Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds
De Commissie wijst de hoofdordonnateur van het Fonds aan, die verantwoordelijk is voor het beheer van de kredieten van het Fonds. De hoofdordonnateur gaat de betalingsverplichtingen aan, verricht betaalbaarstellingen, verstrekt betalingsopdrachten en voert de boekhouding inzake de betalingsverplichtingen en betalingsopdrachten in het kader van het Fonds.
De hoofdordonnateur vervult de volgende taken:
- a. hij gaat betalingsverplichtingen aan, verricht betaalbaarstellingen en verstrekt betalingsopdrachten; hij voert de boekhouding inzake de betalingsverplichtingen en betalingsopdrachten;
- b. hij ziet erop dat de financieringsbesluiten in acht worden genomen;
- c. in nauwe samenwerking met de nationale ordonnateur neemt hij de vereiste financiële maatregelen voor een in economisch en technisch opzicht optimale uitvoering van de goedgekeurde activiteiten en gaat daartoe de nodige betalingsverplichtingen aan;
- i. openbare internationale aanbestedingen, en
- ii. besloten internationale aanbestedingen met voorselectie;
- d. hij bereidt het aanbestedingsdossier voor voordat de uitnodigingen tot inschrijving worden verstuurd voor:
- e. hij hecht zijn goedkeuring aan het gunningvoorstel, onverminderd de bevoegdheden van het hoofd van de delegatie uit hoofde van artikel 36;
- f. hij ziet erop toe dat de internationale aanbestedingen binnen een redelijke termijn worden gepubliceerd.
Aan het eind van elk toepassingsjaar stelt de hoofdordonnateur een gedetailleerde balans van het Fonds op, met opgave van het saldo van de door de lidstaten aan het Fonds overgemaakte bijdragen en van de totale uitgaven voor elke financieringsrubriek.
Artikel 35. Nationale ordonnateur
De regering van elke ACS-staat wijst een nationale ordonnateur aan die haar vertegenwoordigt bij alle transacties voor rekening van het door de Commissie en de Bank beheerde Fonds. De nationale ordonnateur kan een deel van zijn taken delegeren; hij stelt de hoofdordonnateur in kennis van de door hem verrichte delegaties. De nationale ordonnateur:
- a. is, in nauwe samenwerking met het hoofd van de delegatie, belast met de voorbereiding, de indiening en het onderzoek van de projecten en programma's;
- b. doet, in nauwe samenwerking met het hoofd van de delegatie, oproepen tot het indienen van inschrijvingen voor lokale openbare aanbestedingen, neemt de inschrijvingen, zowel lokale als internationale (openbare en besloten), in ontvangst, zit voor bij de opening daarvan, stelt het resultaat van de opening vast, ondertekent de contracten en toegevoegde clausules en keurt de uitgaven goed;
- c. legt voor de uitschrijving van lokale openbare aanbestedingen het aanbestedingsdossier voor aan het hoofd van de delegatie, die het goedkeurt binnen 30 dagen;
- d. voltooit het onderzoek van de offertes binnen de geldigheidstermijn van de offertes, rekening houdend met de voor de goedkeuring van het contract vereiste termijn;
- e. deelt het resultaat van het onderzoek van de inschrijvingen tezamen met een gunningvoorstel mee aan het hoofd van de delegatie die binnen de in artikel 36 gestelde termijn zijn goedkeuring verleent;
- f. zorgt voor de betaalbaarstellingen en verstrekt de betalingsopdrachten binnen de grenzen van de hem toegekende kredieten;
- g. neemt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden alle vereiste aanpassingsmaatregelen voor een in economisch en technisch opzicht bevredigende uitvoering van de goedkeurde projecten en programma's.
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beslist de nationale ordonnateur – met kennisgeving aan het hoofd van de delegatie – over:
- a. kleine technische wijzigingen en aanpassingen voorzover deze geen wijziging brengen in de gekozen technische oplossingen en voorzover zij binnen de voorzieningen voor aanpassingen blijven;
- b. wijzigingen in de bestekken tijdens de uitvoering;
- c. overschrijvingen van het ene artikel naar het andere binnen de bestekken;
- d. wijziging van de plaats van uitvoering om technische, economische of sociale redenen in geval van meervoudige projecten of programma's;
- e. toepassing of kwijtschelding van boeten wegens tijdslimietoverschrijding;
- f. akten betreffende ontheffing van borgtochten;
- g. aankopen op de plaatselijke markt, ongeacht de oorsprong;
- h. gebruik van bouwmateriaal en -werktuigen die niet van oorsprong uit de lidstaten of de ACS-staten zijn en waarvoor in de lidstaten en de ACS-staten geen vergelijkbare productie bestaat;
- i. onderaannemingen;
- j. definitieve opleveringen, mits het hoofd van de delegatie aanwezig is bij de voorlopige oplevering en de desbetreffende processen-verbaal voor gezien tekent en zo nodig tevens bij de definitieve oplevering, met name wanneer bij de voorlopige oplevering zodanige aanmer- kingen zijn gemaakt dat aanzienlijke correcties nodig zijn;
- k. aanwerving van consulenten en andere deskundigen voor technische bijstand.
Artikel 36. Hoofd van de delegatie
De Commissie wordt in elke ACS-staat of in elke regionale groep die daarom uitdrukkelijk verzoekt, met de goedkeuring van de betrokken ACS-staat of staten, vertegenwoordigd door een delegatie die onder de leiding staat van het hoofd van de delegatie. Indien het hoofd van de delegatie wordt aangesteld bij een groep ACS-staten, wordt het nodige gedaan om ervoor te zorgen dat het hoofd van de delegatie in elk der staten waar hij geen verblijf houdt, door een aldaar verblijf houdende adjunct wordt vertegenwoordigd. Het hoofd van de delegatie vertegenwoordigt de Commissie op alle gebieden die onder haar bevoegdheid vallen en voor al haar activiteiten.
Met het oog daarop heeft het hoofd van de delegatie, in nauwe samenwerking met de nationale ordonnateur, de volgende taken:
- a. op verzoek van de betrokken ACS-staat neemt hij deel aan en verleent hij bijstand bij de voorbereiding van de projecten en programma's en bij de onderhandelingen over contracten inzake technische bijstand;
- b. hij neemt deel aan het onderzoek van de projecten en programma's, aan de voorbereiding van de aanbestedingsdossiers en aan het zoeken van middelen om het onderzoek van projecten, programma's en uitvoeringsprocedures te vereenvoudigen;
- c. hij bereidt de financieringsvoorstellen voor;
- d. hij keurt, voordat de nationale ordonnateur ze bekendmaakt, de dossiers voor lokale openbare aanbestedingen en voor spoedhulp goed binnen 30 dagen nadat zij door de nationale ordonnateur aan hem zijn voorgelegd;
- e. hij woont de opening der inschrijvingen bij en ontvangt afschriften van de inschrijvingen en van de resultaten van het desbetreffende onderzoek;
- f. hij keurt binnen 30 dagen het hem door de nationale ordonnateur voorgelegde gunningvoorstel goed voor lokale openbare aanbestedingen, onderhandse overeenkomsten, opdrachten inzake spoedhulp, opdrachten voor diensten en voor werken met een waarde van minder dan 5 miljoen euro en opdrachten voor leveringen met een waarde van minder dan 1 miljoen euro;
- g. voor alle niet hierboven genoemde contracten, keurt hij binnen 30 dagen het gunningvoorstel van de nationale ordonnateur goed wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- i. de gekozen offerte is de laagste van de offertes die voldoen aan de voorwaarden van het aanbestedingsdossier;
- ii. de gekozen offerte voldoet aan de daarin vastgestelde selectiecriteria, en
- iii. de gekozen offerte overschrijdt niet het voor de opdracht uitgetrokken krediet;
- h. hij legt het gunningvoorstel ter goedkeuring voor aan de hoofdordonnateur wanneer niet is voldaan aan de onder g genoemde voorwaarden; de hoofdordonnateur neemt een besluit binnen 60 dagen nadat het hoofd van de delegatie het voorstel heeft ontvangen. Wanneer het bedrag van de gekozen offerte het voor de opdracht uitgetrokken krediet overschrijdt, gaat de hoofdordonnateur, na goedkeuring van het contract, de nodige betalingsverplichtingen aan;
- i. bij uitvoering in eigen beheer keurt hij de contracten, toegevoegde clausules en bestekken alsmede de betalingsopdrachten van de nationale ordonnateur goed;
- j. hij ziet erop toe dat de projecten en programma's die gefinancierd worden uit het door de Commissie beheerde Fonds in financieel en technisch opzicht goed worden uitgevoerd;
- k. hij gaat, in samenwerking met de nationale autoriteiten van de ACS-staat waar hij de Commissie vertegenwoordigt, regelmatig over tot evaluatie van de activiteiten;
- l. hij stelt de ACS-staat in kennis van alle gegevens en relevante documenten betreffende de uitvoeringsprocedure voor de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, met name wat betreft de beoordelingscriteria en de criteria voor het evalueren van de inschrijvingen; en
- m. hij brengt op gezette tijden de nationale autoriteiten op de hoogte van de activiteiten van de Gemeenschap die rechtstreeks van belang kunnen zijn voor de samenwerking tussen de Gemeenschap en de ACS-staten.
