Statuut van het Vestigingsfonds van de Raad van Europa
Artikel I. Oprichting van het Fonds
Er wordt een Vestigingsfonds van de Raad van Europa (hierna te noemen „het Fonds”) opgericht.
Het Fonds valt onder de Raad van Europa en is onderworpen aan zijn oppergezag.
Artikel II. Doel
Het doel van het Fonds is hulp te bieden bij het oplossen van de problemen waarmede de Europese landen worden of kunnen worden geconfronteerd als gevolg van de aanwezigheid van bevolkingsoverschotten, met inbegrip van nationale vluchtelingen, door het verschaffen of het garanderen van leningen ter financiering van:
- (a). integratieprogramma's die door een Lid van het Fonds zijn goedgekeurd overeenkomstig artikel VI van dit Statuut en waarmede wordt beoogd voor deze mensen nieuwe kansen op werkgelegenheid te scheppen;
- (b). door een Lid van het Fonds goedgekeurde vestigingsprogramma's die voorzien in het verstrekken van leningen aan of het doen van uitgaven ten behoeve van in Europa verblijvende personen die zich willen vestigen in een land binnen of buiten Europa en die zich verplichten tot terugbetaling van het bedrag van deze leningen of uitgaven voor zover deze door het Fonds zijn gefinancierd.
Artikel III. Lidmaatschap
Regeringen die Lid zijn van de Raad van Europa kunnen Lid worden van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel IV, tweede lid, letter (a), onder (i). Andere Regeringen die tot het lidmaatschap van het Fonds toegelaten worden, kunnen Lid van het Fonds worden op de bijzondere voorwaarden die het Fonds voor ieder geval afzonderlijk kan stellen, overeenkomstig de bepalingen van artikel IV, tweede lid, letter (a), onder (ii).
Artikel IV. Verplichtingen der Leden
Eerste lid. - Deelnemingsbewijzen
Het Fonds geeft deelnemingsbewijzen uit waarop de Leden kunnen intekenen, uitgedrukt in één munteenheid en met dezelfde nominale waarde. De Leden betalen het bedrag waarvoor zij hebben ingetekend in hun nationale munteenheid tegen de op het tijdstip van intekening geldende officiële wisselkoers.
Tweede lid. - Intekening
- (a). Elk Lid tekent in op een bepaald aantal deelnemingsbewijzen:
- (i). het aantal deelnemingsbewijzen dat aan elke Lid-Staat van de Raad van Europa ter beschikking wordt gesteld, wordt vastgesteld overeenkomstig de aan dit Statuut gehechte tabel. Elk lid van het Fonds tekent in op zo veel deelnemingsbewijzen als hij wenselijk acht, doch de eerste intekening mag niet minder zijn dan een kwart van de bewijzen die hem ter beschikking worden gesteld.
- (ii). het aantal deelnemingsbewijzen dat aan andere Leden wordt toegewezen, wordt vastgesteld in overeenstemming met het College van Bewindvoerders van het Fonds, overeenkomstig artikel IX, eerste lid, letter (e) van dit Statuut.
- (b). Elk Lid stort onmiddellijk nadat het Lid is geworden ten minste vijfentwintig procent (25 %) van het intekenbedrag van de deelnemingsbewijzen waarop het heeft ingetekend; het resterende bedrag wordt, betaald overeenkomstig artikel IX, eerste lid, letter (c).
Derde lid. - Handhaving van de waarde van de intekeningen
Wanneer de pariwaarde van de munteenheid van een Lid-Staat verlaagd wordt of de wisselkoers ervan in aanzienlijke mate is gedaald, betaalt het Lid binnen een redelijke termijn aan het Fonds een aanvullend bedrag in zijn eigen munteenheid, dat voldoende is voor de handhaving van de waarde, op het tijdstip van intekening, van het bedrag waarvoor door het Lid op de deelnemingsbewijzen van het Fonds ingetekend is.
Vierde lid. - Beperking van de aansprakelijkheid
Een Lid is niet jegens derden aansprakelijk voor enige verplichting van het Fonds.
