Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw

Type Verdrag
Publication 1955-06-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationle Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar vier en dertigste zitting op 6 Juni 1951,

Besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende methoden tot vaststelling van minimumlonen in de landbouw, welk onderwerp het achtste punt van de agenda der zitting vormt,

Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal Verdrag,

neemt heden, de acht en twintigste Juni negentienhonderd een en vijftig, het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimumlonen (landbouw), 1951”:

Artikel 1
1.

Elk Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie, dat dit Verdrag bekrachtigt, verbindt zich tot het scheppen of in stand houden van doeltreffende methoden, waardoor minimum-loon normen vastgesteld kunnen worden voor werknemers in landbouwbedrijven en aanverwante beroepen.

2.

Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, zal vrij zijn om na overleg met de meest representatieve betrokken organisaties van werkgevers en werknemers, waar deze bestaan, te bepalen op welke bedrijven, beroepen en categorieën van personen de in het vorige lid genoemde methoden tot vaststelling van minimum-lonen toegepast zullen worden.

3.

De bevoegde autoriteit kan categorieën van personen wier dienstbetrekking de bepalingen van dit Verdrag geheel of gedeeltelijk niet op hen van toepassing doet zijn, zoals gezinsleden van de landbouwer die bij hem in dienst zijn, uitsluiten van de toepassing van bedoelde bepalingen.

Artikel 2
1.

Nationale wetten of regelingen, collectieve arbeidsovereenkomsten of arbitrale vonnissen kunnen toestaan, dat minimum-lonen gedeeltelijk in natura uitgekeerd worden in gevallen waarin deze wijze van betaling gebruikelijk of wenselijk is.

2.

In gevallen waarin het toegestaan is dat minimum-lonen gedeeltelijk in natura uitgekeerd worden, dienen doeltreffende maatregelen genomen te worden om te waarborgen dat:

Artikel 3
1.

Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, zal vrij zijn in zijn beslissing ten aanzien van aard en vorm van de methoden tot vaststelling van minimum-lonen en van methoden, die voor de tenuitvoerlegging gevolgd zullen worden, behoudens de in de volgende leden genoemde voorbehouden.

2.

Alvorens een beslissing genomen wordt dient vooraf volledig overleg gepleegd te worden met de meest representatieve betrokken organisaties van werkgevers en werknemers, waar deze bestaan, en met iedere andere persoon, die door beroep of functies in het bijzonder bevoegd is en wiens raadpleging de bevoegde autoriteit nuttig oordeelt.

3.

De betrokken werkgevers en werknemers dienen deel te nemen aan de tenuitvoerlegging van de methoden tot vaststelling van minimum-lonen, of wel geraadpleegd te worden of het recht te hebben om gehoord te worden, op zodanige wijze als en voor zover bepaald moge worden door nationale wetten en regelingen, maar in elk geval op een basis van volledige gelijkheid.

4.

Minimum-loon tarieven, die vastgesteld zijn, dienen bindend te zijn voor de betrokken werkgevers en werknemers, zodat zij niet verlaagd kunnen worden.

5.

De bevoegde autoriteit kan, zo nodig, afwijkingen van de minimum-loon tarieven toestaan in bijzondere gevallen ten einde een beperking van de werkgelegenheid voor lichamelijk of geestelijk onvolwaardigen te voorkomen.

Artikel 4
1.

Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, dient de nodige maatregelen te nemen om te waarborgen dat de betrokken werkgevers en werknemers op de hoogte zijn van de geldende minimum-loon tarieven en dat geen lagere lonen uitbetaald worden in gevallen waar deze tarieven toepasselijk zijn; deze maatregelen dienen het voorzien in toezicht, inspectie en dwangmaatregelen te omvatten voorzover zulks nodig en doeltreffend is in de omstandigheden, die in de landbouw heersen in het betrokken land.

2.

Een werknemer, op wie de minimum-loon tarieven van toepassing zijn en die een lager loon dan volgens deze tarieven ontvangen heeft, dient gerechtigd te zijn om het te weinig ontvangene alsnog te verkrijgen langs gerechtelijke of een andere geschikte weg, behoudens de tijdsbeperking die door de nationale wetten of regelingen kan worden vastgesteld.

