Statuut van het Vestigingsfonds van de Raad van Europa

Type Verdrag
Publication 1978-08-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I. Oprichting van het Fonds

Er wordt een Vestigingsfonds van de Raad van Europa (hierna te noemen „het Fonds”) opgericht.

Het Fonds valt onder de Raad van Europa en is onderworpen aan zijn oppergezag.

Artikel II. Doel

Het doel van het Fonds is hulp te bieden bij het oplossen van de problemen waarmede de Europese landen worden of kunnen worden geconfronteerd als gevolg van de aanwezigheid van bevolkingsoverschotten, met inbegrip van nationale vluchtelingen, door het verschaffen of het garanderen van leningen ter financiering van:

Artikel III. Lidmaatschap

Regeringen die Lid zijn van de Raad van Europa kunnen Lid worden van het Fonds overeenkomstig de bepalingen van artikel IV, tweede lid, letter (a), onder (i). Andere Regeringen die tot het lidmaatschap van het Fonds toegelaten worden, kunnen Lid van het Fonds worden op de bijzondere voorwaarden die het Fonds voor ieder geval afzonderlijk kan stellen, overeenkomstig de bepalingen van artikel IV, tweede lid, letter (a), onder (ii).

Artikel IV. Verplichtingen der Leden

Eerste lid. - Deelnemingsbewijzen

Het Fonds geeft deelnemingsbewijzen uit waarop de Leden kunnen intekenen, uitgedrukt in één munteenheid en met dezelfde nominale waarde. De Leden betalen het bedrag waarvoor zij hebben ingetekend in hun nationale munteenheid tegen de op het tijdstip van intekening geldende officiële wisselkoers.

Tweede lid. - Intekening

Derde lid. - Handhaving van de waarde van de intekeningen

Wanneer de pariwaarde van de munteenheid van een Lid-Staat verlaagd wordt of de wisselkoers ervan in aanzienlijke mate is gedaald, betaalt het Lid binnen een redelijke termijn aan het Fonds een aanvullend bedrag in zijn eigen munteenheid, dat voldoende is voor de handhaving van de waarde, op het tijdstip van intekening, van het bedrag waarvoor door het Lid op de deelnemingsbewijzen van het Fonds ingetekend is.

Vierde lid. - Beperking van de aansprakelijkheid

Een Lid is niet jegens derden aansprakelijk voor enige verplichting van het Fonds.

Artikel V. Bijdragen en leningen

Het Fonds kan bijdragen aanvaarden voor aanwendingen die niet strijdig zijn met het doel van het Fonds. Het Fonds kan ook geld lenen.

Het Fonds is gemachtigd bijdragen in ontvangst te nemen, die geschonken worden voor specifieke doelen die binnen zijn doelstellingen vallen.

Artikel VI. Algemene bepalingen met betrekking tot leningen en waarborgen

Eerste lid. - Leningsvormen

Het Fonds verstrekt leningen in één van de volgende vormen:

Tweede lid. - Waarborgen

Het Fonds kan borg staan voor transacties voortvloeiend uit de verwezenlijking van de doelstellingen omschreven in artikel II; de desbetreffende voorwaarden dienen voor elk geval afzonderlijk te worden vastgesteld.

Derde lid. - Verplichtingen van leningnemer of borg

Vierde lid. - Subrogatie

In de overeenkomstig het eerste lid, onder (ii) en (iii) van dit artikel gewaarborgde overeenkomsten tot lening wordt vastgelegd dat de borg, na aan zijn verplichtingen jegens het Fonds krachtens de waarborg te hebben voldaan, treedt in de rechten van het Fonds tegenover de leningnemer of leningnemers.

Vijfde lid. - Verklaringen van de Leden

Ter ondersteuning van aanvragen voor in verband met vestigings- of integratieprogramma's te verstrekken leningen ontvangt het Fonds van het Lid een verklaring dat:

Zesde lid. - Verschaffen van inlichtingen

De Raad van Bestuur, waarnaar in artikel X van dit Statuut wordt verwezen, bepaalt welke inlichtingen en waarborgen een leningnemer dient te verschaffen ter ondersteuning van zijn aanvraag.

Artikel VII. Beleggingen

Eerste lid. - Tijdelijke beleggingen

In afwachting van het tijdstip waarop voor de eerste maal gebruik wordt gemaakt van de fondsen waarvoor een Staat heeft ingeschreven, kan het Fonds beleggen in schatkistpromessen of andere waardepapieren die door die Staat worden uitgegeven en gewaarborgd.

Bij het doen van beleggingen wint de Raad van Bestuur deskundig advies in.

Tweede lid. - Cumulatie en belegging van reserves

De reserves van het Fonds die ontstaan door een overschot in ontvangsten uit rente en commissies kunnen geheel of gedeeltelijk gecumuleerd en op een door de Raad van Bestuur vast te stellen wijze belegd worden.

Artikel VIII. Organisatie, bestuur en toezicht

De organisatie en het bestuur van, alsmede het toezicht op het Fonds wordt als volgt verdeeld:

als bepaald in de hierna volgende artikelen.

