Overeenkomst tot oprichting van de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee

Type Verdrag
Publication 1999-09-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I. Doelstellingen

Er wordt een Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee (hierna te noemen de Organisatie) opgericht, als erkende regionale organisatie voor de bescherming van planten in het kader van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, die is opgericht door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO)2)Artikel VIII van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten van 06-12-1951; Artikel IX van de nieuwe herziene tekst van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten zoals aangenomen bij Resolutie 12/97 door de FAO-Conferentie tijdens de negenentwintigste zitting in november 1997.. De doelstellingen van de Organisatie zijn:

Artikel II. Begripsomschrijvingen

Ten behoeve van deze Overeenkomst worden de navolgende termen als volgt gedefinieerd:

„Kwetsbaar gebied”: een gebied waarin ecologische factoren gunstig zijn voor de vestiging van een ziekte of plaag waarvan de aanwezigheid in het gebied zal leiden tot aanzienlijke economische schade;

„Internationale standaarden”: de in overeenstemming met het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, vastgestelde internationale standaarden;

„Introductie”: het binnenkomen van een ziekte of plaag, resulterend in vestiging daarvan;

„Ziekte of plaag”: elke soort, stam of biotype van plantaardige of dierlijke vorm of ieder ziekteverwekkend agens die schadelijk is voor planten of plantaardige producten;

„Risicoanalyse van ziekten of plagen”: het proces van het evalueren van biologisch of ander wetenschappelijk en economisch bewijs teneinde vast te stellen of een ziekte of plaag gereguleerd dient te worden en teneinde de zwaarte van de te nemen fytosanitaire maatregelen tegen deze ziekte of plaag te bepalen;

„Fytosanitaire maatregel”: alle wetgeving, regelgeving of officiële procedures die ten doel hebben de introductie of de verspreiding van ziekten en plagen te voorkomen;

„Plantaardige producten”: onbewerkte grondstoffen van plantaardige oorsprong (met inbegrip van graan) alsmede de bewerkte producten die door hun aard of de aard van hun bewerking een risico kunnen vormen voor de introductie en de verspreiding van ziekten en plagen;

„Planten”: levende planten en delen daarvan, met inbegrip van zaden en genetisch materiaal;

„Quarantaineziekte of -plaag”: een ziekte of plaag die mogelijk van economische betekenis kan zijn voor het gebied dat daardoor wordt bedreigd en waar deze ziekte of plaag òf nog niet voorkomt òf wel voorkomt, maar niet wijdverspreid is en officieel wordt bestreden;

„Regionale standaarden”: standaarden vastgesteld door een regionale organisatie voor de bescherming van planten als richtsnoer voor de leden van die organisatie;

„Gereguleerde niet-quarantaineziekte of -plaag”: een niet-quarantaineziekte of niet-quarantaine plaag waarvan de aanwezigheid in voor opplant bestemde planten onaanvaardbare economische consequenties heeft voor het beoogde gebruik van deze planten en die derhalve gereguleerd is op het grondgebied van het importerende land;

„Gereguleerde ziekte of plaag”: een quarantaineziekte of quarantaineplaag of een gereguleerde niet-quarantaineziekte of niet-quarantaine plaag;

Artikel III. Lidmaatschap

a. Het lidmaatschap van de Organisatie, dat wordt verkregen door aanvaarding van deze Overeenkomst volgens de bepalingen van artikel XX, staat open voor:

b. De regering van ieder gebied waaromtrent een verklaring is afgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel XXI, kan door de Raad van de Organisatie tot het lidmaatschap worden toegelaten, doch alleen op voorstel van het lid dat die verklaring heeft afgelegd. Voor een zodanige beslissing is een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen vereist. De gebieden die aldus worden toegelaten, moeten naar het oordeel van de Raad in staat zijn om een duidelijke en welomschreven bijdrage te leveren aan het werk van de Organisatie.

Artikel IV. Zetel

a. De zetel van de Organisatie is gevestigd te Parijs.

b. De vergaderingen van de Organisatie zullen in de regel worden gehouden ter plaatse waar haar zetel gevestigd is.

Artikel V. Taak

De Organisatie heeft tot taak:

Artikel VI. Verplichtingen van regeringen die lid zijn

a. De regeringen die lid zijn verschaffen de Organisatie zoveel mogelijk de informatie die zij redelijkerwijs nodig kan hebben om haar taak te vervullen, waaronder in het bijzonder de informatie bedoeld in Artikel V f1 en V f2.

b. De regeringen die lid zijn trachten de aanbevelingen van de Raad van de Organisatie te implementeren, waaronder in het bijzonder de regionale standaarden.

Artikel VII. Betrekkingen met andere organisaties

De Organisatie werkt om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken samen met de FAO en andere regionale plantenbeschermingsorganisaties en kan samenwerken met de WTO en andere organen die een gelijksoortige taak hebben, bij relevante activiteiten. Deze omvatten de ontwikkeling van standaarden voor fytosanitaire en andere officiële plantbeschermingsmaatregelen en het overwegen of regionale standaarden van de Organisatie in aanmerking komen als internationale standaarden. Zij doet al het mogelijke om te voorkomen dat werkzaamheden dubbel worden verricht.

Artikel VIII. Opbouw van de Organisatie

De Organisatie omvat:

Artikel IX. De Raad

a. De Raad van de Organisatie bestaat uit vertegenwoordigers van de regeringen die lid zijn.

Elke regering die lid is heeft het recht één vertegenwoordiger te benoemen in de Raad, alsmede één plaatsvervangend vertegenwoordiger.

Vertegenwoordigers en plaatsvervangend vertegenwoordigers, die worden benoemd door de regeringen die lid zijn, mogen worden vergezeld door medewerkers en adviseurs.

b. Iedere regering die lid is heeft één stem in de Raad.

