Douaneovereenkomst inzake containers
PREAMBULE
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Bezield door de wens het gebruik van containers voor internationaal vervoer tot ontwikkeling te brengen en te vergemakkelijken,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:
- a). onder „rechten en heffingen ter zake van de invoer” niet alleen de invoerrechten, doch tevens alle rechten en heffingen, hoe ook genaamd, welke ter zake van de invoer worden geheven;
- b). onder „container” een bergingsmiddel (liftvan, losse tank of ander soortgelijk bergingsmiddel), dat: alsmede de normale toebehoren en uitrusting van de container, mits deze toebehoren en uitrusting met de container zijn ingevoerd; de term „container” omvat geen vervoermiddelen, noch de gebruikelijke verpakking;
- i). een duurzaam karakter heeft en uit dien hoofde voldoende stevig is voor herhaald gebruik;
- ii). speciaal is ontworpen om het vervoer van goederen met verschillende vervoermiddelen te vergemakkelijken zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen zelf;
- iii). voorzien is van inrichtingen welke het hanteren van de container vergemakkelijken, in het bijzonder bij het overladen van het ene vervoermiddel op of in het andere;
- iv). zodanig is ontworpen, dat het gemakkelijk kan worden gevuld en geledigd, en
- v). een binnenwerkse inhoudsruimte heeft van ten minste één kubieke meter,
- c). onder „personen” zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, tenzij uit het zinsverband het tegendeel volgt.
HOOFDSTUK II. Tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen
Artikel 2
Elke Overeenkomstsluitende Partij zal, onder voorwaarde van wederuitvoer en met inachtneming van de andere bepalingen van de artikelen 3 tot en met 6 hierna, met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen containers tijdelijk toelaten, welke gevuld worden ingevoerd om ledig of gevuld weder te worden uitgevoerd, of welke ledig worden ingevoerd om gevuld weder te worden uitgevoerd. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor, deze faciliteiten niet te verlenen bij invoer van containers welke door een in zijn land wonende of gevestigde persoon zijn gekocht of welke op andere wijze in diens werkelijk bezit en te zijner feitelijke beschikking zijn gekomen; hetzelfde voorbehoud is van toepassing ten aanzien van containers welke zijn ingevoerd van uit een land dat de bepalingen van deze Overeenkomst niet toepast.
Artikel 3
Containers, tijdelijk ingevoerd met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer, dienen binnen drie maanden na de datum van invoer weder te worden uitgevoerd. Om geldige redenen kan deze termijn door de douaneautoriteiten worden verlengd binnen de perken van de wetgeving welke van kracht is in het gebied waarin de container tijdelijk is ingevoerd.
Artikel 4
De in artikel 3 neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet ten aanzien van containers welke ernstig beschadigd zijn ten gevolge van een ongeval waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaatsgehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de containers:
- a). of wel worden onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd;
- b). of wel vrij van alle kosten worden afgestaan ten gunste van de Schatkist van het land waar zij tijdelijk werden ingevoerd;
- c). of wel op kosten van belanghebbenden onder ambtelijk toezicht worden vernietigd, in welk geval het afval en de overgebleven delen zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer verschuldigd.
Indien een tijdelijk ingevoerde container niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de in artikel 3 neergelegde verplichting tot wederuitvoer opgeschort voor de duur van het beslag.
Artikel 5
Losse onderdelen ingevoerd voor de herstelling van een bepaalde container, welke reeds tijdelijk is ingevoerd, worden met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen tijdelijk toegelaten.
De vervangen onderdelen welke niet weder worden uitgevoerd zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer, tenzij zij overeenkomstig de bepalingen van het betrokken land vrij van alle kosten ten gunste van de Schatkist worden afgestaan of wel onder ambtelijk toezicht op kosten van belanghebbenden worden vernietigd.
Artikel 6
De uitvoeringsvoorschriften betreffende de tijdelijke invoer van containers en losse onderdelen met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer worden vastgesteld door de in het gebied van elke Overeenkomstsluitende Partij van kracht zijnde bepalingen.
HOOFDSTUK III. Technische voorwaarden, van toepassing op containers welke kunnen worden toegelaten tot vervoer onder douaneverzegeling
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij die voor containers een systeem van vervoer onder douaneverzegeling toepast zal tot dit vervoer containers toelaten, welke voldoen aan de bepalingen van het in Bijlage 1 opgenomen reglement, en ten aanzien van deze containers de in Bijlage 2 voorziene goedkeuringsprocedures toepassen.
