Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Panama tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Type Verdrag
Publication 2011-12-01
State In force
Source BWB
artikelen 29
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

Indien inlichtingen worden verzocht door een Verdragsluitende Staat in overeenstemming met dit artikel, wendt de andere Verdragsluitende Staat zijn maatregelen inzake het verzamelen van inlichtingen aan om de verlangde inlichtingen te verkrijgen, ongeacht het feit dat de andere Staat ten behoeve van zijn eigen belastingheffing niet over dergelijke inlichtingen behoeft te beschikken. Op de in de vorige zin vervatte verplichting zijn de beperkingen van het derde lid van toepassing, maar deze beperkingen mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een Verdragsluitende Staat toegestaan is uitsluitend op grond van het feit dat hij geen nationaal belang heeft bij dergelijke inlichtingen te weigeren inlichtingen te verstrekken.

5.

De bepalingen van het derde lid mogen in geen geval zodanig worden uitgelegd dat het een Verdragsluitende Staat toegestaan is het verschaffen van inlichtingen te weigeren uitsluitend op grond van het feit dat de betreffende gegevens berusten bij een bank, andere financiële instellingen, een gevolmachtigde, of een persoon die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreedt, dan wel omdat deze betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon.

Artikel 25. Leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten

1.

De bepalingen in dit Verdrag tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke vertegenwoordigingen of consulaire posten ontlenen aan de algemene regels van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

2.

Voor de toepassing van het Verdrag wordt een natuurlijke persoon die deel uitmaakt van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat of in een derde Staat en die een onderdaan is van de zendstaat, geacht inwoner van de zendstaat te zijn, indien hij daarin aan dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen naar het inkomen is onderworpen als inwoners van die Staat.

3.

Het Verdrag is niet van toepassing op internationale organisaties, op hun organen of functionarissen, noch op leden van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post van een derde Staat, die in een Verdragsluitende Staat verblijven, indien zij in die Staat niet aan dezelfde verplichtingen ter zake van belastingen naar het inkomen zijn onderworpen als inwoners van die Staat.

Artikel 26. Uitbreiding tot andere gebieden

1.

Dit Verdrag kan, hetzij in zijn geheel, hetzij met de noodzakelijke wijzigingen, worden uitgebreid tot de delen van het Koninkrijk der Nederlanden die niet in Europa zijn gelegen, indien de desbetreffende delen belastingen heffen die in wezen gelijksoortig zijn aan de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Een dergelijke uitbreiding wordt van kracht met ingang van een datum en met inachtneming van wijzigingen en voorwaarden, daaronder begrepen voorwaarden ten aanzien van de beëindiging, nader vast te stellen en overeen te komen bij diplomatieke notawisseling.

2.

Tenzij anders is overeengekomen, brengt de beëindiging van het Verdrag niet met zich mede, dat tevens de uitbreiding van het Verdrag tot enig land waartoe het ingevolge dit artikel is uitgebreid, wordt beëindigd.

3.

Dit artikel vormt voor Panama geen beletsel, in plaats daarvan, een verdrag te sluiten ten aanzien van delen van het Koninkrijk der Nederlanden (zoals Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Saba, Bonaire en Sint Eustatius) anders dan Nederland.

Artikel 27. Maatregelen om oneigenlijk gebruik van dit Verdrag tegen te gaan

Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan het recht van elke Verdragsluitende Partij haar nationale wetten en maatregelen toe te passen tot het voorkomen, ontmoedigen, vermijden of tegengaan van transacties, regelingen of praktijken die ten doel of tot gevolg hebben dat een persoon ten onrechte een belastingvoordeel wordt verleend. De Verdragsluitende Staten wijzen in onderlinge overeenstemming de desbetreffende nationale wetten en maatregelen aan.

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel 28. Inwerkingtreding

1.

De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van de interne procedures die in elke Verdragsluitende Staat vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

2.

