Verdrag ter vereenvoudiging grensformaliteiten goederenvervoer per spoorweg
De ondergetekenden, behoorlijk gemachtigd,
Bijeengekomen te Genève, onder de auspiciën van de Economische Commissie voor Europa,
Teneinde de grensoverschrijding van goederen, welke per spoor worden vervoerd, te vergemakkelijken,
Hebben omtrent de volgende bepalingen overeenstemming bereikt:
HOOFDSTUK I. Instelling en régime van grensstations waar de nationale contrôles door twee aangrenzende landen worden uitgevoerd
Artikel 1
Voor elke spoorlijn, waarlangs een aanzienlijke hoeveelheid goederen wordt vervoerd en welke de grens tussen twee aangrenzende landen kruist, onderzoeken de bevoegde autoriteiten van die landen gezamenlijk de mogelijkheid om in onderling overleg een in de nabijheid van genoemde grens gelegen station aan te wijzen, waar voor het gehele binnenkomende en uitgaande goederenverkeer of voor een gedeelte daarvan, de in de wetgeving van beide landen voorziene contrôles op doeltreffende wijze zouden kunnen plaats vinden.
Indien twee aangrenzende landen verscheidene stations van deze aard langs hun gemeenschappelijke grens aanwijzen, zullen deze stations zoveel mogelijk in gelijk aantal aan elke zijde van genoemde grens zijn gelegen.
Daar waar het niet mogelijk geacht wordt zodanige stations voor de contrôles van het verkeer in beide richtingen aan te wijzen, onderzoeken de Verdragsluitende Partijen gezamenlijk de mogelijkheid om de uitvoering van de contrôles op doeltreffende wijze samen te voegen in elk van de twee tegenover elkaar liggende grensstations, in het ene station voor het verkeer gaande in één richting en in het andere station voor het verkeer gaande in de tegenovergestelde richting, met dien verstande, dat deze aanwijzing zo nodig beperkt wordt tot goederen, welke met bepaalde internationale snel rijdende treinen worden vervoerd.
Artikel 2
Telkens als een station overeenkomstig artikel 1 is aangewezen, wordt een zone vastgesteld, waarbinnen de ambtenaren en beambten van de bevoegde administraties van het land, grenzende aan het grondgebied waarop dat station is gelegen (hierna genoemd: „aangrenzend land”), het recht hebben de goederen te controleren, die in de ene of in de andere richting over de grens worden vervoerd.
Deze zone omvat in het algemeen:
- a). een bepaald gedeelte van het station en van het daarbij behorende emplacement;
- b). de goederentreinen en het baanvak, waar deze treinen blijven staan tijdens de gehele duur van de contrôles; en
- c). de treinen, die zich tussen het station en de grens van het aangrenzende land bevinden.
Artikel 3
De toepassing, binnen de overeenkomstig artikel 2 vastgestelde zone, van de wettelijke en reglementaire bepalingen van het aangrenzende land, alsmede de bevoegdheden, rechten en verplichtingen, welke de ambtenaren en beambten van de bevoegde administraties van dat land in die zone hebben, maken het onderwerp uit van bilaterale overeenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen.
Artikel 4
De bevoegde administraties van de betrokken landen wijzen bij bijzondere overeenkomsten de ruimten aan, welke voor de diensten van het aangrenzende land binnen genoemde zone nodig zijn, en stellen de voorwaarden vast, waaronder de spoorwegadministratie van het land, op welks grondgebied het station is gelegen, voor bedoelde ruimten zorg draagt voor meubilair, verlichting, verwarming, schoonhouden, telefoonverbindingen, enz.
De voorwerpen, welke de diensten van het aangrenzende land nodig hebben om hun taak te vervullen, worden tijdelijk ingevoerd en weder uitgevoerd met vrijstelling van alle rechten en heffingen, mits deze voorwerpen op regelmatige wijze worden aangegeven. Bepalingen, welke de invoer of de uitvoer verbieden of beperken, zijn op deze voorwerpen niet van toepassing.
Artikel 5
De ruimten, welke binnen de overeenkomstig artikel 2 vastgestelde zone bestemd zijn voor de diensten van het aangrenzende land, kunnen aan de buitenzijde worden voorzien van een opschrift en een wapenschild met de nationale kleuren van dat land.
De ambtenaren en beambten van de bevoegde administraties van het aangrenzende land dienen het nationale dienstuniform of het bij de reglementen van dat land voorgeschreven onderscheidingsteken te dragen.
De ambtenaren en beambten van de bevoegde administraties van het aangrenzende land, die zich voor de uitvoering van de in deze overeenkomst bedoelde contrôles naar het station moeten begeven, zijn vrijgesteld van paspoortformaliteiten. De overlegging van te hunnen name gestelde officiële stukken is voldoende om hun nationaliteit, hun identiteit, hun rang en de aard van hun functie aan te tonen.
