Verdrag betreffende het geneeskundig onderzoek van vissers
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 3 juni 1959 in haar drieënveertigste zitting;
Besloten hebbende tot het aanvaarden van bepaalde voorstellen met betrekking tot het geneeskundig onderzoek van vissers, welk onderwerp is vervat in het vijfde punt van de agenda der zitting;
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm zullen krijgen van een internationaal Verdrag;
neemt heden, de 19e juni 1959, het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende geneeskundig onderzoek (vissers), 1959”:
Artikel 1
In dit Verdrag omvat de term „vissersvaartuig” alle schepen en boten, van welke aard dan ook, hetzij publiek dan wel particulier eigendom, welke gebezigd worden voor de zee- en de kustvisserij in zoute wateren.
In overleg met de betrokken organisaties van visserijreders en van vissers, indien zodanige organisaties bestaan, kan het bevoegde gezagsorgaan vrijstellingen van de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag verlenen ten aanzien van vaartuigen welke gewoonlijk niet gedurende tijdvakken langer dan drie dagen op zee blijven.
Dit Verdrag is niet van toepassing op de visserij in havengebieden en havens of in riviermondingen, noch op personen die vissen bij wijze van sport of voor ontspanning.
Artikel 2
Niemand wordt voor tewerkstelling in enigerlei hoedanigheid aan boord van een vissersvaartuig aangenomen zonder overlegging van een attest inzake zijn lichamelijke geschiktheid voor de arbeid welke hij op zee moet verrichten, ondertekend door een geneeskundige die erkend is door het bevoegde gezagsorgaan.
Artikel 3
In overleg met de betrokken organisaties van visserijreders en van vissers, indien zodanige organisaties bestaan, schrijft het bevoegde gezagsorgaan de aard van het in te stellen geneeskundig onderzoek voor, alsmede de bijzonderheden welke vermeld moeten worden in het medisch attest.
Bij het voorschrijven van de aard van het onderzoek wordt rekening gehouden met de leeftijd van de te onderzoeken persoon en met de aard van het te verrichten werk.
In het bijzonder dient in het attest te worden verklaard dat de persoon niet lijdt aan een ziekte welke door de zeedienst kan verergeren of hem voor die dienst ongeschikt kan maken, of welke de gezondheid van andere personen aan boord in gevaar kan brengen.
Artikel 4
Ten aanzien van jeugdige personen beneden de leeftijd van eenentwintig jaar is het attest niet langer geldig dan gedurende een tijdvak van ten hoogste een jaar gerekend van de dag van afgifte.
Ten aanzien van personen, die de leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt, bepaalt het gevoegde gezagsorgaan de geldigheidsduur van het attest.
Indien de geldigheidsduur van een attest afloopt tijdens een reis, blijft het attest tot het einde van die reis geldig.
Artikel 5
Er wordt een regeling getroffen waarbij een persoon wie, na onderzoek, een attest is geweigerd, in de gelegenheid wordt gesteld een nader onderzoek door een of meer geneeskundige scheidslieden die niet afhankelijk zijn van een visserijreder of van een organisatie van visserijreders of van vissers, aan te vragen.
Artikel 6
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden ter kennis van de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gebracht en door hem geregistreerd.
Artikel 7
Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie van wie de bekrachtiging door de Directeur-Generaal is geregistreerd.
Het zal twaalf maanden, nadat twee Leden hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen registreren, in werking treden.
Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder Lid in werking treden twaalf maanden na de dag, waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 8
Een Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan het opzeggen na verloop van een tijdvak van tien jaar na de dag waarop het Verdrag voor het eerst in werking is getreden, door middel van een akte, welke wordt toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze geregistreerd. De opzegging wordt eerst een jaar nadat zij is geregistreerd van kracht.
Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen het jaar volgend op het verstrijken van het in het vorige lid bedoelde tijdvak van tien jaar gebruik heeft gemaakt van het recht van opzegging als voorzien in dit artikel, is opnieuw voor een tijdvak van tien jaar verbonden en kan daarna dit Verdrag, telkens na het verstrijken van een tijdvak van tien jaar, op de in dit artikel bedoelde voorwaarden opzeggen.
Artikel 9
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau geeft alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, welke hij van de Leden der Organisatie heeft ontvangen.
Bij de kennisgeving aan de Leden der Organisatie van de registratie van de tweede door de Directeur-Generaal ontvangen bekrachtiging, vestigt deze de aandacht van de Leden der Organisatie op het tijdstip waarop het Verdrag in werking zal treden.
Artikel 10
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau geeft de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, ter registratie overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, kennis van alle bijzonderheden omtrent alle door hem overeenkomstig de bepalingen van de voorgaande artikelen geregistreerde bekrachtigingen en akten van opzegging.
Artikel 11
De Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau brengt, telkens wannaar hij zulks nodig oordeelt, aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda der Conferentie te plaatsen.
Artikel 12
Indien de Conferentie een nieuw Verdrag zou aannemen, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, en indien in het nieuwe Verdrag niet anders wordt bepaald:
- a). heeft de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijk opzegging van het onderhavige Verdrag tot gevolg, niettegenstaande het in artikel 8 bepaalde, indien en zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
- b). kan met ingang van de dag, waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking treedt, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden worden bekrachtigd.
Het onderhavige Verdrag blijft in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht ten aanzien van de Leden die het hebben bekrachtigd, doch het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Artikel 13
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.