Verdrag nopens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling
De Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk België, Canada, het Koninkrijk Denemarken, Spanje, de Verenigde Staten van Amerika, de Franse Republiek, het Koninkrijk Griekenland, Ierland, de Republiek IJsland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk Noorwegen, het Koninkrijk der Nederlanden, de Portugese Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat en de Turkse Republiek;
Overwegende, dat economische kracht en welvaart van wezenlijk belang zijn voor het bereiken van de doeleinden van de Verenigde Naties, het behoud van de persoonlijke vrijheid en de toename van het algemeen welzijn;
Van oordeel, dat zij deze doelstellingen op zeer doeltreffende wijze kunnen bevorderen door de traditie van samenwerking die tussen hen is ontstaan te versterken;
Erkennende, dat het economische herstel en de economische vooruitgang van Europa, waaraan zij door hun deelneming aan de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking een belangrijke bijdrage hebben geleverd, nieuwe vooruitzichten hebben geopend voor een versterking van die traditie en voor de toepassing daarvan ten aanzien van nieuwe taken en meer omvattende doelstellingen;
Overtuigd, dat een samenwerking op bredere basis een wezenlijke bijdrage zal vormen tot vreedzame en harmonische betrekkingen tussen de volkeren;
Erkennende, dat hun volkshuishoudingen in toenemende mate van elkaar afhankelijk zijn;
Vastbesloten om door middel van overleg en samenwerking hun huidige en toekomstige mogelijkheden op meer doeltreffende wijze te gebruiken teneinde een optimale groei van hun volkshuishoudingen te bevorderen en het economische en sociale welzijn van hun volkeren te verbeteren;
Van oordeel, dat de economisch meer ontwikkelde landen dienen samen te werken teneinde de landen die een economisch ontwikkelingsproces doormaken naar hun beste vermogen bij te staan;
Erkennende, dat de verdere uitbreiding van de wereldhandel een van de belangrijkste factoren is die de economische ontwikkeling der verschillende landen bevorderen en de internationale economische betrekkingen verbeteren;
Vastbesloten om deze doeleinden na te streven op een wijze die verenigbaar is met hun verplichtingen uit hoofde van hun lidmaatschap van andere internationale organisaties of instellingen of voortvloeiende uit overeenkomsten waarbij zij partij zijn;
Hebben overeenstemming bereikt over de navolgende bepalingen inzake de omvorming van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking tot de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling:
Artikel 1
Het doel van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna genoemd de „Organisatie”) is een beleid te bevorderen, dat er op gericht is:
- a. in de deelnemende landen de grootst mogelijke economische groei en werkgelegenheid en een stijgende levensstandaard te bewerkstelligen onder handhaving van de financiële stabiliteit, teneinde aldus bij te dragen tot de ontwikkeling van de wereldeconomie;
- b. bij te dragen tot een gezonde economische expansie zowel in de deelnemende als in de niet-deelnemende landen die een economisch ontwikkelingsproces doormaken;
- c. bij te dragen tot de uitbreiding van de wereldhandel op multilaterale en niet-discriminatoire grondslag overeenkomstig de internationale verplichtingen.
Artikel 2
Teneinde deze doelstellingen te bereiken komen de Leden overeen zowel individueel als gezamenlijk:
- a. een doelmatig gebruik van hun economische hulpbronnen te bevorderen;
- b. op wetenschappelijk en technisch gebied de ontwikkeling van hun hulpbronnen te verzekeren, het wetenschappelijk onderzoek aan te moedigen en de beroepsopleiding te bevorderen;
- c. een beleid te voeren dat is gericht op het bereiken van economische groei en van interne en externe financiële stabiliteit, en op het vermijden van ontwikkelingen die hun volkshuishouding of die van andere landen in gevaar zouden kunnen brengen;
- d. zich te blijven inspannen voor een vermindering of opheffing van de belemmeringen voor het goederen- en dienstenverkeer alsmede voor het lopende betalingsverkeer, en de vrijmaking van het kapitaalverkeer te handhaven en uit te breiden;
- e. bij te dragen tot de economische ontwikkeling zowel van de deelnemende landen als van de niet-deelnemende landen die een economisch ontwikkelingsproces doormaken, door passende middelen en in het bijzonder door kapitaal te doen vloeien naar die landen, waarbij rekening wordt gehouden met het belang van het ontvangen van technische bijstand en van het zich verzekeren van zich uitbreidende exportmarkten voor hun volkshuishoudingen.