De ambtenaren en beambten, bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel, genieten in de uitoefening van hun dienst dezelfde bescherming en bijstand als soortgelijke ambtenaren en beambten van het land op welks grondgebied het station is gelegen.
Bij de in artikel 3 bedoelde bilaterale overeenkomsten kunnen vrijstellingen van belastingen en heffingen worden verleend aan de ambtenaren en beambten van het aangrenzende land, die verblijven in het land op welks grondgebied het station is gelegen.
De in artikel 3 bedoelde bilaterale overeenkomsten zullen bepalen:
- a). het maximum aantal ambtenaren en beambten van de bevoegde administraties van het aangrenzende land, dat bevoegd is contrôles in de overeenkomstig artikel 2 vastgestelde zone uit te voeren;
- b). de voorwaarden, waaronder hun terugroeping kan worden gevorderd;
- c). de voorwaarden, waaronder zij wapens mogen dragen en daarvan gebruik mogen maken in de uitoefening van hun dienst binnen de genoemde zone.
Artikel 6
De douane-administraties en de andere betrokken administraties streven er naar, met alle hun ten dienste staande middelen, de duur van de douanebehandeling en van de andere contrôles, waaraan de goederen, welke over de grens van hun land worden vervoerd, zijn onderworpen, zoveel mogelijk te bekorten, zulks in het bijzonder voor wat betreft:
- wagons met als ijlgoed verzonden goederen;
- internationaal transitovervoer;
- goederen welke aan bederf onderhevig zijn, levende dieren en andere goederen waarvoor een snel vervoer noodzakelijk is;
- goederen, welke met internationale snel rijdende treinen worden verzonden; en
- massale transporten van zware goederen, welke met gehele treinen worden vervoerd.
In de bilaterale overeenkomsten, bedoeld in artikel 3, kan voor de douanebehandeling en de andere contrôles een tijdsduur worden vastgesteld, welke niet mag worden overschreden.
Met het oog op de uitvoering van de in het eerste lid van dit artikel vervatte bepalingen stellen de spoorwegadministraties de bevoegde autoriteiten van het land van binnenkomst en van het land van uitgang tijdig in kennis van de wijzigingen betreffende de frequentie, de dienstregeling en de samenstelling van de internationale treinen.
HOOFDSTUK II. Régime voor internationale doorvoer
Artikel 7
Teneinde in het bijzonder de contrôle te bespoedigen van goederen, welke onder het regime voor internationale doorvoer worden vervoerd, treffen de douane-administraties en de andere betrokken administraties in overleg met de spoorwegadministraties van hun landen de bijzondere maatregelen, die zij nuttig achten.
In overleg met de spoorwegadministraties van de betrokken landen vestigen de douane-administraties en de andere betrokken administraties van die landen, voorzoveel mogelijk, kantoren in de in het binnenland gelegen stations, waar het internationale verkeer bijzonder belangrijk is, teneinde de côntrolewerkzaamheden en de douanebehandeling van goederen mogelijk te maken, hetzij voor het vertrek uit die stations, hetzij na de aankomst in genoemde stations.
Het vervoer van die goederen, hetzij van één van die in het binnenland gelegen stations naar het grensstation of in omgekeerde richting, hetzij tussen twee aan weerszijden van de grens in het binnenland gelegen stations, kan plaats vinden onder het in het eerste lid van dit artikel bedoelde regime voor internationale doorvoer.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende bepalingen:
- a). de Verdragsluitende Partijen erkennen in beginsel de douaneverzegelingen van de andere Verdragsluitende Partijen, behoudens de bevoegdheid van elke douane-administratie om haar eigen verzegeling aan te brengen, indien zij zulks noodzakelijk acht;
- b). de Verdragsluitende Partijen aanvaarden het bij deze overeenkomst behorende model van een internationale douaneverklaring;
- c). de internationale douaneverklaring wordt in twee talen gedrukt, te weten in de Franse taal en in de taal van het land van verzending; voorzover niet anders is bepaald, wordt deze verklaring voor elk land in tweevoud opgemaakt;
- d). de verklaring wordt door de afzender ingevuld in Latijns schrift en in de taal van het land van verzending of wel in de Franse taal, met dien verstande dat de spoorwegadministratie, zo nodig, voor een vertaling daarvan dient zorg te dragen; en
- e). deze regeling sluit voor de douane- en de spoorwegadministraties, die zulks wenselijk achten, de mogelijkheid niet uit om met betrekking tot vervoer, dat uitsluitend hun eigen landen betreft, het gebruik van andere talen toe te staan.
Dit model van een internationale douaneverklaring kan worden gewijzigd volgens de vereenvoudigde procedure, bedoeld in artikel 16 van deze overeenkomst.
HOOFDSTUK III. Overige bepalingen
Artikel 8
De diensturen van het personeel van de spoorwegen, zomede die van de douane en die van de andere betrokken administraties worden zorgvuldig aangepast aan de dienstregeling van de treinen en aan de behoeften van het verkeer.
