Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken
De lidstaten van de Raad van Europa en de lidstaten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die dit Verdrag hebben ondertekend,
Overwegend dat de ontwikkeling van het internationale verkeer van personen, kapitaal, goederen en diensten - hoewel deze op zich zeer gunstig is - de mogelijkheden van ontgaan van belasting en belastingontduiking heeft vergroot, en derhalve toenemende samenwerking tussen de belastingautoriteiten vereist;
Verheugd over de verschillende inspanningen die de laatste jaren zijn verricht, bilateraal dan wel multilateraal, om ontgaan van belasting en belastingontduiking op internationaal niveau tegen te gaan;
Overwegend dat een gezamenlijke inspanning van de Staten nodig is ter bevordering van alle vormen van administratieve bijstand in aangelegenheden betreffende belastingen van iedere soort, terwijl tegelijkertijd passende bescherming van de rechten van belastingplichtigen wordt verzekerd;
Erkennend dat internationale samenwerking een belangrijke rol kan spelen bij het vergemakkelijken van de juiste vaststelling van de belastingverplichtingen en bij het helpen van de belastingplichtige opdat diens rechten worden geëerbiedigd;
Overwegend dat de fundamentele beginselen die iedere persoon het recht geven op vaststelling van zijn rechten en verplichtingen in overeenstemming met een behoorlijke wettelijke procedure, dienen te worden erkend als van toepassing op fiscale aangelegenheden in alle Staten, en dat de Staten ernaar dienen te streven de legitieme belangen van belastingplichtigen te beschermen, en met name passende bescherming te bieden tegen discriminatie en dubbele belasting;
Er derhalve van overtuigd dat Staten maatregelen dienen uit te voeren of inlichtingen dienen te verstrekken, rekening houdend met de noodzaak van het beschermen van de vertrouwelijkheid van de inlichtingen en met internationale instrumenten ter bescherming van de privacy en de stromen van persoonsgegevens;
Overwegend dat er een nieuw kader van samenwerking is ontstaan en dat het wenselijk is een multilateraal instrument beschikbaar te stellen om zoveel mogelijk Staten in de gelegenheid te stellen te profiteren van het nieuwe kader van samenwerking en tevens de hoogste internationale normen voor samenwerking op belastinggebied te implementeren;
Geleid door de wens een verdrag te sluiten inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. WERKINGSSFEER VAN HET VERDRAG
Artikel 1. Doel van het Verdrag en personen op wie het van toepassing is
De Partijen verlenen elkaar, behoudens de bepalingen van Hoofdstuk IV, administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden. Deze bijstand kan, indien van toepassing, door rechterlijke instanties genomen maatregelen omvatten.
Deze administratieve bijstand omvat:
- a. uitwisseling van inlichtingen, met inbegrip van gelijktijdig boekenonderzoek en deelname aan boekonderzoeken in het buitenland;
- b. bijstand bij invordering met inbegrip van conservatoire maatregelen; en
- c. uitreiking van documenten.
Een Partij verleent administratieve bijstand ongeacht of de betrokkene een inwoner of onderdaan van een Partij of van een andere Staat is.
Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op:
- a. de volgende belastingen:
- i. belastingen naar inkomen of winst,
- ii. belastingen naar vermogenswinst die afzonderlijk van de belasting naar inkomen of winst worden geheven,
- iii. belastingen naar nettovermogen, die worden geheven ten behoeve van een Partij; en
- b. de volgende belastingen:
- i. belastingen naar inkomen, winst, vermogenswinst of nettovermogen die worden geheven ten behoeve van staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen van een Partij,
- ii. verplichte premies of bijdragen voor de sociale zekerheid, te betalen aan de centrale overheid of aan publiekrechtelijke instellingen voor sociale zekerheid, en
- iii. belastingen in andere categorieën, behalve douanerechten, die worden geheven ten behoeve van een Partij, te weten:
- A. successie- en schenkingsrechten,
- B. belastingen op onroerend goed,
- C. algemene verbruiksbelastingen, zoals omzetbelasting,
- D. specifieke belastingen op goederen en diensten, zoals accijnzen,
- E. belastingen op het gebruik of het bezit van motorrijtuigen,
- F. belastingen op het gebruik of het bezit van roerende goederen andere dan motorrijtuigen,
- G. alle andere belastingen.
