Overeenkomst tussen de Regering van de Republiek Liberia en van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden inzake het vestigen en onderhouden van luchtdiensten tussen hun onderscheiden grondgebieden en verder gelegen punten

Type Verdrag
Publication 1959-09-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van de Republiek Liberia en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen, verlangende het burgerluchtvervoer tussen de Republiek Liberia en het Koninkrijk der Nederlanden en verder gelegen punten te bevorderen, zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Voor deze Overeenkomst betekent, tenzij uit het verband anders blijkt:

Artikel 2

Naast en onverminderd de bepalingen van deze Overeenkomst houdt iedere Overeenkomstsluitende Partij, voor wat betreft aangelegenheden welke betrekking hebben op het vestigen en het onderhouden van de in artikel 3 bedoelde overeengekomen diensten, zich aan de desbetreffende artikelen van het op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, aan iedere Bijlage welke is aanvaard krachtens artikel 90 van het Verdrag en aan iedere wijziging van de Bijlagen of van het Verdrag krachtens de artikelen 90 of 94 daarvan.

Artikel 3

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het onderhouden van luchtdiensten krachtens deze Overeenkomst op de in de desbetreffende afdeling van de Tabel in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven routes (hierna onderscheidenlijk te noemen „de overeengekomen diensten” en „de overeengekomen routes”). Na ontvangst van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van de bepalingen van lid (2) van dit artikel en van artikel 4 van deze Overeenkomst, onverwijld aan die luchtvaartmaatschappij de passende exploitatievergunning.

(2). Alvorens de in lid (1) van dit artikel bedoelde vergunning te verlenen, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij, van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij eisen, dat zij ten genoege van die luchtvaartautoriteiten aantoont, dat zij in staat is de voorwaarden na te komen, welke worden gesteld krachtens de wetten en voorschriften welke gewoonlijk door die autoriteiten met betrekking tot de exploitatie van commerciële luchtvaartmaatschappijen worden toegepast.

(3). Nadat aan de bepalingen van lid (1) van dit artikel is voldaan, kan een aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij, aan welke aldus een vergunning is verleend, te allen tijde beginnen met de exploitatie van de overeengekomen diensten.

Artikel 4

(1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht, na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, de aanvaarding van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij te weigeren en de rechten, omschreven in deze Overeenkomst, niet te verlenen of in te trekken, of de uitoefening van die rechten door een luchtvaartmaatschappij aan zodanige voorwaarden te onderwerpen als zij noodzakelijk acht, in alle gevallen waarin niet te haren genoege is aangetoond, dat de eigendom voor een aanmerkelijk deel en de daadwerkelijke leiding van die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij, die de luchtvaartmaatschappij aanwijst of bij onderdanen van de Overeenkomstsluitende Partij, die de luchtvaartmaatschappij aanwijst.

(2). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht, na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, de uitoefening door een luchtvaartmaatschappij van de in deze Overeenkomst omschreven rechten te schorsen, of de uitoefening van die rechten door een luchtvaartmaatschappij aan zodanige voorwaarden te onderwerpen als zij noodzakelijk acht, in alle gevallen waarin de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft te voldoen aan de wetten of voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten verleent, of anderszins in gebreke blijft de exploitatie te doen geschieden in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden.

Artikel 5

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht tot overvliegen en het recht tot landen voor nietverkeersdoeleinden binnen haar grondgebied; bovendien geniet(en) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij, voor het vestigen van de overeengekomen luchtdiensten, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij op de overeengekomen routes het recht passagiers, lading of post af te zetten en op te nemen, afkomstig van of bestemd voor punten buiten dat grondgebied.

Artikel 6

(1). Voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke zich aan boord bevinden van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij bij binnenkomst in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zijn vrijgesteld van alle nationale rechten en heffingen met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, zelfs indien zodanige voorraden door luchtvaartuigen worden gebruikt tijdens vluchten binnen dat grondgebied. De aldus vrijgestelde goederen worden niet gelost, tenzij met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en indien ze gelost worden, blijven zij onder toezicht van de douane tot zij voor gebruik door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij nodig zijn of tot zij wederuitgevoerd worden.