Het hoofd van de delegatie ontvangt de nodige instructies en bevoegdheden om alle activiteiten in het kader van de overeenkomst gemakkelijk en vlot te laten verlopen. De nationale ordonnateurs en de Raad van ministers worden in kennis gesteld van alle andere administratieve en/of financiële bevoegdheden die aan het hoofd van de delegatie worden gedelegeerd dan die welke in dit artikel worden beschreven.
Artikel 37. Betalingen en betalingsgemachtigden
Voor het verrichten van betalingen in de nationale valuta van de ACS-staten worden in elke ACS-staat op naam van de Commissie in de valuta van één van de lidstaten of in euro uitgedrukte rekeningen geopend bij een gezamenlijk door de ACS-staat en de Commissie gekozen nationale financiële overheids- of semi-overheidsinstelling, die de functie van nationale betalingsgemachtigde uitoefent.
De nationale betalingsgemachtigde ontvangt geen vergoeding voor de door hem verleende diensten en over de deposito's is geen rente verschuldigd. De lokale rekeningen worden, op basis van een raming van de toekomstige liquiditeitsbehoeften en voldoende tijdig om verplichting tot vóórfinanciering door de ACS-staten en vertragingen bij de betalingen te voorkomen, door de Gemeenschap van middelen voorzien in de valuta van een van de lidstaten of in euro.
Voor het verrichten van betalingen in euro worden op naam van de Commissie in euro uitgedrukte rekeningen geopend bij financiële instellingen in de lidstaten. Deze instellingen oefenen de functie van betalingsgemachtigde in Europa uit.
Ten laste van deze Europese rekeningen kunnen overeenkomstig de instructies van de Commissie of het namens haar optredende hoofd van de delegatie betalingen worden verrichting in opdracht van de nationale ordonnateur of van de hoofdordonnateur met voorafgaande goedkeuring van de nationale ordonnateur.
Binnen de grenzen van de op de rekeningen beschikbare middelen verrichten de betalingsgemachtigden de betalingen waarvoor een opdracht is verstrekt door de nationale ordonnateur of, in voorkomend geval, de hoofdordonnateur, na de juistheid en de regelmatigheid van de ingediende bewijsstukken alsmede de geldigheid van de betalingskwijting te hebben geverifieerd.
De procedures inzake betaalbaarstelling, betalingsopdrachten en betaling van de uitgaven moeten afgewikkeld zijn binnen een termijn van ten hoogste 90 dagen na de vervaldag. Uiterlijk 45 dagen vóór de vervaldag geeft de nationale ordonnateur opdracht tot betaling en stelt hij het hoofd van de delegatie daarvan in kennis.
Claims inzake betalingsachterstand komen ten laste van de eigen middelen van de betrokken ACS-staat of ACS-staten en van de Commissie, elk voor het deel van de achterstand waarvoor zij overeenkomstig bovengenoemde procedures verantwoordelijk zijn.
De betalingsgemachtigden, de nationale ordonnateur, het hoofd van de delegatie en de bevoegde diensten van de Commissie blijven financieel aansprakelijk totdat de transacties met de uitvoering waarvan zij zijn belast, definitief door de Commissie zijn goedgekeurd.
HOOFDSTUK 4. UITVOERING
Artikel 1
Producten van oorsprong uit de ACS-staten worden in de Gemeenschap vrij van douanerechten en heffingen van gelijke werking ingevoerd.
- a. Voor producten van oorsprong uit de ACS-staten: neemt de Gemeenschap de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij voor een gunstiger behandeling in aanmerking komen dan dezelfde producten uit derde landen waarop de meestbegunstigingsclausule van toepassing is.
- –. die in bijlage I bij het Verdrag zijn vermeld en die onder een gemeenschappelijke marktordening vallen in de zin van artikel 34 van het Verdrag, of
- –. waarop, bij invoer in de Gemeenschap, bijzondere voorschriften van toepassing zijn die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid,
- b. Indien de ACS-staten, tijdens de toepassing van deze overeenkomst, verzoeken dat nieuwe lijnen landbouwproductie of landbouwproducten die bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst niet voor bijzondere regelingen in aanmerking kwamen, toch voor deze regelingen in aanmerking komen, zal de Gemeenschap deze verzoeken in overleg met de ACS-staten onderzoeken.
- c. In afwijking van het bovenstaande zal de Gemeenschap, gezien de bijzondere betrekkingen en de bijzondere aard van de ACS-EG-samenwerking, de verzoeken van ACS-staten voor een preferentiële toegang voor hun landbouwproducten tot de markt van de Gemeenschap per geval onderzoeken en zal zij haar besluiten ten aanzien van deze met redenen omklede verzoeken zo mogelijk binnen vier maanden, en in ieder geval binnen zes maanden, na de indiening mededelen. In het kader van punt a neemt de Gemeenschap haar besluiten met name onder verwijzing naar concessies aan derde landen die ontwikkelingslanden zijn. Zij houdt rekening met de mogelijkheden die het op de markt brengen van producten buiten het normale seizoen biedt.
- d. De onder a bedoelde regelingen treden in werking op het tijdstip waarop deze overeenkomst in werking treedt en blijven van toepassing tijdens de duur van de in artikel 37, lid 1, bedoelde voorbereidingsperiode. Echter, indien de Gemeenschap, tijdens deze periode:
- –. de gemeenschappelijke marktordening of bijzondere voorschriften uit hoofde van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid op een of meer producten van toepassing verklaart, behoudt zij zich het recht voor de invoerregeling voor deze producten van oorsprong uit de ACS-staten aan te passen, na overleg in de Raad van Ministers. In dit geval is het bepaalde onder a van toepassing;
- –. de gemeenschappelijke marktordening voor een bepaald product of de bijzondere voorschriften uit hoofde van de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijke landbouwbeleid wijzigt, behoudt zij zich het recht voor de regeling voor dat product van oorsprong uit de ACS-staten te wijzigen, na overleg in de Raad van Ministers. In dit geval neemt de Gemeenschap maatregelen om ervoor te zorgen dat het product van oorsprong uit de ACS-staten een behandeling verkrijgt die vergelijkbaar is met de eerder verkregen behandeling en die gunstiger is ten opzichte van het product uit derde landen dat voor de meestbegunstigingsclausule in aanmerking komt.