Artikel 3
Teneinde de in artikel 1 genoemde doelstellingen te bereiken en te voldoen aan de in artikel 2 vervatte verplichtingen komen de Leden overeen dat zij:
- a. elkaar op de hoogte zullen houden en de Organisatie alle inlichtingen zullen verstrekken die zij voor de vervulling van haar taak nodig heeft;
- b. voortdurend overleg zullen plegen, studies zullen verrichten en zullen deelnemen aan in onderling overleg aanvaarde projecten;
- c. nauw zullen samenwerken en, in voorkomende gevallen, gecoördineerd zullen optreden.
Artikel 4
Leden van de Organisatie zijn de Partijen bij dit Verdrag.
Artikel 5
Teneinde haar doelstellingen te bereiken kan de Organisatie:
- a. besluiten nemen, die, tenzij anders is bepaald, voor alle Leden bindend zijn;
- b. aanbevelingen doen aan de Leden;
- c. overeenkomsten aangaan met Leden, niet-leden en internationale organisaties.
Artikel 6
Tenzij de Organisatie ten aanzien van bijzondere gevallen met algemene stemmen anders besluit, worden geen besluiten genomen en aanbevelingen gedaan dan met onderling goedvinden van alle Leden.
Ieder Lid heeft één stem. Indien een Lid zich onthoudt van stemming over een besluit of een aanbeveling, staat deze onthouding van stemming het nemen van het besluit of het doen van de aanbeveling niet in de weg; het besluit of de aanbeveling is in dat geval van toepassing op de andere Leden doch niet op het Lid dat zich van stemming heeft onthouden.
Een besluit is niet bindend voor een Lid zolang het niet heeft voldaan aan zijn grondwettelijk voorgeschreven procedures. De andere Leden kunnen overeenkomen dat een dergelijk besluit voorlopig tussen hen van toepassing zal zijn.
Artikel 7
Een Raad, samengesteld uit alle Leden, is het orgaan waarvan alle handelingen van de Organisatie uitgaan. De Raad kan bijeenkomen in vergaderingen van ministers of van permanente vertegenwoordigers.
Artikel 8
De Raad wijst jaarlijks een voorzitter aan, die de vergadering der ministers voorzit, alsmede twee vice-voorzitters. De voorzitter is telkens eenmaal herkiesbaar voor een tweede, aansluitende, ambtstermijn.
Artikel 9
De Raad kan een uitvoerend comité instellen alsmede alle hulporganen die nodig zijn ter bereiking van de doelstellingen van de Organisatie.
Artikel 10
De Raad benoemt voor een ambtstermijn van vijf jaar een secretaris-generaal, die aan de Raad verantwoording verschuldigd is. Hij wordt bijgestaan door een of meer plaatsvervangende secretarissen-generaal of adjunct-secretarissen-generaal, die op voorstel van de secretaris-generaal door de Raad worden benoemd.
De secretaris-generaal treedt op als voorzitter van de Raad tijdens vergaderingen van de permanente vertegenwoordigers. Hij staat de Raad op alle daartoe in aanmerking komende wijzen ter zijde en kan aan de Raad en aan elk ander orgaan van de Organisatie voorstellen doen.
Artikel 11
De secretaris-generaal benoemt het personeel dat de Organisatie nodig heeft in overeenstemming met door de Raad goedgekeurde organisatie-plannen. Het statuut van het personeel is onderworpen aan de goedkeuring van de Raad.
Met het oog op het internationale karakter van de Organisatie vragen noch ontvangen de secretaris-generaal, de plaatsvervangende secretarissen-generaal, de adjunct-secretarissen-generaal en het personeel aanwijzingen van enig Lid of van enige Regering of autoriteit buiten de organisatie.
Artikel 12
Op de door de Raad vast te stellen voorwaarden kan de Organisatie:
- a. zich met wensen tot niet-leden of organisaties richten;
- b. betrekkingen aanknopen en in stand houden met niet-leden of met organisaties;
- c. niet-leden of organisaties uitnodigen aan werkzaamheden van de Organisatie deel te nemen.
Artikel 13
De vertegenwoordiging in de Organisatie van de bij de Verdragen van Parijs en Rome van 18 april 1951 en 25 maart 1957 opgerichte Europese Gemeenschappen zal zijn als bepaald in het Aanvullende Protocol Nr. 1 bij dit Verdrag.
Artikel 14
Dit Verdrag dient door de ondertekenende regeringen te worden bekrachtigd of aanvaard in overeenstemming met hun onderscheidene grondwettelijke vereisten.
De akten van bekrachtiging of aanvaarding worden nedergelegd bij de Regering van de Franse Republiek, die hierbij wordt aangewezen als depot-regering.