Artikel V. Bijdragen en leningen
Het Fonds kan bijdragen aanvaarden voor aanwendingen die niet strijdig zijn met het doel van het Fonds. Het Fonds kan ook geld lenen.
Het Fonds is gemachtigd bijdragen in ontvangst te nemen, die geschonken worden voor specifieke doelen die binnen zijn doelstellingen vallen.
Artikel VI. Algemene bepalingen met betrekking tot leningen en waarborgen
Eerste lid. - Leningsvormen
Het Fonds verstrekt leningen in één van de volgende vormen:
- (i). leningen aan Regeringen die Lid zijn van het Fonds;
- (ii). leningen gewaarborgd door een Regering die Lid is van het Fonds en verstrekt aan een door dit Lid goedgekeurde rechtspersoon;
- (iii). leningen gewaarborgd door een Regering die Lid is van het Fonds en verstrekt aan migranten door bemiddeling van dit Lid of van een door dit Lid goedgekeurde rechtspersoon;
- (iv). leningen verstrekt aan een rechtspersoon die is goedgekeurd door een Regering die Lid is van het Fonds, wanneer ten genoegen van de Raad van Bestuur is aangetoond dat de lening waarom verzocht wordt, gedekt wordt door voldoende waarborgen en voldoet aan de vereisten, vervat in het derde lid hieronder met betrekking tot de leningen genoemd onder (i), (ii) en (iii) van dit lid.
Tweede lid. - Waarborgen
Het Fonds kan borg staan voor transacties voortvloeiend uit de verwezenlijking van de doelstellingen omschreven in artikel II; de desbetreffende voorwaarden dienen voor elk geval afzonderlijk te worden vastgesteld.
Derde lid. - Verplichtingen van leningnemer of borg
- (a). De verplichtingen van Regeringen die Lid zijn van het Fonds op grond van leningen verstrekt ingevolge het eerste lid, onder (i) van dit artikel en de waarborgen van Regeringen die Lid zijn van het Fonds op grond van het eerste lid, onder (ii) en (iii) van dit artikel moeten in elk geval de onvoorwaardelijke belofte bevatten om:
- (i). binnen een vastgestelde termijn een vastgesteld bedrag, uitgedrukt in een vastgestelde munteenheid, terug te betalen, en
- (ii). over het vastgestelde bedrag rente te betalen en, waar nodig, commissie tegen een vastgesteld percentage, op vastgestelde vervaldagen en vanaf een vastgestelde datum.
- (b). Bij het bepalen van de munteenheid waarin de verplichtingen van de Regeringen die Lid zijn van het Fonds, leningnemers of borgen, wordt uitgedrukt, tracht het Fonds het evenwicht te bewaren, in bedragen en in valuta, tussen zijn activa, met inbegrip van genoemde verplichtingen, en de door de Leden betaalde intekenbedragen, met inbegrip van alle betalingen ingevolge artikel IV, derde lid.
Vierde lid. - Subrogatie
In de overeenkomstig het eerste lid, onder (ii) en (iii) van dit artikel gewaarborgde overeenkomsten tot lening wordt vastgelegd dat de borg, na aan zijn verplichtingen jegens het Fonds krachtens de waarborg te hebben voldaan, treedt in de rechten van het Fonds tegenover de leningnemer of leningnemers.
Vijfde lid. - Verklaringen van de Leden
Ter ondersteuning van aanvragen voor in verband met vestigings- of integratieprogramma's te verstrekken leningen ontvangt het Fonds van het Lid een verklaring dat:
- (i). dit zijn goedkeuring hecht aan het programma;
- (ii). dit van mening is dat het programma zal resulteren in een geslaagde vestiging of integratie van personen die op het Europese grondgebied van het Lid verblijven;
- (iii). dit van mening is dat de door het Fonds te verschaffen geldmiddelen niet op redelijke voorwaarden uit andere bronnen beschikbaar zijn.
Zesde lid. - Verschaffen van inlichtingen
De Raad van Bestuur, waarnaar in artikel X van dit Statuut wordt verwezen, bepaalt welke inlichtingen en waarborgen een leningnemer dient te verschaffen ter ondersteuning van zijn aanvraag.
