Verdrag betreffende de oprichting van het functioneel luchtruimblok „Europe Central” tussen de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat

Type Verdrag
Publication 2013-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Bondsrepubliek Duitsland,

het Koninkrijk België,

de Republiek Frankrijk,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Zwitserse Bondsstaat

De Verdragsluitende Staten,

Gelet op de Verordeningen betreffende het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, de relevante uitvoeringsbepalingen, de verklaring van de Lidstaten over militaire kwesties die verband houden met het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake luchtvervoer;

Gelet op de haalbaarheidsstudie betreffende het Functioneel Luchtruimblok „Europe Central” (Functional Airspace Block Europe Central, FABEC) van 18 september 2008;

Gelet op de gezamenlijke intentieverklaring voor het creëren van een Functioneel Luchtruimblok „Europe Central” van 18 november 2008;

Overwegende dat het luchtruim boven het grondgebied en dat onder de verantwoordelijkheid van de Verdragsluitende Staten van het FABEC behoren tot de meest complexe luchtverkeersgebieden van Europa;

Overwegende dat een meer geïntegreerde aanpak van de luchtverkeersbeveiliging een belangrijke stap is om te voldoen aan de behoeften van het civiele en militaire luchtverkeer in dit gebied;

Overwegende dat nauwe samenwerking tussen de verleners van luchtvaartnavigatiediensten voldoet aan de behoeften van het civiele en militaire luchtverkeer in dit gebied;

Overwegende dat de oprichting van het FABEC noodzakelijkerwijs een verbeterde en toenemende grensoverschrijdende verlening van luchtvaartnavigatiediensten met zich meebrengt;

Overwegende de „Just Culture” context zoals die tot uitdrukking komt in de internationale en Europese wetgeving;

In aanmerking nemende dat de Verdragsluitende Staten met de oprichting van het FABEC de bedoeling hebben om, ongeacht de bestaande grenzen, een optimale capaciteit, doeltreffendheid en efficiëntie te bereiken voor het luchtverkeersbeveiligingsnetwerk en tegelijk een hoog veiligheidsniveau te behouden;

Overtuigd van de toegevoegde waarde van het creëren van het FABEC voor de ecologische duurzaamheid;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 1. Definities

Tenzij anders bepaald, hebben de in dit Verdrag gebruikte begrippen de betekenis die eraan wordt toegekend in de toepasselijke definities uit de Verordeningen betreffende het Gemeenschappelijk Europees Luchtruim die van kracht zijn in de Verdragsluitende Staten. Voor de toepassing van dit Verdrag gelden de volgende definities:

Artikel 2. Onderwerp van dit Verdrag
1.

Dit Verdrag richt het FABEC op en de FABEC-Raad voor het bestuur ervan.

2.

Dit Verdrag creëert geen internationale organisatie met internationale rechtspersoonlijkheid.

3.

Dit Verdrag bepaalt de algemene voorwaarden en de wijze van bestuur waaronder de Verdragsluitende Staten moeten zorgen voor luchtverkeersbeveiliging en de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het betreffende luchtruim.

4.

Dit Verdrag bepaalt het kader waarbinnen de specifieke technische en operationele regelingen totstandgebracht dienen te worden die de werkterreinen van de verleners van luchtvaartnavigatiediensten beslaan.

Artikel 3. Geografische reikwijdte
1.

Dit Verdrag is van toepassing op het betreffende luchtruim dat is samengesteld uit de volgende vluchtinformatiegebieden (Flight Information Region, FIR) en hogere informatiegebieden (Upper Information Region, UIR) van continentaal Europa:

2.

Wat de Republiek Frankrijk betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op de Europese Departementen van de Republiek Frankrijk.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het gedeelte van het Koninkrijk der Nederlanden dat zich in Europa bevindt.

Artikel 4. Soevereiniteit
1.

In het geval een FIR of een UIR zich uitstrekt tot in het luchtruim boven het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat, wordt de soevereiniteit van de betreffende Verdragsluitende Staat met betrekking tot dat gedeelte van het luchtruim boven zijn grondgebied niet aangetast.

2.

De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de bevoegdheden van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot veiligheids- en militaire belangen.

Artikel 5. Staatsluchtvaartuigen
1.

Tenzij anders overeengekomen of geregeld, blijft artikel 3, onderdeel c, van het Verdrag van Chicago volledig van toepassing op staatsluchtvaartuigen.

2.

De Verdragsluitende Staten streven naar het instellen van een vereenvoudigde procedure voor diplomatieke klaring of speciale toestemming voor militaire trainingsactiviteiten binnen het betreffende luchtruim.

Artikel 6. Doelstelling van het FABEC

Het FABEC heeft tot doel optimale prestaties te bereiken op het gebied van veiligheid, ecologische duurzaamheid, capaciteit, kostenefficiëntie, vluchtefficiëntie en doeltreffendheid van militaire missies door middel van de inrichting van het luchtruim en de organisatie van de luchtverkeersbeveiliging in het betreffende luchtruim, ongeacht de bestaande grenzen.

Artikel 7. Verplichtingen van de Verdragsluitende Staten
1.

Om de doelstelling van het FABEC te bereiken, verbinden de Verdragsluitende Staten zich ertoe om samen te werken en, in overeenstemming met hun nationale procedures, de passende maatregelen te nemen, in het bijzonder op de volgende gebieden:

2.

De Verdragsluitende Staten voeren de beslissingen uit die genomen zijn door de FABEC-Raad en verbinden zich ertoe om de benodigde nationale regels en procedures in te stellen.

3.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat dit Verdrag wordt uitgevoerd.