HOOFDSTUK IV. Verschillende bepalingen
Artikel 8
De Overeenkomstsluitende Partijen zullen ernaar streven geen douaneformaliteiten in te stellen, die de ontwikkeling van het internationale vervoer met containers zouden kunnen belemmeren.
Artikel 9
Elke inbreuk op de bepalingen van deze Overeenkomst, elke verwisseling, valse verklaring of handeling, die tot gevolg heeft dat ten aanzien van een persoon of een voorwerp de in deze Overeenkomst neergelegde regelingen ten onrechte worden toegepast, stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan bloot aan de straffen voorzien in de wetgeving van dat land.
Artikel 10
Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst zal de Overeenkomstsluitende Partijen welke een douane-unie of een economische unie vormen kunnen beletten, bijzondere bepalingen vast te stellen, welke van toepassing zijn op personen die wonen of gevestigd zijn in de landen die deel uitmaken van die unie.
Artikel 11
Elke Overeenkomstsluitende Partij is bevoegd het voorrecht van tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen te weigeren of in te trekken ten aanzien van containers welke worden gebruikt om goederen te laden in het land waar de container is ingevoerd ten einde deze goederen elders in dat land uit te laden, ook indien zulks slechts af en toe zou plaatsvinden.
HOOFDSTUK V. Slotbepalingen
Artikel 12
De landen welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, zomede de landen welke overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat dezer Commissie met adviserende bevoegdheid tot haar werkzaamheden zijn toegelaten, kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden:
- a). door ondertekening;
- b). door bekrachtiging, na de Overeenkomst te hebben ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging;
- c). door toetreding.
De landen welke ingevolge paragraaf 11 van het mandaat van de Economische Commissie voor Europa in aanmerking komen om aan bepaalde werkzaamheden van deze Commissie deel te nemen kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden door tot de Overeenkomst toe te treden na haar inwerkingtreding.
De Overeenkomst staat tot en met 31 augustus 1956 open voor ondertekening. Na deze datum staat zij open voor toetreding.
De bekrachtiging of de toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 13
Deze Overeenkomst treedt in werking op de negentigste dag nadat vijf van de in het eerste lid van artikel 12 bedoelde landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd.
Met betrekking tot elk land dat deze Overeenkomst heeft bekrachtigd of tot de Overeenkomst is toegetreden nadat vijf landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt de Overeenkomst in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding.
Artikel 14
Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
De opzegging zal van kracht worden vijftien maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal.
Artikel 15
Deze Overeenkomst zal ophouden van kracht te zijn, indien na haar inwerkingtreding het aantal Overeenkomstsluitende Partijen minder is dan vijf gedurende een tijdvak van twaalf opeenvolgende maanden.
Artikel 16
Elk land kan ten tijde van de ondertekening van deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding, of te eniger tijd daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat de Overeenkomst van toepassing zal zijn ten aanzien van alle of een deel van de gebieden welker internationale betrekkingen het behartigt. De Overeenkomst zal van toepassing zijn ten aanzien van het gebied of de gebieden, in de kennisgeving vermeld, met ingang van de negentigste dag na ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal, of wel, indien op die dag de Overeenkomst nog niet in werking is getreden, met ingang van de datum van haar inwerkingtreding.
Elk land dat overeenkomstig het voorgaande lid een verklaring heeft afgelegd, waardoor deze Overeenkomst van toepassing wordt ten aanzien van een gebied welks internationale betrekkingen het behartigt, kan de Overeenkomst met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 14.
Artikel 17
Een geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zal voor zoveel mogelijk worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Partijen waartussen geschil is gerezen.
Elk geschil dat niet is beslecht door onderhandelingen zal aan een scheidsrechterlijke uitspraak worden onderworpen, indien een der Overeenkomstsluitende Partijen waartussen het geschil is gerezen zulks verzoekt, en zal dienovereenkomstig worden verwezen naar een of meer scheidsrechters die door de Partijen waartussen geschil is gerezen in gemeen overleg zijn gekozen. Indien binnen drie maanden na de datum van het verzoek om een scheidsrechterlijke uitspraak de Partijen waartussen geschil is gerezen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de keuze van een of meer scheidsrechters, kan een van die Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken één scheidsrechter aan te wijzen naar wie het geschil ter beslechting zal worden verwezen.
