Europese Interim-Overeenkomst betreffende sociale zekerheid met uitsluiting van de regelingen voor ouderdom, invaliditeit en overlijden

Type Verdrag
Publication 1983-05-15
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen welke deze Overeenkomst hebben ondertekend, Leden van de Raad van Europa,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is grotere eenheid onder zijn Leden te bewerkstelligen, teneinde onder meer hun sociale vooruitgang te bevorderen,

Bevestigende het beginsel van gelijkheid van behandeling van de onderdanen van alle Partijen bij deze Overeenkomst, met betrekking tot de wetten en regelingen inzake de sociale zekerheid van ieder van Haar, welk beginsel is vastgelegd in de Verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Eveneens bevestigende het beginsel, krachtens hetwelk de onderdanen van elke Overeenkomstsluitende Partij de voordelen moeten genieten van de overeenkomsten inzake de sociale zekerheid, gesloten tussen twee of meer van Haar,

Verlangende aan deze beginselen uitvoering te geven door het sluiten van een Interim-Overeenkomst, in afwachting van het sluiten van een algemeen verdrag, gegrond op een netwerk van bilaterale overeenkomsten,

Zijn het volgende overeengekomen:

Vanaf 8 mei 1977 niet meer van toepassing in de betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) en de andere partijen bij het Verdrag van 1972 (Trb. 1982/148).

Artikel 1
1.

Deze Overeenkomst is van toepassing op alle wetten en regelingen inzake de sociale zekerheid, welke op het tijdstip van haar ondertekening van kracht zijn dan wel op een later tijdstip van kracht worden op enig deel van het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen en welke betrekking hebben op:

2.

Deze Overeenkomst is van toepassing op stelsels van uitkeringen met en zonder premiebetaling, daaronder begrepen de verplichtingen van de werkgever betreffende vergoeding voor bedrijfsongevallen en beroepsziekten. Zij is niet van toepassing op bijstand van overheidswege, op bijzondere stelsels voor overheidsdienaren en op uitkeringen aan slachtoffers van oorlog of bezetting.

3.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden onder „uitkeringen” mede verstaan alle aanvullingen of bijslagen.

4.

De termen „onderdanen” en „grondgebied” van een Overeenkomstsluitende Partij hebben de betekenis, welke die Partij daaraan heeft toegekend in een tot de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, die daarvan mededeling doet aan alle overige Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 2
1.

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 genieten de onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen de voordelen van de wetten en regelingen van elke andere Partij, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van laatstgenoemde:

2.

In alle gevallen, waarin de wetten en regelingen van één der Overeenkomstsluitende Partijen de rechten van een onderdaan van die Partij, die niet binnen haar grondgebied is geboren, aan beperkingen onderwerpen, wordt een onderdaan van elke andere Partij, geboren binnen het grondgebied van deze laatste, gelijkgesteld met een onderdaan van eerstgenoemde Partij, die binnen haar grondgebied is geboren.

3.

In alle gevallen, waarin de wetten en regelingen van één der Overeenkomstsluitende Partijen voor de beoordeling van het recht op een uitkering onderscheid maken naar de nationaliteit van de kinderen, worden de kinderen die onderdanen zijn van andere Overeenkomstsluitende Partijen gelijkgesteld met kinderen die onderdanen zijn van eerstgenoemde Partij.

Artikel 3
1.

Elke overeenkomst met betrekking tot de wetten en regelingen, bedoeld in artikel 1, welke gesloten is of gesloten zal worden tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen, is met inachtneming van het bepaalde in artikel 9 van toepassing op een onderdaan van elke andere Overeenkomstsluitende Partij alsof hij onderdaan was van één van eerstgenoemde Partijen, voor zover bedoelde overeenkomst ten aanzien van die wetten en regelingen bepalingen bevat ten aanzien van:

2.

Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is slechts van toepassing op enigerlei bepaling van genoemde overeenkomst betreffende uitkeringen, welke niet gegrond zijn op premiebetaling, indien de betrokken onderdaan sedert zes maanden verblijf houdt binnen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, aan wier wetten en regelingen hij aanspraken wil ontlenen.

Artikel 4

Behoudens het bepaalde in de toepasselijke bilaterale of multilaterale overeenkomsten worden de uitkeringen, welke bij het ontbreken van deze Overeenkomst niet konden worden toegekend of zijn geschorst, op een desbetreffende aanvrage toegekend of hervat met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor alle betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, mits de aanvrage wordt ingediend binnen een termijn van een jaar, te rekenen van die dag, of binnen een langere termijn, welke kan worden vastgesteld door de Overeenkomstsluitende Partij, aan wier wetten en regelingen een aanspraak wordt ontleend. Indien de aanvrage niet binnen een zodanige termijn is ingediend, worden de uitkeringen toegekend of hervat uiterlijk met ingang van de dag van indiening der aanvrage.

Artikel 5

De bepalingen van deze Overeenkomst laten onverlet de bepalingen van nationale wetten en regelingen, van internationale verdragen of van bilaterale of multilaterale overeenkomsten, welke voor de rechthebbende gunstiger zijn.

Artikel 6

Deze Overeenkomst laat onverlet de bepalingen van de nationale wetten en regelingen inzake de deelneming van verzekerden of van andere groepen van belanghebbenden aan de uitvoering van de sociale zekerheid.

Artikel 7
1.

