niet-regionale leden, die ten minste drie vierde van het totaal aantal stemmen van de lid-landen vertegenwoordigen.
Sectie 1A. Categorieën van middelen
De middelen van de Bank bestaan uit de in dit lid bedoelde gewone kapitaalmiddelen, de in artikel IIA bedoelde interregionale kapitaalmiddelen en de middelen van het in artikel IV ingestelde Fonds voor Speciale Operaties (hierna te noemen het Fonds).
Sectie 2. Gewoon maatschappelijk kapitaal
- (a). Het gewoon maatschappelijk aandelenkapitaal van de Bank bedraagt oorspronkelijk achthonderdvijftig miljoen dollar ($850.000.000) uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte geldende op 1 januari 1959 en wordt verdeeld in 85.000 aandelen, met een pari-waarde van $10.000 elk, waarop overeenkomstig sectie 3 van dit artikel door de leden kan worden ingeschreven.1)Noot van de Secretaris—Bij resoluties van verschillende data, waarvan de laatste van kracht werd op de datum waarop deze tekst werd gewaarmerkt, heeft de Raad van Bestuur het maatschappelijk kapitaal van de Bank verhoogd tot 8.465.810.000 V.S. dollars, van het gewicht en met het gehalte zoals boven vermeld (ter waarde van 10.212.673.000 dollars tegen de huidige wisselkoers), verdeeld in 846.581 aandelen. Deze resoluties hebben eveneens elders in de Overeenkomst vermelde dollarbedragen en aantallen aandelen betrekking hebbend op het gewoon maatschappelijk kapitaal gewijzigd.
- (b). Het gewoon maatschappelijk aandelenkapitaal wordt verdeeld in volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen. Aandelen met een tegenwaarde van vierhonderd miljoen dollar ($400.000.000) zullen volgestorte aandelen zijn, en aandelen ter waarde van vierhonderdvijftig miljoen dollar ($450.000.000) zullen niet-volgestorte aandelen zijn voor de doeleinden aangegeven in sectie 4 (a) (ii) van dit artikel.
- (c). Het onder letter (a) van dit lid bedoelde gewone kapitaal wordt verhoogd met vijfhonderd miljoen dollar ($500.000.000) uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959, met dien verstande dat:
- (i). de overeenkomstig sectie 4 van dit artikel vastgestelde betaaldatum voor alle inschrijvingen is verstreken; en
- (ii). de Raad van Bestuur, tijdens een zo spoedig mogelijk na de onder (i) van deze sectie bedoelde datum gehouden gewone of bijzondere vergadering, zijn goedkeuring heeft gehecht aan bovenvermelde verhoging van vijfhonderd miljoen dollar ($ 500.000.000) met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen.
- (d). De onder de voorgaande letter bedoelde kapitaalverhoging geschiedt in de vorm van niet-volgestort kapitaal.
- (e). Onverminderd het bepaalde onder de letters (c) en (d) van deze sectie en behoudens het bepaalde in artikel VIII, sectie 4 (b), kan het gewoon maatschappelijk kapitaal worden verhoogd wanneer de Raad van Bestuur zulks wenselijk acht en op een wijze die is overeengekomen met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, waaronder begrepen een twee derde meerderheid van de bestuurders van regionale leden.
- (f). Wanneer het interregionaal maatschappelijk aandelenkapitaal wordt verhoogd ingevolge artikel IIA, sectie 1 (c), en een lid maakt gebruik van de in artikel II, sectie 3 (f), voorziene keuzemogelijkheid, dan wordt het gewone aandelenkapitaal verhoogd met het bedrag dat nodig is om een zodanig lid in staat te stellen gebruik te maken van die keuzemogelijkheid en het voor inschrijving door dat lid beschikbare interregionale aandelenkapitaal wordt verminderd met een gelijk bedrag en wordt dienovereenkomstig geannuleerd.
Sectie 3. Inschrijving op aandelen
- (a). Ieder regionaal lid schrijft in op aandelen van het gewone kapitaal en niet-regionale leden kunnen daarop inschrijven overeenkomstig de onder letter (b) van dit lid gestelde voorwaarden alsmede op de voorwaarden die de Raad van Bestuur vaststelt. Het aantal aandelen waarop door de oorspronkelijke leden dient te worden ingeschreven, is vermeld in Bijlage A bij deze Overeenkomst waarin de verplichting van ieder lid ten aanzien van zowel het volgestorte als het niet-volgestorte kapitaal wordt omschreven. Het aantal aandelen waarop andere leden dienen in te schrijven, wordt door de Bank vastgesteld.
