Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen betreffende het burgerluchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1961-02-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen, hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen”, geleid door de wens de wederkerige betrekkingen op het gebied van het burgerluchtvervoer te regelen, zijn de volgende bepalingen overeengekomen:

Artikel I

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes, vastgesteld in de Bijlagen bij deze Overeenkomst.

Die diensten en die routes worden hierna soms onderscheidenlijk genoemd „overeengekomen diensten” en „vastgestelde routes”. De maatschappijen, aangewezen door elke Overeenkomstsluitende Partij, zullen, wanneer zij een overeengekomen dienst op een vastgestelde route exploiteren, de volgende rechten genieten:

Artikel II
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal het recht hebben een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de vastgestelde routes. Van deze aanwijzing zal schriftelijk kennis gegeven moeten worden aan de luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2.

Na de ontvangst van de kennisgeving van aanwijzing zal de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van lid 3 en 4 van dit Artikel, onverwijld aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of -maatschappijen de passende exploitatievergunningen verlenen.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen zullen kunnen verlangen, dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bewijst, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden, welke worden gesteld door de wetten en voorschriften, welke door die autoriteiten gewoonlijk met betrekking tot de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944.

4.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal het recht hebben de in lid 2 van dit Artikel vermelde exploitatievergunningen niet te verlenen dan wel zodanige voorwaarden te stellen als haar noodzakelijk zouden kunnen voorkomen ten aanzien van de uitoefening door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de rechten omschreven in Artikel I van deze Overeenkomst, wanneer die Overeenkomstsluitende Partij niet overtuigd is, dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij, welke de maatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.

5.

Na ontvangst van de in lid 2 van dit Artikel vermelde exploitatievergunning zal de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk tijdstip een aanvang kunnen maken met de exploitatie van elke overeengekomen dienst, mits ten aanzien van die dienst een overeenkomstig de bepalingen van Artikel IX van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is.

Artikel III
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal het recht hebben een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in Artikel I van deze Overeenkomst omschreven rechten op te schorten of ten aanzien van de uitoefening van die rechten voorwaarden te stellen, welke zij noodzakelijk acht, wanneer:

2.

Tenzij de intrekking, de opschorting of het stellen van voorwaarden, bedoeld in lid 1 van dit Artikel, onmiddellijk noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten en voorschriften te voorkomen, zal een zodanig recht slechts kunnen worden uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel IV
1.

De door de Overeenkomstsluitende Partijen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten aangewezen luchtvaartmaatschappijen moeten een capaciteit aanbieden, welke is aangepast aan de bestaande en de redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationaal luchtverkeer aan die diensten.

2.

De voorwaarden voor de exploitatie van de overeengekomen diensten zullen onderwerp uitmaken van speciale regelingen tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen.

3.

Indien de nationale voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij zulks eisen, zullen de in lid 2 van dit Artikel vermelde regelingen ter goedkeuring moeten worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel V
1.

De luchtvaartuigen, welke door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, hun voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en hun boordproviand (daaronder begrepen de etenswaren, de dranken en de tabaksartikelen) zullen bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten en heffingen, onder voorwaarde, dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Eveneens vrijgesteld van deze zelfde rechten, kosten en heffingen, met uitzondering van kosten, welke betrekking hebben op verleende diensten, zullen zijn:

3.

Indien de nationale wetten en voorschriften zulks eisen, zullen de in lid 1 en 2 van dit Artikel opgesomde goederen onder toezicht van de douaneautoriteiten worden gesteld.

Artikel VI

De normale boord-uitrustingsstukken alsook de zaken en voorraden, welke zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij, zullen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts kunnen worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dit geval zullen ze onder toezicht van genoemde autoriteiten kunnen worden gesteld, totdat ze weer worden uitgevoerd of met toestemming van deze autoriteiten een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel VII
1.

De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de binnenkomst in of het verblijf op haar grondgebied alsook die betreffende het vertrek van dat grondgebied van de voor de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of die betreffende de exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied zijn eveneens van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2.

De wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij regelen de binnenkomst, het verblijf en het vertrek van de aan boord van de luchtvaartuigen vervoerde passagiers, bemanningsleden, post of goederen (met name die, welke betrekking hebben op paspoorten, douane en gezondheidscontrole) zullen van toepassing zijn op de passagiers, de bemanningsleden, de post en de goederen, aan boord genomen van luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel VIII

De passagiers in direct doorgaand verkeer op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij zullen slechts aan een zeer vereenvoudigde controle worden onderworpen.

De bagage en goederen in direct doorgaand verkeer zullen vrijgesteld zijn van douanerechten en andere soortgelijke belastingen.

Artikel IX
1.

De door de luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij toe te passen tarieven zullen worden vastgesteld op redelijke hoogten, waarbij behoorlijk rekening zal worden gehouden met alle in aanmerking komende factoren en met name met de exploitatiekosten, een redelijke winst alsook de tarieven van de andere luchtvaartmaatschappijen.

2.

De in lid 1 van dit Artikel vermelde tarieven zullen, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen, na overleg met de andere luchtvaartmaatschappijen, die de gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren. De luchtvaartmaatschappijen zullen deze overeenstemming zoveel mogelijk dienen te verwezenlijken door gebruik te maken van de tarieven-vaststellingsprocedure van de Internationale Luchtvervoersvereniging.

3.

De aldus vastgestelde tarieven zullen tenminste vijfenveertig (45) dagen voor de datum, waarop zij van kracht zullen worden, ter goedkeuring worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen. In bijzondere gevallen zal deze termijn verkort kunnen worden, mits genoemde autoriteiten daarmede instemmen.

4.

Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent een tarief, of indien om een andere reden een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit Artikel, of wel indien gedurende de eerste dertig (30) dagen van de periode van vijfenveertig (45) dagen vermeld in lid 3 van dit Artikel een Overeenkomstsluitende Partij aan de andere Overeenkomstsluitende Partij mededeelt, dat zij niet instemt met een overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van dit Artikel vastgesteld tarief, zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen moeten trachten in onderling overleg het tarief vast te stellen.

5.

Geen tarief zal van kracht worden, indien de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen het niet hebben goedgekeurd.

6.

De overeenkomstig de bepalingen van dit Artikel vastgestelde tarieven zullen van kracht blijven totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit Artikel.

Artikel X

In een geest van nauwe samenwerking zullen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen van tijd tot tijd overleg plegen teneinde zich te vergewissen van de toepassing en de bevredigende uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlagen.

Artikel XI

Elk geschil betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlagen zal worden geregeld door middel van directe onderhandelingen tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten.

In geval de hierboven vermelde onderhandelingen mislukken, zal het geschil worden geregeld tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel XII

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlagen zal de uitdrukking „luchtvaartautoriteiten” betekenen:

Artikel XIII
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij iedere wijziging kunnen voorstellen, welke zij in deze Overeenkomst zal wensen te zien aangebracht. Een overleg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de voorgestelde wijziging moet aanvangen binnen een termijn van zestig (60) dagen te rekenen van de datum van het verzoek van één der Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

Indien één der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht een Bijlage bij deze Overeenkomst te wijzigen, zullen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen overleg kunnen plegen teneinde tot zodanige wijziging te geraken.

3.

Elke wijziging van deze Overeenkomst of van haar Bijlagen volgens lid 1 en 2 van dit Artikel zal van kracht worden nadat zij is bevestigd door een wisseling van nota's tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel XIV

Deze Overeenkomst zal overeenkomstig de in elk der beide landen van kracht zijnde grondwettelijke bepalingen worden goedgekeurd en zal in werking treden op de dag, waarop de mededelingen worden gewisseld, waarin wordt vastgesteld, dat aan die bepalingen is voldaan.

De bepalingen van deze Overeenkomst zullen voorlopig worden toegepast van de datum van de ondertekening van de Overeenkomst af.

Artikel XV

Deze Overeenkomst zal voor onbepaalde tijd van kracht blijven, terwijl elk der Overeenkomstsluitende Partijen haar te allen tijde door een schriftelijke mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij kan opzeggen. In dat geval zal deze Overeenkomst aflopen twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à Varsovie le 21 juillet 1960 en double exemplaire en langue française.

Au nom du Gouvernement Royal des Pays-Bas

(s.) DUCO MIDDELBURG

Au nom du Gouvernement de la République Populaire de Pologne

(s.) J. RUSTECKI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.