Ten aanzien van elke Overeenkomstsluitende Partij geeft Bijlage I van deze Overeenkomst de stelsels van sociale zekerheid aan, waarop artikel 1 van toepassing is en welke van kracht zijn op enig deel van haar grondgebied op het tijdstip van de ondertekening van deze Overeenkomst.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij doet aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa mededeling van elke nieuwe wet of regeling, welke voor zoveel deze Partij betreft nog niet in Bijlage I is opgenomen. Deze mededeling wordt door elke Overeenkomstsluitende Partij gedaan binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van bekendmaking van die wet of die regeling, of, indien die wet of die regeling reeds is bekendgemaakt vóór de bekrachtiging van deze Overeenkomst door de betrokken Overeenkomstsluitende Partij, van de dag der bekrachtiging.

Artikel 8
1.

Ten aanzien van elke Overeenkomstsluitende Partij geeft Bijlage II van deze Overeenkomst aan de door Haar gesloten overeenkomsten, waarop artikel 3 van toepassing is en welke van kracht zijn op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij doet aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa mededeling van elke nieuwe door Haar gesloten overeenkomst, waarop artikel 3 van toepassing is. Deze mededeling wordt door elke Overeenkomstsluitende Partij gedaan binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag van inwerkingtreding van die overeenkomst, of, indien de nieuwe overeenkomst in werking is getreden vóór de bekrachtiging van deze Overeenkomst, van de dag der bekrachtiging.

Artikel 9
1.

Bijlage III van deze Overeenkomst bevat de voorbehouden, welke ten tijde van haar ondertekening zijn gemaakt.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan bij het doen van een mededeling overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 7 of 8 een voorbehoud maken betreffende de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van elke in die mededeling vermelde wet, regeling of overeenkomst. Van elk zodanig voorbehoud wordt bij die mededeling kennis gegeven; het voorbehoud wordt van kracht op het tijdstip van inwerkingtreding van de nieuwe wet, de nieuwe regeling of de nieuwe overeenkomst.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een door Haar gemaakt voorbehoud geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een desbetreffende kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. Deze kennisgeving wordt van kracht op de eerste dag van de maand, volgende op die in de loop waarvan zij is ontvangen, zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in deze Overeenkomst.

Artikel 10

De in de vorige artikelen bedoelde Bijlagen vormen een onverbrekelijk geheel met deze Overeenkomst.

Artikel 11
1.

In voorkomend geval worden bij overeenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen de voor de toepassing van deze Overeenkomst nodige maatregelen getroffen.

2.

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen trachten ieder geschil ten aanzien van de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst op te lossen door onderhandelingen.

3.

Indien een dergelijk geschil niet binnen drie maanden door onderhandelingen is opgelost, wordt het geschil ter arbitrage voorgelegd aan een scheidsrechterlijk orgaan, welks samenstelling en werkwijze door de Overeenkomstsluitende Partijen in gemeen overleg worden geregeld, of bij gebreke van een dergelijke regeling in gemeen overleg binnen een volgend tijdvak van drie maanden, aan een scheidsman, op verzoek van de meest gerede der betrokken Overeenkomstsluitende Partijen gekozen door de President van het Internationaal Gerechtshof. Indien de laatstgenoemde een onderdaan van een der Partijen in het geschil zou zijn, wordt deze taak toevertrouwd aan de Vice-President van het Hof of aan de in anciënniteit volgende rechter, die geen onderdaan van een der Partijen in het geschil is.

4.

De beslissing van het scheidsrechterlijk orgaan of van de scheidsman wordt gegeven in overeenstemming met de beginselen en de geest van de onderhavige Overeenkomst en is zonder beroep en bindend.

Artikel 12

In geval van opzegging van deze Overeenkomst door een der Overeenkomstsluitende Partijen

Artikel 13
1.

Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Leden van de Raad van Europa. Zij dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op de nederlegging van de tweede akte van bekrachtiging.

3.

Ten aanzien van iedere Staat, welke de Overeenkomst op een later tijdstip bekrachtigt, treedt de Overeenkomst in werking op de eerste dag van de maand, volgende op de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.

Artikel 14
1.

Het Comité van Ministers van de Raad van Europa kan elke Staat, die geen Lid van de Raad is, uitnodigen om tot deze Overeenkomst toe te treden.

2.

Toetreding vindt plaats door het nederleggen van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, welke op de eerste dag van de volgende maand van kracht wordt.

3.

Elke akte van toetreding, nedergelegd in overeenstemming met dit artikel, wordt vergezeld van een mededeling van die inlichtingen, welke in de Bijlagen I en II van deze Overeenkomst zouden zijn opnomen indien de Regering van de betrokken Staat op het tijdstip van de toetreding ondertekenaar van de Overeenkomst ware geweest.

4.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt iedere inlichting, medegedeeld overeenkomstig het derde lid van dit artikel, geacht deel uit te maken van de Bijlage, waarin de inlichting zou zijn opgenomen indien de Regering van de betrokken Staat ondertekenaar ware.

Artikel 15

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa verwittigt:

Artikel 16

Deze Overeenkomst is gesloten voor de duur van twee jaren, te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding overeenkomstig artikel 13, lid 2. Daarna blijft zij van jaar tot jaar van kracht voor alle Overeenkomstsluitende Partijen die haar niet hebben opgezegd door middel van een daartoe strekkende mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa ten minste zes maanden vóór het verstrijken van hetzij het aanvangstijdvak van twee jaren, hetzij van een volgend tijdvak van een jaar. Zodanige mededeling wordt van kracht aan het einde van het tijdvak, waarop zij betrekking heeft.

1

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

2

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

3

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

4

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

5

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

6

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

7

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

In witness whereof the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

Done at Paris, this 11th day of December, 1953, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain in the archives of the Council of Europe and of which the Secretary-General shall send certified copies to each of the Signatories and to the Director-General of the International Labour Office.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.