Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Roemeense Volksrepubliek inzake burgerluchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1958-09-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Roemeense Volksrepubliek (hierna genoemd „de Overeenkomstsluitende Partijen”),

verlangende een Overeenkomst te sluiten teneinde het burgerlijke luchtvervoer tussen hun onderscheidene grondgebieden en verder gelegen punten te bevorderen,

hebben tot dat doel de ondergetekende gevolmachtigden aangewezen, die, behoorlijk gemachtigd door hun onderscheidene Regeringen, de volgende bepalingen zijn overeengekomen:

Artikel I
1.

De beide Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederkerig het recht de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven luchtdiensten (hierna genoemd „overeengekomen luchtdiensten”) te exploiteren, op de in de genoemde Bijlage omschreven routes (hierna genoemd „overeengekomen luchtroutes”).

2.

Behoudens de bepalingen van artikel II van deze Overeenkomst mag elk van de overeengekomen luchtdiensten onmiddellijk of op een latere datum in exploitatie worden genomen. Vóór de opening van een dienst zullen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zich met elkaar in verbinding stellen.

Artikel II
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk een of meer luchtvervoersondernemingen aanwijzen voor de exploitatie krachtens deze Overeenkomst van elk van de overeengekomen luchtdiensten.

2.

Behoudens de bepalingen, vervat in lid 3 van dit artikel en in lid 1 van artikel III van deze Overeenkomst, zal de luchtvaartautoriteit van elke Overeenkomstsluitende Partij aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvervoersonderneming of -ondernemingen zonder uitstel de passende exploitatievergunning uitreiken.

3.

Alvorens tot het exploiteren van de overeengekomen luchtdiensten te worden gemachtigd, kan van elke aangewezen onderneming worden verlangd tegenover de luchtvaartautoriteit welke bevoegd is tot het uitreiken van de exploitatievergunning te bewijzen, dat zij voldoet aan de voorwaarden, gesteld krachtens de wetten en reglementen welke gewoonlijk door die autoriteit ten aanzien van de exploitatie van geregelde internationale luchtdiensten worden toegepast - mits die wetten en reglementen niet strijdig zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel III
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor, aan een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvervoersonderneming een exploitatievergunning te weigeren, of deze in te trekken, wanneer zij niet het bewijs heeft, dat een overwegend deel van de eigendom van, alsook het daadwerkelijk toezicht op die onderneming berusten bij de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij natuurlijke- of rechtspersonen van die Overeenkomstsluitende Partij.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor, een exploitatievergunning, uitgereikt aan een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvervoersonderneming, in te trekken indien de onderneming zich niet houdt aan de in artikel IV genoemde wetten en reglementen, of de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet vervult.

3.

Tenzij de intrekking noodzakelijk is om nieuwe inbreuken te voorkomen, zal het recht, een exploitatievergunning krachtens het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel in te trekken, door een van de Overeenkomstsluitende Partijen niet worden uitgeoefend dan na schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij en nadat overleg tussen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen niet binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst door de andere Overeenkomstsluitende Partij van de genoemde kennisgeving, tot overeenstemming heeft geleid.

Artikel IV
1.

De wetten en reglementen welke op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van luchtvaartuigen, gebezigd in het internationale luchtverkeer, of de exploitatie, het verkeer en het gedrag van de bedoelde luchtvaartuigen binnen dat grondgebied, zijn eveneens van toepassing op de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvervoersonderneming.

2.

De wetten en reglementen welke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van bemanningen, passagiers en goederen - zoals die betreffende de verschillende controleformaliteiten, de paspoorten, de immigratie, de invoer en de uitvoer, de douane, de wisselhandel en de sanitaire maatregelen - zullen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij van toepassing zijn op de bemanningen, passagiers en goederen, vervoerd door de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen onderneming of ondernemingen.

Artikel V

De belastingen en de andere rechten voor het gebruik van de luchthavens, hun installaties en technische uitrusting op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij zullen worden geïnd overeenkomstig de op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij eenvormig vastgestelde officiële normen en tarieven.

