Administratief Akkoord met betrekking tot de wijze van toepassing van het op 11 mei 1977 te Belgrado ondertekende Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië

Type Verdrag
Publication 1979-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Ter uitvoering van de artikelen 17, tweede lid, 35, eerste lid, en 36 van het op 11 mei 1977 te Belgrado ondertekende Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië (hierna aangeduid met de term „Verdrag”), hebben de bevoegde Nederlandse en Joegoslavische autoriteiten, te weten:

de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en de Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne en

de President van het Federaal Comité van Arbeid en Werkgelegenheid, in naam van het Federaal Comité van Arbeid en Werkgelegenheid,

in gemeen overleg de volgende bepalingen vastgesteld:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Akkoord hebben de in artikel 1 van het Verdrag omschreven termen de hun in genoemd artikel toegekende betekenis.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Akkoord worden als verbindingsorganen aangewezen:

Artikel 3
1.

In het in artikel 8, letter a) van het Verdrag bedoelde geval reikt de hierna genoemde instelling van het land, waarvan de wetgeving van toepassing blijft, de werknemer op verzoek een detacheringsbewijs uit waarin wordt verklaard dat hij aan de wetgeving van dit land onderworpen blijft.

2.

Dit bewijsstuk wordt opgemaakt:

3.

Het bewijs moet, zo nodig, door de vertegenwoordiger van de werkgever in het andere land, indien er een zodanige vertegenwoordiger is, of anders door de werknemer zelf worden overgelegd.

4.

Wanneer verscheidene werknemers tegelijkertijd het land van de plaats, waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, verlaten teneinde gezamenlijk in het andere land te gaan werken en tegelijkertijd in het eerste land terug te keren, kan met één bewijsstuk voor alle werknemers worden volstaan.

Artikel 4

De werknemer die overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Verdrag zijn keuzerecht uitoefent, deelt dit, door tussenkomst van zijn werkgever, mede aan de in artikel 3, tweede lid, aangewezen instelling van het land voor de wetgeving waarvan hij heeft gekozen. Deze instelling stelt de instelling van het andere land hiervan in kennis.

De keuze wordt van kracht op de datum van inwerkingtreding van het Verdrag of op de datum waarop de werknemer door de diplomatieke zending of consulaire post of in persoonlijke dienst van ambtenaren van deze zending of post wordt aangesteld.

TITEL II. BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. Prestaties bij ziekte en moederschap

Artikel 5

Voor de toepassing van dit Hoofdstuk wordt onder „orgaan van de woonplaats” en „orgaan van de verblijfplaats” verstaan:

Artikel 6
1.

Om in aanmerking te komen voor samentelling van tijdvakken van verzekering in de in artikel 11, eerste lid, van het Verdrag bedoelde gevallen, dient de werknemer aan het bevoegde orgaan van het land waarheen hij zich heeft begeven, een verklaring over te leggen met betrekking tot de tijdvakken van verzekering, welke zijn vervuld krachtens de wettelijke regeling waaraan hij onmiddellijk voor de datum van zijn laatste aankomst in het eerstbedoelde land onderworpen is geweest.

2.

De verklaring wordt op verzoek van de werknemer verstrekt:

Indien de werknemer de verklaring niet overlegt, verzoekt het bevoegde orgaan genoemd orgaan van het andere land daarom.

3.

Indien aan de in artikel 12, eerste lid, van het Verdrag bedoelde werknemer voor hemzelf of voor een van zijn gezinsleden recht is toegekend op prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang of andere belangrijke verstrekkingen door het bevoegde orgaan van het land waar de werknemer laatstelijk vóór zijn aankomst in het andere land was verzekerd, komen deze verstrekkingen voor rekening van dit orgaan, zelfs indien zij in feite na zijn vertrek worden verleend.

Artikel 7

Om in aanmerking te komen voor verstrekkingen richt de in artikel 12, tweede lid, van het Verdrag bedoelde werknemer een verzoek tot het orgaan van de woonplaats. Dit orgaan verzoekt het bevoegde orgaan om toezending van een verklaring, waaruit blijkt dat hij recht op verstrekkingen heeft en dat de kosten van deze verstrekkingen voor rekening van het laatstbedoelde orgaan komen. Tevens vermeldt deze verklaring de maximumduur waarover de verstrekkingen mogen worden verleend.

Artikel 8
1.

Om gedurende een tijdelijk verblijf in het andere dan het bevoegde land in aanmerking te komen voor verstrekkingen, eventueel met inbegrip van opname in een ziekenhuis, legt de in artikel 13, eerste lid, van het Verdrag bedoelde werknemer aan het orgaan van de verblijfplaats een door het bevoegde orgaan, zo mogelijk vóór de aanvang van zijn tijdelijk verblijf in bedoeld land, afgegeven verklaring over, waaruit blijkt, dat hij recht heeft op deze verstrekkingen. In deze verklaring wordt met name de duur vermeld waarover verstrekkingen mogen worden verleend. Indien de werknemer deze verklaring niet overlegt, verzoekt het orgaan van de verblijfplaats het bevoegde orgaan daarom.

