Overeenkomst tot oprichting van de Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee
Artikel I. Doelstellingen
Er wordt een Plantenbeschermingsorganisatie voor Europa en het gebied van de Middellandse Zee (hierna te noemen de Organisatie) opgericht, als erkende regionale organisatie voor de bescherming van planten in het kader van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, die is opgericht door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO)2)Artikel VIII van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten van 06-12-1951; Artikel IX van de nieuwe herziene tekst van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten zoals aangenomen bij Resolutie 12/97 door de FAO-Conferentie tijdens de negenentwintigste zitting in november 1997.. De doelstellingen van de Organisatie zijn:
- a. de regeringen die lid zijn te ondersteunen in hun streven om de gezondheid van planten te waarborgen en tegelijkertijd de gezondheid van mens en dier en het milieu te beschermen;
- b. het nastreven en ontwikkelen, door middel van samenwerking tussen de regeringen die lid zijn, van de bescherming van planten en plantaardige producten tegen ziekten en plagen en het voorkomen van hun internationale verspreiding en in het bijzonder hun introductie in bedreigde gebieden;
- c. het ontwikkelen van internationaal geharmoniseerde fytosanitaire en andere officiële gewasbeschermingsmaatregelen en, waar nodig, het opstellen van standaarden die dat bewerkstelligen;
- d. de collectieve standpunten van de regeringen die lid zijn, in voorkomend geval, voor te leggen aan de FAO, de WTO, andere regionale organisaties ter bescherming van planten en andere organen met daarmee verband houdende verantwoordelijkheden.
Artikel II. Begripsomschrijvingen
Ten behoeve van deze Overeenkomst worden de navolgende termen als volgt gedefinieerd:
„Kwetsbaar gebied”: een gebied waarin ecologische factoren gunstig zijn voor de vestiging van een ziekte of plaag waarvan de aanwezigheid in het gebied zal leiden tot aanzienlijke economische schade;
„Internationale standaarden”: de in overeenstemming met het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten, vastgestelde internationale standaarden;
„Introductie”: het binnenkomen van een ziekte of plaag, resulterend in vestiging daarvan;
„Ziekte of plaag”: elke soort, stam of biotype van plantaardige of dierlijke vorm of ieder ziekteverwekkend agens die schadelijk is voor planten of plantaardige producten;
„Risicoanalyse van ziekten of plagen”: het proces van het evalueren van biologisch of ander wetenschappelijk en economisch bewijs teneinde vast te stellen of een ziekte of plaag gereguleerd dient te worden en teneinde de zwaarte van de te nemen fytosanitaire maatregelen tegen deze ziekte of plaag te bepalen;
„Fytosanitaire maatregel”: alle wetgeving, regelgeving of officiële procedures die ten doel hebben de introductie of de verspreiding van ziekten en plagen te voorkomen;
„Plantaardige producten”: onbewerkte grondstoffen van plantaardige oorsprong (met inbegrip van graan) alsmede de bewerkte producten die door hun aard of de aard van hun bewerking een risico kunnen vormen voor de introductie en de verspreiding van ziekten en plagen;
„Planten”: levende planten en delen daarvan, met inbegrip van zaden en genetisch materiaal;
„Quarantaineziekte of -plaag”: een ziekte of plaag die mogelijk van economische betekenis kan zijn voor het gebied dat daardoor wordt bedreigd en waar deze ziekte of plaag òf nog niet voorkomt òf wel voorkomt, maar niet wijdverspreid is en officieel wordt bestreden;
„Regionale standaarden”: standaarden vastgesteld door een regionale organisatie voor de bescherming van planten als richtsnoer voor de leden van die organisatie;
„Gereguleerde niet-quarantaineziekte of -plaag”: een niet-quarantaineziekte of niet-quarantaine plaag waarvan de aanwezigheid in voor opplant bestemde planten onaanvaardbare economische consequenties heeft voor het beoogde gebruik van deze planten en die derhalve gereguleerd is op het grondgebied van het importerende land;
„Gereguleerde ziekte of plaag”: een quarantaineziekte of quarantaineplaag of een gereguleerde niet-quarantaineziekte of niet-quarantaine plaag;
Artikel III. Lidmaatschap
a. Het lidmaatschap van de Organisatie, dat wordt verkregen door aanvaarding van deze Overeenkomst volgens de bepalingen van artikel XX, staat open voor:
-
- de regeringen van de landen genoemd in Bijlage II;
-
- de regering van elk ander land die krachtens een besluit van de Raad van de Organisatie wordt uitgenodigd tot het lidmaatschap.