Artikel VI
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen, dat de in internationaal verkeer geëxploiteerde luchtvaartuigen van de door een van de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvervoersondernemingen, evenals de motorbrandstoffen, de smeeroliën, de reservedelen, de gereedschappen, de normale uitrustingsstukken, de installaties en de proviand, welke aan boord van die luchtvaartuigen vervoerd worden, bij aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zullen zijn van alle douanerechten, belastingen en heffingen.

2.

De motorbrandstoffen, de smeeroliën, de reservedelen, de gereedschappen, de normale uitrustingsstukken, de installaties en de boordproviand, ingevoerd en/of opgeslagen op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Partijen om in internationaal luchtverkeer in de luchtvaartuigen van de luchtvervoersonderneming van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden verbruikt en gebruikt, zullen binnen het grondgebied van de eerste Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld zijn van alle rechten, belastingen en heffingen.

3.

Alle goederen welke krachtens de leden 1 en 2 vrijgesteld zijn van rechten, belastingen en heffingen zullen vrijgesteld blijven indien zij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij die de vrijstelling verleent behoorlijk in de luchtvaartuigen van de luchtvervoersonderneming gebruikt of verwerkt worden; zij mogen echter op dat grondgebied niet aan derden worden overgedragen. Ingeval die goederen niet gebruikt of verwerkt mochten worden, kunnen zij zonder betaling van rechten, belastingen of heffingen weder worden uitgevoerd.

4.

Alle goederen welke in dit artikel zijn opgesomd en de vrijstelling genieten zullen ter beschikking zijn van de onderscheiden luchtvervoersondernemingen maar zullen onderworpen blijven aan toezicht van de douaneautoriteiten.

Artikel VII

Bij de uitvoering van de diensten en van de bijzondere vluchten, bedoeld in deze Overeenkomst, zullen de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvervoersondernemingen de volgende bescheiden moeten medevoeren:

Artikel VIII
1.

Met het oog op de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten en van de bijzondere vluchten zal elke Overeenkomstsluitende Partij de bewijzen van bevoegdheid en de bewijzen van luchtwaardigheid, uitgereikt of geldig verklaard door de andere Overeenkomstsluitende Partij, als geldig erkennen.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied, de bewijzen van bevoegdheid, welke aan een van haar onderdanen door een andere Staat zijn verleend, niet als geldig te erkennen.

Artikel IX
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich op haar grondgebied aan luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, welke zich in nood bevinden, hulp te verlenen op dezelfde wijze als betrof het haar nationale luchtvaartuigen. Zij zal, zoveel als mogelijk en onder het toezicht van haar eigen autoriteiten, aan de exploitant en/of de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij in welker land het luchtvaartuig is ingeschreven toestaan de technische hulpmaatregelen te verlenen welke de omstandigheden noodzakelijk kunnen maken.

2.

Indien aan een luchtvaartuig van een der Overeenkomstsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een ongeval zou overkomen, dat het verlies van mensenlevens of ernstige verwondingen zou veroorzaken, dan wel zou duiden op het bestaan van ernstige technische gebreken in het luchtvaartuig of in de faciliteiten voor de luchtvaart, zal de Overeenkomstsluitende Partij op welker grondgebied het ongeval heeft plaats gehad een onderzoek instellen omtrent de omstandigheden van het ongeval.

Aan waarnemers van de Overeenkomstsluitende Partij in welker land het luchtvaartuig is ingeschreven zal de gelegenheid worden geboden bij het onderzoek tegenwoordig te zijn, en de Overeenkomstsluitende Partij die tot dat onderzoek overgaat zal aan de andere Overeenkomstsluitende Partij het rapport en de gevolgtrekkingen betreffende het ongeval doen weten.

Artikel X
1.

De aangewezen luchtvervoersondernemingen zullen onderling de kwesties regelen, welke verband houden met de commerciële exploitatie en met de wederzijds bewezen diensten met betrekking tot de exploitatie van de geregelde diensten en van bijzondere vluchten, zoals dienstregelingen, tarieven, vrachtprijzen, verrekeningsmethodes en de hulpdiensten op de grond op de luchthavens.

2.