- e. Wanneer de Gemeenschap voornemens is een preferentiële overeenkomst met derde landen te sluiten, deelt zij dit aan de ACS-staten mede. Overleg zal plaatsvinden indien de ACS-staten hierom verzoeken ten einde hun belangen te beschermen.
Artikel 2
De Gemeenschap past geen kwantitatieve beperkingen of maatre-gelen van gelijke werking bij invoer van producten van oorsprong uit de ACS-staten.
Lid 1 vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, het behoud van niet-vernieuwbare natuurlijke hulpbronnen, indien deze maatregelen gepaard gaan met beperkingen op de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik, of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom.
Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel in het algemeen vormen.
Wanneer de tenuitvoerlegging van de in lid 2 bedoelde maatregelen tegen de belangen van een of meer ACS-staten indruist, wordt op verzoek van deze ACS-staten overleg gepleegd om tot een bevredigende oplossing te komen.
Artikel 3
Wanneer nieuwe maatregelen of maatregelen die zijn voorzien in programma's van de Gemeenschap ter harmonisering van de wetgevingen met het oog op de vereenvoudiging van het goederenverkeer nadelige gevolgen kunnen hebben voor een of meer ACS-staten stelt de Gemeenschap, alvorens zij dergelijke maatregelen neemt, de ACS-staten hiervan via de Raad van Ministers in kennis.
Om het de Gemeenschap mogelijk te maken de belangen van de betrokken ACS-staat in aanmerking te nemen, wordt op verzoek van deze ACS-staat overleg gepleegd om tot een bevredigende oplossing te komen.
Artikel 4
Wanneer de bestaande wetgeving van de Gemeenschap ter vereenvoudiging van het goederenverkeer nadelige gevolgen heeft voor een of meer ACS-staten of wanneer deze nadelige gevolgen door de interpretatie, de toepassing of het beheer van deze wetgeving ontstaan, wordt op verzoek van deze ACS-staat of -staten overleg gepleegd om tot een bevredigende oplossing te komen.
Met het oog op het vinden van een bevredigende oplossing kunnen de ACS-staten ook andere problemen aan de Raad van Ministers voorleggen die verband houden met het goederenverkeer en die het gevolg kunnen zijn van maatregelen die de lidstaten hebben genomen of voornemens zijn te nemen.
Ter bevordering van een doelmatig overleg stellen de betrokken instellingen van de Gemeenschap de Raad van Ministers zoveel mogelijk van dergelijke maatregelen in kennis.
Artikel 5
Van de ACS-staten wordt niet geëist dat zij, ten aanzien van de invoer van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, verplichtingen op zich nemen die overeenstemmen met de verplichtingen die de Gemeenschap op grond van deze bijlage op zich heeft genomen ten aanzien van de invoer van producten van oorsprong uit de ACS-staten.
- a. In hun handel met de Gemeenschap maken de ACS-staten geen onderscheid tussen de lidstaten en geven zij de Gemeenschap geen minder gunstige behandeling dan die van de meestbegunstigde natie.
- b. De onder a bedoelde behandeling van de meestbegunstigde natie is niet van toepassing op de handel of de economische betrekkingen tussen de ACS-staten of tussen een of meer ACS-staten en andere ontwikkelingslanden.
Artikel 6
Elke Partij bij de overeenkomst deelt haar douanetarieven binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan de Raad van Ministers mede. Elke Partij bij de overeenkomst deelt ook wijzigingen op de douanetarieven mede zodra deze in werking treden.
Artikel 7
Voor de toepassing van deze bijlage worden het begrip „product van oorsprong” en de methoden van administratieve samenwerking in verband hiermede in het hieraan gehechte Protocol 1 omschreven.
De Raad van Ministers kan wijzigingen in Protocol 1 aanbrengen.
Wanneer het begrip „product van oorsprong” voor een bepaald product niet overeenkomstig de leden 1 en 2 is omschreven, blijft elke Partij bij de overeenkomst haar eigen regels toepassen.
Artikel 8
Wanneer een product in dermate toegenomen hoeveelheden en op zulke voorwaarden in de Gemeenschap wordt ingevoerd dat de binnenlandse producenten van het soortgelijke of rechtstreeks concurrerende product hierdoor schade lijden of dreigen te lijden of dat een economische sector hierdoor ernstig verstoord is geraakt of dreigt te raken of dat hierdoor problemen zijn ontstaan of dreigen te ontstaan die de economische situatie van een regio ernstig kunnen verstoren, kan de Gemeenschap overeenkomstig de in artikel 9 omschreven procedures passende maatregelen nemen.
De Gemeenschap verbindt zich ertoe geen andere middelen aan te wenden voor protectionistische doeleinden of ter belemmering van de structurele ontwikkeling. De Gemeenschap neemt geen vrijwaringsmaatregelen van gelijke werking.
Vrijwaringsmaatregelen worden beperkt tot die maatregelen die de handel tussen de Partijen bij de overeenkomst, ter bevordering van de doelstellingen van deze overeenkomst, het minst verstoren. Deze maatregelen mogen niet ingrijpender zijn dan strikt noodzakelijk is om de problemen op te lossen die zich hebben voorgedaan.
Bij het nemen van vrijwaringsmaatregelen wordt rekening gehouden met de bestaande omvang van de uitvoer vanuit het (de) betrokken ACS-sta(a)t(en) naar de Gemeenschap en de ontwikkelingsmogelijkheden van deze uitvoer. Er zal bijzondere aandacht worden besteed aan de belangen van de minstontwikkelde insulaire of niet aan zee grenzende ACS-staten.
Artikel 9
Voordat de vrijwaringsclausule wordt toegepast, vindt overleg plaats, zowel bij de vaststelling als bij de verlenging van vrijwaringsmaatregelen. De Gemeenschap zal de ACS-staten alle informatie verstrekken die voor dit overleg noodzakelijk is alsmede de gegevens waaruit kan worden opgemaakt in welke mate de invoer van een bepaald product uit een ACS-staat de in artikel 8, lid 1, bedoelde gevolgen heeft gehad.
Zodra het overleg heeft plaatsgevonden treden de vrijwaringsmaatregelen of de tussen de betrokken ACS-staten en de Gemeenschap overeengekomen regelingen in werking.
Het in de leden 1 en 2 bedoelde voorafgaande overleg verhindert niet dat de Gemeenschap, overeenkomstig artikel 8, lid 1, onmiddellijk besluiten neemt wanneer dit op grond van bijzondere factoren noodzakelijk is.
Om het onderzoek naar factoren die de markt kunnen verstoren te vereenvoudigen, wordt een statistisch toezicht ingesteld op de invoer van bepaalde ACS-producten in de Gemeenschap.
De Partijen bij de overeenkomst plegen regelmatig overleg teneinde bevredigende oplossingen te vinden voor problemen die uit de toepassing van de vrijwaringsclausule kunnen voortvloeien.
Op het voorafgaand overleg, het geregelde overleg en het toezicht als bedoeld in de leden 1 tot en met 5 zijn de regels van toepassing die zijn opgenomen in het hieraan gehechte Protocol 2.
Artikel 10
De Raad van Ministers onderzoekt op verzoek van een betrokken Partij bij de overeenkomst de economische en sociale gevolgen van de toepassing van de vrijwaringsclausule.
Artikel 11
Wanneer vrijwaringsmaatregelen worden vastgesteld, gewijzigd of ingetrokken, wordt bijzondere aandacht geschonken aan de belangen van de minstontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-staten.
Artikel 12
De Partijen bij de overeenkomst informeren en raadplegen elkaar om ervoor te zorgen dat deze bijlage daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd.
