Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake sociale verzekering
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en
De President van de Italiaanse Republiek,
Wensende de betrekkingen inzake sociale verzekering tussen beide Staten te regelen, hebben besloten een daartoe strekkend verdrag te sluiten en hebben daartoe tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Zijne Excellentie de Heer J. W. Beyen, HoogstDerZelver Minister van Buitenlandse Zaken;
De President van de Italiaanse Republiek:
Zijne Excellentie de Heer Casto Caruso, buitengewoon Gezant en gevolmachtigd Minister van Italië te 's-Gravenhage;
Die, na elkaar hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, de volgende bepalingen zijn overeengekomen:
Titel I. ALGEMENE BEGINSELEN
Artikel 1
Italiaanse of Nederlandse arbeiders, die in loondienst zijn of die krachtens de wettelijke regelingen inzake sociale verzekering, bedoeld in artikel 2 van dit Verdrag, met in loondienst zijnde personen zijn gelijkgesteld (hierna aan te duiden als „arbeiders”), zijn onderscheidenlijk onderworpen aan bedoelde in Nederland en in Italië van toepassing zijnde wettelijke regelingen en ontlenen daaraan rechten, evenals hun rechthebbenden, onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van elk van beide landen.
Nederlandse of Italiaanse onderdanen, die in Italië of in Nederland hun verblijfplaats hebben, kunnen aan de bepalingen inzake de vrijwillige verzekering ingevolge de wettelijke regelingen, genoemd in artikel 2, rechten ontlenen onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het land, waar zij verblijven.
Artikel 2
De wettelijke regelingen, waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn de volgende:
- 1). In Italië:
- a. de wetgeving inzake invaliditeits-, ouderdoms- en weduwen- en wezenverzekering;
- b. de wetgeving inzake verzekering tegen bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
- c. de wetgeving inzake ziekteverzekering, daaronder begrepen geneeskundige verzorging;
- d. de wetgeving inzake tuberculose-verzekering;
- e. de wetgeving inzake de lichamelijke en economische bescherming van werkende moeders, voor zoveel betreft de verzekering inzake geneeskundige verzorging en uitkering in geval van bevalling;
- f. de wetgeving inzake kinderbijslag;
- g. de wetgeving inzake werkloosheidsverzekering;
- h. de wetgeving inzake bijzondere verzekeringsregelingen, in het leven geroepen voor bepaalde groepen voor zover zij betrekking heeft op de risico's of schadeloosstellingen, geregeld in de wetgeving welke onder de voorafgaande letters wordt genoemd.
- 2). In Nederland:
- a. de wetgeving inzake invaliditeits-, ouderdoms- en weduwen- en wezenverzekering;
- b. de wetgeving inzake verzekering tegen bedrijfsongevallen en beroepsziekten;
- c. de wetgeving inzake ziekteverzekering, daaronder begrepen geneeskundige verzorging;
- d. de wetgeving inzake moederschapsuitkeringen;
- e. de wetgeving inzake kinderbijslag;
- f. de regeling betreffende het stelsel van pensionnering van de mijnwerkers en van de met hen gelijkgestelden;
- g. de wetgeving inzake werkloosheidsverzekering.
Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wetten of regelingen bedoeld in het eerste lid van dit artikel zullen wijzigen of aanvullen, met dien verstande evenwel, dat het op wetten of regelingen, welke betrekking hebben op een nieuwe tak van sociale verzekering, slechts van toepassing is, indien daartoe een nadere overeenkomst wordt gesloten tussen de beide Staten.
Artikel 3
Arbeiders, die in een van beide landen werkzaam zijn, zijn onderworpen aan de wettelijke regelingen, van kracht in het land waar zij hun arbeid verrichten.
Op het beginsel, vervat in het eerste lid van dit artikel, gelden de volgende uitzonderingen:
- a. arbeiders, die gewoonlijk in dienst zijn van een onderneming welke is gevestigd binnen het grondgebied van een van beide Staten, blijven onderworpen aan de wetgeving van het land waar zij gewoonlijk werkzaam zijn, wanneer zij door hun werkgever op het grondgebied van het andere land worden tewerkgesteld, indien te verwachten is, dat deze nieuwe werkzaamheid niet langer dan zes maanden zal duren; in geval deze werkzaamheid langer dan zes maanden duurt, is de wetgeving van de nieuwe plaats van tewerkstelling op hen van toepassing;
- b. arbeiders, in dienst van in een der beide Staten gevestigde transportondernemingen en behorend tot het zich bewegend (varend of rijdend) gedeelte van deze ondernemingen, zijn uitsluitend onderworpen aan de wetgeving, van kracht in het land waar de hoofdzetel van de onderneming is gevestigd.
