Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken
Artikel I
Dit Verdrag is van toepassing op de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken, gewezen op het grondgebied van een andere Staat dan die waar de erkenning en tenuitvoerlegging van zodanige uitspraken wordt verzocht, en voortvloeiende uit geschillen tussen natuurlijke of rechtspersonen. Het is eveneens van toepassing op scheidsrechterlijke uitspraken die niet beschouwd worden als nationale uitspraken in de Staat waar hun erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht.
De uitdrukking „scheidsrechterlijke uitspraken” omvat niet alleen uitspraken, gewezen door voor een bepaald geval benoemde scheidsmannen, doch tevens uitspraken, gewezen door permanente scheidsrechterlijke instanties waaraan partijen zich hebben onderworpen.
Bij het ondertekenen of bekrachtigen van of het toetreden tot dit Verdrag of bij het mededelen van de uitbreiding daarvan overeenkomstig artikel X kan iedere Staat op basis van wederkerigheid verklaren, dat hij het Verdrag slechts zal toepassen op de erkenning en tenuitvoerlegging van uitspraken gewezen op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat. Hij kan ook verklaren, dat hij het Verdrag slechts zal toepassen op geschillen welke voortvloeien uit al dan niet contractuele rechtsbetrekkingen die volgens het nationale recht van de Staat die de verklaring aflegt, als handelsrechtelijk worden beschouwd.
Artikel II
Iedere Verdragsluitende Staat erkent de schriftelijke overeenkomst waarbij partijen zich verbinden aan een uitspraak van scheidsmannen te onderwerpen alle of bepaalde geschillen welke tussen hen zijn gerezen of welke tussen hen zouden kunnen rijzen naar aanleiding van een bepaalde al dan niet contractuele rechtsbetrekking en betreffende een geschil, dat vatbaar is voor beslissing door arbitrage.
Onder „schriftelijke overeenkomst” wordt verstaan een compromissoir beding in een overeenkomst of een akte van compromis, ondertekend door partijen of vervat in gewisselde brieven of telegrammen.
De rechter van een Verdragsluitende Staat bij wie een geschil aanhangig wordt gemaakt over een onderwerp ten aanzien waarvan partijen een overeenkomst als bedoeld in dit artikel hebben aangegaan, verwijst partijen op verzoek van een hunner naar arbitrage, tenzij hij constateert, dat genoemde overeenkomst vervallen is, niet van kracht is of niet kan worden toegepast.
Artikel III
Iedere Verdragsluitende Staat zal onder de in de volgende artikelen vervatte voorwaarden scheidsrechterlijke uitspraken als bindend erkennen en ze ten uitvoer leggen overeenkomstig de regelen van rechtsvordering, geldende in het gebied waar een beroep op de uitspraak wordt gedaan. De erkenning of tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken waarop dit Verdrag van toepassing is, zal niet worden onderworpen aan aanzienlijk drukkender voorwaarden of aanzienlijk hogere gerechtskosten dan die waaraan de erkenning of tenuitvoerlegging van de nationale scheidsrechterlijke uitspraken zijn onderworpen.
Artikel IV
Ter verkrijging van de erkenning en tenuitvoerlegging, bedoeld in het voorgaande artikel, dient de partij die de erkenning en tenuitvoerlegging verzoekt, bij haar verzoek over te leggen:
- a). het behoorlijk gelegaliseerde origineel van de uitspraak of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan;
- b). het origineel van de in artikel II bedoelde overeenkomst of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan.
Indien genoemde uitspraak of overeenkomst niet is gesteld in een officiële taal van het land waarin een beroep op de uitspraak wordt gedaan, dient de partij die de erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak verzoekt, een vertaling van deze documenten in een zodanige taal over te leggen. De vertaling moet worden gewaarmerkt door een officiële of beëdigde vertaler of door een diplomatiek of consulair ambtenaar.