b. De regering van ieder gebied waaromtrent een verklaring is afgelegd overeenkomstig de bepalingen van artikel XXI, kan door de Raad van de Organisatie tot het lidmaatschap worden toegelaten, doch alleen op voorstel van het lid dat die verklaring heeft afgelegd. Voor een zodanige beslissing is een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen vereist. De gebieden die aldus worden toegelaten, moeten naar het oordeel van de Raad in staat zijn om een duidelijke en welomschreven bijdrage te leveren aan het werk van de Organisatie.
Artikel IV. Zetel
a. De zetel van de Organisatie is gevestigd te Parijs.
b. De vergaderingen van de Organisatie zullen in de regel worden gehouden ter plaatse waar haar zetel gevestigd is.
Artikel V. Taak
De Organisatie heeft tot taak:
- a. het ontwikkelen van
-
- beginselen van goede praktijken voor de toepassing van fytosanitaire maatregelen en bij de bescherming van planten in het algemeen;
-
- regionale standaarden;
- b. het bevorderen van
-
- de harmonisatie van de fytosanitaire maatregelen en andere officiële gewasbeschermingsmaatregelen;
-
- de vereenvoudiging en eenmaking van de fytosanitaire voorschriften en certificaten;
- c. de regeringen die lid zijn te adviseren over
-
- technische maatregelen die nodig zijn om het binnenbrengen en de verspreiding van gereguleerde ziekten of plagen te voorkomen, met name maatregelen voor inspectie en toetsing, certificering, behandeling, onderzoek en uitroeiing;
-
- de administratieve en wettelijke maatregelen die nodig zijn om het binnenbrengen en de verspreiding van gereguleerde ziekten of plagen te voorkomen, met inbegrip van met name de risicoanalyse van ziekten of plagen en het opstellen en bijwerken van lijsten van gereguleerde ziekten of plagen;
-
- de maatregelen die nodig zijn om gewasbeschermingsmiddelen te registreren of toe te laten en ter controle van het op de markt brengen en het gebruik ervan op hun grondgebied, met inachtneming van de beginselen van goede gewasbeschermingspraktijken en, waar mogelijk, de beginselen van geïntegreerde bestrijding;
- d. waar mogelijk, internationale campagnes tussen de regeringen die lid zijn tegen ziekten of plagen te coördineren en te stimuleren;
- e. het vergemakkelijken van de samenwerking bij het onderzoek naar ziekten of plagen en bestrijdingsmethoden en bij de uitwisseling van relevante wetenschappelijke informatie;
- f. informatie te verspreiden door
-
- het inwinnen van informatie bij de regeringen die lid zijn over het bestaan, de uitbraak of de verspreiding van ziekten of plagen, en het doorgeven van dergelijke informatie aan de regeringen die lid zijn;
-
- de uitwisseling van informatie over de nationale fytosanitaire wetgeving, lijsten van gereguleerde ziekten of plagen of andere maatregelen die van invloed zijn op het vrije verkeer van planten en plantaardige producten;
-
- de oprichting van een documentatie- en informatiedienst en publicatie in een geschikte vorm van materiaal voor de technische of wetenschappelijke vooruitgang;
- g. in het algemeen alle noodzakelijke en passende maatregelen te nemen voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Organisatie.
Artikel VI. Verplichtingen van regeringen die lid zijn
a. De regeringen die lid zijn verschaffen de Organisatie zoveel mogelijk de informatie die zij redelijkerwijs nodig kan hebben om haar taak te vervullen, waaronder in het bijzonder de informatie bedoeld in Artikel V f1 en V f2.
b. De regeringen die lid zijn trachten de aanbevelingen van de Raad van de Organisatie te implementeren, waaronder in het bijzonder de regionale standaarden.
Artikel VII. Betrekkingen met andere organisaties
De Organisatie werkt om de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken samen met de FAO en andere regionale plantenbeschermingsorganisaties en kan samenwerken met de WTO en andere organen die een gelijksoortige taak hebben, bij relevante activiteiten. Deze omvatten de ontwikkeling van standaarden voor fytosanitaire en andere officiële plantbeschermingsmaatregelen en het overwegen of regionale standaarden van de Organisatie in aanmerking komen als internationale standaarden. Zij doet al het mogelijke om te voorkomen dat werkzaamheden dubbel worden verricht.