Artikel IX. Het College van Bewindvoerders

Eerste lid. - Besluiten voorbehouden aan de Leden

Het College van Bewindvoerders, dat de Leden van het Fonds vertegenwoordigt, heeft de uitsluitende bevoegdheid om:

Tweede lid. - Stemprocedure

Artikel X. Raad van Bestuur

Eerste lid. - Besluiten voorbehouden aan de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur heeft alle voor het bestuur van het Fonds noodzakelijke bevoegdheden. Hij neemt besluiten inzake het volgende:

Tweede lid. - Samenstelling van de Raad van Bestuur

Derde lid. - Ambtstermijn van leden van de Raad van Bestuur

De benoeming van een lid van de Raad van Bestuur blijft van kracht tot deze door het Lid van het Fonds dat hem benoemd heeft, herroepen wordt. Aftredende leden van de Raad kunnen altijd herbenoemd of herkozen worden.

Vierde lid. - Wijze waarop bsluiten door de Raad van Bestuur worden genomen

Vijfde lid. - Commissies van de Raad van Bestuur

De Raad van Bestuur kan van tijd tot tijd uit zijn leden commissies instellen en aan deze commissies bevoegdheden overdragen, die voor ieder geval afzonderlijk nauwkeurig omschreven dienen te worden.

Zesde lid. - Vergoeding voor leden van de Raad van Bestuur

De leden van de Raad van Bestuur ontvangen van het Fonds geen vergoeding, maar redelijke onkosten, gemaakt tijdens de uitoefening van hun functie als lid van de Raad van Bestuur, worden door het Fonds vergoed.

Artikel XI. De President

Eerste lid. - Functies van de President

De President behandelt de lopende zaken van het Fonds volgens instructies en onder toezicht van de Raad van Bestuur.

Hij vertegenwoordigt het Fonds in alle transacties. Hij gaat geen enkele financiële verplichting aan, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen V en VI van dit Statuut, zonder de uitdrukkelijke machtiging van de Raad van Bestuur.

Hij doet administratieve uitgaven binnen de grenzen van de hem toegewezen begrotingskredieten.

Hij neemt alle noodzakelijke maatregelen om deze uitgaven tot een uiterst minimum te beperken. In het bijzonder maakt hij gebruik van de diensten die kunnen worden aangeboden door de Raad van Europa; bij de behandeling van financiële aangelegenheden roept hij de medewerking in van de centrale banken van de Leden en van de Bank voor Internationale Betalingen, en bij de behandeling van vraagstukken samenhangend met de vestiging en integratie van bevolkingsoverschotten, die van op dat gebied deskundige organisaties en personen.

Hij beheert het bezit en de activa van het Fonds en voert een behoorlijke boekhouding.

Tweede lid. - Verslagen aan de Raad van Bestuur

De President legt aan de Raad van Bestuur met regelmatige tussenpozen verslagen voor over de positie van het Fonds en over de voorgenomen werkzaamheden en verstrekt de Raad alle inlichtingen die deze wenst.

De President stelt een volledig jaarverslag op over alle gedurende dat jaar verrichte werkzaamheden.

Bij dit verslag wordt gevoegd de balans van het Fonds en van de exploitatierekeningen, alsmede het accountantsrapport over deze stukken.

Derde lid. - Benoeming en salaris van de President

De President wordt benoemd voor een periode van drie jaar en kan bij verstrijken van deze termijn worden herkozen. Het bedrag van zijn salaris wordt vastgesteld door de Raad van Bestuur.

Artikel XII. Controlecommissie

De Controlecommissie controleert jaarlijks de boeken van het Fonds, en verifieert de juistheid van de exploitatierekeningen en de balans.

Het accountantsrapport vermeldt of de balans en de exploitatierekeningen overeenstemmen met de boeken en of zij een juist beeld geven van de stand van zaken betreffende het Fonds aan het einde van elke financiële periode.

Artikel XIII. Zetel

De Zetel van het Fonds is gevestigd in Straatsburg, Frankrijk. De Raad van Bestuur beslist waar de zetel van de uitvoerende diensten gevestigd zal zijn.

Artikel XIV. Schorsing van de werkzaamheden en liquidatie van het Fonds

Eerste lid. - Schorsing van de werkzaamheden

Indien het College van Bewindvoerders besluit de werkzaamheden van het Fonds te schorsen, staakt het Fonds onmiddellijk alle activiteiten, met uitzondering van de activiteiten samenhangend met het nakomen van zijn verplichtingen en het op de juiste wijze te gelde maken, in stand houden en veilig stellen van zijn activa.

Tweede lid. - Uittreden van Leden

Elk Lid kan uit het Fonds treden na hiervan zes maanden voor het einde van het lopende boekjaar kennisgeving te hebben gedaan. De voorwaarden daarvoor worden vastgesteld door het College van Bewindvoerders.

Derde lid. - Liquidatie van het Fonds

Nadat aan alle geldelijke verplichtingen van het Fonds, met inbegrip van uitoefening van de rechten op verdeling die eerder door het Fonds zijn toegekend bij het aanvaarden van bijdragen krachtens artikel V, is voldaan of voorzieningen dienaangaande zijn getroffen, kunnen de Leden van het Fonds een plan aannemen voor de verdeling van de activa, dat gebaseerd is op de volgende grondregels:

Artikel XV. Slotbepalingen

Eerste lid. - Organisatorische vergadering

Zodra dit Statuut bij resolutie van het Comité van Ministers is aangenomen op basis van een partieel akkoord roept de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, in overeenstemming met de Speciale Vertegenwoordiger, de eerste vergadering bijeen van het College van Bewindvoerders, dat alle nodige of wenselijke maatregelen neemt om het Fonds overeenkomstig dit Statuut te organiseren.

Tweede lid. - Aankondiging van de aanvang der werkzaamheden

De President stelt de Leden van het Fonds in kennis van de datum waarop het Fonds gereed zal zijn om zijn werkzaamheden aan te vangen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.