De hoogste administratieve autoriteiten van de beide Staten kunnen, in gemeen overleg, uitzonderingen vaststellen op het bepaalde in lid 1 van dit artikel. Zij kunnen eveneens overeenkomen, dat de uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, in bepaalde bijzondere gevallen buiten toepassing zullen blijven.
Artikel 4
Het bepaalde in het eerste lid van artikel 3 is van toepassing op arbeiders, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Italië of van Nederland of die in persoonlijke dienst zijn van ambtenaren der diplomatieke of consulaire diensten van deze landen. Het bepaalde in de vorige volzin is evenwel niet van toepassing op diplomatieke en consulaire beroepsambtenaren, kanselarijbeambten daaronder begrepen.
Het bepaalde in artikel 3, lid 2a, kan bij nadere overeenkomst tussen de Regeringen der beide Staten van toepassing worden verklaard op arbeiders, die werkzaam zijn in de diplomatieke of consulaire diensten van Italië of van Nederland, die de nationaliteit bezitten van het land in welks dienst zij werkzaam zijn en die niet definitief gevestigd zijn in het land waar zij werkzaam zijn, zelfs indien verwacht kan worden, dat hun werkzaamheid in dat land langer dan zes maanden zal duren.
Het bepaalde in dit lid is eveneens van toepassing op ambtenaren in dienst van het ene land, die werkzaam zijn in het andere land en die niet zijn diplomatieke of consulaire beroepsambtenaren.
Titel II. BIJZONDERE BEPALINGEN
HOOFDSTUK EERSTE. Verzekering bij ziekte, tuberculose, moederschap en werkloosheid
Artikel 5
Arbeiders, die zich van Italië naar Nederland begeven of omgekeerd, genieten, evenals de indirect-verzekerden die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, in Nederland de voordelen van de ziekteverzekering en in Italië de voordelen van de ziekte- en tuberculoseverzekering, voor zover:
- 1). zij in dat land arbeid verricht hebben welke verplichte verzekering met zich brengt;
- 2). zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling, welke achtereenvolgens in de beide landen zijn vervuld.
Artikel 6
De arbeider behoudt, evenals de indirect-verzekerden, recht op uitkering ten laste van het orgaan waarbij hij laatstelijk verzekerd was, zelfs indien de aandoening zich openbaart binnen het grondgebied van het andere land, onder voorbehoud, dat de aandoening zich heeft voorgedaan gedurende het tijdvak, dat gedekt wordt door de verzekering van het eerste land. De verstrekkingen in natura zullen worden verleend overeenkomstig de wetgeving van het land, waar de belanghebbende verblijft.
De arbeider, die zich naar het grondgebied van het andere land begeeft nadat de aandoening, welke door de verzekering wordt gedekt, zich heeft geopenbaard, behoudt voor zichzelf en voor de indirect-verzekerden recht op uitkering, op voorwaarde, dat hij vóór zijn vertrek van het uitkeringsorgaan daartoe toestemming heeft ontvangen. Deze toestemming zal slechts geweigerd worden om redenen, welke verband houden met de ziektetoestand van de arbeider. In geval van zwangerschap zal de toestemming zelfs vóór de bevalling verleend kunnen worden. De verstrekkingen in natura zullen worden verleend overeenkomstig de wetgeving van het land waar de belanghebbende verblijft.
Artikel 7
De indirect-verzekerden van een arbeider, onderdaan van een der beide Staten, die gewoonlijk verblijven binnen het grondgebied van het ene land, terwijl de arbeider zijn werkzaamheid uitoefent binnen het grondgebied van het andere land, genieten de verstrekkingen in natura voorzien in de wetgeving van het land waar zij verblijven, zulks door tussenkomst van de bevoegde organen van dat land. Deze verstrekkingen komen ten laste van het verzekeringsorgaan van het land, binnen welks grondgebied de arbeider zijn werkzaamheid uitoefent. De kosten van genoemde verstrekkingen zullen kunnen worden verrekend door middel van een vaste vergoeding, vast te stellen door bevoegde autoriteiten aan te wijzen bij administratieve regeling.