Artikel VIII. Opbouw van de Organisatie
De Organisatie omvat:
- a. de Raad;
- b. het bestuur, te weten het Dagelijks Bestuur, de Directeur-Generaal en het personeel;
- c. de Kascommissie;
- d. Andere organen die de Raad overeenkomstig Artikel XIII a.5 wenst op te richten.
Artikel IX. De Raad
a. De Raad van de Organisatie bestaat uit vertegenwoordigers van de regeringen die lid zijn.
Elke regering die lid is heeft het recht één vertegenwoordiger te benoemen in de Raad, alsmede één plaatsvervangend vertegenwoordiger.
Vertegenwoordigers en plaatsvervangend vertegenwoordigers, die worden benoemd door de regeringen die lid zijn, mogen worden vergezeld door medewerkers en adviseurs.
b. Iedere regering die lid is heeft één stem in de Raad.
Artikel X. Zittingen van de Raad
a. In de regel komt de Raad eenmaal per jaar in gewone zitting bijeen.
b. Buitengewone zittingen van de Raad worden belegd wanneer ten minste een derde van de regeringen die lid zijn een schriftelijk verzoek daartoe heeft gericht tot de voorzitter.
Artikel XI. Reglementen
De Raad stelt het huishoudelijk reglement en het financiële reglement van de Organisatie vast.
Artikel XII. Waarnemers
Met toestemming van de Raad kan iedere regering die geen lid is van de Organisatie, en iedere internationale organisatie die een taak heeft die verband houdt met de taak van de Organisatie, zich op elke zitting van de Raad doen vertegenwoordigen door een of meer waarnemers die geen stemrecht hebben.
Artikel XIII. Taak van de Raad
De Raad:
- a. beoordeelt en besluit over:
-
- het voortgangsrapport van de Directeur-Generaal over de werkzaamheden van de Organisatie sedert de laatste gewone zitting van de Raad;
-
- het beleid en het programma van werkzaamheden;
-
- de begroting;
-
- de jaarrekening en de jaarlijkse balans;
-
- de oprichting en ontbinding van de ad hoc of permanente organen van de Organisatie om de werkzaamheden van de Organisatie uit te voeren;
-
- de rapportages van deze organen;
-
- alle voorstellen die door het Comité aan de Raad worden gedaan;
- b. houdt de statutair voorgeschreven verkiezingen;
- c. benoemt de Directeur-Generaal en stelt de voorwaarden van zijn dienstverband vast.
Artikel XIV. Voorzitter en vicevoorzitter
a. De Raad kiest uit de vertegenwoordigers van de regeringen die lid zijn een voorzitter en een vicevoorzitter.
b. De voorzitter en de vicevoorzitter worden gekozen voor een periode van drie jaar en zijn opnieuw verkiesbaar voor één nieuwe ambtstermijn.
c. De voorzitter en de vicevoorzitter vervullen dezelfde functie zowel in de Raad als in het Dagelijks Bestuur.
d. Zodra zij zijn verkozen vertegenwoordigen de voorzitter en de vicevoorzitter hun land niet meer.
Artikel XV. Het Dagelijks Bestuur
a. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de voorzitter en vicevoorzitter en zeven, door de Raad verkozen vertegenwoordigers van de regeringen die lid zijn.
b. Leden van het Dagelijks Bestuur worden normaliter voor een termijn van drie jaar verkozen en kunnen daarna in aanmerking komen voor herverkiezing.
c. In geval er een vacature ontstaat in het Dagelijks Bestuur vóór het aflopen van de zittingstermijn, zal het Dagelijks Bestuur een regering die lid is verzoeken een vertegenwoordiger aan te wijzen ter vervulling van de vacature voor het resterende gedeelte van de zittingstermijn.
d. Het Dagelijks Bestuur komt ten minste eenmaal per jaar bijeen.