Naast de gevallen waarvoor, bij de leden 2 tot en met 9, specifiek in overleg is voorzien, vindt overleg, op verzoek van de Gemeenschap of van de ACS-staten, met name ook plaats in de volgende gevallen:
-
- wanneer de Partijen bij de overeenkomst voornemens zijn handelsmaatregelen te treffen die de belangen van een of meer partijen bij deze overeenkomst kunnen schaden, delen zij dit mede aan de Raad van Ministers. Op verzoek van de betrokken Partijen bij de overeenkomst vindt overleg plaats ten einde rekening te houden met de belangen van de verschillende partijen;
-
- indien de ACS-staten, tijdens de geldigheidsduur van de bijlage, van oordeel zijn dat de in lid 1, onder 2 a, bedoelde landbouwproducten die niet onder een bijzondere regeling vallen, eveneens voor deze bijzondere regeling in aanmerking dienen te komen, kan in de Raad van Ministers overleg worden gepleegd;
-
- wanneer een Partij bij de overeenkomst van oordeel is dat de bestaande voorschriften van een andere Partij bij de overeenkomst of de interpretatie, de toepassing of het beheer van die voorschriften een belemmeringen vormen voor het goederenverkeer;
-
- wanneer de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen neemt op grond van artikel 8 van deze bijlage, kan op verzoek van de betrokken Partijen bij de overeenkomst in de Raad van Ministers overleg over deze maatregelen worden gepleegd, met name om erop toe te zien dat aan de voorwaarden van lid 8, onder 3, is voldaan. Dit overleg moet binnen drie maanden zijn beëindigd.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE HANDELSREGELINGEN
Artikel 13
Overeenkomstig artikel 25 van de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé en Protocol 3 bij die overeenkomst, heeft de Gemeenschap zich er voor onbepaalde tijd toe verbonden, onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, bepaalde hoeveelheden rietsuiker, ruw of wit, van oorsprong uit de ACS-staten die rietsuiker produceren en exporteren en die zich ertoe verbonden hebben deze hoeveelheden aan de Gemeenschap te leveren, tegen gegarandeerde prijzen aan te kopen en in te voeren.
De voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van bovengenoemd artikel 25 zijn in het in lid 1 genoemde Protocol 3 opgenomen. De tekst van het Protocol is als Protocol 3 bij deze bijlage gevoegd.
Artikel 8 van deze bijlage is in het kader van genoemd Protocol niet van toepassing.
Voor de toepassing van artikel 8 van genoemd Protocol kunnen de instellingen die op grond van deze overeenkomst zijn opgericht tijdens de geldigheidsduur van deze overeenkomst worden gebruikt.
Artikel 8, lid 2, van genoemd Protocol is van toepassing indien de werking van deze overeenkomst wordt opgeschort.
De verklaringen in de bijlagen XIII, XXI en XXII van de Slotakte bij de op 28 februari 1975 ondertekende ACS-EEG-Overeenkomst van Lomé worden opnieuw bevestigd en de daarin vervatte bepalingen blijven van toepassing. Deze verklaringen zijn als dusdanig aan Protocol 3 gehecht.
Dit artikel en Protocol 3 zijn niet van toepassing op de betrekkingen tussen de ACS-staten en de Franse overzeese departementen.
Artikel 14
De bijzondere verbintenis inzake rund- en kalfsvlees, als in het hieraan gehechte Protocol 4 omschreven, is van toepassing.
HOOFDSTUK 5. FOLLOW-UP EN EVALUATIE
Artikel 15
De aan deze bijlage gehechte Protocollen maken deel uit van deze bijlage.
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder:
- a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
- b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
- c. „product”: het verkregen product, zelfs indien het bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
- d. „goederen”: zowel materialen als producten;
- e. „douanewaarde”: de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
- f. „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste be- of verwerking is verricht, voorzover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
- g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in het betrokken gebied is betaald;
- h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g, welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
- i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van de in de Gemeenschap, de ACS-staten of de landen en gebieden overzee (LGO's) ingevoerde materialen uit derde landen;
- j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit Protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
- k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
- l. „zending”: producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of die vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur;
- m. „gebieden”: ook de territoriale wateren.
TITEL II. OMSCHRIJVING VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 2. Algemene voorwaarden
Voor de toepassing van de bepalingen inzake de samenwerking op het gebied van de handel van bijlage V worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de ACS-staten:
- a. geheel en al in de ACS-staten verkregen producten in de zin van artikel 3 van dit Protocol;
- b. in de ACS-staten verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de ACS-staten een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 4 van dit Protocol.
Voor de toepassing van lid 1 worden de gebieden van de ACS-staten als één gebied beschouwd.
Product van oorsprong die gemaakt zijn van materialen die geheel en al zijn verkregen in twee of meer ACS-staten of die daar een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, worden geacht van oorsprong te zijn uit de ACS-staat waar de laatste be- of verwerking heeft plaatsgevonden, mits deze be- of verwerking ingrijpender was dan de in artikel 5 van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen.
Artikel 3. Geheel en al verkregen producten
Als geheel en al verkregen in de ACS-staten, de Gemeenschap of de in bijlage III genoemde landen en gebieden, hierna „de LGO's” genoemd, worden beschouwd:
- a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
- b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
- c. aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
- d. producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
- e. voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
- f. producten van de zeevisserij en andere door hun schepen buiten de territoriale wateren uit de zee gewonnen producten;
- g. producten uitsluitend uit de onder f bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
- h. aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
- i. afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
- j. producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
- k. goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a tot en met j bedoelde producten zijn vervaardigd.
De termen „hun schepen” en „hun fabrieksschepen” in lid 1, onder f en g, zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen:
- a. die in een lidstaat van de Gemeenschap, een ACS-staat of een LGO zijn ingeschreven of geregistreerd;
- b. die de vlag van een lidstaat van de Gemeenschap, van een ACS-staat of van een LGO voeren;
- c. die voor ten minste 50 procent toebehoren aan onderdanen van staten die partij zijn bij de Overeenkomst, of van een LGO, of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten of een LGO heeft en waarvan de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raad onderdanen zijn van staten die partij zijn bij de overeenkomst, of van een LGO, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan staten die partij zijn bij de overeenkomst of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten of van een LGO;
- d. waarvan de bemanning, kapitein en officieren inbegrepen, voor ten minste 50% bestaat uit onderdanen van staten die partij zijn bij de overeenkomst of van een LGO.
Onverminderd lid 2 erkent de Gemeenschap, op verzoek van een ACS-staat, op de volgende voorwaarden dat door die ACS-staat gehuurde of geleasde vaartuigen als „zijn vaartuigen” worden beschouwd waarmee in de exclusieve economische zone visserijactiviteiten worden beoefend:
- –. de ACS-staat heeft de Gemeenschap aangeboden over een visserijovereenkomst te onderhandelen en de Gemeenschap heeft dit aanbod niet aanvaard;
- –. ten minste 50% van de bemanning, kapitein en officieren inbegrepen, bestaan uit onderdanen van staten die partij zijn bij de overeenkomst of van een LGO;
- –. het huur- of leasecontract is door het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking aanvaard als een geschikte wijze om het vermogen van de betrokken ACS-staat te ontwikkelen om voor eigen rekening te vissen, met name indien de betrokken ACS-staat op grond van dit contract gedurende een beduidende periode verantwoordelijk is voor het nautische en commerciële beheer van het te zijner beschikking geplaatste vaartuig.
Artikel 4. Toereikende bewerking of verwerking
Voor de toepassing van dit Protocol worden niet geheel en al verkregen producten geacht in de ACS-staten, de Gemeenschap of de LGO's een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan, wanneer aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan.
Deze voorwaarden geven voor alle onder de Overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen bij de vervaardiging van deze producten moeten ondergaan en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Hieruit volgt dat wanneer een product de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan kunnen zijn gebruikt.