Artikel 5

Elk Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, dient elk jaar aan het Internationaal Arbeidsbureau een algemene uiteenzetting te zenden, die de methoden en de resultaten van de toepassing van de methoden en, in beknopte vorm, de beroepen en bij benadering de aantallen der betrokken werknemers, de vastgestelde minimum-loon tarieven en — in voorkomende gevallen — de belangrijkste andere maatregelen, die in verband met de minimum-loon tarieven getroffen zijn, vermeldt.

Artikel 6

De formele bekrachtigingen van dit Verdrag zullen worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden geregistreerd.

Artikel 7
1.

Dit Verdrag zal slechts verbindend zijn voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, wier bekrachtiging door de Directeur-Generaal is geregistreerd.

2.

Dit Verdrag zal in werking treden twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.

3.

Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder der Leden in werking treden twaalf maanden na de datum, waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 8
1.

Verklaringen, gezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig lid 2 van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven:

2.

De verplichtingen, bedoeld onder a en b van het eerste lid van dit artikel, zullen geacht worden een integrerend deel van de bekrachtiging uit te maken en zullen dezelfde rechtskracht hebben.

3.

Elk Lid kan te allen tijde bij een nadere verklaring geheel of gedeeltelijk afstand doen van enig voorbehoud, krachtens het bepaalde onder b, c of d van het eerste lid van dit artikel vervat in zijn oorspronkelijke verklaring.

4.

Elk Lid kan op elk tijdstip waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 kan worden opgezegd, aan de Directeur-Generaal een verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de toestand ten aanzien van bepaalde aangegeven gebieden medegedeeld wordt.

Artikel 9
1.

Verklaringen, gezonden, aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau overeenkomstig de leden 4 of 5 van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, moeten aangeven of de bepalingen van het Verdrag al of niet gewijzigd zullen worden toegepast in het betrokken gebied; indien de verklaring aangeeft dat de bepalingen van het Verdrag met wijzigingen zullen worden toegepast moet zij bijzonderheden van de genoemde wijzigingen geven.

2.

Het betrokken Lid, dan wel de betrokken Leden of internationale autoriteit kunnen te allen tijde bij een latere verklaring geheel of gedeeltelijk afstand doen van het recht om een beroep te doen op een wijziging, in een vorige verklaring medegedeeld.

3.

Het betrokken Lid, dan wel de betrokken Leden of internationale autoriteit kunnen op elk tijdstip, waarop dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 opgezegd kan worden, aan de Directeur-Generaal een verklaring doen toekomen, waarbij in enig ander opzicht de inhoud van een vorige verklaring gewijzigd wordt en de huidige toestand ten aanzien van de toepassing van het Verdrag medegedeeld wordt.

Artikel 10
1.

Een Lid, dat dit Verdrag bekrachtigd heeft, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum, waarop dit Verdrag in werking is getreden, middels een verklaring, toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze geregistreerd. De opzegging treedt eerst in werking een jaar nadat zij is geregistreerd.

2.

Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren, bedoeld in het vorig lid, gebruik maakt van het recht tot opzegging, voorzien in dit artikel, zal voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden zijn en zal daarna dit Verdrag kunnen opzeggen na verloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.

Artikel 11
1.

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau dient aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie kennis te geven van de registratie van alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen, welke hem door de Leden der Organisatie zijn medegedeeld.

2.

Bij de kennisgeving van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging aan de Leden der Organisatie dient de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden te vestigen op de datum, waarop het Verdrag in werking zal treden.

Artikel 12

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen, verklaringen en opzeggingen, welke hij geregistreerd heeft overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen, doen toekomen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel 13

De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau dient, wanneer hij zulks nodig moge oordelen, verslag uit te brengen aan de Algemene Conferentie over de toepassing van dit Verdrag en te onderzoeken of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening op de agenda der Conferentie te plaatsen.

Artikel 14
1.

Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, dan zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

2.

Het onderhavige Verdrag zal echter in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht blijven voor die Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Artikel 15

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.