De uitspraak van de overeenkomstig het vorige lid aangewezen scheidsrechter of scheidsrechters zal bindend zijn voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 18
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt verklaren, dat zij zich niet gebonden acht door artikel 17 van de Overeenkomst. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 17 tegenover elke Overeenkomstsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft geformuleerd.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die overeenkomstig het voorgaande lid een voorbehoud heeft geformuleerd kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
Generlei ander voorbehoud is met betrekking tot deze Overeenkomst toegelaten.
Artikel 19
Nadat deze Overeenkomst gedurende drie jaren in werking zal zijn geweest, kan elke Overeenkomstsluitende Partij door een kennisgeving, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, de bijeenroeping van een conferentie verzoeken, ten einde deze Overeenkomst te herzien. De Secretaris-Generaal zal van dit verzoek mededeling doen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en zal een conferentie ter herziening van deze Overeenkomst bijeenroepen, indien binnen vier maanden na de datum van de door hem gedane mededeling ten minste een derde van de Overeenkomstsluitende Partijen hem hun instemming met dit verzoek hebben kenbaar gemaakt.
Indien een conferentie overeenkomstig het vorige lid wordt bijeengeroepen, zal de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen daarvan in kennis stellen en hen uitnodigen binnen drie maanden voorstellen in te dienen, waarvan zij behandeling door de conferentie wensen. De Secretaris-Generaal zal uiterlijk drie maanden vóór de aanvang van de conferentie aan alle Overeenkomstsluitende Partijen mededeling doen van de voorlopige agenda voor de conferentie, alsmede van de tekst van de ingediende voorstellen.
De Secretaris-Generaal zal alle in het eerste lid van artikel 12 bedoelde landen, alsmede de landen welke krachtens artikel 12, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, uitnodigen tot bijwoning van elke conferentie die overeenkomstig dit artikel wordt bijeengeroepen.
Artikel 20
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer wijzigingen van deze Overeenkomst voorstellen. De tekst van elke voorgestelde wijziging zal worden ingediend bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die deze tekst zal mededelen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en ter kennis brengen van de overige in het eerste lid van artikel 12 bedoelde landen.
Elke voorgestelde wijziging welke overeenkomstig het vorige lid is toegezonden wordt geacht te zijn aanvaard, indien binnen zes maanden na de datum waarop de Secretaris-Generaal de voorgestelde wijziging heeft toegezonden geen der Overeenkomstsluitende Partijen daartegen bezwaar heeft gemaakt.
De Secretaris-Generaal zal zo spoedig mogelijk een kennisgeving richten aan alle Overeenkomstsluitende Partijen om hun te doen weten of een bezwaar is ingediend tegen de voorgestelde wijziging. Indien een bezwaar is ingediend tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en zal zij geen gevolg hebben. Indien geen bezwaar wordt gemaakt, zal de wijziging voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking treden drie maanden na het verstrijken van de termijn van zes maanden, als bedoeld in het vorige lid.
Afgezien van de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel vastgestelde wijzigingsprocedure, kunnen de Bijlagen van deze Overeenkomst worden gewijzigd bij overeenstemming tussen de bevoegde administraties van de Overeenkomstsluitende Partijen. De Secretaris-Generaal stelt de datum van inwerkingtreding vast van de nieuwe teksten welke voortvloeien uit dergelijke wijzigingen.
Artikel 21
Behalve van de in de artikelen 19 en 20 bedoelde kennisgevingen zal de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aan alle in het eerste lid van artikel 12 bedoelde landen, alsmede aan de landen welke krachtens artikel 12, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, mededeling doen van:
- a). ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen krachtens artikel 12;
- b). de data waarop overeenkomstig artikel 13 deze Overeenkomst in werking treedt;
- c). opzeggingen krachtens artikel 14;
- d). het overeenkomstig artikel 15 buiten werking treden van deze Overeenkomst;
- e). kennisgevingen welke zijn ontvangen overeenkomstig artikel 16;
- f). verklaringen en kennisgevingen welke zijn ontvangen overeenkomstig artikel 18, leden 1 en 2;
- g). de inwerkingtreding van elke wijziging overeenkomstig artikel 20.