In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt:
- a. wanneer de totale waarde ervan niet meer dan 15% bedraagt van de prijs af fabriek van het product;
- b. wanneer een in de lijst vermelde maximumwaarde voor niet van oorsprong zijnde materialen door de toepassing van dit lid niet wordt overschreden.
De leden 1 en 2 zijn van toepassing behoudens het bepaalde in artikel 5.
Artikel 5. Ontoereikende bewerking of verwerking
Onverminderd lid 2, worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 4 is voldaan:
- a. behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);
- b. eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen), wassen, verven en snijden;
- c.
- i. veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli;
- ii. eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes, enz., en alle andere eenvoudige handelingen in verband met de opmaak;
- d. het aanbrengen van merken, etiketten en soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;
- e. eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit Protocol om als producten van oorsprong uit een ACS-staat, de Gemeenschap of de LGO's te worden beschouwd;
- f. eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;
- g. twee of meer van de onder a tot en met f vermelde behandelingen tezamen;
- h. het slachten van dieren.
Alle be- en verwerkingen die een product in hetzij de ACS-staten, de Gemeenschap of LGO's heeft ondergaan worden tezamen genomen om te bepalen of deze ontoereikend zijn in de zin van lid 1.
Artikel 6. Cumulatie van de oorsprong
Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap of de LGO's worden beschouwd van oorsprong te zijn uit de ACS-staten indien zij in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits zij evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die ingrijpender is dan de in artikel 5 genoemde be- of verwerkingen.
Be- en verwerkingen die in de Gemeenschap of de LGO's zijn verricht worden geacht in de ACS-staten te zijn verricht wanneer de materialen in de ACS-staten een verdere be- of verwerking ondergaan.
Onder voorbehoud van de leden 4, 5, 6, 7 en 8 worden materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika als van oorsprong uit de ACS-staten beschouwd wanneer zij zijn opgenomen in een aldaar verkregen product. Zij behoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan.
Producten die op grond van lid 3 de oorsprong hebben verkregen worden uitsluitend als producten van oorsprong uit de ACS-staten beschouwd wanneer de aldaar toegevoegde waarde hoger is dan de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika. Indien dit niet het geval is, worden de betrokken producten als producten van oorsprong uit Zuid-Afrika beschouwd. Bij het bepalen van de oorsprong wordt geen rekening gehouden met materialen van oorsprong uit Zuid-Afrika die in de ACS-staten een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan.
De in lid 3 bedoelde cumulatie kan eerst na drie jaar worden toegepast voor de in bijlage XI genoemde producten en eerst na zes jaar voor de in bijlage XII genoemde producten vanaf de voorlopige toepassing van de Overeenkomst inzake Handel, Ontwikkeling en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika. De in lid 3 bedoelde cumulatie is niet van toepassing op de in bijlage XIII bedoelde producten.
Onverminderd lid 5 kan de in lid 3 bedoelde cumulatie op verzoek van de ACS-staten worden toegepast voor de in de bijlagen XI en XII genoemde producten. Het ACS-EG-Comité van Ambassadeurs neemt hierover, op verzoek van ACS-staten, per product een besluit, op grond van een door het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking overeenkomstig artikel 37 opgesteld verslag. Bij het onderzoek van de verzoeken wordt rekening gehouden met het risico van een ontwijking van de handelsbepalingen van de Overeenkomst inzake Handel, Ontwikkeling en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika.
De in lid 3 bedoelde cumulatie is uitsluitend van toepassing op de in bijlage XIV genoemde producten wanneer de rechten op deze producten in het kader van de Overeenkomst inzake Handel, Ontwikkeling en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika zijn afgeschaft. De Europese Commissie maakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend op welke datum aan de voorwaarden van dit lid is voldaan.
De in lid 3 bedoelde cumulatie kan uitsluitend worden toegepast wanneer de gebruikte Zuid-Afrikaanse materialen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit Protocol de oorsprong hebben verkregen. De ACS-staten verstrekken de Gemeenschap de gegevens over de overeenkomsten en de desbetreffende oorsprongsregels die met Zuid-Afrika zijn gesloten. De Europese Commissie maakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend op welke datum de ACS-staten aan de verplichtingen van dit lid hebben voldaan.
Onverminderd de leden 5, 6 en 7 worden be- en verwerkingen in Zuid-Afrika beschouwd in een andere lidstaat van de Zuid-Afrikaanse Douane-unie te zijn verricht wanneer de materialen in die andere lidstaat van de Zuid-Afrikaanse Douane-unie een verdere be- of verwerking hebben ondergaan.
Onverminderd de leden 5, 6 en 7 worden be- en verwerkingen in Zuid-Afrika, op verzoek van de ACS-staten, beschouwd in de ACS-staten te zijn verricht, wanneer de materialen in een ACS-staat een verdere be- of verwerking hebben ondergaan in het kader van een overeenkomst ter bevordering van de regionale economische integratie.
Tenzij een van de partijen vraagt dat de kwestie voor een besluit aan de ACS-EG-Raad van Ministers wordt voorgelegd, neemt het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking, overeenkomstig artikel 37, besluiten over verzoeken van de ACS-staten.
Op verzoek van de ACS-staten worden materialen van oorsprong uit een naburig ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is, maar tot een samenhangend geografisch gebied behoort, als materialen van oorsprong uit de ACS-staten beschouwd wanneer zij in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Deze materialen behoeven geen toereikende be- of verwerking te hebben ondergaan, mits:
- –. de be- of verwerking in de ACS-staat ingrijpender is dan de in artikel 5 vermelde be- en verwerkingen. Producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld moeten echter in de ACS-staat ten minste een be- of verwerking hebben ondergaan waardoor het verkregen product onder een andere post wordt ingedeeld dan de post waaronder de materialen zijn ingedeeld die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt en die van oorsprong zijn uit het ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is. Voor de in bijlage XI bij dit Protocol opgesomde producten zijn uitsluitend de in kolom 3 vermelde be- en verwerkingen van toepassing, ongeacht het feit of het verkregen product onder een andere post wordt ingedeeld;
- –. de ACS-staten, de Gemeenschap en de andere betrokken landen een overeenkomst hebben gesloten die in adequate administratieve procedures voorziet, om de correcte toepassing van dit lid zeker te stellen.
Dit lid is niet van toepassing op tonijnproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 3 of 16 van het geharmoniseerd systeem, rijstproducten van de GS-code 1006 en de textielproducten die in bijlage X bij dit Protocol zijn opgesomd.
Dit Protocol is van toepassing om te bepalen of producten van oorsprong zijn uit een ontwikkelingsland dat geen ACS-staat is.
Tenzij een van de partijen vraagt dat de kwestie voor een besluit aan de ACS-EG-Raad van Ministers wordt voorgelegd, neemt het ACS-EG-Comité Douanesamenwerking, overeenkomstig artikel 37, besluiten over verzoeken van de ACS-staten.
Artikel 7. Determinerende eenheid
De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit Protocol is het product dat bij het vaststellen van de indeling in de nomenclatuur volgens het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd.
Hieruit volgt dat:
- –. wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, volgens het geharmoniseerde systeem onder één enkele post wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
- –. wanneer een zending uit een aantal eendere producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit Protocol afzonderlijk moet worden genomen.
Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong.
Artikel 8. Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen
Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
Artikel 9. Stellen of assortimenten
Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt.
Artikel 10. Neutrale elementen
Om de oorsprong van een product te bepalen behoeft niet te worden nagegaan wat de oorsprong is van de bij de vervaardiging van dat product gebruikte
- a. energie en brandstof,
- b. fabrieksuitrusting,
- c. machines en werktuigen, en
- d. goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen.
TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 11. Territorialiteitsbeginsel
Aan de in titel II genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van de oorsprong moet zonder onderbreking in de ACS-staten zijn voldaan, behoudens het bepaalde in artikel 6.
