Europees Verdrag betreffende de gelijkstelling van diploma's voor toelating tot universiteiten

Type Verdrag
Publication 1956-08-27
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen welke dit Verdrag hebben ondertekend, Leden van de Raad van Europa;

Overwegende dat een van de doelstellingen van de Raad van Europa is het volgen van een gemeenschappelijke gedragslijn op cultureel en wetenschappelijk gebied;

Overwegende dat het bereiken van deze doelstelling zou worden bevorderd door de bronnen der wetenschap in de Leden-Staten vrijelijk toegankelijk te maken voor de Europese jeugd;

Overwegende dat de universiteit een van de voornaamste bronnen van intellectuele activiteit van een land vormt;

Overwegende dat aan hen, die hun voorbereidend hogere of middelbare opleiding binnen het grondgebied van het ene Lid met succes hebben voltooid, alle mogelijke faciliteiten verleend dienen te worden om binnen het grondgebied van andere Leden een universiteit van hun keuze te bezoeken;

Overwegende dat het voor het verlenen van dergelijke faciliteiten, welke eveneens wenselijk zijn in het belang van een vrij verkeer van het ene land naar het andere, noodzakelijk is dat de diploma's voor toelating tot universiteiten worden gelijkgesteld;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

Iedere Verdragsluitende Partij erkent, met het oog op de toelating tot binnen haar grondgebied gelegen universiteiten waarvan de toelating aan staatstoezicht is onderworpen, de gelijkwaardigheid van die binnen het grondgebied van iedere andere Verdragsluitende Partij uitgereikte diploma's, welke in het land waarin zij werden verleend een noodzakelijke vereiste zijn voor de toelating tot soortgelijke instellingen.

2.

De toelating tot een universiteit is afhankelijk van het aantal beschikbare plaatsen.

3.

Iedere Verdragsluitende Partij behoudt zich het recht voor, de bepalingen van lid 1 niet op haar eigen onderdanen toe te passen.

4.

In gevallen waarin de toelating tot universiteiten, gelegen binnen het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, niet onderworpen is aan staatstoezicht, doet die Verdragsluitende Partij de tekst van dit Verdrag toekomen aan de betrokken universiteiten en stelt alle pogingen in het werk om de aanvaarding van de in de voorgaande leden neergelegde beginselen door die universiteiten te verkrijgen.

Artikel 2

Binnen een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag doet iedere Verdragsluitende Partij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa schriftelijk mededeling van de maatregelen welke zijn genomen ter uitvoering van het voorgaande artikel.

Artikel 3

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de andere Verdragsluitende Partijen in kennis van de inlichtingen welke hij van elk van hen in overeenstemming met artikel 2 heeft ontvangen en houdt het Comité van Ministers op de hoogte van de voortgang welke is gemaakt ten aanzien van de uitvoering van dit Verdrag,

Artikel 4

In dit Verdrag betekent:

Artikel 5
1.

Dit Verdrag staat ter ondertekening open voor de Leden van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

Het Verdrag treedt in werking zodra drie akten van bekrachtiging zijn nedergelegd.

3.

Ten aanzien van iedere Staat, welke het Verdrag op een later tijdstip bekrachtigt, treedt het Verdrag in werking op de datum waarop die Staat zijn akte van bekrachtiging nederlegt.

4.

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt alle Leden van de Raad van Europa in kennis van de inwerkingtreding van het Verdrag, van de namen van de Verdragsluitende Partijen welke het hebben bekrachtigd, en van de nederlegging van alle akten van bekrachtiging welke daarna heeft plaats gevonden.

Artikel 6

Het Comité van Ministers van de Raad van Europa kan iedere Staat, welke geen Lid is van de Raad, uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden. Iedere Staat, welke daartoe wordt uitgenodigd, kan tot het Verdrag toetreden door nederlegging van zijn akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad, die daarvan mededeling doet aan alle Verdragsluitende Partijen. Ten aanzien van iedere toetredende Staat treedt dit Verdrag in werking op de datum waarop die Staat zijn akte van toetreding nederlegt.

In witness whereof the undersigned, being duly authorised thereto, have signed the present Convention.

Done at Paris, this 11th day of December, 1953, in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General shall transmit certified copies to each of the Signatories.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.