Artikel 22
Het Protocol van ondertekening bij deze Overeenkomst heeft dezelfde kracht, waarde en geldigheidsduur als de Overeenkomst, waarvan het geacht wordt een integrerend deel uit te maken.
Artikel 23
Na 31 augustus 1956 zal het origineel van deze Overeenkomst worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die aan alle landen als is bedoeld in artikel 12, leden 1 en 2, gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen.
Om te kunnen worden goedgekeurd met het oog op vervoer onder douaneverzegeling, moeten de containers aan de volgende voorwaarden voldoen:
Artikel 1. Algemeen
Op de container moeten de naam en het adres van de eigenaar, alsmede het gewicht en de herkenningstekens en herkenningsnummers op duurzame wijze zijn aangeduid1)Het is niet noodzakelijk de volledige naam en het adres van algemeen bekende spoorwegadministraties te vermelden. . De container moet zodanig zijn gebouwd en ingericht, dat:
- a). hij op eenvoudige en doeltreffende wijze door de douane kan worden verzegeld;
- b). geen goederen aan het verzegelde gedeelte van de container kunnen worden onttrokken of er worden ingebracht zonder braak welke zichtbare sporen nalaat, of zonder verbreking van de verzegeling;
- c). geen ruimte aanwezig is waarin goederen kunnen worden verborgen.
De container moet zodanig zijn gebouwd, dat alle ruimten welke goederen kunnen bevatten gemakkelijk door de douane kunnen worden gevisiteerd.
Indien ledige ruimten zouden bestaan tussen de verschillende schotten welke de wanden, de vloer en het dak van de container vormen, moet de binnenbekleding vast bevestigd, volledig en aaneengesloten zijn en bovendien zo zijn aangebracht dat zij niet kan worden verwijderd zonder zichtbare sporen na te laten.
Van de containers, goed te keuren volgens de in paragraaf 1 van Bijlage 2 vermelde procedure, moet één van de buitenwanden zijn voorzien van een raam ter omlijsting van het certificaat van goedkeuring. Dit certificaat moet geheel omgeven zijn door een hermetisch gesloten omhulsel van doorzichtige, plastische stof. Het raam moet zodanig zijn ontworpen, dat het certificaat beschermd wordt en onmogelijk kan worden verwijderd zonder verbreking van de verzegeling welke is aangebracht om te verhinderen dat bedoeld certificaat wordt weggenomen. Dit raam dient eveneens deze verzegeling op doeltreffende wijze te beschermen.
Artikel 2. Bouw van de container
De wanden, de vloer en het dak van de container moeten vervaardigd zijn van platen, planken of panelen, welke voldoende stevig en van passende dikte zijn en op zodanige wijze zijn gelast, geklonken, verbonden door messing en groef of samengevoegd, dat er geen spleet overblijft waardoor toegang tot de laadruimte kan worden verkregen. Deze samenstellende delen moeten nauwkeurig in elkaar passen en zodanig zijn verbonden dat geen enkel ervan kan worden verplaatst of weggenomen zonder zichtbare sporen van braak achter te laten of zonder de douaneverzegeling te beschadigen.
De bevestigingsmiddelen van wezenlijk belang zoals bouten, klinknagels, enz., moeten van buitenaf zijn aangebracht, aan de binnenkant uitsteken en op deugdelijke wijze zijn vastgeschroefd, geklonken of gelast. Onder voorbehoud dat de bouten welke de van wezenlijk belang zijnde delen van de wanden, de vloer en het dak verbinden van buitenaf zijn aangebracht, kunnen de overige bouten van binnenaf zijn aangebracht, mits de moer aan de buitenkant deugdelijk is gelast en niet met een ondoorzichtige verflaag is bedekt. Naar analogie van de voorschriften betreffende spoorwegwagons zijn evenwel de volgende bepalingen van toepassing op containers welke uitsluitend per spoor onder douaneverzegeling worden vervoerd: de bevestigingsmiddelen van wezenlijk belang zoals bouten, klinknagels enz., zullen waar dit doenlijk is van buitenaf worden aangebracht en op deugdelijke wijze zijn vastgeschroefd, geklonken of gelast. Indien het noodzakelijk is dat de bouten van binnenaf zijn aangebracht met de moeren aan de buitenkant, zullen de uiteinden van de bouten op de moer worden geklonken of gelast.
