Overeenkomst betreffende de uitwisseling van stagiaires tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek;
Verlangend de opleiding van Nederlandse en Italiaanse stagiaires te bevorderen, zowel ten aanzien van het verkrijgen van vakkennis als van talenkennis, zijn in gemeenschappelijk overleg als volgt overeengekomen:
Artikel 1
a). Deze Overeenkomst is van toepassing op stagiaires. Stagiaires zijn onderdanen van een van beide Staten, die zich voor een bepaalde tijdsduur naar het grondgebied van de andere Staat begeven teneinde daar hun vak- en talenkennis te vervolmaken door bij een werkgever een betrekking te vervullen.
b). Stagiaires kunnen zowel van het mannelijk als van het vrouwelijk geslacht zijn en kunnen zowel voor het verrichten van handenarbeid als hoofdarbeid worden tewerkgesteld. In beginsel dienen zij de leeftijd te hebben bereikt van 18 jaar en mogen zij niet ouder zijn dan 30 jaar.
Artikel 2
Behoudens de reglementaire bepalingen betreffende het afgeven van visa, is het aan stagiaires toegestaan een betrekking te vervullen onder de in onderstaande artikelen vastgelegde voorwaarden, zonder dat de toestand van de arbeidsmarkt, noch in het algemeen, noch ten aanzien van het betreffende beroep, daarbij in aanmerking wordt genomen.
Artikel 3
Het aantal vergunningen, dat aan stagiaires van ieder van beide landen krachtens deze Overeenkomst zal worden verleend, zal 50 per jaar niet te boven mogen gaan. Deze beperking zal onafhankelijk zijn van het aantal stagiaires, die reeds op het grondgebied van een van beide Staten verblijven tengevolge van een verlenging van hun stages onder de in artikel 4 gestelde voorwaarden. Dit contingent blijft van toepassing, ongeacht de tijdsduur voor welke de in de loop van een jaar afgegeven vergunningen zijn verleend en gedurende welke van deze vergunningen is gebruik gemaakt.
Indien dit contingent door een van beide Staten in de loop van een jaar niet zou zijn bereikt, zal deze Staat het ten behoeve van stagiaires uit de andere Staat voorbehouden aantal vergunningen niet kunnen verminderen, noch het niet gebruikte overschot van zijn contingent voegen bij dat van het volgende jaar. Dit contingent van 50 stagiaires geldt voor elk kalenderjaar, indien het niet is gewijzigd krachtens een nieuwe Overeenkomst, welke, op een daartoe door een van beide Staten gedaan voorstel, uiterlijk op 1 October voor het volgend jaar moet worden gesloten.
Artikel 4
a). De duur van de stage is beperkt tot een jaar. Dit tijdvak kan bij wijze van uitzondering met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
b). Na afloop van hun stage mogen de stagiaires niet op het grondgebied van het land waar zij deze stage hebben vervuld, blijven met het doel er een betrekking te vervullen.
Artikel 5
De stagiaire-vergunningen kunnen verleend worden op voorwaarde, dat de stagiaires geen andere winstgevende bezigheid zullen uitoefenen of geen andere betrekking zullen vervullen dan die waarvoor de vergunning is verleend.
Artikel 6
De werkvergunningen ten behoeve van stagiaires worden op de volgende basis verleend:
- a). indien de stagiaire toestemming heeft verkregen arbeid te verrichten, welke gewoonlijk wordt uitgeoefend door een gewone arbeidskracht, dan heeft hij recht op het loon, dat voor het beroep en in de streek waarin hij is tewerkgesteld, gebruikelijk is;
- b). alle andere stagiaires zullen van hun werkgever een vergoeding ontvangen, welke in overeenstemming is met de door hen verrichte diensten en hen in staat stelt in hun onderhoud te voorzien. Stagiaires zullen in beide landen slechts kunnen worden toegelaten als de bevoegde instanties zich er door een onderzoek, dat zij zelf hebben ingesteld, van hebben overtuigd, dat de tussen werkgevers en stagiaires overeengekomen en in het voorgaande lid omschreven voorwaarden worden nageleefd.
Artikel 7
Beide Staten verplichten zich, geen werkvergunningen ten behoeve van stagiaires te verlenen zonder dat zij er zich van hebben overtuigd, dat deze gedurende de tijd, dat zij een betrekking vervullen, over voldoende middelen van bestaan beschikken.