In de grensstations en in de stations waar de contrôles door twee aangrenzende landen worden uitgevoerd, passen de Verdragsluitende Partijen de uren van openstelling van de post-, telegraaf- en telefoonkantoren zoveel mogelijk aan bij die van de corresponderende douanekantoren.
In de stations, waar slechts contrôles worden uitgevoerd door de douane-administratie en de andere betrokken administraties van één land, streven deze er naar, in navolging van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, de duur van haar contrôles zoveel mogelijk te bekorten.
Artikel 9
De Verdragsluitende Partijen leggen ten behoeve van de spoorwegdiensten langs alle belangrijke spoorlijnen rechtstreekse telefoonverbindingen aan tussen de grensstations van de aangrenzende landen en treffen maatregelen om telefoonaansluitingen voor privé-gebruik te vergemakkelijken en te bespoedigen. Het recht tot het aanleggen van rechtstreekse telefoonverbindingen kan bij bilaterale overeenkomst worden uitgebreid tot andere openbare diensten.
Artikel 10
De douane-administraties, de andere betrokken administraties en de spoorwegen treffen de nodige maatregelen om de contrôles te vergemakkelijken op sporen, waarlangs geen perrons gelegen zijn, telkens als zodanige maatregelen de duur van het oponthoud zouden kunnen bekorten, en voorzover die contrôles doeltreffend zijn en voor het personeel geen gevaar opleveren.
Artikel 11
De douane-administraties, de andere betrokken administraties en de spoorwegen treffen de nodige maatregelen, opdat voor de aan bederf onderhevige goederen de contrôlewerkzaamheden bij voorrang geschieden, zulks in het bijzonder indien deze goederen onder het régime voor internationale doorvoer over de grens worden vervoerd.
HOOFDSTUK IV. Slotbepalingen
Artikel 12
Nadat dit Verdrag heden is ondertekend kunnen de landen, die deelnemen aan de werkzaamheden van de Economische Commissie voor Europa, tot dit Verdrag toetreden.
De akten van toetreding en, eventueel, de akten van bekrachtiging, zullen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die alle landen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, daarvan in kennis zal stellen.
Artikel 13
Dit Verdrag kan worden opgezegd met inachtneming van een termijn van zes maanden door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de andere Verdragsluitende Partijen van deze opzegging in kennis zal stellen. Na afloop van bedoelde termijn van zes maanden houdt het Verdrag op van kracht te zijn met betrekking tot de Verdragsluitende Partij, welke het Verdrag heeft opgezegd.
Artikel 14
Dit Verdrag treedt in werking wanneer drie van de landen, bedoeld in artikel 12, eerste lid, Partij bij dit Verdrag zijn geworden.
Dit Verdrag houdt op van kracht te zijn, indien te eniger tijd het aantal Verdragsluitende Partijen minder dan drie bedraagt.
Artikel 15
Elk geschil tussen twee of meer Verdragsluitende Partijen nopens de interpretatie of de toepassing van dit Verdrag, hetwelk de Partijen niet door middel van onderhandelingen of op een andere wijze hebben kunnen regelen, kan op verzoek van één van de betrokken Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een scheidsrechterlijke commissie, voor welke commissie iedere partij in het geschil één lid zal aanwijzen, en waarvan de voorzitter, die een beslissende stem zal hebben, zal worden benoemd door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 16
Indien één van de Verdragsluitende Partijen het wenselijk oordeelt dat wijzigingen worden aangebracht in het bij dit Verdrag behorende model van een internationale douaneverklaring, doet zij haar voorstel tot wijziging toekomen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de tekst daarvan ter kennis zal brengen van alle landen, welke dit Verdrag hebben ondertekend of tot dit Verdrag zijn toegetreden.
De wijziging wordt geacht van kracht te worden negentig dagen na de datum van de in het voorgaande lid bedoelde kennisgeving, tenzij vóór het verstrijken van die termijn ten minste één derde van het aantal landen, welke dit Verdrag hebben ondertekend of tot dit Verdrag zijn toegetreden, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties hebben doen weten, dat zij tegen de wijziging bezwaar hebben.
De Secretaris-Greneraal van de Verenigde Naties stelt vast, dat de wijzigingen in de bijlage van kracht zijn geworden en doet hiervan mededeling aan alle landen, welke dit Verdrag hebben ondertekend of tot dit Verdrag zijn toegetreden.
Artikel 17
Het origineel van dit Verdrag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die een gewaarmerkt afschrift daarvan zal doen toekomen aan elk van de landen, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
De Secretaris-Generaal is gemachtigd dit Verdrag te registreren op de dag, waarop het in werking treedt.
Done at Geneva, in a single copy, in the English and French languages, both texts equally authentic, on the tenth day of January, one thousand nine hundred and fifty-two.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.