Ventilatieopeningen zijn toegelaten onder voorwaarde, dat de grootste afmeting 400 mm niet te boven gaat. Indien zij rechtstreeks toegang verschaffen tot de laadruimte van de container, moeten zij voorzien zijn van metaalgaas of van een doorboorde metalen plaat (maximum afmeting van de gaten in beide gevallen: 3 mm), beschermd door een gelast metalen traliewerk (maximum afmeting van de openingen: 10 mm). Indien zij niet rechtstreeks toegang verschaffen tot de laadruimte van de container (bijvoorbeeld omdat een systeem van meermalen gebogen buizen is gebezigd), moeten zij op dezelfde wijze zijn beschermd, maar de afmetingen van de gaten en openingen mogen onderscheidenlijk 10 mm en 20 mm bedragen (in plaats van 3 mm en 10 mm). Het moet niet mogelijk zijn het gaas, de plaat of het traliewerk van buitenaf te verwijderen zonder zichtbare sporen na te laten. Het metaalgaas moet uit draden van ten minste 1 mm doorsnede zijn samengesteld en zodanig zijn vervaardigd dat de draden niet naar elkaar toe kunnen worden gebracht en het onmogelijk is de gaten te vergroten zonder zichtbare sporen na te laten.
Afvloeiingsopeningen zijn toegestaan onder voorwaarde dat de grootste afmeting 35 mm niet te boven gaat. Zij moeten voorzien zijn van metaalgaas of van een doorboorde metalen plaat (maximum afmeting van de gaten in beide gevallen: 3 mm), beschermd door een gelast metalen traliewerk (maximum afmeting van de openingen: 10 mm). Het moet niet mogelijk zijn het gaas, de plaat of het traliewerk van buitenaf te verwijderen zonder zichtbare sporen na te laten.
Artikel 3. Systemen van sluiting
De deuren en alle andere afsluitingen van de container moeten zodanig zijn ingericht, dat een douaneverzegeling op eenvoudige en doeltreffende wijze kan worden aangebracht. De inrichting daartoe zal ofwel aan de deuren gelast moeten zijn indien deze van metaal zijn, ofwel bevestigd moeten zijn met ten minste twee bouten, die aan de binnenkant aan de moeren moeten zijn vastgeklonken of gelast.
De scharnieren dienen zodanig te zijn vervaardigd en bevestigd, dat de deuren en andere afsluitingen, nadat zij gesloten zijn, niet uit de hengsels kunnen worden gelicht; schroeven, bouten, pinnen en andere bevestigingsmiddelen moeten aan de buitenkant aan de scharnieren zijn gelast. Deze vereisten gelden evenwel niet, indien de deuren en andere afsluitingen zijn voorzien van een niet van buitenaf toegankelijke sluitinrichting waardoor de deuren, nadat die inrichting is gesloten, niet meer uit de hengsels kunnen worden gelicht.
De deuren moeten zodanig zijn geconstrueerd, dat zij alle reten afdekken en een volledige en doeltreffende sluiting verzekeren.
De container moet zijn voorzien van een inrichting ter bescherming van de douaneverzegeling of moet zodanig zijn gebouwd, dat de douaneverzegeling voldoende is beschermd.
Artikel 4. Containers voor speciale doeleinden
Bovenstaande voorschriften zijn van toepassing op warmteisolerende containers, op koel-, vries-, tank- en verhuiscontainers en op containers, welke speciaal gebouwd zijn voor het luchtvervoer, voor zover deze voorschriften verenigbaar zijn met de technische eisen, waaraan deze containers in verband met hun bestemming moeten voldoen.
Sluitdeksels, kranen en mangaten van tankcontainers moeten zodanig zijn ingericht, dat een eenvoudige en doeltreffende verzegeling door de douane mogelijk is.
Artikel 5. Opvouwbare containers en containers welke uit elkaar kunnen worden genomen
Opvouwbare containers en containers welke uit elkaar kunnen worden genomen zijn onderworpen aan dezelfde voorwaarden als andere containers, mits de sluitinrichting, die het opvouwen of het demonteren van de containers mogelijk maakt, door de douane kan worden verzegeld en geen enkel onderdeel van deze containers kan worden verplaatst of verschoven zonder dat de verzegeling wordt verbroken.
