Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland,
Besloten hebbende samen te werken op sociaal gebied,
Bevestigende het beginsel, dat de onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen krachtens de wettelijke regelingen betreffende de sociale zekerheid van de andere Partij op gelijke wijze zullen worden behandeld als de onderdanen van laatstgenoemde Partij,
Verlangende aan dit beginsel uitvoering te geven en regelingen te treffen, krachtens welke haar eigen onderdanen, die zich van het grondgebied van de ene Partij naar dat van de andere Partij begeven, òf de rechten behouden, welke zij ingevolge de wettelijke regelingen van eerstgenoemde Partij hebben verkregen, dan wel overeenkomstige rechten genieten, krachtens de wettelijke regelingen van laatstgenoemde Partij,
Verlangende verder regelingen te treffen terzake van een samentelling van verzekeringstijdvakken, vervuld krachtens de wettelijke regelingen van elk der beide Partijen, ter vaststelling van het recht op uitkering,
Zijn overeengekomen als volgt:
TITEL I. Begripsbepalingen en werkingssfeer
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
TITEL II. Algemene bepalingen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Artikel 11
Vervallen
TITEL III. Bijzondere bepalingen
HOOFDSTUK EERSTE. Ziekengeld-, moederschaps- en werkloosheidsuitkeringen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
HOOFDSTUK TWEEDE. Invaliditeitsrenten
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
HOOFDSTUK DERDE. Ouderdomsrente
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
HOOFDSTUK VIERDE. Weduwen- en wezenrenten
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
HOOFDSTUK VIJFDE. Bedrijfsongevallen en beroepsziekten
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Artikel 30
Vervallen
HOOFDSTUK ZESDE. Algemene bepalingen
Artikel 31
Vervallen
Artikel 32
Vervallen
Artikel 33
Vervallen
Artikel 34
Vervallen
Artikel 35
Vervallen
Artikel 36
Vervallen
Artikel 37
Vervallen
TITEL IV. Diverse bepalingen
Artikel 38
Vervallen
Artikel 39
Vervallen
Artikel 40
Vervallen
Artikel 41
Vervallen
Artikel 42
Vervallen
Artikel 43
Vervallen
Artikel 44
Vervallen
Artikel 45
Vervallen
Artikel 46
Vervallen
Artikel 47
Vervallen
Artikel 48
Vervallen
Artikel 49
Vervallen
Artikel 50
Vervallen
Bij de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid van heden zijn namens de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, overeengekomen als volgt:
Artikel 1
De volgende groepen van personen hebben tijdens hun verblijf op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk recht op de uitkeringen in natura op grond van de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk onder dezelfde voorwaarden als onderdanen („citizens”) van het Verenigd Koninkrijk en zijn Koloniën, die wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk:
-
- onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die zich voor het verrichten van werkzaamheden op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk bevinden en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van een der beide Partijen, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen indirect verzekerd zijn, behoudens dat personen in Noord-Ierland, die aldaar niet wonen, slechts recht hebben op algemene medische, pharmaceutische en tandheelkundige behandeling, voorzover betreft tandheelkundige behandeling ter opheffing van pijn en andere acute symptomen;
-
- onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, die wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en die indirect verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden;
-
- voor wat betreft moederschapsuitkeringen in natura, vrouwen, die onderdaan zijn van het Koninkrijk der Nederlanden, en wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en die zich op dat grondgebied bevinden of aldaar zijn bevallen en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden of echtgenote zijn van ingevolge die wettelijke regelingen verzekerde personen;
-
- onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden, die wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk en die recht hebben op enigerlei uitkering ingevolge de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen indirect verzekerd zijn en wonen op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk.
Artikel 2
De volgende groepen van personen hebben tijdens hun verblijf op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden recht op de uitkeringen in natura op grond van de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden, indien zij voldoen aan de voorwaarden, gesteld bij die wettelijke regelingen, waarbij elk verzekeringstijdvak of daarmede gelijkgesteld tijdvak, vervuld onder de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk, geacht wordt te zijn vervuld krachtens de wettelijke regelingen van het Koninkrijk der Nederlanden:
-
- onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die zich voor het verrichten van werkzaamheden op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden bevinden en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van een dier Partijen, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen indirect verzekerd zijn;
-
- onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en die indirect verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk;
-
- voor wat betreft moederschapsuitkeringen in natura, vrouwen, die onderdaan zijn van een der Verdragsluitende Partijen en wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en die zich op dat grondgebied bevinden of aldaar zijn bevallen en verzekerd zijn ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk of echtgenote zijn van ingevolge die wettelijke regelingen verzekerde personen;
-
- onderdanen van een der Verdragsluitende Partijen, die wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en die recht hebben op enige uitkering ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk met uitzondering van een wezenuitkering, alsmede zij, die als gevolg van de verzekering van die onderdanen direct verzekerd zijn en wonen op eerdergenoemd grondgebied;
-
- wezen, die onderdaan zijn van een der Verdragsluitende Partijen en wonen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en voor wie een wezenuitkering ingevolge de wettelijke regelingen van het Verenigd Koninkrijk wordt verstrekt.
Artikel 3
De bevoegde autoriteiten stellen die administratieve maatregelen vast, welke noodzakelijk zijn voor de toepassing van dit Protocol.
Artikel 4
Voor de toepassing van dit Protocol hebben de woorden „grondgebied”, „onderdaan”, „werkzaamheid”, „nagelaten betrekkingen” of „indirect verzekerden”, „wettelijke regelingen” en „bevoegd orgaan” de betekenis, welke er in eerdergenoemd Verdrag inzake sociale zekerheid aan is gegeven, terwijl onder de term „uitkeringen in natura”, voor wat het Verenigd Koninkrijk betreft, wordt verstaan de uitkeringen in natura, verstrekt door de National Health Services van het Verenigd Koninkrijk en voor wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft de uitkeringen in natura, verstrekt ingevolge de Nederlandse ziekenfondsverzekering.
Artikel 5
Dit Protocol wordt bekrachtigd en de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te Londen uitgewisseld. Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin de uitwisseling van de akten van bekrachtiging heeft plaats gevonden.
Artikel 6
Dit Protocol blijft van kracht gedurende een tijdvak van één jaar na de inwerkingtreding. Het zal daarna stilzwijgend van jaar tot jaar worden verlengd behoudens schriftelijke opzegging, welke drie maanden vóór afloop van een zodanig jaarlijks tijdvak dient plaats te vinden.
Ten blijke waarvan de ondergetekenden, door hun onderscheiden Regeringen naar behoren daartoe gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegels hebben voorzien.
Gedaan in tweevoud te 's-Gravenhage, de 11de Augustus 1954, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:
(w.g.) J. W. BEYEN
(w.g.) J. LUNS
Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland:
(sd.) A. C. STEWART
TITEL I. Begripsbepalingen en werkingssfeer
TITEL II. Algemene bepalingen
TITEL III. Bijzondere bepalingen
HOOFDSTUK EERSTE. Ziekengeld-, moederschaps- en werkloosheidsuitkeringen
HOOFDSTUK TWEEDE. Invaliditeitsrenten
HOOFDSTUK DERDE. Ouderdomsrente
HOOFDSTUK VIERDE. Weduwen- en wezenrenten
HOOFDSTUK VIJFDE. Bedrijfsongevallen en beroepsziekten
HOOFDSTUK ZESDE. Algemene bepalingen
TITEL IV. Diverse bepalingen
Artikel 1
Vervallen
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.