2.

Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden gedurende hun tijdelijk verblijf in het andere dan het bevoegde land.

3.

Het eerste lid is eveneens van toepassing in de in de artikelen 8 en 9, tweede lid, van het Verdrag bedoelde gevallen.

Artikel 9
1.

Bij opneming in een ziekenhuis in de gevallen bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, en 13, eerste en zesde lid, van het Verdrag geeft het orgaan van de woon- of verblijfplaats zo snel mogelijk aan het bevoegde orgaan kennis van de datum van opneming in een ziekenhuis of andere geneeskundige inrichting, van de vermoedelijke duur van opneming alsmede van de datum van ontslag.

2.

Ter verkrijging van de machtiging waarvan het verlenen van de in artikel 13, vierde lid, van liet Verdrag bedoelde verstrekkingen afhankelijk is, richt het orgaan van de woon- of verblijfplaats een verzoek tot het bevoegde orgaan.

Wanneer deze verstrekkingen in onmiskenbare spoedgevallen zonder machtiging van het bevoegde orgaan moeten worden verleend, stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats bedoeld orgaan hiervan onmiddellijk op de hoogte.

De bevoegde verbindingsorganen stellen de lijst van verstrekkingen samen, waarop artikel 13, vierde lid, van het Verdrag van toepassing is.

Artikel 10
1.

Om in het land van zijn nieuwe woonplaats recht op verstrekkingen te behouden, dient de in artikel 13, tweede lid, van het Verdrag bedoelde werknemer aan het orgaan van zijn nieuwe woonplaats een verklaring over te leggen, waarbij het bevoegde orgaan hem toestaat na de overbrenging van zijn woonplaats het recht op verstrekkingen te behouden. Bedoeld orgaan geeft in deze verklaring eventueel de maximumduur aan waarover volgens de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling verstrekkingen mogen worden verleend.

Het bevoegde orgaan kan op verzoek van de werknemer of van het orgaan van zijn nieuwe woonplaats, de verklaring ook na de overbrenging van de woonplaats van de werknemer uitreiken, wanneer deze om gerechtvaardigde redenen niet tevoren kon worden opgesteld.

2.

Wat betreft het verlenen van verstrekkingen door het orgaan van de nieuwe woonplaats, is artikel 9 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11
1.

Om in het land van hun woonplaats in aanmerking te komen voor verstrekkingen, dienen de in artikel 14, eerste lid, van het Verdrag bedoelde gezinsleden zich bij het orgaan van hun woonplaats te laten inschrijven onder overlegging van de volgende bewijsstukken:

2.

Het orgaan van de woonplaats deelt aan het bevoegde orgaan mede welke gezinsleden recht hebben op verstrekkingen krachtens de door eerstbedoeld orgaan toegepaste wettelijke regeling.

3.

De werknemer en diens gezinsleden dienen het orgaan van de woonplaats van laatstgenoemden in kennis te stellen van iedere verandering in hun omstandigheden, waardoor het recht op verstrekkingen voor de gezinsleden kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere beëindiging of verandering van dienstbetrekking van de werknemer of iedere overbrenging van de woon- of verblijfplaats van hemzelf of van een gezinslid.

4.

Het orgaan van de woonplaats verleent zijn goede diensten aan het bevoegde orgaan, dat voornemens is verhaal uit te oefenen op degene die ten onrechte verstrekkingen heeft genoten.

Artikel 12
1.

Om in het land van zijn woonplaats in aanmerking te komen voor verstrekkingen dient de in artikel 16, tweede lid, van het Verdrag bedoelde pensioengerechtigde zich te laten inschrijven bij het orgaan van zijn woonplaats, onder overlegging van een verklaring, waarin door het Joegoslavische bevoegde orgaan onderscheidenlijk door de Ziekenfondsraad, wordt opgegeven dat de pensioengerechtigde voor zichzelf en zijn gezinsleden recht heeft op verstrekkingen. De instelling welke deze verklaring heeft opgesteld, zendt hiervan een afschrift aan de Ziekenfondsraad, onderscheidenlijk aan de Vereniging van gemeenschappen voor de ziekteverzekering van werknemers van de republiek of van de betrokken autonome provincie.

2.

De pensioengerechtigde dient het orgaan van zijn woonplaats in kennis te stellen van iedere verandering in zijn omstandigheden, waardoor zijn recht op verstrekkingen kan worden gewijzigd, in het bijzonder van iedere schorsing of intrekking van zijn pensioen en van iedere overbrenging van zijn woonplaats of van die van zijn gezinsleden.