- (b). In geval van een verhoging van het gewone kapitaal ingevolge sectie 2, onder de letters (c) of (e) van dit artikel of van een verhoging van het interregionale kapitaal ingevolge artikel IIA, sectie 1 (c) of van een verhoging van zowel het gewone als het interregionale kapitaal, heeft ieder lid het recht, op de voorwaarden die de Bank bepaalt, in te schrijven voor een evenredig deel van het bedrag waarmee het kapitaal wordt verhoogd gelijkstaand met de verhouding waarin de aandelen waarvoor het reeds heeft ingeschreven staan tot het totale geplaatste kapitaal van de Bank. Geen lid zal echter verplicht zijn in te schrijven op een gedeelte van een zodanig verhoogd kapitaal.
- (c). De aandelen van het gewone aandelenkapitaal waarvoor de oorspronkelijke leden aanvankelijk hebben ingeschreven, worden uitgegeven a pari. Andere aandelen worden eveneens a pari uitgegeven tenzij de Bank onder bijzondere omstandigheden besluit ze op andere voorwaarden uit te geven.
- (d). De aansprakelijkheid van de lid-landen uit hoofde van hun aandelenbezit van het gewone kapitaal is beperkt tot het niet-betaalde gedeelte van de prijs van uitgifte.
- (e). De aandelen van het gewone kapitaal worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts aan de Bank overdraagbaar.
- (f). Ieder lid dat het recht heeft in te schrijven op het interregionale aandelenkapitaal van de Bank krachtens het bepaalde onder letter (b) van deze sectie, heeft de mogelijkheid dat recht terzijde te stellen en in plaats daarvan in te schrijven op een gelijk bedrag van het gewone aandelenkapitaal.
Sectie 4. Betaling der inschrijvingen
- (a). Betaling der inschrijvingen op het gewone kapitaal van de Bank ls vermeld in Bijlage A geschiedt als volgt:
- (i). Het door ieder land op het volgestorte kapitaal van de Bank ingeschreven bedrag wordt betaald in drie termijnen, waarbij de eerste betaling 20 procent van dat bedrag uitmaakt, en de tweede en derde elk 40 procent. De eerste termijn wordt door ieder land betaald op enig tijdstip op of na de datum waarop deze Overeenkomst namens dat land overeenkomstig artikel XV, sectie 1 is ondertekend en de akte van aanvaarding of bekrachtiging is nedergelegd, doch niet later dan 30 september 1960. De resterende twee termijnen worden betaald op de data die de Bank bepaalt, maar niet eerder dan onderscheidenlijk 30 september 1961 en 30 september 1962. Van iedere termijnbetaling wordt 50 procent betaald in goud en/of dollars en 50 procent in de valuta van het betrokken lid.
- (ii). Het niet-volgestorte deel van de inschrijving op gewone kapitaalaandelen van de Bank kan slechts worden gevorderd wanneer de Bank dit nodig heeft om te voldoen aan haar verplichtingen aangegaan krachtens artikel III, sectie 4 (ii) en (v), uit hoofde van het lenen van fondsen voor toevoeging aan de gewone kapitaalmiddelen van de Bank of van ten laste van die middelen komende garanties. In geval van een zodanige vordering kan de betaling naar keuze van het lid geschieden in goud, in VS dollars, of in de valuta die nodig is om te voldoen aan de verplichtingen van de Bank die aanleiding zijn tot het verzoek tot storting. Verzoeken tot storting op niet-betaalde inschrijvingen dienen een gelijk percentage van alle aandelen te betreffen.
- (b). Elke betaling door een lid in diens eigen valuta gedaan ingevolge het bepaalde onder letter (a) (i) van deze sectie beloopt het bedrag dat de Bank acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeelte van de inschrijving dat wordt betaald, uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959. De aanvankelijke betaling beloopt het bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt aangepast op de wijze die de Bank nodig oordeelt ten einde de volledige tegenwaarde in dollars zoals bedoeld in dit lid te vormen, en wel binnen 60 dagen na de datum waarop de betaling was verschuldigd.
