Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891, zoals herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Nice op 15 juni 1957 en te Stockholm op 14 juli 1967 en zoals gewijzigd te Genève op 28 september 1979

Type Verdrag
Publication 2024-11-01
State In force
Source BWB
artikelen 27
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 1

(1). De landen, voor welke deze Schikking geldt, vormen een bijzondere Unie voor de internationale inschrijving van merken.

(2). De onderdanen van elk der overeenkomstsluitende landen zullen zich in alle andere landen, die bij deze Schikking partij zijn, de bescherming kunnen verzekeren van hun in het land van oorsprong ingeschreven merken voor waren of diensten, door middel van het depot van genoemde merken bij het Internationale Bureau voor de intellectuele eigendom (hierna te noemen „het Internationale Bureau”) bedoeld in het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (hierna te noemen „de Organisatie”), gedaan door de tussenkomst van de Administratie van genoemd land van oorsprong.

(3). Als land van oorsprong zal worden beschouwd het land van de bijzondere Unie, waar de inzender een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft; indien hij een dergelijke inrichting niet heeft in een land van de bijzondere Unie, het land van de bijzondere Unie waar hij zijn woonplaats heeft; indien hij geen woonplaats heeft in de bijzondere Unie, het land van zijn nationaliteit ingeval hij onderdaan is van een land van de bijzondere Unie.

Artikel 2

Met de onderdanen van de overeenkomstsluitende landen worden gelijkgesteld de onderdanen der niet tot deze Schikking toegetreden landen, die, op het grondgebied van de door deze gevormde bijzondere Unie, voldoen aan de voorwaarden, vastgesteld bij artikel 3 van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 3

(1). Iedere aanvrage voor internationale inschrijving zal moeten worden aangeboden op het formulier, voorgeschreven door het reglement van uitvoering; de Administratie van het land van oorsprong van het merk zal de verklaring afgeven, dat de aanduidingen, die op dat aanvraagformulier voorkomen, overeenstemmen met die van het nationale register en zal de data en de nummers van het depot en van de inschrijving van het merk in het land van oorsprong vermelden evenals de datum van de aanvragen voor internationale inschrijving.

(2). De inzender zal opgave moeten doen van de waren of diensten, waarvoor bescherming van het merk wordt gevraagd, alsmede, indien dit mogelijk is, van de klasse of klassen waaronder zij vallen volgens de classificatie vastgesteld bij de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten voor de inschrijving van merken. Indien de aanvrager deze opgave niet doet, zal het Internationale Bureau de produkten of diensten in de overeenkomstige klasse van genoemde classificatie indelen. De door de aanvrager opgegeven klasse-indeling zal onderworpen zijn aan het toezicht van het Internationale Bureau, dat dit zal uitoefenen in overleg met de nationale Administratie. Bij verschil van mening tussen de nationale Administratie en het Internationale Bureau zal de mening van het Bureau beslissend zijn.

(3). Indien de inzender de kleur als onderscheidend kenmerk van zijn merk verlangt, zal hij gehouden zijn:

    1. hiervan melding te maken en bij de inzending een verklaring te voegen, welke de verlangde kleur of combinatie van kleuren aanwijst;
    1. bij zijn aanvrage gekleurde exemplaren van bedoeld merk te voegen, welke zullen worden gehecht aan de kennisgevingen van inschrijving, uitgaande van het Internationale Bureau. Het aantal dezer exemplaren zal worden bepaald bij het reglement van uitvoering.

(4). Het Internationale Bureau zal de overeenkomstig artikel 1 gedeponeerde merken onmiddellijk inschrijven. De inschrijving zal de datum dragen van de aanvrage voor internationale inschrijving in het land van oorsprong, mits de aanvrage door het Internationale Bureau ontvangen is binnen twee maanden te rekenen van die datum af. Indien de aanvrage niet binnen die termijn is ontvangen, zal het Internationale Bureau haar inschrijven op de datum van ontvangst. Het Internationale Bureau zal van die inschrijving zonder verwijl aan de betrokken Administraties kennis geven. De ingeschreven merken zullen worden openbaar gemaakt in een door het Internationale Bureau uitgegeven, regelmatig verschijnend blad, met gebruikmaking van de aanduidingen, vervat in de aanvrage om inschrijving. Wat betreft de merken, die een afbeelding of een speciale schrijfwijze bevatten, zal het reglement van uitvoering vaststellen of door de aanvrager een cliché moet worden verstrekt.