Dit Verdrag treedt in werking:
- a. hetzij vóór 30 september 1961, zodra alle ondertekenende regeringen hun akten van bekrachtiging of aanvaarding hebben nedergelegd;
- b. hetzij op 30 september 1961 indien op die datum tenminste 15 ondertekenende regeringen bedoelde akten hebben nedergelegd, en wel ten aanzien van die regeringen; en vervolgens ten aanzien van iedere andere ondertekenende regering op de datum van nederlegging van haar akte van bekrachtiging of aanvaarding;
- c. hetzij na 30 september 1961, doch uiterlijk twee jaar na de ondertekening van dit Verdrag, zodra 15 ondertekenende regeringen bedoelde akten hebben nedergelegd, en wel ten aanzien van die ondertekenende regeringen; en vervolgens ten aanzien van iedere andere ondertekenende regering op de datum van nederlegging van haar akte van bekrachtiging of aanvaarding.
Iedere ondertekenende regering die op het ogenblik van inwerkingtreding van het Verdrag haar akte van bekrachtiging of aanvaarding niet heeft nedergelegd kan op tussen de Organisatie en die regering bij overeenkomst vast te stellen voorwaarden aan de werkzaamheden van de Organisatie deelnemen.
Artikel 15
Op het ogenblik van inwerkingtreding van dit Verdrag wordt de omvorming van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking van kracht en zullen haar doelstellingen, organen, bevoegdheden en naam zijn als in dit Verdrag bepaald. De rechtspersoonlijkheid die de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking bezit gaat over op de Organisatie, doch de besluiten, aanbevelingen en resoluties van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking behoeven de goedkeuring van de Raad om na de inwerkingtreding van dit Verdrag van toepassing te zijn.
Artikel 16
De Raad kan besluiten iedere regering die bereid is de verplichtingen van het lidmaatschap te aanvaarden, uit te nodigen tot dit Verdrag toe te treden. Een dergelijk besluit dient met algemene stemmen te worden genomen met dien verstande dat de Raad in een bepaald geval met algemene stemmen kan beslissen dat onthouding van stemming is toegestaan, in welk geval, ongeacht de bepalingen van artikel 6, het besluit voor alle Leden zal gelden. De toetreding wordt van kracht op het ogenblik van nederlegging van de akte van toetreding bij de depot-regering.
Artikel 17
Iedere Verdragsluitende Partij kan de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van haarzelf beëindigen door daarvan twaalf maanden tevoren mededeling te doen aan de depot-regering.
Artikel 18
De zetel van de Organisatie is gevestigd te Parijs, tenzij de Raad anders overeenkomt.
Artikel 19
De rechtsbevoegdheid van de Organisatie en de voorrechten, vrijstellingen en immuniteiten van de Organisatie, haar functionarissen en de vertegenwoordigers van de Leden bij de Organisatie worden geregeld in het Aanvullende Protocol Nr. 2 bij dit Verdrag.
Artikel 20
Overeenkomstig een door de Raad aangenomen Financieel Reglement legt de secretaris-generaal elk jaar een jaarlijkse begroting, de jaarrekeningen alsmede alle door de Raad gevraagde aanvullende begrotingen ter goedkeuring voor aan de Raad.
De door de Raad goedgekeurde algemene uitgaven van de Organisatie worden omgeslagen volgens een door de Raad vast te stellen schaal. De overige uitgaven worden gefinancierd op een door de Raad vastgestelde grondslag.
Artikel 21
Na ontvangst van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding of iedere mededeling van beëindiging geeft de depotregering daarvan kennis aan alle Verdragsluitende Partijen en aan de secretaris-generaal van de Organisatie.
De Regeringen die het Verdrag nopens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling hebben ondertekend,
Zijn overeengekomen als volgt:
1
De vertegenwoordiging in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling van de bij de Verdragen van Parijs en Rome van 18 april 1951 en 25 maart 1957 opgerichte Europese Gemeenschappen wordt geregeld overeenkomstig de institutionele bepalingen van die Verdragen.
2
De Commissies van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, alsmede de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, nemen deel aan de werkzaamheden van die Organisatie.
De Regeringen die het Verdrag nopens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (hierna genoemd de „Organisatie”) hebben ondertekend,
Zijn overeengekomen als volgt:
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned Plenipotentiaries, duly empowered, have appended their signatures to this Convention.
DONE in Paris, this fourteenth day of December, Nineteen Hundred and Sixty, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited with the depositary Government, by whom certified copies will be communicated to all the Signatories.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.