Indien uit de ACS-staten, de Gemeenschap of de LGO's naar een ander land uitgevoerde producten van oorsprong terugkeren, worden zij geacht, behoudens het bepaalde in artikel 6, geen product van oorsprong meer te zijn, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat:
- a. de terugkerende goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen; en
- b. deze goederen, in de periode dat zij in dat andere land waren of waren uitgevoerd, geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke nodig waren om ze in goede staat te bewaren.
Artikel 12. Rechtstreeks vervoer
De preferentiële regeling waarin de bepalingen inzake handelssamenwerking van bijlage V voorzien is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen en die rechtstreeks, zonder enig ander gebied binnen te komen, tussen het grondgebied van de ACS-staten, de Gemeenschap, de LGO's of Zuid-Afrika, bij toepassing van artikel 6, zijn vervoerd. Producten die één enkele zending vormen, kunnen evenwel via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, mits zij in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren.
Het is evenwel toegestaan producten van oorsprong per pijpleiding door een ander grondgebied dan dat van een ACS-staat, de Gemeenschap of een LGO te vervoeren.
Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer:
- a. hetzij, een enkel vervoerdocument ter dekking van het vervoer vanuit het land van uitvoer door het land van doorvoer;
- b. hetzij een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin:
- i. de producten nauwkeurig zijn omschreven,
- ii. de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder vermelding van de gebruikte schepen of andere vervoermiddelen; en
- iii. wordt verklaard op welke voorwaarden de producten in het land van doorvoer verbleven;
- c. hetzij, bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
Artikel 13. Tentoonstellingen
Op producten van oorsprong die vanuit een ACS-staat naar een tentoonstelling in een ander dan de in artikel 6 bedoelde landen zijn verzonden en die na de tentoonstelling voor invoer in de Gemeenschap zijn verkocht, zijn de bepalingen van bijlage V bij invoer in de Gemeenschap van toepassing voorzover ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat:
- a. een exporteur deze producten vanuit een ACS-staat naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en deze daar heeft tentoongesteld;
- b. die exporteur de producten aan een persoon in de Gemeenschap heeft verkocht of op andere wijze afgestaan;
- c. de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden; en
- d. de producten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.
Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel IV afgegeven of opgesteld en op de gebruikelijke wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend. Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden opgevraagd ten aanzien van de voorwaarden waarop de producten werden tentoongesteld.
Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
TITEL II. OMSCHRIJVING VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”
Artikel 14. Algemene eisen
Producten van oorsprong uit de ACS-staten komen bij invoer in de Gemeenschap voor de voordelen van bijlage V in aanmerking op vertoon van:
- a. een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage IV is opgenomen; of,
- b. in de in artikel 19, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur, waarvan de tekst in bijlage V bij dit Protocol is opgenomen, op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument waarin de producten voldoende duidelijk zijn omschreven om ze te kunnen identificeren (hierna „factuurverklaring” genoemd).
In afwijking van lid 1 komen producten van oorsprong in de zin van dit Protocol in de in artikel 25 bedoelde gevallen voor de voordelen van bijlage V in aanmerking zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.
Artikel 15. Procedure voor de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger.
Te dien einde vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlage IV opgenomen. Deze formulieren worden overeenkomstig de bepalingen van dit Protocol ingevuld. Indien zij met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en wordt het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist.
De exporteur die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoekt, moet, op verzoek van de douaneautoriteiten van de ACS-staat van uitvoer waar dit certificaat is afgegeven, steeds bereid zijn de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit Protocol is voldaan.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van de ACS-staat van uitvoer indien de betrokken goederen kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de ACS-staten of uit een van de andere in artikel 6 bedoelde landen en aan de andere voorwaarden van dit Protocol wordt voldaan.
De met de afgifte van EUR.1-certificaten belaste douaneautoriteiten nemen de nodige maatregelen om te controleren of de producten van oorsprong zijn en of aan de andere voorwaarden van dit Protocol is voldaan. Met het oog hierop zijn zij gerechtigd bewijsstukken op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en alle andere controles te verrichten die zij dienstig achten. De met de afgifte van EUR.1-certificaten belaste douaneautoriteiten zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Zij gaan met name na of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zo is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn.
De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen daadwerkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.
Artikel 16. Afgifte achteraf van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
In afwijking van artikel 15, lid 7, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij wijze van uitzondering worden afgegeven na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft, indien
- a. dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd; of indien
- b. ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wel was afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard.
Bij toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking heeft, alsmede de reden van zijn aanvraag.
De douaneautoriteiten kunnen eerst tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 overgaan na te hebben vastgesteld dat de in de aanvraag van de exporteur voorkomende gegevens overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier.
Op achteraf afgegeven certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 moet een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:
„NACHTRÄGLICH AUSGESTELLT”, „DELIVRE A POSTERIORI”,
„RILASCIATO A POSTERIORI”, „AFGEGEVEN A POSTERIORI”,
„ISSUED RETROSPECTIVELY”, „UDSTEDT EFTERFØLGENDE”,
„ΕKΔOΘΕN ΕK TΟN YΣTΕΡΟN” „EXPEDIDO A POSTERIORI”,
„EMITIDO A POSTERIORI”, „ANNETTU JÄLKIKÄTEEN”,
„UTFÄRDAT I EFTERHAND”.
De in lid 4 bedoelde vermelding wordt aangebracht in het vak „Opmerkingen” van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.
Artikel 17. Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, kan de exporteur de douaneautoriteiten die dit certificaat hadden afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn.
Op het aldus afgegeven certificaat wordt een van de volgende vermeldingen aangebracht:
„DUPLIKAT”, „DUPLICATA”, „DUPLICATO”, „DUPLICAAT”, „DUPLICATE”, „ANTIΓΡAΦO”, „DUPLICADO”, „SEGUNDA VIA”, „KAKSOISKAPPALE”.
De in lid 2 bedoelde vermelding wordt aangebracht in het vak 'Opmerkingen' van het duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.
Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke EUR.1-certificaat, geldt vanaf die datum.
Artikel 18. Afgifte van een EUR.1-certificaat aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong
Voor producten van oorsprong die in een ACS-staat of in de Gemeenschap onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer EUR.1-certificaten worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats binnen de ACS-staten of de Gemeenschap. Dit certificaat of deze certificaten word(t)(en) afgegeven door het douanekantoor dat toezicht houdt op de producten.
Artikel 19. Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring
De in artikel 14, lid 1, onder b, genoemde factuurverklaring kan worden opgesteld door:
- a. een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20, of door
- b. een willekeurige exporteur voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan EUR 6000 bedraagt.
Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de betrokken producten als van oorsprong in de ACS-staten of in een van de andere in artikel 6 bedoelde landen kunnen worden beschouwd en aan de andere voorwaarden van dit Protocol voldoen.
De exporteur die de factuurverklaring opstelt moet op verzoek van de douaneautoriteiten van het land of gebied van uitvoer steeds bereid zijn de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit Protocol is voldaan.
Deze factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage V bij dit Protocol is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen talenversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de factuurverklaring met de hand wordt opgesteld, moet dit met inkt en in blokletters geschieden.
De factuurverklaring wordt door de exporteur eigenhandig ondertekend. Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 20 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend.
Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij of na de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft, doch dient binnen twee jaar na de invoer van deze producten in het land van invoer te worden aangeboden.
Artikel 20. Toegelaten exporteur
De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen een exporteur die veelvuldig producten verzendt waarop de bepalingen inzake handelssamenwerking van bijlage V van toepassing zijn, vergunning verlenen factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten. Een exporteur die deze vergunning aanvraagt moet naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden in verband met de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van de andere voorwaarden van dit Protocol.
