Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Brazilië betreffende kosteloze rechtsbijstand

Type Verdrag
Publication 1964-04-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de President van de Republiek der Verenigde Staten van Brazilië,

verlangende door middel van een verdrag wederkerig kosteloze rechtsbijstand aan hun onderdanen te verzekeren,

hebben te dien einde besloten een Verdrag betreffende kosteloze rechtsbijstand te sluiten en hebben daartoe hun Gevolmachtigden aangewezen, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, Zijne Excellentie Jonkheer Mare Willem van Weede, buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur der Nederlanden te Rio de Janeiro; en

Zijne Excellentie de President van de Republiek der Verenigde Staten van Brazilië, Zijne Excellentie de Heer Francisco Negrão de Lima, Minister van Buitenlandse Zaken,

die, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, het volgende zijn overeengekomen:

Artikel I

De onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied van de andere kosteloze rechtsbijstand genieten; deze zal onder dezelfde voorwaarden op het stuk van de strafwetgeving en de burgerlijke, militaire en arbeidswetgeving voor de rechterlijke colleges worden verleend aan de onderdanen van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen.

Artikel II
1.

Hij die zich in Brazilië bevindt en die kosteloze rechtsbijstand verzoekt, zal moeten aantonen, door middel van een in Brazilië door de politieautoriteiten of het hoofd der gemeente afgegeven bewijs, dat zijn financiële omstandigheden hem niet veroorloven de proceskosten en het honorarium van een advocaat te betalen zonder zijn bestaan en dat van zijn gezin in gevaar te brengen. In het Federale District en in de hoofdsteden der Staten en Gebieden zal de verklaring kunnen worden afgegeven door uitdrukkelijk door het Hoofd der gemeente aangewezen autoriteiten.

2.

Hij die in Nederland verblijft en die kosteloze rechtsbijstand verzoekt, zal moeten bewijzen niet de kosten van een proces en het honorarium van een advocaat te kunnen betalen, door middel van een bewijs afgegeven door de gemeentelijke autoriteiten, behelzende voor zover mogelijk gegevens betreffende het beroep, het gezin, de inkomsten en het vermogen van de belanghebbende. Wanneer de verzoeker niet in Nederland verblijft, moet hij bescheiden overleggen van gelijke aard als de hierboven genoemde.

Artikel III
1.

Indien ter plaatse geen autoriteit aanwezig is, bevoegd tot het afgeven van het bewijs in het vorige artikel bedoeld, wordt dit bewijs vervangen door een verklaring afkomstig van een consulaire ambtenaar of de diplomatieke vertegenwoordiging van het land van de verzoeker.

2.

In het geval dat de verzoeker niet verblijft op het grondgebied van een der Hoge Verdragsluitende Partijen, zullen als bewijs van zijn behoeftigheid de bescheiden dienen, die vereist zijn krachtens de wetgeving van het land waar hij verblijft. Indien in dit land geen wetgeving op dit gebied bestaat of wanneer het niet mogelijk is aan de daar geldende wetgeving te voldoen, zal hij bij zijn verzoek een verklaring voegen, afgelegd voor de consulaire ambtenaar binnen wiens ressort zijn verblijfplaats is gelegen; deze verklaring bevat een aanduiding van de verblijfplaats van de verzoeker en een uitvoerig overzicht van zijn bestaansmiddelen en zijn lasten.

3.

Indien de verzoeker niet verblijft in het land waar hij kosteloze bijstand inroept, moet de verklaring, afgegeven door de bevoegde plaatselijke autoriteit van de verblijfplaats van de verzoeker, kosteloos worden gelegaliseerd door een consulaire ambtenaar of de diplomatieke vertegenwoordiging van het land tot hetwelk het verzoek is gericht.

4.

De autoriteit tot wie een verzoek tot afgifte van een verklaring van onvermogen wordt gericht, zal met het oog op het bepaalde in dit artikel de nodige nasporingen naar de financiële omstandigheden van de verzoeker kunnen doen.

Artikel IV

Het verzoek om kosteloze rechtsbijstand moet in Brazilië worden gericht tot de ter zake bevoegde rechter en in Nederland hetzij tot het bureau voor rechtsbijstand in strafzaken, hetzij tot het bureau van consultatie in burgerlijke zaken van de plaats waar de bijstand moet worden verleend, en zal beheerst worden door de ter plaatse geldende wetgeving; de verzoeker zal de voorrechten genieten die deze wetgeving aan de eigen onderdanen toekent.

Artikel V

Alle beschikkingen, bewijzen, bescheiden en akten betreffende het aanvragen en verlenen van kosteloze rechtsbijstand zullen vrijgesteld zijn van kosten, rechten en heffingen hoe ook genaamd.

Artikel VI

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal dit Verdrag slechts gelden voor het grondgebied in Europa. Het zal, hetzij ongewijzigd hetzij met de vereiste wijzigingen, kunnen worden uitgebreid tot Suriname, de Nederlandse Antillen of Nederlands-Nieuw-Guinea. De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen zich over deze uitbreiding verstaan door middel van een notawisseling.

Artikel VII
1.

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd nadat aan de voor het gebied van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen geldende wettelijke vereisten zal zijn voldaan en het zal in werking treden één maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging, die zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage zal plaats hebben.

2.

Elk der Hoge Verdragsluitende Partijen zal op ieder ogenblik het Verdrag kunnen opzeggen, maar het zal eerst drie maanden na de opzegging buiten werking treden.

EN FOI DE QUOI, les Plénipotentiaires ci-dessus nommés ont signé la présente Convention et y ont apposé leurs sceaux.

FAIT à Rio de Janeiro, le 16 mars 1959, en double exemplaire en langue française.

(s.) M. W. VAN WEEDE

(s.) FRANCISCO NEGRÃO DE LIMA

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.