- (c). Tenzij anders bepaald door de Raad van Bestuur met een drie vierde meerderheid van het totaal aantal stemmen van de lid-landen, is de verplichting van leden tot betaling van de tweede en de derde termijn van het volgestorte deel van hun inschrijvingen op het aandelenkapitaal afhankelijk van de betaling van ten minste 90 procent van de totale verplichtingen van de leden verschuldigd voor:
- (i). respectievelijk de eerste en de tweede termijn van het volgestorte deel van de inschrijvingen; en
- (ii). de aanvankelijke betaling en alle voorgaande verzoeken tot betaling van de inschrijvingsquota's op het Fonds.
Sectie 5. Gewone kapitaalmiddelen
In deze Overeenkomst wordt onder de term „gewone kapitaalmiddelen” van de Bank verstaan:
- (i). het gewoon maatschappelijk kapitaal, zowel de volgestorte als de niet-volgestorte aandelen omvattende, ingeschreven ingevolge sectie 2 en sectie 3 van dit artikel;
- (ii). alle fondsen verkregen uit leningen aangegaan krachtens de in artikel VII, sectie 1 (i), verleende bevoegdheid, waarop de verplichting genoemd in sectie 4 (a) (ii) van dit artikel van toepassing is;
- (iii). alle fondsen ontvangen als terugbetaling van leningen die zijn verstrekt met de onder (i) en (ii) van deze sectie aangeduide middelen;
- (iv). alle inkomsten afkomstig van leningen uit bovengenoemde fondsen of van garanties waarop de verplichting genoemd in sectie 4 (a) (ii) van dit artikel van toepassing is; en
- (v). alle andere inkomsten uit enige van de bovenvermelde middelen.
Artikel IIA. INTERREGIONAAL KAPITAAL VAN DE BANK
Sectie 1. Interregionaal maatschappelijk kapitaal
- (a). Het oorspronkelijk interregionaal maatschappelijk kapitaal van de Bank bedraagt vierhonderdtwintig miljoen dollar ($ 420.000.000) uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959 en wordt verdeeld in 42.000 aandelen, met een pari-waarde van $ 10.000 elk, waarop overeenkomstig sectie 2 van dit artikel door de leden kan worden ingeschreven.
- (b). Het interregionaal maatschappelijk kapitaal wordt verdeeld in volgestorte aandelen en niet-volgestorte aandelen. Van het oorspronkelijk interregionaal maatschappelijk kapitaal wordt de tegenwaarde van zeventig miljoen dollar ($ 70.000.000) gevormd door volgestorte aandelen en driehonderdvijftig miljoen dollar ($ 350.000.000) wordt gevormd door niet-volgestorte aandelen voor de doeleinden aangegeven in sectie 3 (c) van dit artikel.
- (c). Behoudens de bepalingen van artikel VIII, sectie 4 (b), kan het interregionaal maatschappelijk kapitaal worden verhoogd wanneer de Raad van Bestuur zulks wenselijk acht en op een wijze die is overeengekomen met een twee derde meerderheid van het totaal aantal bestuurders, waaronder begrepen twee derde van de bestuurders van regionale leden, die ten minste drie vierde van het totaal aantal stemmen van de lid-landen vertegenwoordigen.
- (d). Wanneer het gewoon maatschappelijk kapitaal wordt verhoogd ingevolge artikel II, sectie 2 (e), en een lid maakt gebruik van de in artikel IIA, sectie 2 (g), voorziene keuzemogelijkheid, dan wordt het interregionaal kapitaal verhoogd met het bedrag dat nodig is om een zodanig lid in staat te stellen gebruik te maken van die keuzemogelijkheid en de voor inschrijving door dat lid beschikbare gewone kapitaalaandelen worden verminderd met een gelijk bedrag en worden dienovereenkomstig geannuleerd.
Sectie 2. Inschrijving op aandelen van interregionaal kapitaal
- (a). Ieder niet-regionaal lid schrijft in op aandelen van het interregionaal aandelenkapitaal en regionale leden kunnen daarop inschrijven overeenkomstig de in artikel II, sectie 3 (b) gestelde voorwaarden, alsmede op de voorwaarden die de Raad van Bestuur vaststelt, behoudens de bepalingen van dit lid.