(5). Met het oog op de in de overeenkomstsluitende landen aan de ingeschreven merken te geven openbaarheid, zal elke Administratie van het Internationale Bureau een aantal kosteloze exemplaren en een aantal exemplaren tegen verminderde prijs van de bovengenoemde publikatie ontvangen, naar evenredigheid van het aantal eenheden vermeld in artikel 16, vierde lid, onder a, van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom, onder de bij het reglement van uitvoering vastgestelde voorwaarden. Deze openbaarmaking zal in alle Overeenkomstsluitende landen als volkomen voldoende worden beschouwd en geen andere zal van de inzender kunnen worden gevorderd.

Artikel 3bis

(1). Elk overeenkomstsluitend land kan te allen tijde de Directeur-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen „de Directeur-Generaal”) schriftelijk er van kennis geven, dat de uit de internationale inschrijving voortvloeiende bescherming zich slechts dan tot dat land zal uitstrekken, indien de houder van het merk zulks uitdrukkelijk verzoekt.

(2). Deze kennisgeving zal eerst gevolg hebben zes maanden na dagtekening van de mededeling, die de Directeur-Generaal daarvan aan de andere overeenkomstsluitende landen doet.

Artikel 3ter

(1). Het verzoek om de bescherming, voortvloeiende uit de internationale inschrijving, uit te strekken tot een land dat gebruik heeft gemaakt van de in artikel 3bis toegekende bevoegdheid, zal afzonderlijk vermeld moeten worden in de aanvrage, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

(2). Een na de internationale inschrijving gedaan verzoek om de bescherming tot een bepaald land uit te strekken zal door tussenkomst van de Administratie van het land van oorsprong ingediend moeten worden op een door het reglement van uitvoering voorgeschreven formulier. Het zal onmiddellijk ingeschreven worden door het Internationale Bureau, dat er onverwijld kennis van zal geven aan de betrokken Administratie of Administraties. Het zal openbaar worden gemaakt in het door het Internationale Bureau uitgegeven, regelmatig verschijnend blad. De uitstrekking der bescherming tot dat land zal eerst gevolg hebben vanaf de datum waarop zij zal zijn ingeschreven in het internationale register; zij houdt op te gelden, wanneer de internationale inschrijving van het merk, waarop zij betrekking heeft, vervalt.

Artikel 4

(1). Vanaf het tijdstip der aldus overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 3 en 3ter gedane inschrijving zal de bescherming van het merk in elk der betrokken overeenkomstsluitende landen dezelfde zijn, als ware dit merk daar rechtstreeks gedeponeerd. De in artikel 3 bedoelde klasse-indeling van de waren en diensten bindt de overeenkomstsluitende landen niet, wat betreft de beoordeling van de omvang der bescherming van het merk.

(2). Elk merk, dat het voorwerp is geweest van een internationale inschrijving, zal het recht van voorrang genieten, bij artikel 4 van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom vastgesteld, zonder dat het nodig is de formaliteiten voorgeschreven onder letter D van dat artikel te vervullen.

Artikel 4bis

(1). Wanneer een merk, reeds gedeponeerd in een of meer der overeenkomstsluitende landen, daarna is ingeschreven door het Internationale Bureau ten name van dezelfde persoon of van diens rechtverkrijgende, zal de internationale inschrijving beschouwd worden als in de plaats te zijn getreden van de vroegere nationale inschrijvingen, zonder afbreuk te doen aan de rechten, door laatstvermelde inschrijvingen verkregen.

(2). De nationale Administratie is, op aanvrage, gehouden in haar registers van de internationale inschrijving aantekening te houden.