Voor wat de tarieven en de vrachtprijzen betreft, zullen de aangewezen luchtvervoersondernemingen zoveel mogelijk rekening houden met de door de Internationale Luchtvervoers Vereniging (I.A.T.A.) vastgestelde procedures voor de vaststelling van de tarieven en vrachtprijzen.

Artikel XI

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal erop toezien, dat haar aangewezen luchtvervoersonderneming of -ondernemingen, zo lang van tevoren als mogelijk is, aan de luchtvaartautoriteit van de andere Overeenkomstsluitende Partij de dienstregelingen, de tarieven en de vrachtprijzen aanbieden alsmede iedere andere soortgelijke, op de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten betrekking hebbende inlichting welke vereist zou kunnen worden, evenals alle wijzigingen betreffende die dienstregelingen, tarieven, vrachtprijzen en inlichtingen.

Artikel XII

De aangewezen luchtvervoersondernemingen zullen het recht hebben op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij het technische en commerciële personeel te hebben, dat noodzakelijk is voor de exploitatie van de in artikel I van deze Overeenkomst voorziene luchtdiensten. Zij zullen onderling overleg plegen omtrent het aantal personen, dat tot dat doel te werk gesteld zal worden.

Artikel XIII
1.

De luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvervoersondernemingen, welke gebezigd worden voor de exploitatie van overeengekomen luchtdiensten of voor de exploitatie van de bijzondere vluchten, kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij noch in beslag worden genomen of vastgehouden, noch het voorwerp worden van een gerechtelijke burgerlijke procedure.

2.

De luchtvaartuigen van de luchtvervoersondernemingen kunnen niet in beslag worden genomen of vastgehouden op grond dat hun bouw, hun onderdelen of hun uitrusting de nabootsing zouden vormen van een patent, ontwerp en model, behoorlijk verleend of geregistreerd op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij.

3.

De vrijstelling van het leggen van beslag en van het vasthouden, bedoeld in de leden 1 en 2 van dit artikel, kan niet afhankelijk worden gemaakt van het verschaffen van een zekerheidstelling.

Artikel XIV

Indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een aangelegenheid met betrekking tot deze Overeenkomst en/of haar Bijlage wensen te bespreken, zullen tussen hen beraadslagingen plaats hebben.

Artikel XV
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde aan de andere Overeenkomstsluitende Partij voorstellen doen omtrent wijzigingen, die zij in deze Overeenkomst wenst te zien gebracht. De beraadslaging tussen de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de voorgestelde wijziging moet plaats hebben binnen een termijn van 60 dagen, te rekenen vanaf de datum van het verzoek door een der Partijen.

2.

Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht de Bijlage bij deze Overeenkomst te wijzigen, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen overleg plegen teneinde tot een zodanige wijziging te komen.

3.

Elke wijziging van deze Overeenkomst of van haar Bijlage, ingevolge de leden 1 en 2 van dit artikel, zal in werking treden nadat zij door een notawisseling tussen de Overeenkomstsluitende Partijen zal zijn bevestigd.

Artikel XVI

Ieder mogelijk geschil met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst of van haar Bijlage zal worden geregeld door rechtstreekse onderhandelingen tussen de luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen.

Indien de genoemde autoriteiten niet tot overeenstemming komen, zullen de onderhandelingen langs diplomatieke weg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen worden voortgezet.

Artikel XVII

De bepalingen van deze Overeenkomst zullen voorlopig toepassing vinden van de datum van haar ondertekening af en zullen van kracht worden op een datum, vast te stellen bij een notawisseling, waarin wordt vermeld dat de door de nationale wetgeving van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vereiste formaliteiten zijn vervuld.

Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd en zal 12 maanden na de datum van ontvangst door de andere Overeenkomstsluitende Partij van de kennisgeving van die opzegging ten einde lopen.

En foi de quoi, les soussignés plénipotentiaires dûment autorisés par leurs Gouvernements respectifs ont signé le présent Accord et y ont apposé leurs sceaux.

Fait à La Haye, le 27 août 1957 en double exemplaire, en français.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas,

(s.) J. LUNS

Pour le Gouvernement de la République Populaire Roumaine,

(s.) GHEORGHE SAFER

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.