Overeenkomst tussen de Noorse Regering en de Nederlandse Regering betreffende schadeloosstelling voor: 1. bepaalde Noorse obligaties, door Nederlandse eigenaars tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren; 2. oorlogsschade, toegebracht aan het Scandinavisch Zeemanshuis te Rotterdam
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Noorwegen,
Verlangend te komen tot een regeling van aanspraken van de Nederlandse Regering inzake bepaalde tijdens de Tweede Wereldoorlog door Nederlandse eigenaars verloren obligaties, alsmede van de aanspraak op schadeloosstelling voor oorlogsschade toegebracht aan het Scandinavisch Zeemanshuis te Rotterdam,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
Daar de Nederlandse Regering de Noorse Regering heeft medegedeeld, dat Nederlandse onderdanen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland gevestigd waren, bepaalde Noorse effecten hebben verloren deels ten gevolge van oorlogshandelingen en oorlogsomstandigheden tijdens de bezetting en deels ten gevolge van het feit, dat de effecten hun ontstolen zijn door de bezettende mogendheid, is de Noorse Regering tot de slotsom gekomen, dat zij deze Nederlandse onderdanen voor dit, niet door hun schuld ontstane verlies van hun obligaties van Noorse staatsleningen schadeloos dient te stellen overeenkomstig de bepalingen, vervat in deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage 1.
De Noorse Regering heeft zich in verbinding gesteld met Norges Kommunalbank (Gemeentelijke Bank), de Provincie Akershus, de Gemeentelijke Autoriteiten van Oslo, de Gemeentelijke Autoriteiten van Bergen, de Gemeentelijke Autoriteiten van Fredrikstad, de Norsk Hydro-Elektrisk Kvaelstofaktieselskab en de Kristiania Hypotek- og Realkreditbank, die zich bereid hebben verklaard Nederlandse onderdanen schadeloos te stellen voor het verlies van door deze instellingen uitgegeven obligaties, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage 2.
De bijzonderheden betreffende de onder deze Overeenkomst vallende obligaties zijn vervat in de Bijlagen 1 en 2 van deze Overeenkomst. De Bijlagen zullen worden beschouwd een integrerend deel van deze Overeenkomst te vormen.
Bij het aanvragen van schadeloosstelling dient de volgende procedure te worden gevolgd:
-
- De eigenaar van een verloren gegane obligatie doet van dit verlies, door bemiddeling van de bevoegde Nederlandse autoriteiten, mededeling aan de volgende Noorse instellingen:
- (a). Het Ministerie van Handel, Afdeling Buitenlandse Leningen, indien het in vreemde valuta uitgegeven Noorse staatsobligaties betreft;
- (b). Norges Kommunalbank, indien het door deze bank uitgegeven obligaties betreft;
- (c). Akershus Elektrisitetsverk, indien het door de Provincie Akershus uitgegeven obligaties betreft;
- (d). Het Hoofd van de Financiële Afdeling van de Gemeentelijke Autoriteiten van Oslo, indien het door de Gemeentelijke Autoriteiten van Oslo uitgegeven obligaties betreft;
- (e). Het Hoofd van de Financiële Afdeling van de Gemeente Bergen, indien het een door de Gemeentelijke Autoriteiten van Bergen uitgegeven obligatie betreft;
- (f). Fredrikstad og Omegns Bank A/S, indien het door de Gemeentelijke Autoriteiten van Fredrikstad uitgegeven obligaties betreft;
- (g). Norsk Hydro-Elektrisk Kvaelstofaktieselskab, indien het door deze maatschappij uitgegeven obligaties betreft;
- (h). Kristiania Hypotek- og Realkreditbank, Oslo, indien het door deze bank uitgegeven obligaties betreft.
-
- De mededeling dient gegevens te bevatten ten aanzien van: De bevoegde Nederlandse autoriteit dient te verklaren, dat de in de mededeling vervatte gegevens juist zijn.
- (a). de betreffende lening - rente, jaar, serie;
- (b). of de obligatie zelf, de coupons, of beide verloren zijn gegaan;
- (c). letter, nummer en nominale waarde van de obligatie;
- (d). welk couponblad en welke coupons (gedefinieerd naar tijdvakken) verloren zijn gegaan;
- (e). wie de eigenaar was op 9 september 1945, alsmede zijn naam en adres. Indien de huidige eigenaar niet dezelfde is als de eigenaar op 9 september 1945, dienen de naam en het adres van de huidige eigenaar eveneens te worden opgegeven;
- (f). bewijsstukken van het feit, dat de aanvrager of de persoon van wie hij zijn recht heeft verkregen, de eigenaar van de obligatie was op het ogenblik waarop deze verloren ging, bij voorbeeld een verklaring van een belastingautoriteit, een bank, een rechterlijke autoriteit, een notaris;
- (g). wanneer en hoe de obligatie of de coupons gestolen of vernietigd zijn of verloren zijn gegaan ten gevolge van oorlogshandelingen of omstandigheden tijdens de bezetting;
- (h). indien de obligatie in Noorwegen ter registratie is aangemeld door een andere Nederlandse onderdaan dan diegene die schadevergoeding vraagt, en indien de obligatie niet reeds is afgelost, dient eveneens een verklaring of een afschrift van een beslissing te worden bijgevoegd, waarbij de persoon die de obligatie ter registratie heeft aangemeld, van zijn recht afstand heeft gedaan of van dit recht is ontheven.