- (b). Het aantal aandelen van volgestort en niet-volgestort interregionaal aandelenkapitaal waarop ieder oorspronkelijk niet-regionaal lid inschrijft, wordt bepaald door de Bank. De Bank bepaalt de inschrijving alsmede de wijze van betaling daarvan, van een nieuw niet-regionaal lid, daarbij de voorwaarden van de bestaande inschrijvingen in aanmerking nemend.
- (c). Regionale leden kunnen inschrijven op het interregionaal aandelenkapitaal op de voorwaarden die de Bank bepaalt, daarbij de voor inschrijvingen door niet-regionale leden vastgestelde voorwaarden in aanmerking nemend.
- (d). De aandelen van het oorspronkelijk interregionaal maatschappelijk kapitaal worden uitgegeven a pari. Andere aandelen worden uitgegeven a pari tenzij de Bank onder bijzondere omstandigheden besluit ze op andere voorwaarden uit te geven.
- (e). De aansprakelijkheid van de lid-landen uit hoofde van hun interregionaal aandelenbezit is beperkt tot het niet-betaalde gedeelte van de prijs van uitgifte.
- (f). De aandelen van het interregionaal kapitaal worden op generlei wijze verpand of bezwaard en zijn slechts aan de Bank overdraagbaar.
- (g). Ieder lid dat het recht heeft in te schrijven op het gewone kapitaal van de Bank krachtens artikel II, sectie 3 (b), heeft de mogelijkheid dat recht terzijde te stellen en in plaats daarvan in te schrijven op een gelijk bedrag van het interregionaal aandelenkapitaal.
Sectie 3. Betaling der inschrijvingen op interregionaal kapitaal
- (a). Betaling van het door ieder lid op het volgestort interregionaal kapitaal ingeschreven bedrag geschiedt volledig in de valuta van het onderscheiden lid dat ten genoegen van de Bank maatregelen treft ten einde te verzekeren dat, behoudens de bepalingen van artikel V, sectie 1 (c), zijn valuta vrij inwisselbaar is in de valuta's van andere landen, zulks ten behoeve van de werkzaamheden van de Bank.
- (b). Elke betaling door een lid krachtens het bepaalde onder letter (a) van deze sectie beloopt het bedrag dat de Bank acht gelijkwaardig te zijn aan de volledige waarde van het gedeelte van de inschrijving dat wordt betaald, uitgedrukt in VS dollars van het gewicht en met het gehalte zoals deze golden op 1 januari 1959. De aanvankelijke betaling beloopt het bedrag dat het lid op grond van deze bepalingen juist acht, doch wordt aangepast op de wijze die de Bank nodig oordeelt ten einde de volledige tegenwaarde in dollars zoals bepaald in deze sectie te vormen, en wel binnen 60 dagen na de datum waarop de betaling was verschuldigd.
- (c). Het niet-volgestorte deel van de inschrijving op interregionale kapitaalaandelen van de Bank kan slechts worden gevorderd wanneer de Bank dit nodig heeft om te voldoen aan haar verplichtingen aangegaan krachtens artikel III, sectie 4 (iv) en (v), uit hoofde van het lenen van fondsen voor toevoeging aan de interregionale kapitaalmiddelen van de Bank of van ten laste van die middelen komende garanties. In geval van een zodanige vordering kan de betaling naar keuze van het lid geschieden in volledig inwisselbare valuta van een lid-land of in de valuta die nodig is om te voldoen aan de verplichtingen van de Bank die aanleiding zijn tot het verzoek tot storting. Verzoeken tot storting op niet-betaalde inschrijvingen van interregionaal niet-volgestort kapitaal dienen een gelijk percentage van alle zodanige aandelen te betreffen.
Sectie 4. Interregionale kapitaalmiddelen
In deze Overeenkomst wordt onder de term „interregionale kapitaalmiddelen” van de Bank verstaan:
- (i). het interregionaal maatschappelijk kapitaal, zowel de volgestorte als de niet-volgestorte aandelen omvattende, ingeschreven ingevolge sectie 2 van dit artikel;
- (ii). alle fondsen verkregen uit leningen aangegaan krachtens de in artikel VII, sectie 1 (i) verleende bevoegdheid, waarop de verplichting bedoeld in sectie 3 (c) van dit artikel van toepassing is;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.