Protocol van 1996 tot wijziging van het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976

Type Verdrag
Publication 2015-06-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Protocol,

De wenselijkheid erkennende van wijziging van het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976, teneinde te komen tot een hogere vergoeding en een vereenvoudigde procedure voor aanpassing van de beperkingsbedragen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Protocol betekent:

Artikel 2

Zie de bijgevoegde geconsolideerde tekst van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 3

Zie de bijgevoegde geconsolideerde tekst van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 4

Zie de bijgevoegde geconsolideerde tekst van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 5

Zie de bijgevoegde geconsolideerde tekst van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 6

Zie de bijgevoegde geconsolideerde tekst van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 7

Zie de bijgevoegde geconsolideerde tekst van het Verdrag, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 8. Wijziging van de grenzen
1.

Op verzoek van tenminste de helft, doch in geen geval minder dan zes, van de Staten die Partij zijn bij dit Protocol, wordt elk voorstel tot wijziging van de grenzen bedoeld in artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8, tweede lid, van het Verdrag, zoals gewijzigd door dit Protocol, door de Secretaris-Generaal toegezonden aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Verdragsluitende Staten.

2.

Elke wijziging die op de hierboven beschreven wijze wordt voorgesteld en toegezonden, wordt tenminste zes maanden na de datum van toezending ter overweging voorgelegd aan de Juridische Commissie van de Organisatie (de Juridische Commissie).

3.

Alle Verdragsluitende Staten die Partij zijn bij het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol, ongeacht of deze Staten Lid zijn van de Organisatie, zijn gerechtigd om deel te nemen aan de besprekingen van de Juridische Commissie ter overweging en aanneming van wijzigingen.

4.

Wijzigingen worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de Verdragsluitende Staten die Partij zijn bij het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol, en die in de in overeenstemming met het derde lid uitgebreide Juridische Commissie aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, mits tenminste de helft van de Verdragsluitende Staten die Partij zijn bij het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol, op het tijdstip van stemmen aanwezig is.

5.

Wanneer de Juridische Commissie zich uitspreekt over een voorstel tot wijziging van de grenzen, houdt zij rekening met de ervaringen met betrekking tot gebeurtenissen en in het bijzonder met het bedrag van de hieruit voortvloeiende schade, met valutaschommelingen en met de gevolgen die de voorgestelde wijziging heeft voor de kosten van verzekering.

7.

Iedere wijziging die is aangenomen overeenkomstig het vierde lid wordt door de Organisatie bekendgemaakt aan alle Verdragsluitende Staten. De wijziging wordt geacht te zijn aanvaard na het verstrijken van een periode van achttien maanden, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving, tenzij tenminste een vierde van de Staten die op het tijdstip van de aanneming van de wijziging Verdragsluitende Staten waren, gedurende deze periode aan de Secretaris-Generaal hebben laten weten deze wijziging niet te aanvaarden, in welk geval de wijziging wordt verworpen en geen geldigheid bezit.

8.

Een wijziging die in overeenstemming met het zevende lid wordt geacht te zijn aanvaard, treedt achttien maanden na aanvaarding ervan in werking.

9.

Alle Verdragsluitende Staten zijn door de wijziging gebonden, tenzij zij dit Protocol in overeenstemming met artikel 12, eerste en tweede lid, tenminste zes maanden voor de inwerkingtreding van deze wijziging opzeggen. Deze opzegging wordt van kracht op het tijdstip waarop de wijziging in werking treedt.

10.

Wanneer een wijziging is aangenomen, maar de aanvaardingsperiode van achttien maanden nog niet is verstreken, is elke Staat die gedurende deze periode Verdragsluitende Staat wordt, gebonden door de wijziging indien deze in werking treedt. Een Staat die na het verstrijken van deze periode Verdragsluitende Staat wordt, is gebonden door een wijziging die overeenkomstig het zevende lid is aanvaard. In de in dit lid bedoelde gevallen is een Staat door een wijziging gebonden vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging of vanaf het tijdstip waarop dit Protocol ten aanzien van deze Staat in werking treedt, indien dit tijdstip een later tijdstip is.

Artikel 9
1.

Door de Partijen bij dit Protocol worden het Verdrag en dit Protocol tezamen gelezen en uitgelegd als een enkel instrument.

2.

Een Staat die Partij is bij dit Protocol maar die geen Partij is bij het Verdrag, is ten opzichte van de andere Staten die Partij zijn bij het Protocol gebonden door het bepaalde in het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol, doch deze Staat is ten opzichte van de Staten die alleen Partij zijn bij het Verdrag niet gebonden door het bepaalde in het Verdrag.

3.

Het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol is slechts van toepassing op vorderingen die voortvloeien uit gebeurtenissen die zich voordoen nadat dit Protocol ten aanzien van iedere Staat in werking is getreden.

4.

Geen enkele bepaling van dit Protocol doet afbreuk aan de verplichtingen die een Staat die zowel Partij is bij het Verdrag als bij dit Protocol heeft jegens een Staat die Partij is bij het Verdrag maar die geen Partij is bij dit Protocol.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 10. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door alle staten op het hoofdkantoor van de Organisatie van 1 oktober 1996 tot en met 30 september 1997.

2.

Iedere Staat kan het feit dat hij ermee instemt door dit Protocol te zijn gebonden, tot uitdrukking brengen door:

3.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.