De douaneautoriteiten kunnen aan het verlenen van de status van toegelaten exporteur de door hen nodig geachte voorwaarden verbinden.
De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe dat in de factuurverklaringen wordt vermeld.
De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.
De douaneautoriteiten kunnen de vergunning steeds intrekken. Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet meer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet meer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet of de vergunning niet op de juiste wijze gebruikt.
Artikel 21. Geldigheid van het bewijs van oorsprong
Een bewijs van de oorsprong is tien maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer. Het moet binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer.
Bewijzen van de oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.
In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van de oorsprong aanvaarden wanneer de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht.
Artikel 22. Doorvoerprocedure
Wanneer de goederen een andere ACS-staat of een andere LGO dan het land van oorsprong binnenkomen, gaat een nieuwe geldigheidsduur van vier maanden in op de datum waarop de douaneautoriteiten van het land van doorvoer in vak 7 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1:
- –. het woord „transit”,
- –. de naam van het land van doorvoer,
- –. het officiële stempel, waarvan een voorbeeld overeenkomstig artikel 31 aan de Commissie is toegezonden,
- –. de datum van deze verklaringen,
hebben aangebracht.
Artikel 23. Overlegging van het bewijs van oorsprong
Bewijzen van de oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen eisen dat het bewijs van de oorsprong wordt vertaald. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van bijlage V voldoen.
Artikel 24. Invoer in deelzendingen
Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending.
Artikel 25. Vrijstelling van bewijs van de oorsprong
Producten die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat een bewijs van oorsprong behoeft te worden overgelegd, voorzover aan zulke producten ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit Protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat. Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld.
Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor het persoonlijke gebruik van de geadresseerde, de reiziger of de leden van hun gezin, voorzover noch de aard noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijzen.
Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan 500 euro voor kleine zendingen of 1200 euro voor producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers.
Artikel 26. Inlichtingen ten behoeve van de cumulatie
Wanneer artikel 2, lid 2, of artikel 6, lid 1, wordt toegepast, wordt het bewijs dat de materialen uit andere ACS-staten, de Gemeenschap of de LGO's van oorsprong zijn in de zin van dit Protocol geleverd door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of door een leveranciersverklaring, waarvan het model in bijlage VI A bij dit Protocol is opgenomen, afgegeven door de exporteur in de staat of het LGO waaruit de goederen afkomstig zijn.
Wanneer artikel 2, lid 2, artikel 6, lid 2, en artikel 6, lid 9, worden toegepast, wordt het bewijs van de be- of verwerking in de andere ACS-staten, de Gemeenschap, de LGO's of Zuid-Afrika geleverd door de leveranciersverklaring, waarvan het model in bijlage VI B bij dit Protocol is opgenomen, afgegeven door de exporteur in de staat of het LGO waaruit de materialen afkomstig zijn.
Voor elke zending materialen moet de leverancier een afzonderlijke leveranciersverklaring opstellen, hetzij op de handelsfactuur betreffende deze zending of op een bijlage bij deze factuur, hetzij op een pakbon of op een ander handelsdocument inzake deze zending waarin de betrokken goederen voldoende nauwkeurig zijn omschreven om ze te kunnen identificeren.
De leveranciersverklaring kan op een voorgedrukt formulier worden gesteld.
De leveranciersverklaring wordt van een handtekening voorzien. Wanneer de factuur en de leveranciersverklaring per computer worden opgemaakt, behoeft de leveranciersverklaring niet van een handtekening te worden voorzien indien de douaneautoriteiten in het land of gebied waar de leveranciersverklaring wordt opgesteld weten wie de verantwoordelijke is binnen de onderneming van de leverancier. Deze douaneautoriteiten kunnen de toepassingsvoorwaarden van dit lid vaststellen.
De leveranciersverklaring wordt ingediend bij het bevoegde douanekantoor in de ACS-staat van uitvoer waarbij het verzoek om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 is ingediend.
Leveranciersverklaringen en inlichtingenbladen die vóór de inwerkingtreding van dit Protocol overeenkomstig artikelen 23 van Protocol 1 bij de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst zijn afgegeven, blijven geldig.
Artikel 27. Bewijsstukken
De in artikel 15, lid 3, en artikel 19, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een EUR.1-certificaat of een factuurverklaring worden gedekt producten van oorsprong zijn uit een ACS-staat of uit een van de andere in artikel 6 bedoelde landen en aan de andere voorwaarden van dit Protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn:
- a. een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;
- b. in een ACS-staat of in een van de andere in artikel 6 bedoelde landen afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;
- c. in een ACS-staat, in de Gemeenschap of in een LGO afgegeven of opgestelde, en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de be- of verwerking van de materialen in de ACS-staten, in de Gemeenschap of in de LGO's blijkt;
- d. EUR.1-certificaten of factuurverklaringen waaruit blijkt dat de gebruikte materialen van oorsprong zijn, die overeenkomstig dit Protocol in een ACS-staat of in een van de andere in artikel 6 bedoelde landen zijn afgegeven of opgesteld.
Artikel 28. Bewaring van het bewijs van de oorsprong en de bewijsstukken
De exporteur die om de afgifte van een EUR.1-certificaat verzoekt, bewaart de in artikel 15, lid 3, bedoelde documenten gedurende een periode van ten minste drie jaar.
De exporteur die een factuurverklaring opstelt, bewaart een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 19, lid 3, bedoelde documenten gedurende een periode van ten minste drie jaar.
De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een EUR.1-certificaat afgeven bewaren het in artikel 15, lid 2, bedoelde aanvraagformulier gedurende een periode van ten minste drie jaar.
De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de EUR.1-certificaten en factuurverklaringen die bij hen werden ingediend gedurende een periode van ten minste drie jaar.
Artikel 29. Verschillen en vormfouten
Worden geringe verschillen vastgesteld tussen de gegevens op het bewijs van de oorsprong en de gegevens op de documenten die, met het oog op het vervullen van de formaliteiten bij invoer, bij het douanekantoor worden ingediend, dan is het bewijs van de oorsprong hierdoor niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het wel degelijk met de aangebrachte producten overeenstemt.
Kennelijke vormfouten zoals typefouten op het bewijs van de oorsprong maken dit document niet ongeldig indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de in daarin vermelde gegevens.
Artikel 30. In euro uitgedrukte bedragen
De in een bepaalde nationale valuta van een lidstaat te gebruiken bedragen zijn de tegenwaarde in die nationale valuta van de in euro uitgedrukte bedragen op de eerste werkdag van oktober 1999.
De in euro uitgedrukte bedragen en de tegenwaarde in de nationale valuta van sommige lidstaten van de EG kunnen zo nodig door de Gemeenschap worden herzien en worden door de Gemeenschap, uiterlijk een maand voordat de herziening van kracht wordt, aan het Comité Douanesamenwerking medegedeeld. De Gemeenschap draagt er bij deze herziening zorg voor dat de te gebruiken bedragen in nationale valuta's niet worden verminderd en onderzoekt tevens of het wenselijk is de gevolgen van de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan in dit verband besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.
Wanneer de producten gefactureerd zijn in de valuta van een andere lidstaat van de EG, aanvaardt het land van invoer het bedrag dat door de betrokken lidstaat is medegedeeld.
TITEL V. REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING
Artikel 31. Wederzijdse bijstand
De ACS-staten doen de Commissie de afdrukken toekomen van de door hen gebruikte stempels alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de afgifte van certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en de controle van deze certificaten en de factuurverklaringen.
Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en factuurverklaringen worden met het oog op de toepassing van de preferentiële regeling aanvaard vanaf de ontvangst van deze informatie door de Commissie.
De Commissie geeft deze informatie aan de douaneautoriteiten van de lidstaten door.