Artikel VII. Beleggingen
Eerste lid. - Tijdelijke beleggingen
In afwachting van het tijdstip waarop voor de eerste maal gebruik wordt gemaakt van de fondsen waarvoor een Staat heeft ingeschreven, kan het Fonds beleggen in schatkistpromessen of andere waardepapieren die door die Staat worden uitgegeven en gewaarborgd.
Bij het doen van beleggingen wint de Raad van Bestuur deskundig advies in.
Tweede lid. - Cumulatie en belegging van reserves
De reserves van het Fonds die ontstaan door een overschot in ontvangsten uit rente en commissies kunnen geheel of gedeeltelijk gecumuleerd en op een door de Raad van Bestuur vast te stellen wijze belegd worden.
Artikel VIII. Organisatie, bestuur en toezicht
De organisatie en het bestuur van, alsmede het toezicht op het Fonds wordt als volgt verdeeld:
- -. het College van Bewindvoerders
- -. de Raad van Bestuur
- -. de President
- -. de Controlecommissie
als bepaald in de hierna volgende artikelen.
Artikel IX. Het College van Bewindvoerders
Eerste lid. - Besluiten voorbehouden aan de Leden
Het College van Bewindvoerders, dat de Leden van het Fonds vertegenwoordigt, heeft de uitsluitende bevoegdheid om:
- (a). de munteenheid (als gemeenschappelijke noemer) en de nominale waarde van de deelnemingsbewijzen vast te stellen;
- (b). de voorwaarden vast te stellen waarop het Fonds financiële bijdragen aanvaardt of gelden leent, alsmede de rechten die aan geldgevers en leningverstrekkers worden toegekend, met inbegrip van hun rechten ten aanzien van de activa van het Fonds;
- (c). de vervaldata vast te stellen voor het nog niet betaalde gedeelte van de deelnemingsbewijzen waarop is ingeschreven, al naar gelang het Fonds dit nodig heeft om zijn doel te verwezenlijken;
- (d). het uitvoeringsbeleid van het Fonds te bepalen;
- (e). andere Regeringen dan Regeringen die Lid zijn van de Raad van Europa te machtigen tot het Fonds toe te treden, de voorwaarden voor hun toetreding vast te leggen en het aantal deelnemingsbewijzen waarop deze Regeringen moeten intekenen vast te stellen;
- (f). de President te benoemen, zijn benoeming te herroepen en zijn ontslag te aanvaarden;
- (g). de internationale of andere wetgevende maatregelen aan te bevelen die door de Leden moeten worden aangenomen ten einde zaken te omschrijven zoals de bijzondere overeenkomsten inzake de activa of bezittingen van het Fonds op hun grondgebied of op het grondgebied van derde Staten, alsmede de verplichtingen van de Leden die voortvloeien uit bijzondere werkzaamheden van het Fonds;
- (h). deze artikelen te wijzigen zonder echter de doelstellingen daarin te veranderen;
- (i). dit Statuut te interpreteren;
- (j). de werkzaamheden van het Fonds duurzaam op te schorten en zijn activa te verdelen;
- (k). een Reglement van Orde op te stellen en zijn voorzitter te benoemen;
- (l). de drie accountants te benoemen die de Controlecommissie vormen.
Tweede lid. - Stemprocedure
- (a). De besluiten voorbehouden aan de leden van het Fonds worden genomen door het uitbrengen van stemmen, mondeling tijdens de vergaderingen of schriftelijk in de perioden tussen de vergaderingen.
- (b). Elk Lid van het Fonds heeft één stem voor elk deelnemingsbewijs dat het in zijn bezit heeft.
Artikel X. Raad van Bestuur
Eerste lid. - Besluiten voorbehouden aan de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur heeft alle voor het bestuur van het Fonds noodzakelijke bevoegdheden. Hij neemt besluiten inzake het volgende:
- (a). het van tijd tot tijd bepalen welk deel van de eventuele reserves van het Fonds gecumuleerd en belegd worden ingevolge de bepalingen van artikel VII, tweede lid;
- (b). het goedkeuren van de exploitatiebegroting van het Fonds, uitgaande van de stelregel dat de exploitatiekosten niet hoger mogen zijn dan de ontvangsten aan rente en commissies;
- (c). het geven van specifieke of algemene richtlijnen aan de President;
- (d). het vaststellen van een Reglement van Orde voor het Fonds en met name van de voorwaarden waarop leningen worden verstrekt of gewaarborgd;
- (e). het jaarlijks aan de Speciale Vertegenwoordiger overleggen van het verslag van de President van het Fonds ter voorlegging aan het Comité van Ministers.