3.

De instelling, welke de verklaring heeft opgesteld licht de Ziekenfondsraad, onderscheidenlijk de Vereniging van gemeenschappen voor de ziekteverzekering van werknemers van de republiek of van de betrokken autonome provincie in omtrent het einde van het recht op verstrekkingen van de pensioengerechtigde.

Artikel 13

Voor het verlenen van verstrekkingen aan pensioengerechtigden alsmede aan hun gezinsleden gedurende een tijdelijk verblijf als bedoeld in artikel 16, derde lid, van het Verdrag, zijn de artikelen 8 en 9 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14
1.

Indien de in artikel 8 voorgeschreven formaliteiten niet gedurende het tijdelijk verblijf konden worden vervuld, worden de gemaakte kosten op verzoek van de werknemer of de pensioengerechtigde door het bevoegde orgaan vergoed tegen de tarieven die door het orgaan van de verblijfplaats worden toegepast.

2.

Het orgaan van de verblijfplaats dient het bevoegde orgaan dat zulks verzoekt de nodige inlichtingen over deze tarieven te verstrekken.

Artikel 15
1.

De werknemer die aanspraak maakt op uitkeringen krachtens de Nederlandse ziekteverzekering voor een hem tijdens zijn verblijf op het grondgebied van Joegoslavië overkomen arbeidsongeschiktheid, dient zijn aanvraag in bij het orgaan van de verblijfplaats, waarbij hij een door de behandelende arts afgegeven medisch bewijs voegt. Dit orgaan zendt de aanvraag en het medisch bewijs aan het Nederlandse bevoegde orgaan. Het medisch bewijs vermeldt de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid alsmede de diagnose en prognose.

2.

De werknemer die aanspraak maakt op uitkeringen krachtens de Joegoslavische ziekteverzekering voor een hem tijdens zijn verblijf op het grondgebied van Nederland overkomen arbeidsongeschiktheid, dient zijn aanvraag in bij de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging, die het bevoegde Joegoslavische orgaan daarvan in kennis stelt.

Artikel 16
1.

Het orgaan van de verblijfplaats voert de medische en administratieve controle uit overeenkomstig de regels welke gelden voor degenen die bij dat orgaan verzekerd zijn.

2.

Het door de controlerende arts, onderscheidenlijk door de geneeskundige commissie opgestelde medische rapport, dat een oordeel ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid inhoudt en de diagnose en de prognose vermeldt, wordt door het orgaan van de verblijfplaats vertrouwelijk aan het bevoegde orgaan toegezonden.

3.

Indien de controlerende arts, onderscheidenlijk de geneeskundige commissie van mening is dat de werknemer in staat is de arbeid te hervatten, stelt het orgaan van de verblijfplaats hem hiervan onmiddellijk in kennis en doet het het bevoegde orgaan een afschrift van deze kennisgeving toekomen, waarbij het verslag van de controlerende arts onderscheidenlijk van de geneeskundige commissie wordt gevoegd.

Artikel 17
1.

De werknemer is onderworpen aan de controlevoorschriften van het orgaan van de verblijfplaats.

2.

Wanneer het orgaan van de verblijfplaats vaststelt dat de werknemer de controlevoorschriften overtreedt, stelt het het bevoegde orgaan daarvan onmiddellijk in kennis, waarbij het de aard van de overtreding weergeeft en tevens vermeldt welke gevolgen gewoonlijk aan een dergelijke overtreding zijn verbonden wanneer het een eigen verzekerde betreft.

Artikel 18

Het bevoegde orgaan stelt de uitkeringen met behulp van alle daartoe aangewezen middelen aan de rechthebbende betaalbaar, met name per internationale postwissel. Deze uitkeringen kunnen echter, indien het orgaan van de verblijfplaats hiermede instemt, door dit orgaan voor rekening van het bevoegde orgaan worden verleend. In dit geval geeft het bevoegde orgaan het orgaan van de verblijfplaats machtiging tot uitbetaling, onder vermelding van het bedrag van de uitkeringen, de data van betaalbaarstelling en de maximale uitkeringsduur.

Artikel 19
1.

Het werkelijke bedrag van de uitgaven terzake van de krachtens de artikelen 12, tweede lid, 13, eerste, tweede en zesde lid, en 16, derde lid, van het Verdrag verleende verstrekkingen, zoals zij uit de boekhouding van de organen die de verstrekkingen nebben verleend, blijken, wordt per kwartaal door de bevoegde organen aan eerstbedoelde organen vergoed.

2.

Voor de vergoeding kunnen geen hogere tarieven in rekening worden gebracht dan die welke gelden voor de verstrekkingen, verleend aan werknemers die onderworpen zijn aan de wettelijke regeling welke wordt toegepast door het orgaan, dat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verstrekkingen heeft verleend.

Artikel 20

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.