Ten behoeve van de correcte toepassing van dit Protocol verlenen de Gemeenschap, de ACS-staten en de LGO's elkaar, via de bevoegde douane-instanties, bijstand bij de controle op de echtheid van de EUR.1-certificaten, de factuurverklaringen of de leveranciersverklaringen en de juistheid van de daarin vermelde gegevens.
De geraadpleegde autoriteiten verstrekken de relevante gegevens over de voorwaarden waarop het product is vervaardigd, met name over de voorwaarden waarop de oorsprongsregels in de verschillende betrokken ACS-staten, lidstaten of LGO's in acht zijn genomen.
Artikel 32. Controle van de bewijzen van de oorsprong
De bewijzen van de oorsprong worden achteraf door middel van steekproeven gecontroleerd of wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit Protocol.
Voor de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van het land van invoer het EUR.1-certificaat, de factuur, indien deze werd voorgelegd, de factuurverklaring of een kopie van deze documenten, terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, in voorkomend geval onder vermelding van de redenen waarom een onderzoek wordt aangevraagd. Zij verstrekken bij deze aanvraag om een controle achteraf alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van de oorsprong onjuist zijn.
De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer. Zij kunnen in dit verband bewijsmateriaal opvragen, de administratie van de exporteur inzien en elke andere controle verrichten die zij dienstig achten.
Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, stellen zij de importeur voor de betrokken producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.
De douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd worden zo spoedig mogelijk van de resultaten van de controle in kennis gesteld. In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de documenten al dan niet echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de ACS-staten of uit een van de andere in artikel 6 bedoelde landen kunnen worden beschouwd en of aan de andere voorwaarden van dit Protocol is voldaan.
Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na de datum van het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de aanvragende douaneautoriteiten de preferenties niet toe, behoudens buitengewone omstandigheden.
Indien de resultaten van de controle of andere beschikbare gegevens erop lijken te wijzen dat de bepalingen van dit Protocol worden geschonden, stelt de ACS-staat op eigen initiatief of op verzoek van de Gemeenschap met de nodige spoed een onderzoek in of laat hij een onderzoek instellen om eventuele schendingen vast te stellen en te voorkomen. De betrokken ACS-staat kan de Commissie verzoeken aan dit onderzoek deel te nemen.
Artikel 33. Controle van de leveranciersverklaring
De leveranciersverklaring kan door middel van steekproeven worden gecontroleerd en wanneer de douaneautoriteiten van de staat van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van het document of de juistheid of volledigheid van de gegevens over de oorsprong van de betrokken materialen.
De douaneautoriteiten aan wie een leveranciersverklaring wordt overgelegd, kunnen de douaneautoriteiten van de staat waar de verklaring werd opgesteld, verzoeken om afgifte van een inlichtingenblad volgens het model in bijlage VII bij dit Protocol. De douaneautoriteiten aan wie een leveranciersverklaring wordt overgelegd, kunnen ook de exporteur verzoeken een inlichtingenblad over te leggen, afgegeven door de douaneautoriteiten van de staat waar de verklaring werd opgesteld.
Een kopie van het inlichtingenblad wordt ten minste drie jaar bewaard door het kantoor dat het heeft afgegeven.
De verzoekende douaneautoriteiten worden zo spoedig mogelijk van de resultaten van de controle in kennis gesteld. Uit het antwoord moet duidelijk blijken of de verklaring betreffende de status van de materialen juist is.
Met het oog op een eventuele controle bewaren de leveranciers een kopie van het document dat de verklaring bevat alsmede elk document waaruit de werkelijke status van de goederen blijkt gedurende ten minste twee jaar.
De douaneautoriteiten van de staat waar de leveranciersverklaring is opgesteld, kunnen elk bewijs verlangen en alle controles uitvoeren die zij dienstig achten om de juistheid van de leveranciersverklaring te verifiëren.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 dat is afgegeven of opgesteld op grond van een onjuiste leveranciersverklaring, wordt geacht ongeldig te zijn.
Artikel 34. Regeling van geschillen
Geschillen ten aanzien van de in de artikelen 32 en 33 bedoelde controles die de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die de controle moesten uitvoeren niet onderling kunnen regelen, en problemen in verband met de interpretatie van dit Protocol worden voorgelegd aan het bij artikel 37 bedoelde Comité Douanesamenwerking.
In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen de importeur en de douaneautoriteiten van dat land.
Artikel 35. Sancties
Tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen, worden sancties getroffen.
Artikel 36. Vrije zones
De ACS-staten nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een oorsprongsbewijs of een leveranciersverklaring worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bewaren.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 geven de bevoegde autoriteiten, wanneer producten van oorsprong onder dekking van een oorsprongsbewijs in een vrije zone zijn ingevoerd een be- of verwerking ondergaan, op verzoek van de exporteur een nieuw EUR.1-certificaat af, mits deze be- of verwerking in overeenstemming is met de bepalingen van dit Protocol.
Artikel 37. Comité voor douanesamenwerking
Er wordt een Comité voor douanesamenwerking ingesteld, hierna het „Comité” genoemd, dat ermee belast is de administratieve samenwerking met het oog op de juiste en uniforme toepassing van dit Protocol te waarborgen en elke andere opdracht op douanegebied die het kan worden toevertrouwd, uit te voeren.
Het Comité onderzoekt op gezette tijden welke de gevolgen zijn van de toepassing van de oorsprongsregels voor de ACS-staten, in het bijzonder voor de minst ontwikkelde ACS-staten, en doet de Raad van Ministers aanbevelingen voor passende maatregelen toekomen.
Het Comité neemt overeenkomstig artikel 6 besluiten over cumulatie.
Het Comité neemt overeenkomstig artikel 38 besluiten in verband met afwijkingen van dit Protocol.
Het Comité komt op gezette tijden bijeen, met name ter voorbereiding van de besluiten die krachtens artikel 40 door de Raad van Ministers worden genomen.
Het Comité is samengesteld uit deskundigen van de lidstaten en ambtenaren van de Commissie onder wier bevoegdheid douaneaangelegenheden vallen, enerzijds, en uit deskundigen die de ACS-staten vertegenwoordigen en ambtenaren van regionale groeperingen van de ACS-staten die verantwoordelijk zijn voor douaneaangelegenheden, anderzijds. Het Comité kan zo nodig een beroep doen op deskundigen.
Artikel 38. Afwijkingen
Wanneer zulks op grond van de ontwikkeling van bestaande industrieën of de vestiging van nieuwe industrieën gerechtvaardigd is, kan het Comité toestaan dat van dit Protocol wordt afgeweken.
De betrokken ACS-staat of ACS-staten stellen, voordat of wanneer de ACS-staten de kwestie aan het Comité voorleggen, de Gemeenschap in kennis van zijn (hun) verzoek om een afwijking en vermelden de redenen van het verzoek overeenkomstig lid 2.
De Gemeenschap willigt alle verzoeken van ACS-staten in die overeenkomstig dit artikel gerechtvaardigd zijn, tenzij hierdoor ernstige schade kan ontstaan voor een gevestigde industrie van de Gemeenschap.
Om het Comité in staat te stellen de verzoeken om afwijking te kunnen beoordelen, verstrekt de aanvragende ACS-staat, met behulp van het formulier waarvan het model in bijlage VIII is opgenomen, ter staving van zijn verzoek zo volledig mogelijke gegevens die met name op de volgende punten betrekking hebben:
- –. omschrijving van het eindproduct,
- –. aard en hoeveelheid van de materialen van oorsprong uit derde landen,
- –. aard en hoeveelheid van de materialen van oorsprong uit de ACS-staten, de Gemeenschap of de LGO of die aldaar een be- of verwerking hebben ondergaan,
- –. fabricageprocédés,
- –. toegevoegde waarde,
- –. aantal werknemers van het betrokken bedrijf,
- –. verwachte omvang van de uitvoer naar de Gemeenschap,
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)