- iv. belastingen in de hierboven onder (iii) genoemde categorieën die worden geheven ten behoeve van staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen van een Partij.
De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn in Bijlage A opgesomd in de in het eerste lid genoemde categorieën.
De Partijen stellen de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa of de Secretaris-Generaal van de OESO (hierna te noemen de „Depositarissen”) in kennis van iedere wijziging die dient te worden aangebracht in Bijlage A als gevolg van een aanpassing van de in het tweede lid bedoelde lijst. Een zodanige wijziging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van een desbetreffende kennisgeving door de Depositaris.
Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen, vanaf de datum waarop zij zijn ingevoerd, die in een verzoekende Staat na de inwerkingtreding van het Verdrag ten aanzien van die Partij worden geheven naast of in plaats van de in Bijlage A opgesomde bestaande belastingen; in dat geval stelt de betrokken Partij één van de Depositarissen ervan in kennis dat de belasting in kwestie is ingevoerd.
HOOFDSTUK II. ALGEMENE BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 3. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt, tenzij het zinsverband anders vereist, verstaan onder:
- a. de begrippen „verzoekende Staat” en „aangezochte Staat”: respectievelijk een Partij die verzoekt om administratieve bijstand in fiscale aangelegenheden en een Partij die een verzoek om verlening van zodanige bijstand ontvangt;
- b. het begrip „belasting”: iedere belasting premie of bijdrage voor de sociale zekerheid waarop het Verdrag van toepassing is ingevolge artikel 2;
- c. het begrip „verschuldigde belasting”: een bedrag aan belasting, alsmede rente daarover, administratieve boetes daarmee verband houdende en kosten verbonden aan de invordering, dat is verschuldigd en nog niet is betaald;
- d. het begrip „bevoegde autoriteit”: de in Bijlage B opgesomde personen en autoriteiten;
- e. het begrip „onderdanen”, met betrekking tot een Partij:
- i. alle personen die de nationaliteit van die Partij bezitten, en
- ii. alle rechtspersonen, vennootschappen, verenigingen en andere eenheden die hun rechtspositie als zodanig ontlenen aan de wetgeving die in die Partij van kracht is.
Voor iedere Partij die een daartoe strekkende verklaring heeft afgelegd, worden de hierboven gehanteerde begrippen opgave zoals omschreven in Bijlage C.
Voor de toepassing van het Verdrag door een Partij heeft ieder daarin niet omschreven begrip, tenzij het zinsverband anders vereist, de betekenis die het heeft krachtens de wetgeving van die Partij met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is.
De Partijen stellen één van de Depositarissen in kennis van iedere wijziging die dient te worden aangebracht in de Bijlagen B en C. Een zodanige wijziging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van een zodanige kennisgeving door de desbetreffende Depositaris.
HOOFDSTUK III. VORMEN VAN BIJSTAND
Deel I. Uitwisseling van inlichtingen
Artikel 4. Algemene bepaling
De Partijen wisselen alle inlichtingen uit, met name zoals voorzien in dit deel, die naar verwachting van belang zijn voor de toepassing of handhaving van hun nationale wetten ter zake van de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.
Geschrapt.
Iedere Partij kan, door middel van een aan een van de Depositarissen gerichte verklaring, te kennen geven dat haar autoriteiten volgens haar nationale wetgeving haar inwoner of onderdaan in kennis kunnen stellen alvorens hem betreffende inlichtingen te verstrekken, in overeenstemming met de artikelen 5 en 7.
