Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer van voertuigen voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg

Type Verdrag
Publication 1992-10-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Overeenkomstsluitende Partijen,

Verlangende het internationale vervoer langs de weg te vergemakkelijken,

Gelet op de bepalingen van het op 4 juni 1954 te New York gesloten Douaneverdrag inzake de tijdelijke invoer van particuliere wegvoertuigen,

Verlangend met betrekking tot de tijdelijke invoer van voertuigen voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg zoveel mogelijk overeenkomstige bepalingen toe te passen als voor particuliere wegvoertuigen en in het bijzonder het gebruik toe te staan van de voor laatstbedoelde voertuigen voorgeschreven douanedocumenten,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan:

HOOFDSTUK II. Tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen

Artikel 2
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal, onder voorwaarde van wederuitvoer en met inachtneming van de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen de op het gebied van een der andere Overeenkomstsluitende Partijen ingeschreven voertuigen tijdelijk toelaten, welke worden ingevoerd en voor bedrijfsmatig gebruik in het internationale wegvervoer worden aangewend door ondernemingen die vanuit dat gebied hun werkzaamheden verrichten.

2.

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

3.

De voordelen van deze Overeenkomsten gelden niet voor voertuigen welke worden ingevoerd om na invoer te worden verhuurd.

Artikel 3
1.

De bestuurder en de andere leden van het personeel mogen onder de door de douaneautoriteiten te stellen voorwaarden tijdelijk een redelijke hoeveelheid persoonlijke benodigdheden invoeren; hierbij wordt rekening gehouden met de duur van hun verblijf in het land van invoer.

2.

Met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer worden toegelaten reisproviand en kleine hoeveelheden tabak, sigaren en sigaretten welke voor persoonlijk verbruik bestemd zijn.

Artikel 4

De motorbrandstof welke zich bevindt in de normale tanks van de tijdelijk ingevoerde voertuigen wordt met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen toegelaten. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan echter de maximale hoeveelheid brandstof vaststellen, welke aldus in de tank van een tijdelijk ingevoerd voertuig tot haar gebied wordt toegelaten.

Artikel 5
1.

Losse onderdelen ingevoerd voor de herstelling van een bepaald voertuig dat reeds tijdelijk is ingevoerd, worden met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen tijdelijk toegelaten. De Overeenkomstsluitende Partijen kunnen vorderen dat deze onderdelen gedekt zijn door een document van tijdelijke invoer.

2.

Vervangen onderdelen welke niet weder worden uitgevoerd, zijn onderworpen aan de rechten en heffingen ter zake van de invoer, tenzij zij overeenkomstig de bepalingen van het betrokken land, vrij van alle kosten ten gunste van de Schatkist worden afgestaan of wel onder ambtelijk toezicht op kosten van belanghebbenden worden vernietigd.

Artikel 6

Met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen worden toegelaten formulieren voor tijdelijke invoer en voor internationaal verkeer, welke aan tot afgifte gemachtigde organisaties worden gezonden door overeenkomstige buitenlandse organisaties, door internationale organisaties of door de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

HOOFDSTUK III. Afgifte van documenten van tijdelijke invoer

Artikel 7
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, met inachtneming van de waarborgen en onder de voorwaarden door haar te bepalen, aan organisaties - in het bijzonder aan die welke bij een internationale organisatie zijn aangesloten - de bevoegdheid verlenen tot het afgeven, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van soortgelijke organisaties, van de in deze Overeenkomst bedoelde documenten van tijdelijke invoer.

2.

De documenten van tijdelijke invoer kunnen geldig zijn voor één land of douanegebied dan wel voor verschillende landen of douanegebieden.

3.

De geldigheidsduur van deze documenten mag niet langer zijn dan één jaar, te rekenen van de dag van afgifte.

Artikel 8
1.

De documenten van tijdelijke invoer, welke geldig zijn voor het gebied van alle of verscheidene Overeenkomstsluitende Partijen, worden aangeduid met de naam „carnet de passages en douane” en dienen overeen te stemmen met het in Bijlage I van deze Overeenkomst opgenomen model.

2.

Indien een „carnet de passages en douane” niet geldig is voor één of meer gebieden moet dit door de organisatie die het document afgeeft worden vermeld op het omslag en op de invoerstroken van het „carnet”.

3.

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

4.

De geldigheidsduur van documenten van tijdelijke invoer, welke niet door de overeenkomstig artikel 7 gemachtigde organisaties zijn afgegeven, wordt door elke Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig haar wetgeving of voorschriften vastgesteld.

5.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal op verzoek aan andere Overeenkomstsluitende Partijen modellen doen toekomen van documenten van tijdelijke invoer, welke voor haar gebied geldig zijn en afwijken van die welke in de Bijlagen van deze Overeenkomst zijn opgenomen.