Artikel 8
a). Stagiaires genieten dezelfde behandeling als de onderdanen van het land waar zij werken, in alles wat betreft de toepassing van de wetten, voorschriften en gebruiken op het gebied van veiligheid, hygiëne en arbeidsvoorwaarden.
b). Stagiaires en hun werkgevers zijn gehouden de voorschriften, welke inzake sociale verzekering van kracht zijn, na te leven.
Artikel 9
Beide Staten verplichten zich de aanvragen betreffende stagiaires van alle heffingen en rechten, uitgezonderd de louter formele administratieve rechten, vrij te stellen. Deze vrijstelling geldt eveneens en met hetzelfde voorbehoud voor het afgeven van visa en verblijfsvergunningen aan de belanghebbenden verleend.
Artikel 10
Stagiaires, die gebruik wensen te maken van de bepalingen van deze Overeenkomst, dienen, voorzover het Nederlandse onderdanen betreft, hiertoe een verzoek te richten tot het Rijksarbeidsbureau te 's-Gravenhage en voorzover het Italiaanse onderdanen betreft, bij het Ministerie van Arbeid en Sociale Voorzorg te Rome. Stagiaires dienen in hun aanvraag alle nodige inlichtingen te verstrekken en inzonderheid de naam en het adres van de werkgever te vermelden.
Stagiaires moeten aan de instanties, welke in hun land met de behandeling der aanvragen zijn belast, overleggen:
-
- een geboortebewijs,
-
- een bewijs van goed gedrag,
-
- een medische verklaring,
-
- in voorkomende gevallen een verklaring van de werkgever, waarbij deze zich verbindt de candidaat-stagiaire in dienst te nemen,
-
- een verklaring van de betrokkene, waarbij deze zich verbindt, zodra zijn leertijd ten einde is, te vertrekken.
Ieder der voornoemde instanties zal uitmaken of er aanleiding is de aanvraag aan de overeenkomstige instantie van de andere Staat te doen toekomen, waarbij rekening dient te worden gehouden met het jaarlijkse contingent, waarop ieder land recht heeft.
Artikel 11
Teneinde het in deze Overeenkomst gestelde doel te bereiken en zoveel mogelijk de candidaat-stagiaires te helpen, die niet in staat zouden zijn zelf een werkgever te vinden, die bereid is hen als stagiaire in dienst te nemen, verbinden beide Staten zich in samenwerking met de betrokken organisaties de uitwisseling der stagiaires met alle daartoe geschikte middelen te vergemakkelijken.
Artikel 12
Geen bepaling van deze Overeenkomst mag dusdanig worden uitgelegd, dat de verplichting van een ieder, om zich te onderwerpen aan de wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van ieder van beide Staten van kracht zijn met betrekking tot het binnenkomen, het verblijf en het vertrek der onderdanen van andere landen, er door zou worden aangetast.
Artikel 13
a). In voorkomende gevallen zullen regelingen worden getroffen tussen de bevoegde instanties van beide Staten, waarbij maatregelen worden vastgesteld, welke voor de uitvoering van deze Overeenkomst noodzakelijk zijn.
b). Elk geschil, dat zich met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst tussen beide Staten mocht voordoen, zal door rechtstreekse onderhandeling worden bijgelegd.
c). Indien dit geschil niet binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van het begin der onderhandeling, kan worden bijgelegd, zal het voor beslissing worden onderworpen aan een scheidsrechterlijk orgaan, waarvan de samenstelling in onderling overleg tussen beide Staten zal worden vastgesteld; de te volgen procedure zal op dezelfde wijze worden bepaald.
d). De beslissing van het scheidsrechterlijk orgaan zal worden genomen in overeenstemming met de fundamentele beginselen en met de geest van deze Overeenkomst; deze beslissing is bindend en niet vatbaar voor hoger beroep.
Artikel 14
De Overeenkomst treedt in werking op de dag van ondertekening en blijft van kracht tot 31 December 1954.
Zij zal vervolgens stilzwijgend worden verlengd, telkens voor de tijd van een jaar, tenzij zij door een van beide Staten wordt opgezegd voor de 1ste Juli tegen 1 Januari daaraanvolgend.
In geval van opzegging blijven niettemin de vergunningen, welke krachtens deze Overeenkomst zijn verleend, geldig gedurende de tijd, waarvoor zij zijn verleend.
En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord et l'ont revêtu de leurs sceaux.
Fait à Rome, en double exemplaire en langue française, le 4 juin 1954.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:
(s.) H. N. BOON.
Pour le Gouvernement de la République Italienne:
(s.) DOMINEDO.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.