Artikel 5. Uitwisseling van inlichtingen op verzoek
Op verzoek van de verzoekende Staat verstrekt de aangezochte Staat aan de verzoekende Staat alle in artikel 4 bedoelde inlichtingen die betrekking hebben op bepaalde personen of transacties.
Indien de inlichtingen die voorhanden zijn in de belastingdossiers van de aangezochte Staat niet voldoende zijn om deze in staat te stellen aan het verzoek om inlichtingen te voldoen, neemt die Staat alle passende maatregelen om de verzoekende Staat de gevraagde inlichtingen te verstrekken.
Artikel 6. Automatische uitwisseling van inlichtingen
Ten aanzien van categorieën van gevallen en in overeenstemming met procedures die zij in onderlinge overeenstemming vaststellen, wisselen twee of meer Partijen automatisch de in artikel 4 bedoelde inlichtingen uit.
Artikel 7. Spontane uitwisseling van inlichtingen
Een Partij verstrekt een andere Partij zonder voorafgaand verzoek inlichtingen waarover zij beschikt in de volgende situaties:
- a. de eerstbedoelde Partij heeft redenen te veronderstellen dat door de andere Partij ten onrechte te weinig belasting zal worden geheven of een heffing ten onrechte achterwege is gebleven;
- b. een belastingplichtige verkrijgt een belastingvermindering of een vrijstelling van belasting in de eerstbedoelde Partij waardoor een belastingverhoging of belastingplicht zou ontstaan in de andere Partij;
- c. tussen een belastingplichtige in de ene Partij en een belastingplichtige in de andere Partij worden zaken gedaan via één of meer landen op zodanige wijze dat hieruit een belastingbesparing kan voortvloeien in de ene of de andere Partij of in beide Partijen;
- d. een Partij heeft redenen aan te nemen dat een belastingbesparing kan voortvloeien uit kunstmatige winstverschuivingen binnen groepen ondernemingen;
- e. inlichtingen, verstrekt aan de eerstbedoelde Partij door de andere Partij, hebben het mogelijk gemaakt dat inlichtingen worden verkregen die van belang kunnen zijn bij het vaststellen van de belastingplicht in de laatstbedoelde Partij.
Elke Partij neemt de maatregelen en legt de procedures ten uitvoer die noodzakelijk zijn om te verzekeren dat de in het eerste lid beschreven inlichtingen beschikbaar worden gesteld om aan een andere Partij te worden toegezonden.
Artikel 8. Gelijktijdige boekenonderzoeken
Op verzoek van één van hen plegen twee of meer Partijen onderling overleg ten einde te bepalen welke gevallen worden onderworpen aan en procedures vast te stellen voor gelijktijdige boekenonderzoeken. Elke betrokken Partij beslist per geval of zij al dan niet deelneemt aan een gelijktijdig boekenonderzoek.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder een gelijktijdig boekenonderzoek verstaan een regeling tussen twee of meer Partijen om gelijktijdig, elke Partij op haar eigen grondgebied, de fiscale aangelegenheden van een persoon of personen te onderzoeken waarbij zij een gemeenschappelijk belang of verwante belangen hebben, ten einde alle van belang zijnde inlichtingen die zij aldus verkrijgen, uit te wisselen.
Artikel 9. Boekenonderzoeken in het buitenland
Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat kan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat toestaan aanwezig te zijn bij het voor die Staat van belang zijnde gedeelte van een boekenonderzoek in de aangezochte Staat.
Indien het verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Staat de bevoegde autoriteit van de verzoekende Staat zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de plaats van het onderzoek, de autoriteit of de functionaris die is aangewezen om het onderzoek te verrichten, de te volgen procedures en de voorwaarden gesteld door de aangezochte Staat voor het verrichten van het onderzoek. Alle beslissingen met betrekking tot het verrichten van het boekenonderzoek worden genomen door de aangezochte Staat.
Een Partij kan de Depositarissen haar voornemen mededelen verzoeken zoals bedoeld in het eerste lid in de regel niet te aanvaarden. Een zodanige verklaring kan te allen tijde worden afgelegd of ingetrokken.