-
- De vertegenwoordigers van de onder 1 genoemde uitgevers van obligaties (de schuldenaars) beslissen in ieder afzonderlijk geval, of de verstrekte gegevens voldoende bewijs vormen, dat de eiser het recht heeft als rechtmatige eigenaar een vordering in te stellen en of de obligatie op een zodanige wijze verloren is gegaan, dat het verlies hem recht op schadeloosstelling geeft.
-
- De Nederlandse Regering stelt zich garant voor ieder verlies dat eventueel geleden wordt door de Noorse Regering, Norges Kommunalbank, de Provincie Akershus, de Gemeentelijke Autoriteiten van Oslo, de Gemeentelijke Autoriteiten van Bergen, de Gemeentelijke Autoriteiten van Fredrikstad, Norsk Hydro-Elektrisk Kvaelstofaktieselskab of Kristiania Hypotek- og Realkreditbank ten gevolge van betaling van schadeloosstelling zonder overlegging van obligaties en coupons. Obligaties en coupons waarvoor schadeloosstelling is betaald, blijven geblokkeerd. Aan de Nederlandse Regering zal mededeling worden gedaan van iedere poging dergelijke effecten ter aflossing aan te bieden en de aflossing vindt eerst plaats na verloop van een redelijke termijn. Indien de aangeboden obligaties en coupons echter worden afgelost, hetzij ten gevolge van een niet opzettelijke vergissing van een employé of een betaalkantoor, hetzij doordat de schuldenaar, na alle omstandigheden te hebben onderzocht, geen termen aanwezig vindt om aflossing te weigeren, dient de Nederlandse Regering op verzoek de schuldenaar onmiddellijk schadeloos te stellen voor alle met de betaling verband houdende kosten. Partijen komen overeen, dat de Nederlandse Regering als garant niet het recht zal hebben bezwaar te maken tegen het oordeel van de Noorse schuldenaar over de vraag, of de betaling in die gevallen noodzakelijk was. De bepalingen ten aanzien van aansprakelijkheid uit hoofde van de gegeven garantie in gevallen waarin verloren gegane obligaties en coupons worden aangeboden nadat schadeloosstelling is betaald, zijn eveneens van toepassing, indien een vordering wordt ingesteld door een rechtmatige schuldeiser die niet in staat is de betreffende obligatie of coupon over te leggen. Bovengenoemde gevallen van aansprakelijkheid uit hoofde van de gegeven garantie zijn niet bedoeld als een uitputtende opsomming, doch slechts als voorbeeld. De garantie van de Nederlandse Regering is van kracht tot de obligaties en coupons die onder deze Overeenkomst vallen, verjaren krachtens de op enig ogenblik geldende Noorse wetgeving. Indien de obligaties echter een nominale waarde hebben die in verschillende valuta's is uitgedrukt of in een andere valuta dan Noorse Kronen, is de garantie eveneens van kracht tot de verjaring is ingegaan overeenkomstig de algemene voorschriften welke de betreffende schuldenaar toepast met betrekking tot vreemdelingen.
Artikel II
Op basis van de Nederlandse „Wet op de Materiële Oorlogsschade” betaalt de Nederlandse Regering aan de Vereniging voor Scandinavische Zeemanshuizen in Buitenlandse Havens een schadeloosstelling ten bedrage van f 92 400 voor oorlogsschade aan het Scandinavisch Zeemanshuis te Rotterdam. Dit bedrag wordt verhoogd met 4 % rente per jaar voor de periode van 1 juni 1940 tot 1 maart 1950 en 3½ % rente per jaar van 1 maart 1950 tot en met 29 februari 1952.
Artikel III
Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop elk der Regeringen van de andere Regering een nota heeft ontvangen waarin wordt medegedeeld, dat aan de grondwettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van een dergelijke Overeenkomst is voldaan.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned representatives, duly authorized to that effect, have signed the present Agreement.
DONE in duplicate at Oslo, on 30th June, 1958, in the English language.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands:
(sd.) C. A. v. d. KLAAUW
For the Government of the Kingdom of Norway:
(sd.) HALVARD LANGE
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.