Artikel 8
Arbeiders, die zich van Nederland naar Italië begeven of omgekeerd, genieten, evenals de indirect-verzekerden die in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling bij hen inwonen, de voordelen van de in dat land geldende voorzieningen bij moederschap, voor zover:
- 1). zij in dat land arbeid verricht hebben welke verplichte verzekering met zich brengt;
- 2). zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling, welke achtereenvolgens in de beide landen zijn vervuld.
Artikel 9
De bepalingen van de artikelen 6 en 7 zijn van toepassing op de moederschapsuitkeringen.
Artikel 10
Arbeiders, die zich van Nederland naar Italië begeven of omgekeerd, genieten in het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling de voordelen van de werkloosheidsverzekering, voor zover:
- 1). zij in dat land arbeid verricht hebben welke verplichte verzekering met zich brengt;
- 2). zij de voorwaarden vervullen, welke krachtens de wetgeving van het land van hun nieuwe plaats van tewerkstelling vereist zijn om die voordelen te kunnen genieten, waarbij rekening wordt gehouden met de tijdvakken van verrichte arbeid, van verzekering en van premiebetaling, welke achtereenvolgens in de beide landen zijn vervuld.
HOOFDSTUK TWEEDE. Invaliditeits-, ouderdoms-, en weduwen- en wezenverzekering
Artikel 11
Voor arbeiders, die achtereenvolgens of beurtelings in de beide landen onderworpen waren aan een of meer regelingen inzake invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen- of wezenverzekering, worden de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling, welke onder die regelingen zijn vervuld, en de tijdvakken, welke krachtens die regelingen hiermede worden gelijkgesteld, tezamen in aanmerking genomen onder voorwaarde dat zij niet met elkaar samenvallen, en dit zowel met het oog op de vaststelling van het recht op uitkering als met het oog op het behoud of het terugverkrijgen van dat recht.
Indien de wetgeving of de regelende voorschriften van een van de beide Staten de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stellen van de voorwaarde, dat de tijdvakken van verzekering of van premiebetaling zijn vervuld in een beroep, waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, worden voor de toekenning van die voordelen slechts medegerekend tijdvakken, welke zijn vervuld onder de overeenkomstige bijzondere regeling of regelingen van het andere land. Indien in een van de beide Staten voor dat beroep geen bijzondere regeling bestaat, worden de tijdvakken, in dat beroep vervuld onder een algemene regeling zoals bedoeld in het Verdrag, niettemin door het andere land tezamen in aanmerking genomen voor de toepassing van de bijzondere regeling.
Indien de wetgeving van een der beide Staten de toekenning van bepaalde voordelen afhankelijk stelt van de voorwaarde, dat de tijdvakken van verzekering of van premiebetaling zijn vervuld in een beroep waarvoor een bijzondere verzekeringsregeling geldt, en indien deze tijdvakken niet voldoende zijn geweest om recht te kunnen geven op de voordelen krachtens genoemde bijzondere regeling, worden bedoelde tijdvakken als geldig beschouwd voor de toekenning van de voordelen krachtens de algemene regeling.
Artikel 12
Elk orgaan bepaalt overeenkomstig de eigen wetgeving en rekening houdend met het totaal van de in artikel 11 bedoelde tijdvakken welke in de beide landen zijn vervuld, of de belanghebbende voldoet aan de voorwaarden voor het hebben van aanspraak op een rente.
Elk orgaan, ten opzichte waarvan de voorwaarden voor het hebben van aanspraak op een rente zijn vervuld, berekent het bedrag van de rente overeenkomstig de eigen wetgeving met inachtneming van het totaal van de in artikel 11 bedoelde tijdvakken en stelt vervolgens het bedrag der verschuldigde uitkering vast in verhouding tot de duur van de tijdvakken, welke onder de eigen wetgeving zijn vervuld.
Voor de toepassing van dit artikel stelt elk orgaan volgens regelen, welke bij administratieve regeling zullen worden vastgesteld, de premiën, betaald onder de verzekeringsregeling van het ene land, gelijk met de premiën, betaald onder de eigen regeling.