Het Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst van de laatste in het eerste lid bedoelde kennisgevingen, en de bepalingen ervan zijn van toepassing:

  • a. met betrekking bronbelastingen, op inkomsten verkregen op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin het Verdrag in werking treedt;
  • b. met betrekking tot inkomstenbelastingen en overige belastingen (anders dan bronbelastingen), op elk belastingjaar dat aanvangt op of na 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin dit Verdrag in werking treedt;
  • c. met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen:
  • i. op strafrechtelijke belastingzaken op de datum van inwerkingtreding, evenwel ter zake van belastingtijdvakken beginnend op of na 1 januari van het jaar voorafgaande aan de inwerkingtreding van het Verdrag;
  • ii. op andere belastingzaken op de datum van inwerkingtreding ter zake van belastingtijdvakken beginnend op of na 1 januari na de inwerkingtreding van het Verdrag.

Artikel 29. Beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een Verdragsluitende Staat wordt beëindigd. Elk van de Verdragsluitende Staten kan het Verdrag langs diplomatieke weg beëindigen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar beginnend op of na het verstrijken van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag schriftelijk kennis te geven van de beëindiging. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan.

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen heden gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Panama, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van het Verdrag vormen.

I. Ad artikel 1

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 1, beslissen de bevoegde autoriteiten van de Staten in onderling overleg in hoeverre een inwoner van een van de Verdragsluitende Staten die onder een bijzondere regeling valt geen aanspraak kan maken op de voordelen van dit Verdrag.

II. Ad artikel 3, eerste en tweede lid

Ingeval een lichaam dat voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld als zodanig in een Verdragsluitende Staat aan belasting is onderworpen, maar het inkomen van dat lichaam in de andere Verdragsluitende Staat als inkomen van de participanten of eigenaren van die eenheid (naar rato van hun gerechtigdheid) wordt belast, nemen de bevoegde autoriteiten dusdanige maatregelen dat dubbele belastingheffing of dubbele vrijstelling wordt voorkomen. Hiertoe kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomen te bepalen dat elke participant of eigenaar de belasting geheven op het niveau van het lichaam mag verrekenen, en kunnen zij tevens overeenstemming bereiken over de mogelijkheid af te zien van belastingheffing over de uitdeling van de winst uit een dergelijk lichaam aan zijn participanten of eigenaren.

III. Ad artikel 3, tweede lid, en artikel 23

Het is wel te verstaan dat indien de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten in onderlinge overeenstemming een oplossing binnen de context van het Verdrag hebben bereikt voor gevallen waarin

  • a. artikel 3, tweede lid, wordt toegepast met betrekking tot de uitlegging van een in het Verdrag niet omschreven uitdrukking; of
  • b. sprake is van verschillen in kwalificatie (bijvoorbeeld van een bestanddeel van het inkomen of van een persoon)

en dit zou leiden tot dubbele belasting of dubbele vrijstelling, deze oplossing, na bekendmaking ervan door beide bevoegde autoriteiten, ook bindend zal zijn bij de toepassing van de bepalingen van het Verdrag in andere, gelijksoortige gevallen.

IV. Ad artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Verdragsluitende Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Verdragsluitende Staat waarin het schip zijn thuishaven heeft.

V. Ad artikel 5, vijfde lid

Het is wel te verstaan dat het vijfde lid van artikel 5 zodanig dient te worden uitgelegd dat misbruik van het Verdrag wordt tegengegaan en dat het „force of attraction”-beginsel hieronder niet wordt begrepen.

VI. Ad artikelen 5, 6, 7 en 13

Het is wel te verstaan dat rechten tot exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de Verdragsluitende Staat op wiens zeebodem en de ondergrond daarvan deze rechten betrekking hebben, alsmede dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die Staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.

VII. Ad artikel 7

Ter zake van de toerekening van winst aan vaste inrichtingen vormen de bepalingen van dit Verdrag geen beletsel voor de toepassing van de herziene goedgekeurde OESO-benadering op de overeengekomen tekst.