Artikel 5

(1). In de landen, waar de wetgeving hen daartoe machtigt, zullen de Administraties, aan welke het Internationale Bureau van de inschrijving van een merk of van het overeenkomstig artikel 3ter gedaan verzoek de bescherming tot deze landen uit te strekken zal kennis geven, de bevoegdheid hebben te verklaren dat de bescherming op hun grondgebied niet aan dat merk kan worden verleend. Een dergelijke weigering zal alleen geoorloofd zijn op grond van omstandigheden, die, krachtens het Verdrag van Parijs voor de bescherming van de industriële eigendom, van kracht zouden zijn ten aanzien van een ter nationale inschrijving ingezonden merk. De bescherming zal echter niet kunnen worden geweigerd, zelfs niet gedeeltelijk, enkel en alleen omdat de nationale wetgeving de inschrijving slechts in een beperkt aantal klassen of voor een beperkt aantal waren of diensten zou toelaten.

(2). De Administraties, die van deze bevoegdheid gebruik zullen wensen te maken, zullen van hun weigering, onder opgave van alle redenen, mededeling moeten doen aan het Internationale Bureau binnen de termijn, door de wet van hun land bepaald, en uiterlijk vóór het einde van een jaar, te rekenen vanaf de internationale inschrijving van het merk of het overeenkomstig artikel 3ter gedane verzoek de bescherming tot hun land uit te strekken.

(3). Het Internationale Bureau zal zonder verwijl aan de Administratie van het land van oorsprong en aan de rechthebbende op het merk of aan zijn gemachtigde, indien deze door genoemde Administratie aan het Bureau is opgegeven, een der exemplaren doen toekomen van de aldus te zijner kennis gebrachte verklaring van weigering. De belanghebbende zal dezelfde middelen van beroep hebben, als ware het merk door hem rechtstreeks gedeponeerd in het land, waar de bescherming wordt geweigerd.

(4). De redenen van de weigering van een merk zullen door het Internationale Bureau moeten worden medegedeeld aan de belanghebbenden, die zulks hebben verzocht.

(5). De Administraties, die binnen de hierboven aangeduide termijn van ten hoogste één jaar met betrekking tot een merkinschrijving of een verzoek de bescherming tot hun land uit te strekken generlei beslissing ter kennis van het Internationale Bureau hebben gebracht, houdende voorlopige of definitieve weigering, zullen ten aanzien van het betrokken merk het recht verliezen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

(6). De ongeldigverklaring van een internationaal merk zal door de bevoegde autoriteiten niet kunnen worden uitgesproken, zonder dat de rechthebbende op dat merk is aangemaand zijn rechten tijdig te doen gelden. Zij zal aan het Internationale Bureau worden medegedeeld.

Artikel 5bis

De bewijsstukken van de wettigheid van het gebruik van zekere in de merken opgenomen bestanddelen als wapens, wapenschilden, portretten, eervolle onderscheidingen, titels, handelsnamen of namen van personen anders dan die van de aanvrager, of andere overeenkomstige vermeldingen, welke door de Administraties der overeenkomstsluitende landen mochten worden gevorderd, zullen vrijgesteld zijn van elke legalisatie, alsmede van elke andere waarmerking dan die van de Administratie van het land van oorsprong.

Artikel 5ter

(1). Het Internationale Bureau zal aan een ieder, die daartoe aanvraag doet, tegen een in het reglement van uitvoering vastgestelde taks, een afschrift afgeven van de aantekeningen, in het register ingeschreven met betrekking tot een bepaald merk.

(2). Het Internationale Bureau zal zich ook tegen vergoeding kunnen belasten met een nieuwheidsonderzoek onder de internationale merken.

(3). De uittreksels uit het internationale register, die met het oog op hun overlegging in een der overeenkomstsluitende landen zijn aangevraagd, zullen van iedere legalisatie vrijgesteld zijn.

Artikel 6

(1). De inschrijving van een merk bij het Internationale Bureau geschiedt voor twintig jaar met mogelijkheid tot vernieuwing onder de in artikel 7 gestelde voorwaarden.