Indien een verzekerde met inachtneming van het totaal der in artikel 11 bedoelde tijdvakken op hetzelfde tijdstip niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld door de wettelijke regelingen van de twee landen, wordt zijn recht op rente vastgesteld ten opzichte van elke wetgeving, naarmate hij aan die voorwaarden voldoet.
Artikel 13
Het recht op invaliditeitsrente kan nimmer eerder ontstaan dan nadat de belanghebbende ziekengeld-uitkering heeft genoten over de maximum-termijn, welke is gesteld door de wetgeving van het land, waarvan hij terzake van zijn invaliditeit ziekengeld-uitkering heeft ontvangen.
Artikel 14
Iedere belanghebbende kan op het tijdstip, waarop zijn aanspraak op een rente ontstaat, afstand doen van de voordelen, welke de artikelen 11 en 12 van dit Verdrag hem bieden. De voordelen, waarop hij aanspraak kan doen gelden krachtens de wetgeving van elk der landen, zullen dan afzonderlijk door de betrokken organen worden vastgesteld, onafhankelijk van de tijdvakken van verzekering en van premiebetaling of de daarmede gelijkgestelde tijdvakken, welke vervuld zijn in het andere land.
De belanghebbende is bevoegd opnieuw een keuze te doen tussen de voordelen van de artikelen 11 en 12 en die van dit artikel, wanneer hij daarbij belang heeft, hetzij tengevolge van een wijziging in de wetgeving van een der beide landen, hetzij in verband met zijn verhuizing van het ene land naar het andere land, hetzij in het geval bedoeld in artikel 12, lid 4, op het tijdstip, waarop hij een nieuw recht op een rente verkrijgt krachtens een der op hem van toepassing zijnde wetgevingen.
Artikel 15
Indien volgens de wetgeving van een der beide Staten de vrijwillige voortzetting van de verplichte verzekering aan een bepaalde termijn is gebonden, wordt deze termijn gedurende de tijdvakken van verplichte verzekering, vervuld onder een regeling van het andere land, opgeschort.
Artikel 16
Degenen, die een invaliditeits-, ouderdoms-, weduwen- of wezenrente genieten krachtens de Italiaanse wetgeving of krachtens de Nederlandse wetgeving en die hun verblijfplaats van het ene land naar het andere land overbrengen, behouden het genot van die rente en de daarop verleende bijslagen, zolang zij in een van de beide landen verblijven, onder dezelfde voorwaarden als hadden zij hun verblijfplaats niet veranderd.
Artikel 17
Wanneer een onderdaan van een van de beide Staten vóór het bereiken van de 35-jarige leeftijd verplicht verzekerd is geweest krachtens de Italiaanse wetgeving en hij, na het bereiken van deze leeftijd, in Nederland arbeid in loondienst of daarmede gelijkgestelde arbeid gaat verrichten:
- a. wordt hij niet van de verzekering krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet uitgesloten, mits hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt en niet een loon geniet, dat recht zou geven op vrijstelling van de verzekering noch op grond van enige andere bepaling van genoemde wet uitgezonderd is;
- b. zal hij voor zoveel betreft de bepaling van het recht op ouderdomsrente en de berekening van deze rente krachtens de Nederlandse Invaliditeitswet worden beschouwd alsof hij op 35-jarige leeftijd in de verzekering was opgenomen, of, indien zulks voor de belanghebbende gunstiger is, alsof hij in de verzekering was opgenomen op de leeftijd, waarop hij in Italië verzekerd werd.
HOOFDSTUK DERDE. Verzekering tegen bedrijfsongevallen en beroepsziekten
Artikel 18
Indien de wetgeving van een van de beide Staten de toekenning van uitkeringen of van bijzondere voordelen (bijslagen) afhankelijk stelt van de verblijfplaats van de betrokkene, geldt deze voorwaarde niet ten aanzien van Nederlandse of Italiaanse onderdanen, zolang zij in een van de beide landen verblijven.
Artikel 19
Indien een verzekerde, die in een der beide landen in het genot is gesteld van een schadeloosstelling wegens een beroepsziekte, terzake van een ziekte van dezelfde aard rechten doet gelden op schadeloosstelling in het andere land, blijven de uitkeringen ten laste van het verzekeringsorgaan van het eerste land.
HOOFDSTUK VIERDE. Kinderbijslag
Artikel 20
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.