4.

Iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding die wordt nedergelegd na de inwerkingtreding van een wijziging van het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol, wordt geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Verdrag, zoals gewijzigd door deze wijziging.

Artikel 11. Inwerkingtreding
1.

Dit Protocol treedt in werking negentig dagen na de datum waarop tien Staten het feit dat zij ermee instemmen hierdoor te zijn gebonden tot uitdrukking hebben gebracht.

2.

Voor iedere Staat die het feit dat hij ermee instemt door dit Protocol te zijn gebonden tot uitdrukking brengt nadat is voldaan aan de voorwaarden voor inwerkingtreding bedoeld in het eerste lid, treedt dit Protocol in werking negentig dagen na de datum waarop deze instemming tot uitdrukking is gebracht.

Artikel 12. Opzegging
1.

Dit Protocol kan te allen tijde worden opgezegd door een Staat die Partij is, vanaf de datum waarop het in werking treedt ten aanzien van die Staat die Partij is.

2.

Opzegging geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.

3.

Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de nederlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal, of zoveel later als in de akte van opzegging is vermeld.

4.

In geen geval wordt opzegging van het Verdrag door één van de Staten die Partij zijn bij dit Protocol, in overeenstemming met artikel 19 van het Verdrag, uitgelegd als een opzegging van het Verdrag zoals gewijzigd door dit Protocol.

Artikel 13. Herziening en Wijziging
1.

Een conferentie ter herziening of wijziging van dit Protocol kan door de Organisatie worden bijeengeroepen.

2.

De Organisatie roept een conferentie van de Verdragsluitende Staten die Partij zijn bij dit Protocol bijeen ter herziening of wijziging ervan op verzoek van tenminste een derde van de Verdragsluitende Staten.

Artikel 14. Depositaris
1.

Dit Protocol en alle in overeenstemming met artikel 8 aangenomen wijzigingen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal.

2.

De Secretaris-Generaal:

3.

Zodra dit Protocol in werking is getreden, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel 15. Talen

Dit Protocol is in een enkel oorspronkelijk exemplaar opgesteld in de Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

De Staten, die Partij zijn bij dit Verdrag,

De wenselijkheid erkennende om in gemeen overleg enige eenvormige regels vast te stellen betreffende de beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen,

Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten en zijn bijgevolg overeengekomen als volgt:

Ingevolge artikel 9 van het op 2 mei 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol tot wijziging van het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976 (Trb. 1997/300 en Trb. 2006/17) wordt het Protocol, dat op 23 maart 2011 (Trb. 2011/46) in werking is getreden en op 8 juni 2015 is gewijzigd (Trb. 2013/31 en Trb. 2014/203) en het op 19 november 1976 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976 (Trb. 1980/23 en Trb. 1984/31) tezamen gelezen en uitgelegd als een enkel instrument. Het Protocol incorporeert de bepalingen van het Verdrag dat op 1 september 1990 in werking is getreden (Trb. 1990/111) en na opzegging op 1 januari 2012 buiten werking is getreden voor het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 2011/45 en Trb. 2022/55). Voor het Koninkrijk der Nederlanden geldt vanaf 23 maart 2011 het Verdrag zoals gewijzigd door het Protocol waarvan de geconsolideerde versie is bijgevoegd.

HOOFDSTUK I. HET RECHT OP BEPERKING

Artikel 1. Personen, die gerechtigd zijn hun aansprakelijkheid te beperken
1.

Scheepseigenaren en hulpverleners, zoals hierna omschreven, kunnen hun aansprakelijkheid beperken voor de in artikel 2 genoemde vorderingen overeenkomstig de regels van dit Verdrag.

2.

Onder „scheepseigenaar” wordt verstaan de eigenaar, bevrachter en de beheerder van een zeeschip, alsmede degene in wiens handen de exploitatie van een zeeschip is gelegd.

3.

Onder „hulpverlener” wordt verstaan iedere persoon die diensten bewijst rechtstreeks verband houdende met hulpverleningswerkzaamheden. Hulpverleningswerkzaamheden omvatten mede werkzaamheden bedoeld in artikel 2, eerste lid, letters d, e en f.

4.

Indien een van de vorderingen voorzien in artikel 2 wordt ingesteld tegen een persoon voor wiens handeling, onachtzaamheid of nalatigheid de scheepseigenaar of hulpverlener aansprakelijk is, is die persoon gerechtigd zich te beroepen op de beperking van aansprakelijkheid bedoeld in dit Verdrag.

5.

In dit Verdrag omvat de aansprakelijkheid van een scheepseigenaar mede aansprakelijkheid die voortvloeit uit een tegen het schip zelf ingestelde rechtsvordering.

6.

Een verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt voor vorderingen waarvoor overeenkomstig de regels van dit Verdrag beperking geldt, kan op die beperking in gelijke mate een beroep doen als de verzekerde zelf.

7.

Het beroep op beperking van aansprakelijkheid houdt geen erkenning van aansprakelijkheid in.

Artikel 2. Vorderingen vatbaar voor beperking
1.

Behoudens de artikelen 3 en 4 zijn de volgende vorderingen, ongeacht de grondslag van de aansprakelijkheid, vatbaar voor beperking van aansprakelijkheid:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.