VIII. Ad artikel 7

Indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, worden de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen.

Met name bij overeenkomsten betreffende het toezicht op, de levering, installatie of constructie van nijverheids- en handelsuitrusting of wetenschappelijke uitrusting of gebouwen alsmede bij openbare werken, worden, indien de onderneming een vaste inrichting heeft, de voordelen van die vaste inrichting niet bepaald op basis van het totale bedrag van de overeenkomst, doch slechts op basis van dat deel van de overeenkomst dat werkelijk wordt uitgevoerd door de vaste inrichting in de Verdragsluitende Staat waar de vaste inrichting is gevestigd. De voordelen die betrekking hebben op het deel van de overeenkomst dat wordt uitgevoerd door het hoofdkantoor van de onderneming, zijn slechts belastbaar in de Verdragsluitende Staat waarvan de onderneming inwoner is.

IX. Ad artikel 7

Vergoedingen voor technische diensten, waaronder begrepen studies of onderzoeken van wetenschappelijke, geologische of technische aard, of voor diensten van adviserende of toezichthoudende aard, worden aangemerkt als vergoedingen waarop de bepalingen van artikel 7 van toepassing zijn.

X. Ad Artikel 7 en 28

Alle diensten (of delen van diensten) die door een inwoner van een Verdragsluitende Staat in de andere Verdragsluitende Staat worden verleend voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, mogen in die andere Staat op netto- of brutobasis (d.w.z. bronbelastingen) worden belast, binnen de in de nationale belastingwetgeving vastgestelde grenzen, zonder de bepalingen van artikel 7 in aanmerking te nemen.

XI. Ad artikel 10

a. De in het tweede en derde lid voorziene verlaagde tarieven zijn niet van toepassing op dividenden op niet geregistreerde aandelen aan toonder.

b. In geval van aandelen aan toonder die zijn omgezet naar aandelen op naam, zijn de in het tweede en derde lid voorziene verlaagde tarieven van toepassing met betrekking tot dividenduitdelingen betaald door een lichaam dat inwoner is van een Verdragsluitende Staat aan een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat mits de aldus omgezette aandelen gedurende een tijdvak van ten minste 12 maanden voorafgaande aan de dividenduitdeling als aandelen op naam in zijn bezit waren.

XII. Ad artikel 10, achtste lid, en artikel 11, vierde lid

Niettegenstaande artikel 10, achtste lid, en artikel 11, vierde lid, is het wel te verstaan dat inkomsten uit schuldvorderingen worden beschouwd als dividenden, als bedoeld in artikel 10, achtste lid, mits de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waaruit deze inkomsten afkomstig zijn deze inkomsten op dezelfde wijze aan belastingheffing onderwerpt als inkomsten uit aandelen aan de hand van een combinatie van ten minste twee van de volgende criteria:

  • a. de aflossingsdatum van de schuldvordering;
  • b. de mate waarin de hoogte van de vergoeding of de verschuldigdheid van de vergoeding afhangt van de winst of de uitdelingen van de winst van de schuldenaar of van een onderneming die verbonden is met de schuldenaar; of
  • c. de rangorde van de schuldvordering.

XIII. Ad artikelen 10, 11 en 12

Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van drie jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

XIV. Ad artikel 12

In het geval van royalty’s die door een inwoner van een Verdragsluitende Staat uit de andere Verdragsluitende Staat worden verkregen, mag deze inwoner ervoor kiezen op nettobasis te worden belast als ware hij/zij een inwoner van de andere Verdragsluitende Staat. De keuze kan worden uitgeoefend na de toepassing van de in artikel 12, tweede lid, beschreven bronbelasting op het brutobedrag. De bevoegde autoriteiten stellen de administratieve maatregelen vast die nodig zijn om deze bepaling uit te voeren.

XV. Ad artikelen 10 en 13

Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gehele of gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of een inkoop van eigen aandelen of een inkoop of afkoop van eigen winstbewijzen door een lichaam, worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.