(2). Voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, ingevoerd in, of aan boord gebracht van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door of ten behoeve van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van eerstgenoemde Partij en bestemd voor gebruik bij de exploitatie van een overeengekomen dienst, zijn vrijgesteld van alle nationale rechten en heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, welke op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden geheven, zelfs indien zodanige voorraden door deze luchtvaartuigen worden gebruikt tijdens vluchten binnen dat grondgebied.

Artikel 7

De tarieven welke zullen worden geheven door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van beide Overeenkomstsluitende Partijen op de omschreven routes of een gedeelte daarvan, zijn de tarieven welke zijn vastgesteld door de Internationale Luchtvervoersvereniging.

Indien dergelijke tarieven niet bestaan, worden die tarieven in onderlinge overeenstemming tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen vastgesteld.

Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot onderlinge overeenstemming mochten geraken over de vaststelling van de tarieven, trachten de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg passende tarieven vast te stellen.

Artikel 8

Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen met de andere Overeenkomstsluitende Partij aangelegenheden wenst te bespreken welke betrekking hebben op deze Overeenkomst en/of de daarbij behorende Bijlage, kan zij verzoeken dat overleg zal worden gepleegd tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen; een dergelijk overleg zal binnen zestig dagen na de datum waarop de andere Overeenkomstsluitende Partij het verzoek heeft ontvangen, aanvangen. Indien een dergelijk overleg tot gevolg heeft, dat bedoelde autoriteiten overeenstemming bereiken ten aanzien van enige wijziging van de bepalingen van deze Overeenkomst en/of de daarbij behorende Bijlage, wordt een dergelijke wijziging van kracht wanneer zij is bevestigd door middel van langs diplomatieke weg gewisselde nota's, waarin, in het geval van een wijziging van deze Overeenkomst, wordt vermeld dat aan de krachtens de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten is voldaan.

Artikel 9

(1). Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil ontstaat ten aanzien van de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en/of de daarbij behorende Bijlage, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats het geschil te regelen door onderling overleg.

(2). Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van overleg een regeling te treffen, moeten zij het geschil ter beslissing voorleggen aan een door hen in onderling overleg ingesteld scheidsgerecht of aan het Internationale Gerechtshof.

(3). De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich aan iedere door bedoeld scheidsgerecht of door het Internationale Gerechtshof gegeven beslissing te houden.

(4). Indien en zolang een Overeenkomstsluitende Partij of een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij zich niet aan een in overeenstemming met lid (2) van dit artikel gegeven beslissing houdt, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij ieder recht, dat zij krachtens deze Overeenkomst heeft gegeven aan de in gebreke blijvende Overeenkomstsluitende Partij of aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij (en) van de in gebreke blijvende Overeenkomstsluitende Partij beperken, onthouden of intrekken.

Artikel 10

Deze Overeenkomst wordt beëindigd één jaar nadat de ene Overeenkomstsluitende Partij van de andere Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving van opzegging heeft ontvangen, tenzij deze kennisgeving vóór het verstrijken van die periode in onderling overleg wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast van de datum van ondertekening af en treedt in werking op een datum, welke zal worden vastgelegd door wisseling van nota's, waarin wordt vermeld, dat aan de krachtens de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten is voldaan.

In witness whereof the undersigned Plenipotentiaries being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement and have affixed thereto their seals.

Done this 28th day of November, A. D. 1958, in two originals at Monrovia in the English language.

In the presence of:

(sd.) J. Rudolph Grimes

(sd.) F. G. Regtdoorzee Greup

For the Government of the Republic of Liberia

(sd.) McKINLEY A. DESHIELD

Postmaster General of Liberia

For the Kingdom of the Netherlands

(sd.) LOUIS NOË

Ambassador Extraordinary and Plenipotentiary of the Netherlands

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.