Overeenkomst betreffende de Internationale Financieringsmaatschappij

Type Verdrag
Publication 2012-06-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De regeringen namens welke deze Overeenkomst ondertekend is, komen overeen als volgt:

Inleidend artikel

De Internationale Financierings Maatschappij (hierna genoemd de Maatschappij) is opgericht en handelt in overeenstemming met de volgende bepalingen:

Artikel I. Doelstelling

De Maatschappij heeft ten doel de economische ontwikkeling te bevorderen door het aanmoedigen van de groei van productieve particuliere ondernemingen in landen-leden, in het bijzonder in de minder ontwikkelde gebieden, en daarmede de werkzaamheden van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling (hierna te noemen de Bank) aan te vullen. Bij de uitvoering van deze doelstelling zal de Maatschappij:

De Maatschappij laat zich in al haar beslissingen leiden door de bepalingen van dit artikel.

Artikel II. Lidmaatschap en kapitaal

Afdeling 1. Lidmaatschap

Afdeling 2. Maatschappelijk kapitaal

Afdeling 3. Inschrijvingen

Afdeling 4. Beperking der aansprakelijkheid

Geen lid is uit hoofde van zijn lidmaatschap aansprakelijk voor de verbintenissen der Maatschappij.

Afdeling 5. Beperking op overdracht en verpanding van aandelen

Aandelen worden niet op enigerlei wijze verpand of bezwaard, en zijn slechts overdraagbaar aan de Maatschappij.

Artikel III. Werkzaamheden

Afdeling 1. Werkzaamheden, betrekking hebbende op de financiering

De Maatschappij kan haar middelen investeren in productieve particuliere ondernemingen op het grondgebied van haar leden. Een regerings- of ander openbaar belang in een dergelijke onderneming sluit een investering van de Maatschappij niet noodzakelijkerwijze uit.

Afdeling 2. Vormen van financiering

Afdeling 3. Beginselen voor de werkzaamheden

De werkzaamheden van de Maatschappij worden geleid door de volgende beginselen:

Afdeling 4. Bescherming van belangen

Geen bepaling in deze Overeenkomst verhindert de Maatschappij, in geval van feitelijke of dreigende wanbetaling op een van haar investeringen, van feitelijke of dreigende insolventie van de onderneming waarin deze investering plaats vond of in andere situaties, welke naar de mening van de Maatschappij een dergelijke investering in gevaar dreigen te brengen, die handelingen te verrichten en die rechten uit te oefenen welke zij noodzakelijk acht voor de bescherming van haar belangen.

Afdeling 5. Toepasselijkheid van bepaalde buitenlandse deviezenbeperkingen

Gelden, welke de Maatschappij heeft ontvangen of heeft te ontvangen in verband met een door de Maatschappij in het gebied van een lid ingevolge afdeling 1 van dit artikel verrichte investering, zijn niet, uitsluitend op grond van enige bepaling van deze Overeenkomst, vrijgesteld van algemeen toepasselijke buitenlandse beperkingen, voorschriften en contrôlemaatregelen met betrekking tot deviezen, welke in de gebieden van dat lid van kracht zijn.

Afdeling 6. Diverse werkzaamheden

Naast de elders in deze Overeenkomst beschreven werkzaamheden, is de Maatschappij gerechtigd:

Afdeling 7. Waardering van het valutabezit

Voor geval het overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst noodzakelijk wordt enige valuta te waarderen uitgedrukt in de waarde van een andere valuta, wordt een zodanige waardering door de Maatschappij naar redelijkheid vastgesteld, na het Internationaal Monetair Fonds te hebben geraadpleegd.

Afdeling 8. Waarschuwing te plaatsen op de waardepapieren

Ieder waardepapier hetwelk door de Maatschappij is uitgegeven of gegarandeerd, draagt op de voorzijde een duidelijk zichtbare verklaring, welke doet uitkomen dat het geen schuldbekentenis van de Bank is of, tenzij dit op het waardepapier uitdrukkelijk is vermeld, van enige regering.

Afdeling 9. Verbod van politieke activiteit

De Maatschappij en haar ambtenaren mogen zich niet in de politieke aangelegenheden van enig lid mengen, noch laten zij zich bij hun beslissingen door het politieke karakter van het betrokken lid of de betrokken leden beïnvloeden. Slechts economische overwegingen spelen bij hun beslissingen een rol en deze overwegingen zullen onpartijdig tegen elkaar worden afgewogen, teneinde de in deze Overeenkomst vermelde doelstellingen te verwezenlijken.

Artikel IV. Organisatie en beheer

Afdeling 1. Structuur van de Maatschappij

De Maatschappij heeft een Raad van Bestuur, een Raad van Directeuren, een Voorzitter van de Raad van Directeuren, een President en die andere ambtenaren en zulk ander personeel, die nodig zijn om de werkzaamheden te verrichten welke de Maatschappij kan vaststellen.

Afdeling 2. Raad van Bestuur

Afdeling 3. Stemrecht

Afdeling 4. Raad van Directeuren

Afdeling 5. Voorzitter, President en personeel

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.