XVI. Ad artikel 23

De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen ter zake van een overeengekomen regeling in het kader van een procedure voor onderling overleg als bedoeld in artikel 23, tevens overeenkomen dat de Staat waar ingevolge eerdergenoemde regeling sprake is van een additionele belastingheffing, met betrekking tot deze additionele belastingheffing geen belastingverhogingen, bestuursrechtelijke boetes, interest en kosten zal opleggen, voor zover in de andere Staat ingevolge de regeling sprake is van een overeenkomstige vermindering van belasting, en in die Staat geen betaling van interest verschuldigd is met betrekking tot een dergelijke vermindering van belasting.

XVII. Ad artikel 24

a. Het is wel te verstaan dat uitsluitend om uitwisseling van inlichtingen zal worden verzocht nadat de verzoekende Verdragsluitende Staat alle gebruikelijke bronnen heeft geraadpleegd om inlichtingen te verkrijgen die beschikbaar zijn volgens de nationale belastingprocedure.

b. Het is wel te verstaan dat de in artikel 24 voorziene administratieve bijstand geen maatregelen omvat die uitsluitend gericht zijn op het enkel verzamelen van bewijsstukken, wanneer het onwaarschijnlijk is dat de verzochte inlichtingen van belang zullen zijn voor het toezicht op of beheer van belastingaangelegenheden van een willekeurige belastingbetaler in een Verdragsluitende Staat („fishing expeditions”).

c. Het is wel te verstaan dat de belastingautoriteiten van de verzoekende Staat de volgende informatie verstrekken aan de belastingautoriteiten van de aangezochte Staat wanneer zij uit hoofde van artikel 24 van het Verdrag verzoeken om inlichtingen:

  • i. de naam en het adres van de persoon of personen op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft en, indien beschikbaar, andere gegevens om de identificatie van die persoon of personen te vergemakkelijken, zoals geboortedatum, burgerlijke staat en fiscaal nummer;
  • ii. het tijdvak waarvoor om de inlichtingen wordt verzocht;
  • iii. een verklaring omtrent de gewenste inlichtingen, met inbegrip van de aard en de vorm waarin de verzoekende Staat de inlichtingen van de aangezochte Staat wenst te ontvangen;
  • iv. het fiscale doel waarvoor om de inlichtingen wordt verzocht;
  • v. de naam en adresgegevens van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van de verzochte inlichtingen.

d. Het is voorts wel te verstaan dat artikel 24 van het Verdrag de Verdragsluitende Staten niet verplicht automatisch of spontaan inlichtingen uit te wisselen.

e. Het is wel te verstaan dat in het geval van het uitwisselen van inlichtingen de administratieve procedures ten aanzien van de rechten van belastingbetalers voorzien in de aangezochte Verdragsluitende Staat van toepassing blijven voordat de inlichtingen aan de verzoekende Verdragsluitende Staat worden verzonden. Deze procedures omvatten het in kennis stellen van de persoon omtrent het verzoek om inlichtingen van de andere Verdragsluitende Staat en het voorzien in de mogelijkheid voor de persoon een standpunt in te dienen bij en voor te leggen aan de belastingadministratie alvorens deze een antwoord aan de Verzoekende Staat geeft. Het is voorts wel te verstaan dat deze bepaling bedoeld is om te waarborgen dat de belastingbetaler een eerlijke procedure krijgt en niet gericht is op het voorkomen of onnodig vertragen van de uitwisseling van inlichtingen.

f. Na een tijdvak van vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag evalueren de Verdragsluitende Staten deze bepaling en treden zij, indien noodzakelijk, in onderhandeling ten behoeve van herziening ervan.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at The Hague, this 6th day of October 2010, in duplicate, in the Netherlands, Spanish and English languages, the three texts being equally authentic. In case there is any divergence of interpretation between any of these texts, the English text shall prevail.

For the Kingdom of the Netherlands:

J. C. DE JAGER

For the Republic of Panama:

JUAN CARLOS VARELA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)