HOOFDSTUK IV. Bijzonderheden welke op de documenten van tijdelijke invoer moeten worden vermeld

Artikel 9

De documenten van tijdelijke invoer, afgegeven door gemachtigde organisaties, worden gesteld op naam van de ondernemingen welke de voertuigen exploiteren en deze tijdelijk invoeren.

Artikel 10
1.

Het gewicht dat op de documenten van tijdelijke invoer moet worden vermeld, is het eigen gewicht van het voertuig. Het moet worden uitgedrukt volgens het metrieke stelsel. Indien de documenten slechts geldig zijn voor één enkel land, kunnen de douaneautoriteiten van dat land het gebruik van een ander stelsel voorschrijven.

2.

De op de documenten van tijdelijke invoer te vermelden waarde moet, indien bedoelde documenten slechts voor één enkel land geldig zijn, worden uitgedrukt in de geldsoort van dat land. De waarde welke op een „carnet de passages en douane” moet worden vermeld, dient te zijn uitgedrukt in de geldsoort van het land waar het „carnet” is afgegeven.

3.

Voorwerpen en gereedschappen, welke tot de normale uitrusting van voertuigen behoren, behoeven niet afzonderlijk op de documenten van tijdelijke invoer te worden vermeld.

4.

Indien de douaneautoriteiten zulks vorderen, moeten reservedelen (zoals wielen, binnen- en buitenbanden), alsmede toebehoren welke niet geacht worden tot de normale uitrusting van het voertuig te behoren (zoals radio-ontvangtoestellen en bagagerekken) op de documenten van tijdelijke invoer worden vermeld met aanduiding van de nodige bijzonderheden (zoals gewicht en waarde). Bij het verlaten van het land dat is bezocht, moeten genoemde delen en toebehoren worden getoond.

5.

Voor aanhangwagens dienen afzonderlijke documenten van tijdelijke invoer te worden afgegeven.

Artikel 11

Elke wijziging die wordt aangebracht in hetgeen op de documenten van tijdelijke invoer is vermeld door de organisatie die de documenten heeft afgegeven, dient door deze organisatie of door de aansprakelijke organisatie behoorlijk te zijn goedgekeurd. Zonder toestemming van de douaneautoriteiten van het land van invoer is geen enkele wijziging toegestaan, nadat de documenten door die autoriteiten voor invoer zijn afgetekend.

HOOFDSTUK V. Voorwaarden voor de tijdelijke invoer

Artikel 12

Onverminderd de toepassing van de bepalingen van de nationale wetgeving, krachtens welke de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen weigeren dat voertuigen waarvoor een document van tijdelijke invoer is afgegeven, worden bestuurd door personen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige inbreuken op de douane- en fiscale wetten of reglementen van het land van tijdelijke invoer, mogen voertuigen welke onder dekking van documenten van tijdelijke invoer zijn toegelaten, worden bestuurd door personen die daartoe door de houders van deze documenten behoorlijk zijn gemachtigd. De douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht bewijzen te vorderen, dat deze personen behoorlijk zijn gemachtigd door degene op wiens naam het document is gesteld; indien de verstrekte bewijzen hun niet voldoende voorkomen, kunnen de douaneautoriteiten weigeren dat de voertuigen in hun land worden gebruikt onder dekking van bedoelde documenten.

Artikel 13
1.

De voertuigen vermeld in de documenten van tijdelijke invoer moeten, afgezien van de normale slijtage, in dezelfde staat weder worden uitgevoerd binnen de geldigheidsduur van die documenten.

2.

Dat de wederuitvoer heeft plaatsgehad, blijkt uit de omstandigheid dat het document van tijdelijke invoer op regelmatige wijze voor uitvoer is afgetekend door de douaneautoriteiten van het land waar de voertuigen tijdelijk werden ingevoerd.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij is bevoegd het voorrecht van tijdelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer en zonder toepassing van invoerverboden en invoerbeperkingen te weigeren of in te trekken ten aanzien van vervoermiddelen welke worden gebruikt om reizigers op te nemen of goederen te laden in het land waar het voertuig is ingevoerd, ten einde die reizigers elders in dat land af te zetten of die goederen aldaar te lossen, ook indien zulks slechts af en toe zou plaats vinden.

4.

Een gehuurd voertuig dat onder de bepalingen van deze Overeenkomst tijdelijk is ingevoerd, mag in het land van tijdelijke invoer niet opnieuw worden verhuurd aan een andere persoon dan de oorspronkelijke huurder, noch worden onderverhuurd en de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht te vorderen dat een dergelijk voertuig weder wordt uitgevoerd na beëindiging van de transportverrichtingen waarvoor het tijdelijk werd ingevoerd.