Artikel X. Zittingen van de Raad

a. In de regel komt de Raad eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen.

b. Buitengewone zittingen van de Raad worden belegd wanneer ten minste een derde van de regeringen die lid zijn een schriftelijk verzoek daartoe heeft gericht tot de voorzitter.

Artikel XI. Reglementen

De Raad stelt het huishoudelijk reglement en het financiële reglement van de Organisatie vast.

Artikel XII. Waarnemers

Met toestemming van de Raad kan iedere regering die geen lid is van de Organisatie, en iedere internationale organisatie die een taak heeft die verband houdt met de taak van de Organisatie, zich op elke zitting van de Raad doen vertegenwoordigen door een of meer waarnemers die geen stemrecht hebben.

Artikel XIII. Taak van de Raad

De Raad:

Artikel XIV. Voorzitter en vicevoorzitter

a. De Raad kiest uit de vertegenwoordigers van de regeringen die lid zijn een voorzitter en een vicevoorzitter.

b. De voorzitter en de vicevoorzitter worden gekozen voor een periode van drie jaar en zijn opnieuw verkiesbaar voor één nieuwe ambtstermijn.

c. De voorzitter en de vicevoorzitter vervullen dezelfde functie zowel in de Raad als in het Dagelijks Bestuur.

d. Zodra zij zijn verkozen vertegenwoordigen de voorzitter en de vicevoorzitter hun land niet meer.

Artikel XV. Het Dagelijks Bestuur

a. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter en vicevoorzitter en zeven, door de Raad verkozen vertegenwoordigers van de regeringen die lid zijn.

b. Leden van het Dagelijks Bestuur worden normaliter voor een termijn van drie jaar verkozen en kunnen daarna in aanmerking komen voor herverkiezing.

c. In geval er een vacature ontstaat in het Dagelijks Bestuur vóór het aflopen van de zittingstermijn, zal het Dagelijks Bestuur een regering die lid is verzoeken een vertegenwoordiger aan te wijzen ter vervulling van de vacature voor het resterende gedeelte van de zittingstermijn.

d. Het Dagelijks Bestuur komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.

Artikel XVI. Taak van het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur:

Artikel XVII. De Directeur-Generaal

De Directeur-Generaal:

Artikel XVIII. Financiën

a. De uitgaven van de Organisatie worden gedekt door jaarlijkse bijdragen van de regeringen die lid zijn, alsmede door andere door de Raad of door het Dagelijks Bestuur goed te keuren inkomsten.

b. Het bedrag van de jaarlijkse bijdragen van elke regering die lid is wordt bepaald op basis van de in Bijlage I opgenomen schaal van bijdragen.

c. Regeringen die toetreden tot de Overeenkomst en lid zijn van de FAO, vallen in de overeenkomstige categorie op de schaal vermeld in Bijlage I. Voor regeringen die geen lid zijn van de FAO wordt de categorie bepaald door de Raad. Bijlage I, en de categorie van regeringen die lid zijn op de schaal in Bijlage I, kan uitsluitend door een besluit van de Raad worden gewijzigd, met een tweederdemeerderheid van de regeringen die lid zijn.

d. Op aanbeveling van het Dagelijks Bestuur kan de Raad besluiten op de in Bijlage I aangegeven basisbijdragen een coëfficiënt toe te passen, teneinde de bijdragen aan te passen aan de activiteiten van de Organisatie of aan de bestaande economische situatie. Het besluit wordt genomen met een meerderheid van twee derden van de aanwezige en hun stem uitbrengende regeringen die lid zijn.

e. De jaarlijkse bijdragen zijn verschuldigd bij aanvang van het boekjaar van de Organisatie.

f. Het Dagelijks Bestuur bepaalt de valuta waarin de bijdragen van de regeringen die lid zijn worden betaald, onder voorbehoud van de instemming van de betrokken regering.

g. De eerste jaarlijkse bijdrage van een regering die tot de Overeenkomst toetreedt, is verschuldigd voor het boekjaar van de Organisatie waarin aan het bepaalde in artikel XX is voldaan.

h. Aanvullende bijdragen kunnen worden betaald door een afzonderlijke regering of door een groep regeringen ten behoeve waarvan de Organisatie speciale projecten of bijzondere bestrijdingsprogramma’s uitvoert.

i. Een Kascommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van drie regeringen die lid zijn, wordt door de Raad verkozen. De leden van de Kascommissie worden voor drie jaar verkozen en komen de volgende drie jaar niet in aanmerking voor herverkiezing.

j. Het Dagelijks Bestuur benoemt, met goedkeuring van de Raad, een accountant om jaarlijks de boeken van de Organisatie te controleren.

k. De Kascommissie controleert jaarlijks, met de accountant, de rekeningen en het bestuur van de Organisatie en brengt verslag uit aan de Raad.

Artikel XIX. Wijzigingen

a. De tekst van voorstellen tot wijziging van deze Overeenkomst en tot wijziging van Bijlage I wordt door de Directeur-Generaal aan de regeringen die lid zijn medegedeeld ten minste drie maanden voordat de bedoelde voorstellen in de Raad zullen worden behandeld.

b. Wijzigingen van de Overeenkomst worden van kracht, wanneer zij in de Raad zijn aangenomen met een meerderheid van twee derden van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, met dien verstande echter dat wijzigingen die nieuwe verplichtingen voor de regeringen die lid zijn meebrengen – met uitzondering van de wijzigingen van Bijlage I bedoeld in lid c hieronder – voor ieder van hen eerst van kracht worden nadat zij door de betrokken regering zijn aanvaard.

c. Wijzigingen van Bijlage I worden door de Raad aangenomen met tweederdemeerderheid van de regeringen die lid zijn.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.