Artikel V
De erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak zullen slechts dan, op verzoek van de partij tegen wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, geweigerd worden, indien die partij aan de bevoegde autoriteit van het land waar de erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, het bewijs levert:
- a). dat de partijen bij de in artikel II bedoelde overeenkomst krachtens het op hen toepasselijke recht onbekwaam waren die overeenkomst aan te gaan, of dat die overeenkomst niet geldig is krachtens het recht waaraan partijen haar hebben onderworpen, of – indien elke aanwijzing hieromtrent ontbreekt – krachtens het recht van het land waar de uitspraak werd gewezen; of
- b). dat aan de partij tegen wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, niet behoorlijk was kennis gegeven van de benoeming van de scheidsman of van de scheidsrechterlijke procedure, of dat het hem om andere redenen onmogelijk is geweest zijn zaak te verdedigen; of
- c). dat de uitspraak betrekking heeft op een geschil dat niet valt onder het compromis of dat niet valt binnen de termen van het compromissoir beding, of dat de uitspraak beslissingen bevat die de bepalingen van het compromis of van het compromissoir beding te buiten gaan, met dien verstande dat, indien de beslissingen welke betrekking hebben op kwesties die aan arbitrage zijn onderworpen gescheiden kunnen worden van de beslissingen die betrekking hebben op kwesties die niet aan arbitrage zijn onderworpen, dat gedeelte van de uitspraak hetwelk de eerstgenoemde beslissingen bevat, kan worden erkend en tenuitvoergelegd; of
- d). dat de samenstelling van het scheidsgerecht of de scheidsrechterlijke procedure niet in overeenstemming was met de overeenkomst der partijen, of, bij gebreke van een overeenkomst daaromtrent, niet in overeenstemming was met het recht van het land waar de arbitrage heeft plaats gevonden; of
- e). dat de uitspraak nog niet bindend is geworden voor partijen of is vernietigd of haar tenuitvoerlegging is geschorst door een bevoegde autoriteit van het land waar of krachtens welks recht die uitspraak werd gewezen.
De erkenning en tenuitvoerlegging van een scheidsrechterlijke uitspraak kan eveneens worden geweigerd, indien de bevoegde autoriteit van het land waar de erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, constateert:
- a). dat het onderwerp van geschil volgens het recht van dat land niet vatbaar is voor beslissing door arbitrage; of
- b). dat de erkenning of tenuitvoerlegging van de uitspraak in strijd zou zijn met de openbare orde van dat land.
Artikel VI
Indien vernietiging van de uitspraak of schorsing van haar tenuitvoerlegging is verzocht aan de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel V, eerste lid, onder e, kan de autoriteit bij wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, indien zij daartoe aanleiding vindt, de beslissing over de tenuitvoerlegging van de uitspraak opschorten en ook, op verzoek van de partij die de tenuitvoerlegging van de uitspraak verzocht, bevelen, dat de andere partij passende zekerheid stelt.
Artikel VII
De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de geldigheid van multilaterale of bilaterale overeenkomsten, gesloten door de Verdragsluitende Staten, betreffende de erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken en ontnemen geen belanghebbende partij enig recht dat zij mocht hebben om gebruik te maken van een scheidsrechterlijke uitspraak op de wijze en in de mate, toegestaan volgens de wetgeving of de internationale overeenkomsten van het land waar op die uitspraak een beroep wordt gedaan.
Het Protocol van Genève van 1923 betreffende arbitrageclausules en het Verdrag van Genève van 1927 nopens de tenuitvoerlegging van in het buitenland gewezen scheidsrechterlijke uitspraken zullen tussen de Verdragsluitende Staten ophouden van kracht te zijn op de dag en in de mate dat zij gebonden worden door dit Verdrag.
Artikel VIII
Dit Verdrag staat tot 31 december 1958 open ter ondertekening voor ieder Lid van de Verenigde Naties, alsmede voor iedere andere Staat die lid is of op een later tijdstip lid zal worden van een der gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties of die partij is of op een later tijdstip partij zal worden bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof, of voor iedere andere Staat die door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties daartoe is uitgenodigd.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging moeten worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel IX
Tot dit Verdrag kunnen toetreden alle in artikel VIII genoemde Staten.
Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel X
Iedere Staat kan op het ogenblik van ondertekening, bekrachtiging of toetreding verklaren, dat de toepasselijkheid van dit Verdrag zal worden uitgebreid tot alle of een of meer der gebieden voor welker internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is. Een zodanige verklaring wordt van kracht op het ogenblik waarop het Verdrag voor de betrokken Staat in werking treedt.
Daarna geschiedt iedere zodanige uitbreiding door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving en wordt van kracht op de negentigste dag na die van ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties of op de datum waarop dit Verdrag voor de betrokken Staat in werking treedt, indien die datum later mocht zijn.
Ten aanzien van de gebieden waarop dit Verdrag op het ogenblik van ondertekening, bekrachtiging of toetreding niet toepasselijk is, onderzoekt iedere betrokken Staat de mogelijkheid de nodige maatregelen te nemen teneinde de toepasselijkheid van dit Verdrag tot zodanige gebieden uit te breiden, onder voorbehoud van de instemming van de Regeringen van zodanige gebieden, indien die toestemming grondwettelijk is vereist.
Artikel XI
Wanneer het een bondsstaat of niet-eenheidsstaat betreft, gelden de volgende bepalingen:
- a). Ten aanzien van die artikelen van dit Verdrag die binnen de wetgevende bevoegdheid van de bondsautoriteit vallen, zijn de verplichtingen van de bondsregering dezelfde als die van Verdragsluitende Staten die geen bondsstaten zijn;
- b). Ten aanzien van die artikelen van dit Verdrag die vallen binnen de wetgevende bevoegdheid van de samenstellende staten of provincies, die krachtens het grondwettelijk systeem van de bondsstaat niet gehouden zijn tot het verrichten van enige wetgevende handeling, brengt de bondsregering zodanige artikelen zo spoedig mogelijk met een gunstige aanbeveling ter kennis van de bevoegde autoriteiten van de samenstellende staten of provincies;
- c). Een bondsstaat die Partij is bij dit Verdrag, dient op een door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties overhandigd verzoek van enige andere Verdragsluitende Partij een uiteenzetting te geven over de wetgeving en praktijk welke in de bondsstaat en in zijn samenstellende eenheden van kracht zijn met betrekking tot enige bepaling van het Verdrag, waarbij wordt aangegeven in hoeverre aan die bepaling uitvoering is gegeven door wetgevende of andere maatregelen.
Artikel XII
Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag volgende op de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging of toetreding.
Voor iedere Staat dit het Verdrag bekrachtigt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de derde akte van bekrachtiging of toetreding, treedt dit Verdrag in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding door die Staat.
Artikel XIII
Iedere Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke mededeling, gericht tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de Secretaris-Generaal.
Iedere Staat die overeenkomstig artikel X een verklaring heeft afgelegd of een kennisgeving heeft gedaan, kan op ieder tijdstip daarna door middel van een tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat dit Verdrag een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal zal ophouden toepasselijk te zijn op het betrokken gebied.
Het Verdrag blijft van toepassing op scheidsrechterlijke uitspraken ten aanzien waarvan een procedure nopens erkenning of tenuitvoerlegging aanhangig is gemaakt vóór de opzegging van kracht wordt.
Artikel XIV
Een Verdragsluitende Staat heeft slechts het recht zich tegenover andere Verdragsluitende Staten op dit Verdrag te beroepen voor zover die Staat zelf gehouden is het Verdrag toe te passen.
Artikel XV
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet aan de in artikel VIII bedoelde Staten mededeling van:
- a). Ondertekeningen en bekrachtigingen overeenkomstig artikel VIII;
- b). Toetredingen overeenkomstig artikel IX;
- c). Verklaringen en kennisgevingen overeenkomstig de artikelen I, X en XI;
- d). De datum waarop dit Verdrag overeenkomstig artikel XII in werking treedt;
- e). Opzeggingen en kennisgevingen overeenkomstig artikel XIII.
Artikel XVI
Dit Verdrag, waarvan de Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties.
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet aan de in artikel VIII bedoelde Staten een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het Verdrag toekomen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.