← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag betreffende de beveiliging van werknemers tegen ioniserende stralen

Geldende tekst a fecha 1970-01-02

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau te Genève bijeengeroepen en aldaar op 1 juni 1960 in haar 44ste zitting bijeengekomen;

Besloten hebbende tot het aanvaarden van bepaalde voorstellen met betrekking tot de beveiliging van werknemers tegen ioniserende stralen, welk onderwerp het vierde agendapunt van de zitting vormt;

Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag zullen aannemen;

Neemt heden, de 22e juni 1960, het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het „Verdrag Beveiliging Stralen, 1960”:

Deel I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Elk lid van de Internationale Arbeidsorganisatie dat dit Verdrag bekrachtigt, verbindt zich ertoe daaraan uitvoering te geven door middel van wetten of regelingen, handleidingen voor de praktijk of andere passende middelen. Bij het toepassen van de bepalingen van het Verdrag, dient het bevoegde overheidsorgaan overleg te plegen met de vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle werkzaamheden waarbij werknemers gedurende de arbeid blootgesteld zijn aan ioniserende stralen.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op radioactieve stoffen, al of niet in omhulsel of op toestellen die ioniserende stralen uitzenden, welke, wegens de geringe doses ioniserende stralen die daarvan geabsorbeerd kunnen worden, uitgezonderd zijn van het bepaalde in het Verdrag overeenkomstig een van de methoden tot uitvoering van het Verdrag vermeld in artikel 1.

Artikel 3
1.

In het licht van het beschikbaar wetenschappelijk inzicht dienen alle nodige maatregelen te worden getroffen om de werknemers te verzekeren van een doeltreffende beveiliging tegen ioniserende stralen wat betreft hun gezondheid en veiligheid.

2.

Er dienen regels te worden aanvaard en maatregelen te worden getroffen, die voor dit doel noodzakelijk zijn. Voorts dienen de gegevens beschikbaar te worden gesteld, die voor een doeltreffende beveiliging onmisbaar zijn.

3.

Om een zodanige doeltreffende beveiliging te waarborgen:

Deel II. Beveiligingsmaatregelen

Artikel 4

De in artikel 2 bedoelde werkzaamheden dienen zodanig te worden ingedeeld en uitgevoerd dat zij de in dit Deel van het Verdrag beoogde beveiliging verschaffen.

Artikel 5

Alles dient in het werk te worden gesteld om het blootstellen van werknemers aan ioniserende stralen te beperken tot het laagst mogelijke peil, en elke onnodige blootstelling dient door alle betrokkenen te worden vermeden.

Artikel 6
1.

De maximaal toelaatbare doses ioniserende stralen afkomstig van binnen of buiten het lichaam gelegen bronnen, en de maximaal toelaatbare hoeveelheden radioactieve stoffen welke in het lichaam kunnen worden opgenomen dienen in overeenstemming met Deel I van dit Verdrag te worden vastgesteld voor de verschillende categorieën werknemers.

2.

Deze maximaal toelaatbare doses en hoeveelheden dienen bij voortduring te worden herzien in het licht van de nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Artikel 7
1.

Er dienen in overeenstemming met artikel 6 deugdelijke grenswaarden te worden vastgesteld voor werknemers die rechtstreeks betrokken zijn bij radiologische werkzaamheden en die:

2.

Werknemers beneden de leeftijd van 16 jaar mogen niet betrokken zijn bij werkzaamheden waarbij ioniserende stralen optreden.

Artikel 8

Er dienen in overeenstemming met artikel 6 deugdelijke grenswaarden te worden vastgesteld voor werknemers die niet rechtstreeks betrokken zijn bij radiologische werkzaamheden, maar zich ophouden op plaatsen waar zij blootgesteld kunnen zijn aan ioniserende stralen of radioactieve stoffen, of deze plaatsen passeren.

Artikel 9
1.

Er dient een deugdelijk stelsel van waarschuwingstekens gebezigd te worden om de aanwezigheid van stralingsgevaar aan te geven. Aan de werknemers dienen alle in dit verband noodzakelijke inlichtingen te worden verstrekt.

2.

Alle werknemers die rechtstreeks betrokken zijn bij radiologische werkzaamheden dienen voor en gedurende hun tewerkstelling naar behoren te worden ingelicht omtrent de voorzorgsmaatregelen die getroffen moeten worden voor hun veiligheid en voor de bescherming van hun gezondheid, alsmede omtrent de redenen daarvoor.

Artikel 10

Wetten of regelingen dienen voor te schrijven dat van werkzaamheden waarbij werknemers gedurende de arbeid worden blootgesteld aan ioniserende stralen mededeling moet worden gedaan op een in die wetten of regelingen aangegeven wijze.

Artikel 11

Er dient een deugdelijke controle op de werknemers en op de plaatsen waar de arbeid verricht wordt te worden uitgeoefend om de mate waarin werknemers aan ioniserende stralen en aan radioactieve stoffen worden blootgesteld te meten, ten einde na te gaan of de hand wordt gehouden aan de gestelde grenswaarden.

Artikel 12

Alle werknemers die rechtstreeks betrokken zijn bij radiologische werkzaamheden dienen voor of kort na het aanvangen van die werkzaamheden een deugdelijk geneeskundig onderzoek te ondergaan en dienen daarna geregeld aan een geneeskundig onderzoek te worden onderworpen.

Artikel 13

Volgens een der in artikel 1 aangegeven methoden voor de uitvoering van het Verdrag dienen de gevallen te worden vastgesteld, waarin uit hoofde van de aard of de mate van de blootstelling de navolgende maatregelen terstond getroffen dienen te worden:

Artikel 14

Een werknemer mag niet tewerkgesteld worden of blijven, aan werkzaamheden waarbij hij tegen het advies van een erkende arts in, blootgesteld kan worden aan ioniserende stralen.

Artikel 15

Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt verbindt zich voor hun taak berekende inspectiediensten te belasten met het toezicht op de toepassing der verdragsbepalingen, of zich ervan te vergewissen dat een deugdelijk toezicht is gewaarborgd.

Deel III. Slotbepalingen

Artikel 16

De formele bekrachtigingen van dit Verdrag dienen aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau te worden medegedeeld en door deze geregistreerd.

Artikel 17
1.

Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie wier bekrachtiging door de Directeur-Generaal is geregistreerd.

2.

Het treedt in werking twaalf maanden nadat twee Leden hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.

3.

Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.

Artikel 18
1.

Een Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag, door middel van een tot de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst een jaar nadat zij is geregistreerd van kracht.

2.

Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na verloop van de periode van vijf jaar als bedoeld in het vorige lid, gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is gebonden voor een nieuwe periode van vijf jaar en kan vervolgens dit Verdrag opzeggen na verloop van elke periode van vijf jaar, onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.

Artikel 19
1.

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau geeft aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de leden der Organisatie zijn medegedeeld.

2.

Bij de kennisgeving aan de leden der Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden der Organisatie op de datum, waarop het Verdrag in werking treedt.

Artikel 20

De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden betreffende alle bekrachtigingen en opzeggingen welke door hem overeenkomstig de voorgaande artikelen zijn geregistreerd.

Artikel 21

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig oordeelt, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt deze Raad of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda der Conferentie te plaatsen.

Artikel 22
1.

Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, en indien het nieuwe Verdrag niet anders bepaalt:

2.

Het onderhavige Verdrag blijft echter in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht voor die Leden die het bekrachtigd hebben en het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Artikel 23

De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.