Tweede lid. - Samenstelling van de Raad van Bestuur
- (a). De Raad van Bestuur bestaat uit een Voorzitter die benoemd wordt door het College van Bewindvoerders, alsmede uit één vertegenwoordiger voor elk Lid van het Fonds. Elke vertegenwoordiger die in de Raad van Bestuur zitting heeft, heeft een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal deelnemingsbewijzen dat het Lid dat hij vertegenwoordigt in zijn bezit heeft;
- (b). De Raad van Bestuur kan vertegenwoordigers van belanghebbende internationale en intergouvernementele organisaties uitnodigen zonder stemrecht deel te nemen aan zijn werkzaamheden.
Derde lid. - Ambtstermijn van leden van de Raad van Bestuur
De benoeming van een lid van de Raad van Bestuur blijft van kracht tot deze door het Lid van het Fonds dat hem benoemd heeft, herroepen wordt. Aftredende leden van de Raad kunnen altijd herbenoemd of herkozen worden.
Vierde lid. - Wijze waarop bsluiten door de Raad van Bestuur worden genomen
- (a). De Raad van Bestuur wordt door zijn Voorzitter bijeengeroepen. Hij komt bijeen wanneer dat noodzakelijk is en ten minste eenmaal per drie maanden.
- (b). De besluiten van de Raad van Bestuur worden genomen met meerderheid van door de aanwezige leden uitgebrachte stemmen. Twee derde van de leden vormt het quorum, bij gebreke waarvan de Raad geen geldige besluiten kan nemen.
Vijfde lid. - Commissies van de Raad van Bestuur
De Raad van Bestuur kan van tijd tot tijd uit zijn leden commissies instellen en aan deze commissies bevoegdheden overdragen, die voor ieder geval afzonderlijk nauwkeurig omschreven dienen te worden.
Zesde lid. - Vergoeding voor leden van de Raad van Bestuur
De leden van de Raad van Bestuur ontvangen van het Fonds geen vergoeding, maar redelijke onkosten, gemaakt tijdens de uitoefening van hun functie als lid van de Raad van Bestuur, worden door het Fonds vergoed.
Artikel XI. De President
Eerste lid. - Functies van de President
De President behandelt de lopende zaken van het Fonds volgens instructies en onder toezicht van de Raad van Bestuur.
Hij vertegenwoordigt het Fonds in alle transacties. Hij gaat geen enkele financiële verplichting aan, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen V en VI van dit Statuut, zonder de uitdrukkelijke machtiging van de Raad van Bestuur.
Hij doet administratieve uitgaven binnen de grenzen van de hem toegewezen begrotingskredieten.
Hij neemt alle noodzakelijke maatregelen om deze uitgaven tot een uiterst minimum te beperken. In het bijzonder maakt hij gebruik van de diensten die kunnen worden aangeboden door de Raad van Europa; bij de behandeling van financiële aangelegenheden roept hij de medewerking in van de centrale banken van de Leden en van de Bank voor Internationale Betalingen, en bij de behandeling van vraagstukken samenhangend met de vestiging en integratie van bevolkingsoverschotten, die van op dat gebied deskundige organisaties en personen.
Hij beheert het bezit en de activa van het Fonds en voert een behoorlijke boekhouding.
Tweede lid. - Verslagen aan de Raad van Bestuur
De President legt aan de Raad van Bestuur met regelmatige tussenpozen verslagen voor over de positie van het Fonds en over de voorgenomen werkzaamheden en verstrekt de Raad alle inlichtingen die deze wenst.
De President stelt een volledig jaarverslag op over alle gedurende dat jaar verrichte werkzaamheden.