Artikel 6. Overgangsbepalingen
De volgende afwijkingen zullen worden toegestaan tot en met 31 december 1960:
- a). het metalen traliewerk tot bescherming van de ventilatieopeningen, tenzij voor de ventilatie een systeem van meermalen gebogen buizen is gebezigd, en van de afvloeiingsopeningen (artikel 2, leden 3 en 4) is niet vereist;
- b). de inrichting tot bescherming van de douaneverzegeling (artikel 3, lid 4) is niet vereist.
1
De goedkeuringsprocedure is de volgende:
- a). De containers kunnen worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van het land waar de eigenaar woont of gevestigd is, of door die van het land waar de container voor de eerste maal tot vervoer onder douaneverzegeling wordt aangewend.
- b). De beslissing tot goedkeuring moet gedateerd zijn en een volgnummer dragen.
- c). Voor goedgekeurde containers wordt een certificaat van goedkeuring afgegeven volgens het hierbij gevoegde model. Dit certificaat moet worden gedrukt in de taal van het land waar het wordt verstrekt en in het Frans; de verschillende rubrieken moeten genummerd zijn, zodat de tekst gemakkelijker in de andere talen kan worden begrepen. Het certificaat moet geheel omgeven zijn door een hermetisch gesloten omhulsel van doorzichtige plastische stof.
- d). Het certificaat moet bij de container aanwezig zijn; het moet geplaatst zijn achter het beschermende raam, bedoeld in artikel 1, lid 4, van Bijlage 1, hetwelk zodanig verzegeld moet zijn, dat het certificaat onmogelijk kan worden verwijderd zonder verbreking van de verzegeling.
- e). De containers moeten elke twee jaar aan de bevoegde autoriteiten worden aangeboden voor onderzoek en voor eventuele vernieuwing van de goedkeuring.
- f). De goedkeuring vervalt, indien de essentiële kenmerken van de container wijziging ondergaan, of bij verandering van eigenaar.
2
Onverminderd het bepaalde in lid 1 hierboven mogen de goedkeuring en het periodieke onderzoek van containers welke uitsluitend per spoor worden vervoerd en toebehoren aan of ingeschreven zijn bij een spoorwegadministratie die lid is van de Internationale Spoorwegunie (U.I.C.) door deze administratie zelf plaatsvinden, tenzij de bevoegde autoriteiten van het land van genoemde administratie anders beslissen. Ten blijke dat dergelijke containers voldoen aan de technische voorwaarden van het reglement, komt het teken
voor op een van de buitenwanden van de container. Voor aldus gemerkte containers zullen geen certificaten van goedkeuring worden verstrekt.
Bij de ondertekening van de Overeenkomst van deze datum leggen de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, de volgende verklaringen af:
1
Het beginsel van de tijdelijke invoer van containers met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer verzet zich ertegen, dat voor de berekening van de rechten en heffingen op de goederen het gewicht of de waarde van deze goederen wordt vermeerderd met het gewicht of de waarde van de tijdelijk ingevoerde container. De vermeerdering van het gewicht van de in containers vervoerde goederen met een wettelijk vastgesteld percentage van het gewicht is geoorloofd, indien dit geschiedt wegens de afwezigheid van verpakking of in verband met de aard van de verpakking en niet wegens het feit dat de goederen worden vervoerd met containers.
2
De Overeenkomst doet geen afbreuk aan de toepassing van nationale of in overeenkomsten neergelegde bepalingen, andere dan douanebepalingen, welke het gebruik van containers regelen.
3
De bepalingen van deze Overeenkomst behelzen minimumfaciliteiten. Het ligt niet in de bedoeling van de Overeenkomstsluitende Partijen beperkingen aan te brengen in verdergaande faciliteiten welke enkele hunner met betrekking tot containers toestaan of zouden kunnen toestaan. De Overeenkomstsluitende Partijen zullen integendeel streven naar het verlenen van de ruimst mogelijke faciliteiten.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.
DONE at Geneva, this eighteenth day of May one thousand nine hundred and fifty-six, in a single copy, in the English and French languages, each text being equally authentic.