Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België, regelende de verlichting en bebakening van de Westerschelde en haar mondingen
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en Zijne Majesteit de Koning der Belgen, de noodzakelijkheid hebbende erkend nieuwe schikkingen te treffen aangaande de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en haar mondingen, hebben te dien einde tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Zijne Excellentie de Heer J. M. A. H. Luns, Minister van Buitenlandse Zaken,
Zijne Majesteit de Koning der Belgen:
Zijne Excellentie F. X. J. M. G. Baron van der Straten-Waillet, Ambassadeur te 's-Gravenhage,
Die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Voor de verlichting en de bebakening van de Westerschelde en haar mondingen zijn of worden:
- A. uitgelegd de volgende lichtboeien: Onder lichtboei wordt verstaan een lichtboei compleet uitgerust met lantaarn, tonketting en tonsteen.
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.