Europese Overeenkomst inzake de afschaffing van visa voor vluchtelingen
De ondertekenende Regeringen, Leden van de Raad van Europa,
Verlangende het reizen voor vluchtelingen die op hun grondgebied verblijven, te vergemakkelijken,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
Rechtmatig op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij verblijvende vluchtelingen zijn, krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst en onder voorbehoud van wederkerigheid, vrijgesteld van de verplichting zich te voorzien van visa voor het binnenreizen of het verlaten van het grondgebied van een andere Partij, over welke grens dan ook, mits:
- (a). zij in het bezit zijn van een geldig reisdocument afgegeven door de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied zij rechtmatig verblijven, overeenkomstig het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 of de Overeenkomst inzake de afgifte van een reisdocument aan vluchtelingen van 15 oktober 1946;
- (b). hun bezoek niet langer duurt dan drie maanden.
Er kan een visum worden gevorderd voor een verblijf van langer dan drie maanden of voor inreis met het oogmerk winstgevende arbeid op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij te gaan verrichten.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze Overeenkomst heeft de term „grondgebied” van een Overeenkomstsluitende Partij de betekenis daaraan door deze Partij toegekend in een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring.
Artikel 3
Voor zover een of meer Overeenkomstsluitende Partijen dit noodzakelijk achten, mag de grens slechts worden overschreden langs erkende doorlaatposten.
Artikel 4
De bepalingen van deze Overeenkomst laten onverlet de wetten en voorschriften betreffende het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor personen die zij ongewenst acht te verbieden haar grondgebied binnen te komen of aldaar te verblijven.
Artikel 5
Vluchtelingen die krachtens deze Overeenkomst het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij zijn binnengekomen zullen op eerste verzoek van deze Partij te allen tijde wederom op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij wier autoriteiten het reisdocument hebben afgegeven, worden toegelaten, behalve in gevallen waarin de eerstgenoemde Partij de betrokken personen toegestaan heeft zich op haar grondgebied te vestigen.
Artikel 6
Deze Overeenkomst laat onverlet de bepalingen van de nationale wetten of van bilaterale of multilaterale verdragen, conventies of overeenkomsten die nu van kracht zijn of die hierna in werking zullen treden en die voor vluchtelingen die rechtmatig op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij verblijven, voor wat betreft het overschrijden van grenzen gunstiger bepalingen bevatten.
Artikel 7
Iedere Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor, om redenen van openbare orde, veiligheid of volksgezondheid, de inwerkingtreding van deze Overeenkomst uit te stellen of de toepassing ervan met betrekking tot alle of enkele der andere Partijen tijdelijk te schorsen, behalve voor wat de bepalingen van artikel 5 betreft. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zal onmiddellijk van het nemen van elke zodanige maatregel in kennis worden gesteld, alsook van het feit dat deze opgehouden heeft van kracht te zijn.
Een Overeenkomstsluitende Partij die van een van de twee in het voorgaande lid voorziene rechten gebruik maakt, kan niet eisen, dat deze Overeenkomst door een andere Partij wordt toegepast, behalve voor zover als zij haar ook ten aanzien van die Partij toepast.
Artikel 8
Deze Overeenkomst staat ter ondertekening open voor Leden van de Raad van Europa, die er Partij bij kunnen worden door:
- (a). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, of
- (b). ondertekening met voorbehoud van bekrachtiging, gevolgd door bekrachtiging.
De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Artikel 9
De Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop drie Leden van de Raad overeenkomstig artikel 8 deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging hebben ondertekend of deze hebben bekrachtigd.
Voor wat betreft een Lid dat deze Overeenkomst nadien zonder voorbehoud van bekrachtiging ondertekent of deze bekrachtigt, zal de Overeenkomst in werking treden een maand na de datum van die ondertekening of de datum van de nederlegging van de akte van bekrachtiging.
Artikel 10
Nadat deze Overeenkomst in werking is getreden, kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa met eenparigheid van stemmen iedere Regering die geen Lid is van de Raad maar die Partij is bij hetzij het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, hetzij bij de Overeenkomst inzake de afgifte van een reisdocument aan vluchtelingen van 15 oktober 1946, uitnodigen tot deze Overeenkomst toe te treden. Deze toetreding wordt van kracht een maand na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
Artikel 11
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan Leden Staten van de Raad en aan Staten die tot deze Overeenkomst toetreden, kennis van:
- (a). elke ondertekening, eventueel met voorbehoud van bekrachtiging, de nederlegging van elke akte van bekrachtiging en de datum waarop de Overeenkomst in werking treedt;
- (b). de nederlegging van elke akte van toetreding overeenkomstig artikel 10;
- (c). elke ingevolge de artikelen 2, 7 en 12 gedane mededeling of afgelegde verklaring en de datum waarop deze van kracht wordt.
Artikel 12
Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van die Partij beëindigen door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa met inachtneming van een termijn van drie maanden een daartoe strekkende mededeling te doen.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.
DONE at Strasbourg, this 20th day of April, 1959, in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary-General shall transmit certified copies to the signatory Governments.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.