HOOFDSTUK II. LUCHTRUIM

Artikel 8. Luchtruim van het FABEC
1.

Ongeacht de bestaande grenzen, zorgen de Verdragsluitende Staten gezamenlijk voor het ontwerp en het beheer van een naadloos luchtruim, alsook voor de gecoördineerde regeling van luchtverkeersstromen en -capaciteit, zorgvuldig rekening houdend met samenwerkingsprocessen op internationaal niveau.

2.

De Verdragsluitende Staten zorgen in het bijzonder voor:

Artikel 9. Flexibel gebruik van het luchtruim
1.

De Verdragsluitende Staten werken op juridisch, operationeel en technisch niveau samen om het concept van flexibel gebruik van het luchtruim efficiënt en consistent toe te passen, rekening houdend met zowel civiele als militaire vereisten.

2.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat er gemeenschappelijke afspraken en procedures worden overeengekomen tussen de civiele en militaire verleners van luchtverkeersdiensten.

3.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat civiele en militaire autoriteiten coördineren op het strategische niveau van luchtruimbeheer.

4.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat op pre-tactisch niveau een gemeenschappelijke luchtruimbeheersfunctie wordt ingesteld tussen de civiele en militaire verleners van luchtverkeersdiensten.

5.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat op tactisch niveau coördinatie plaatsvindt tussen de eenheden voor luchtverkeersdiensten en de militaire luchtverkeersleidingseenheden.

HOOFDSTUK III. HARMONISATIE

Artikel 10. Harmonisatie van regels en procedures
1.

De Verdragsluitende Staten verbinden zich ertoe om hun materiële regels en procedures die relevant zijn voor het FABEC te harmoniseren.

2.

Daartoe raadplegen de Verdragsluitende Staten elkaar regelmatig om verschillen in hun respectieve wet- en regelgeving op te sporen en op te heffen.

3.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat de verleners van luchtverkeersdiensten in het betreffende luchtruim een gemeenschappelijk overkoepelend veiligheidsbeheersysteem ontwikkelen en toepassen.

4.

De Verdragsluitende Staten coördineren de classificatie van de diverse delen van het betreffende luchtruim in overeenstemming met de Europese specificaties, zodat de in de praktijk tussen hen bestaande verschillen verkleind worden.

HOOFDSTUK IV. VERLENING VAN LUCHTVAARTNAVIGATIEDIENSTEN

Artikel 11. Luchtvaartnavigatiediensten

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat de volgende luchtvaartnavigatiediensten worden verleend:

Artikel 12. Luchtverkeersdiensten
1.

De Verdragsluitende Staten wijzen gezamenlijk door middel van een gemeenschappelijk instrument de verleners van luchtverkeersdiensten voor het betreffende luchtruim aan.

2.

Na kennisgeving door de betreffende Verdragsluitende Staat, worden verleners van luchtverkeersdiensten voor het betreffende luchtruim, die niet aangewezen zijn overeenkomstig lid 1, door de Verdragsluitende Staten gezamenlijk aangewezen, als deze slechts een of meer van de volgende diensten verlenen:

3.

De leden 1 en 2 zijn van toepassing onverminderd regelingen of verdragen inzake de verlening van luchtverkeersdiensten tussen Verdragsluitende Staten of om het even welke Verdragsluitende Staat en een derde partij die bestonden vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag.

4.

De Verdragsluitende Staten houden elkaar op de hoogte van de rechten en verplichtingen van de aangewezen verleners van luchtverkeersdiensten op nationaal niveau en van alle wijzigingen in hun certificatie of in hun juridische status.

5.

De Verdragsluitende Staten informeren gezamenlijk de Europese Commissie en de andere Lidstaten over elke beslissing die krachtens dit artikel wordt genomen betreffende de aanwijzing van verleners van luchtverkeersdiensten.

6.

De Verdragsluitende Staten moedigen nauwe samenwerking tussen verleners van luchtverkeersdiensten aan.

Artikel 13. Communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten

De Verdragsluitende Staten streven naar gemeenschappelijke technische systemen en de kostenefficiënte operationalisering van infrastructuur voor de verlening van communicatie-, navigatie- en plaatsbepalingsdiensten door de civiele verleners van luchtvaartnavigatiediensten.

Artikel 14. Luchtvaartinlichtingendiensten

De Verdragsluitende Staten werken samen op het gebied van luchtvaartinlichtingen en coördineren de verlening van de luchtvaartinlichtingendiensten.

Artikel 15. Meteorologische diensten
1.

De Verdragsluitende Staten zorgen voor samenwerking tussen verleners van meteorologische diensten voor luchtvaartnavigatie.

2.

Elke Verdragsluitende Staat wijst de verlener van meteorologische diensten voor luchtvaartnavigatie op exclusieve basis aan en brengt de FABEC-Raad daarvan op de hoogte.

Artikel 16. Verhoudingen tussen dienstverleners
1.

De Verdragsluitende Staten zorgen ervoor dat verleners van luchtvaartnavigatiediensten de werkrelaties formaliseren die noodzakelijk worden geacht voor de coördinatie van hun diensten in het betreffende luchtruim door middel van schriftelijke overeenkomsten of daaraan gelijkwaardige juridische regelingen.

2.

Na raadpleging van de FABEC-Raad worden de schriftelijke overeenkomsten of daaraan gelijkwaardige juridische regelingen tussen verleners van luchtverkeersdiensten inzake grensoverschrijdende diensten in het betreffende luchtruim door de betreffende Verdragsluitende Staten goedgekeurd. Zodra ze zijn goedgekeurd, worden ze doorgegeven aan de FABEC-Raad.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.