Artikel XVI. Taak van het Dagelijks Bestuur
Het Dagelijks Bestuur:
- a. doet aan de Raad voorstellen inzake het beleid en het programma van werkzaamheden van de Organisatie;
- b. beoordeelt aanbevelingen gedaan door andere Organisaties zoals bepaald in Artikel VII en doet passende voorstellen aan de Raad;
- c. ziet erop toe dat de werkzaamheden van de Organisatie geschieden in overeenstemming met de besluiten van de Raad;
- d. legt aan de Raad de ontwerp-begroting voor, alsmede de jaarrekening en de jaarlijkse balans; het Dagelijks Bestuur kan een voorlopige begroting goedkeuren, die geldt totdat de besluitvorming door de Raad is voltooid;
- e. voert alle andere taken uit die krachtens deze Overeenkomst aan het Dagelijks Bestuur worden opgedragen of door de Raad aan het Dagelijks Bestuur worden toevertrouwd;
- f. stelt zijn eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel XVII. De Directeur-Generaal
De Directeur-Generaal:
- a. leidt het secretariaat van de Organisatie, dat werkt onder zijn verantwoordelijkheid;
- b. voert het programma uit, dat de Raad heeft goedgekeurd, alsmede de taken die hem door het Dagelijks Bestuur kunnen worden toevertrouwd;
- c. doet op iedere gewone zitting van de Raad verslag van de werkzaamheden van de Organisatie en van de financiële toestand.
Artikel XVIII. Financiën
a. De uitgaven van de Organisatie worden gedekt door jaarlijkse bijdragen van de regeringen die lid zijn, alsmede door andere door de Raad of door het Dagelijks Bestuur goed te keuren inkomsten.
b. Het bedrag van de jaarlijkse bijdragen van elke regering die lid is wordt bepaald op basis van de in Bijlage I opgenomen schaal van bijdragen.
c. Regeringen die toetreden tot de Overeenkomst en lid zijn van de FAO, vallen in de overeenkomstige categorie op de schaal vermeld in Bijlage I. Voor regeringen die geen lid zijn van de FAO wordt de categorie bepaald door de Raad. Bijlage I, en de categorie van regeringen die lid zijn op de schaal in Bijlage I, kan uitsluitend door een besluit van de Raad worden gewijzigd, met een tweederdemeerderheid van de regeringen die lid zijn.
d. Op aanbeveling van het Dagelijks Bestuur kan de Raad besluiten op de in Bijlage I aangegeven basisbijdragen een coëfficiënt toe te passen, teneinde de bijdragen aan te passen aan de activiteiten van de Organisatie of aan de bestaande economische situatie. Het besluit wordt genomen met een meerderheid van twee derden van de aanwezige en hun stem uitbrengende regeringen die lid zijn.
e. De jaarlijkse bijdragen zijn verschuldigd bij aanvang van het boekjaar van de Organisatie.
f. Het Dagelijks Bestuur bepaalt de valuta waarin de bijdragen van de regeringen die lid zijn worden betaald, onder voorbehoud van de instemming van de betrokken regering.
g. De eerste jaarlijkse bijdrage van een regering die tot de Overeenkomst toetreedt, is verschuldigd voor het boekjaar van de Organisatie waarin aan het bepaalde in artikel XX is voldaan.
h. Aanvullende bijdragen kunnen worden betaald door een afzonderlijke regering of door een groep regeringen ten behoeve waarvan de Organisatie speciale projecten of bijzondere bestrijdingsprogramma’s uitvoert.
i. Een Kascommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van drie regeringen die lid zijn, wordt door de Raad verkozen. De leden van de Kascommissie worden voor drie jaar verkozen en komen de volgende drie jaar niet in aanmerking voor herverkiezing.
j. Het Dagelijks Bestuur benoemt, met goedkeuring van de Raad, een accountant om jaarlijks de boeken van de Organisatie te controleren.
k. De Kascommissie controleert jaarlijks, met de accountant, de rekeningen en het bestuur van de Organisatie en brengt verslag uit aan de Raad.
Artikel XIX. Wijzigingen
a. De tekst van voorstellen tot wijziging van deze Overeenkomst en tot wijziging van Bijlage I wordt door de Directeur-Generaal aan de regeringen die lid zijn medegedeeld ten minste drie maanden voordat de bedoelde voorstellen in de Raad zullen worden behandeld.
b. Wijzigingen van de Overeenkomst worden van kracht, wanneer zij in de Raad zijn aangenomen met een meerderheid van twee derden van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, met dien verstande echter dat wijzigingen die nieuwe verplichtingen voor de regeringen die lid zijn meebrengen – met uitzondering van de wijzigingen van Bijlage I bedoeld in lid c hieronder – voor ieder van hen eerst van kracht worden nadat zij door de betrokken regering zijn aanvaard.
c. Wijzigingen van Bijlage I worden door de Raad aangenomen met tweederdemeerderheid van de regeringen die lid zijn.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.