Artikel 10. Tegenstrijdige inlichtingen
Indien een Partij van een andere Partij inlichtingen over de belastingzaken van een persoon ontvangt die klaarblijkelijk in strijd zijn met inlichtingen waarover zij beschikt, deelt zij dit mede aan de Partij die de inlichtingen heeft verstrekt.
Deel II. Bijstand bij invordering
Artikel 11. De invordering van verschuldigde belasting
Op verzoek van de verzoekende Staat onderneemt de aangezochte Staat, behoudens de bepalingen van de artikelen 14 en 15, de nodige stappen om verschuldigde belasting van de eerstbedoelde Staat in te vorderen alsof het aan hemzelf verschuldigde belasting betrof.
De bepalingen van het eerste lid zijn slechts van toepassing op verschuldigde belasting die onderwerp is van een executoriale titel in de verzoekende Staat en, tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken Partijen, die niet wordt bestreden.
Indien de vordering echter een persoon betreft die geen inwoner van de verzoekende Staat is, is het eerste lid slechts van toepassing indien de vordering niet langer kan worden bestreden, tenzij anders overeengekomen tussen de betrokken Partijen.
De verplichting om bijstand te verlenen bij het invorderen van verschuldigde belasting betreffende een overledene of zijn nalatenschap is beperkt tot de waarde van de nalatenschap of van de goederen verkregen door iedere begunstigde van de nalatenschap, afhankelijk van de vraag of de verschuldigde belasting dient te worden ingevorderd uit de nalatenschap of bij de erfgenamen.
Artikel 12. Conservatoire maatregelen
Op verzoek van de verzoekende Staat neemt de aangezochte Staat, met het oog op de invordering van een belastingbedrag, conservatoire maatregelen zelfs indien de vordering wordt bestreden en nog niet invorderbaar is.
Artikel 13. Documenten waarvan het verzoek vergezeld gaat
Het verzoek om administratieve bijstand krachtens dit Deel gaat vergezeld van:
- a. een verklaring dat de verschuldigde belasting van een soort is waarop het Verdrag van toepassing is en, in het geval van een verzoek om invordering, dat, behoudens artikel 11, tweede lid, de vordering niet wordt of niet kan worden bestreden;
- b. een officieel afschrift van de akte die het nemen van dwangmaatregelen toestaat in de verzoekende Staat, en
- c. ieder ander document dat vereist is voor invordering of conservatoire maatregelen.
De akte die het nemen van dwangmaatregelen toestaat in de verzoekende Staat wordt, indien passend en in overeenstemming met de in de aangezochte Staat van kracht zijnde bepalingen, zo spoedig mogelijk na de datum van ontvangst van het verzoek om bijstand aanvaard, erkend of aangevuld, dan wel vervangen door een akte die het nemen van dwangmaatregelen toestaat in de aangezochte Staat.
Artikel 14. Termijnen
Vragen betreffende het tijdvak waarbuiten niet langer kan worden ingevorderd vallen onder de wetgeving van de verzoekende Staat. Het verzoek om bijstand geeft bijzonderheden aangaande dat tijdvak.
Handelingen betreffende invordering, verricht door de aangezochte Staat ingevolge een verzoek om bijstand, die, overeenkomstig de wetgeving van die Staat, een schorsende werking of een onderbreking van het in het eerste lid bedoelde tijdvak tot gevolg zouden hebben, worden geacht hetzelfde gevolg te hebben voor de toepassing van de wetgeving van de verzoekende Staat. De aangezochte Staat doet de verzoekende Staat mededeling van zodanige handelingen.
De aangezochte Staat is in geen enkel geval verplicht te voldoen aan een verzoek om bijstand dat wordt ingediend na het verstrijken van een tijdvak van 15 jaar vanaf de datum van de oorspronkelijke akte die het nemen van dwangmaatregelen toestaat.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.