Artikel 14
1.

De in artikel 13 neergelegde verplichting tot wederuitvoer geldt niet ten aanzien van voertuigen welke ernstig beschadigd zijn ten gevolge van een ongeval waarvan op afdoende wijze wordt aangetoond dat het heeft plaatsgehad, mits, al naar gelang de douaneautoriteiten zulks vorderen, de voertuigen:

2.

Indien een voertuig dat tijdelijk is ingevoerd, niet weder kan worden uitgevoerd als gevolg van inbeslagneming of beslaglegging, anders dan op vordering van particulieren, wordt de verplichting tot wederuitvoer binnen de geldigheidsduur van het document van tijdelijke invoer opgeschort voor de duur van het beslag.

3.

Van de gevallen waarin de douaneautoriteiten voertuigen waarvoor de aansprakelijke organisaties documenten van tijdelijke invoer hebben afgegeven, in beslag hebben genomen of hebben doen nemen, dan wel daarop beslag hebben gelegd of doen leggen, geven zij voor zover mogelijk kennis aan die organisaties. Zij doen voorts mededeling aan bedoelde organisaties van de maatregelen welke zij voornemens zijn te treffen.

4.

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

Artikel 15

Zij die aanspraak kunnen maken op de tijdelijke invoer, mogen binnen de geldigheidsduur van de documenten van tijdelijke invoer de daarin vermelde voertuigen invoeren zo vaak als nodig is, mits zij bij elke grensoverschrijding (binnenkomen en uitgaan) de documenten door de betrokken douaneambtenaren doen aftekenen voor zover de douaneautoriteiten zulks vorderen. Er kunnen echter documenten worden afgegeven voor één enkele reis.

Artikel 16

Indien gebruik wordt gemaakt van een document van tijdelijke invoer, dat niet is voorzien van stroken welke bij elke grensoverschrijding kunnen worden uitgescheurd, hebben de aftekening door de douane tussen de eerste binnenkomst en het laatste uitgaan een voorlopig karakter. Indien de laatste aftekening een voorlopige aftekening voor uitgaan is, wordt die aftekening niettemin aanvaard als bewijs van de wederuitvoer van het tijdelijk ingevoerde voertuig of de tijdelijk ingevoerde losse onderdelen.

Artikel 17

Indien gebruik wordt gemaakt van een document van tijdelijke invoer, dat voorzien is van stroken welke bij elke grensoverschrijding kunnen worden uitgescheurd, brengt elke bevinding van binnenkomst met zich mede dat het document door de douane voor invoer wordt afgetekend en wordt het document door iedere vaststelling van latere uitvoer definitief gezuiverd, onverminderd de bepalingen van artikel 18.

Artikel 18

Indien het document van tijdelijke invoer blijkens de daarop voorkomende aantekeningen van de douaneautoriteiten van een land definitief en zonder voorbehoud is gezuiverd, kunnen die autoriteiten de betaling van de rechten en heffingen ter zake van de invoer niet meer vorderen van de aansprakelijke organisatie, tenzij de zuivering ten onrechte of op frauduleuze wijze werd verkregen.

Artikel 19

Het aftekenen van documenten van tijdelijke invoer welke op de voet van deze Overeenkomst worden gebruikt, geeft geen aanleiding tot betaling van een vergoeding voor de verrichtingen van de douane, indien het aftekenen plaatsvindt op een douanekantoor of op een douanepost gedurende de uren van openstelling van dat kantoor of die post.

HOOFDSTUK VI. Verlenging van de geldigheidsduur en vernieuwing van de documenten van tijdelijke invoer

Artikel 20

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

Artikel 21

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

Artikel 22
1.

Aanvragen tot verlenging van de geldigheidsduur van documenten van tijdelijke invoer moeten, behoudens in geval van overmacht, vóór het verstrijken van de geldigheidsduur bij de bevoegde douaneautoriteiten worden ingediend. Indien het document van tijdelijke invoer is afgegeven door een gemachtigde organisatie, moet het verzoek om verlenging door de aansprakelijke organisatie worden ingediend.

2.

Verlenging van de geldigheidsduur voor de tijd welke nodig is voor de wederuitvoer van de tijdelijk ingevoerde voertuigen of losse onderdelen, wordt toegestaan, indien de belanghebbenden ten genoegen van de douaneautoriteiten kunnen aantonen dat zij door overmacht verhinderd zijn bedoelde voertuigen of losse onderdelen binnen de gestelde termijn weder uit te voeren.

3.

De tekst van de vertaling is niet beschikbaar.

Artikel 23

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.