Bij dit verslag wordt gevoegd de balans van het Fonds en van de exploitatierekeningen, alsmede het accountantsrapport over deze stukken.
Derde lid. - Benoeming en salaris van de President
De President wordt benoemd voor een periode van drie jaar en kan bij verstrijken van deze termijn worden herkozen. Het bedrag van zijn salaris wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur.
Artikel XII. Controlecommissie
De Controlecommissie controleert jaarlijks de boeken van het Fonds, en verifieert de juistheid van de exploitatierekeningen en de balans.
Het accountantsrapport vermeldt of de balans en de exploitatierekeningen overeenstemmen met de boeken en of zij een juist beeld geven van de stand van zaken betreffende het Fonds aan het einde van elke financiële periode.
Artikel XIII. Zetel
De Zetel van het Fonds is gevestigd in Straatsburg, Frankrijk. De Raad van Bestuur beslist waar de zetel van de uitvoerende diensten gevestigd zal zijn.
Artikel XIV. Schorsing van de werkzaamheden en liquidatie van het Fonds
Eerste lid. - Schorsing van de werkzaamheden
Indien het College van Bewindvoerders besluit de werkzaamheden van het Fonds te schorsen, staakt het Fonds onmiddellijk alle activiteiten, met uitzondering van de activiteiten samenhangend met het nakomen van zijn verplichtingen en het op de juiste wijze te gelde maken, in stand houden en veilig stellen van zijn activa.
Tweede lid. - Uittreden van Leden
Elk Lid kan uit het Fonds treden na hiervan zes maanden voor het einde van het lopende boekjaar kennisgeving te hebben gedaan. De voorwaarden daarvoor worden vastgesteld door het College van Bewindvoerders.
Derde lid. - Liquidatie van het Fonds
Nadat aan alle geldelijke verplichtingen van het Fonds, met inbegrip van uitoefening van de rechten op verdeling die eerder door het Fonds zijn toegekend bij het aanvaarden van bijdragen krachtens artikel V, is voldaan of voorzieningen dienaangaande zijn getroffen, kunnen de Leden van het Fonds een plan aannemen voor de verdeling van de activa, dat gebaseerd is op de volgende grondregels:
- (a). Een Lid van het Fonds waarop het Fonds een vordering heeft, is niet gerechtigd deel te nemen aan de verdeling krachtens dit plan, totdat het zijn positie heeft geregulariseerd.
- (b). Indien de netto activa van het Fonds dit toelaten, ontvangt elk Lid van het Fonds als zijn aandeel in de verdeling het bedrag dat hij krachtens artikel IV betaald heeft in dezelfde munteenheid of, indien dat niet mogelijk is, de tegenwaarde daarvan op het tijdstip van de verdeling in andere munteenheden. Indien de netto activa van het Fonds de volledige teruggave van dat aandeel niet toelaten, wordt het eventuele tekort naar evenredigheid omgeslagen over alle Leden.
- (c). Een eventueel overschot aan netto activa van het Fonds boven het totaal van de verdeelde aandelen, wordt uitgekeerd aan alle Leden van het Fonds en wel naar evenredigheid van het aantal deelnemingsbewijzen dat elk Lid bezit.
- (d). Wanneer deze aandelen aan Leden van het Fonds uitbetaald worden in de munteenheid van andere Leden van het Fonds, nemen deze laatsten de nodige maatregelen om, overeenkomstig de krachtens hun wisselkoersvoorschriften bepaalde procedure, transacties met de aldus uitgekeerde bedragen te verzekeren.
Artikel XV. Slotbepalingen
Eerste lid. - Organisatorische vergadering
Zodra dit Statuut bij resolutie van het Comité van Ministers is aangenomen op basis van een partieel akkoord roept de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, in overeenstemming met de Speciale Vertegenwoordiger, de eerste vergadering bijeen van het College van Bewindvoerders, dat alle nodige of wenselijke maatregelen neemt om het Fonds overeenkomstig dit Statuut te organiseren.
Tweede lid. - Aankondiging van de aanvang der werkzaamheden
De President stelt de Leden van het Fonds in kennis van de datum waarop het Fonds gereed zal zijn om zijn werkzaamheden aan te vangen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.