(2). Na afloop van een termijn van vijf jaren te rekenen vanaf het tijdstip der internationale inschrijving, wordt deze inschrijving onafhankelijk van het tevoren in het land van oorsprong ingeschreven nationale merk, met inachtneming van de volgende bepalingen.

(3). De bescherming, die voortvloeit uit de, al of niet overgedragen, internationale inschrijving, zal niet meer geheel of gedeeltelijk kunnen worden ingeroepen, wanneer in de vijf jaren, die sinds de datum van de internationale inschrijving zijn verlopen, het nationale merk, dat reeds tevoren is ingeschreven in het land van oorsprong in de zin van artikel 1, in dat land niet meer geheel of gedeeltelijk wettelijke bescherming geniet. Hetzelfde geldt, wanneer die wettelijke bescherming later zal zijn geëindigd ten gevolge van een vóór het verstrijken van de termijn van vijf jaren ingestelde rechtsvordering.

(4). Ingeval van de vrijwillige of ambtshalve doorhaling zal de Administratie van het land van oorsprong aan het Internationale Bureau verzoeken het merk door te halen, welk Bureau tot deze verrichting zal overgaan. Ingeval een rechtsvordering wordt ingesteld, zal de hiervoren genoemde Administratie aan het Internationale Bureau - hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de eiser - een kopie van de akte van rechtsingang of van enig ander document waaruit de rechtsingang blijkt, evenals van de definitieve uitspraak doen toekomen; het Bureau zal er melding van maken in het internationale register.

Artikel 7

(1). De inschrijving zal altijd kunnen worden vernieuwd voor een termijn van twintig jaren, te rekenen van het tijdstip, waarop de voorafgaande termijn afloopt, door het enkele storten van het basisemolument en in voorkomende gevallen van extra emolumenten en aanvullingsemolumenten, als bedoeld in artikel 8, tweede lid.

(2). De vernieuwing zal generlei wijziging mogen medebrengen van de voorgaande inschrijving zoals deze op het moment vóór de wijziging luidde.

(3). De eerste vernieuwing overeenkomstig het bepaalde in de Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957 of in deze Akte zal de klassen van de internationale classificatie, waarop de inschrijving betrekking heeft, moeten aangeven.

(4). Zes maanden vóór de afloop van de termijn van bescherming zal het Internationale Bureau de rechthebbende op het merk en zijn gemachtigde door het zenden van een officieus bericht de juiste datum, waarop de termijn afloopt, in herinnering brengen.

(5). Door storting van een door het reglement van uitvoering vastgestelde extra taks, zal voor de vernieuwing van de internationale inschrijving een termijn van uitstel van zes maanden kunnen worden verleend.

Artikel 8

(1). De Administratie van het land van oorsprong zal de bevoegdheid hebben om naar goedvinden een nationale taks vast te stellen en te haren voordele te innen, welke zij zal vorderen van de rechthebbende op het merk, waarvan de internationale inschrijving of de vernieuwing wordt gevraagd.

(2). De inschrijving van een merk bij het Internationale Bureau zal zijn onderworpen aan de voorafgaande betaling van een internationaal emolument, dat zal omvatten:

  • a). een basisemolument;
  • b). een extra emolument voor de vierde en elke volgende klasse der internationale classificatie, waarin de waren of diensten, waarop het merk betrekking heeft, zijn ingedeeld;
  • c). een aanvullingsemolument voor ieder verzoek tot uitbreiding van de bescherming overeenkomstig artikel 3ter.

(3). Het extra emolument, genoemd in het tweede lid, onder b, zal evenwel kunnen worden betaald binnen een door het reglement van uitvoering vast te stellen termijn, indien het aantal klassen van waren of diensten is vastgesteld of betwist door het Internationale Bureau, en zonder dat zulks ten nadele strekt van het tijdstip van inschrijving. Indien op het tijdstip van afloop van bovengenoemde termijn het extra emolument niet is betaald, of indien de lijst der waren of diensten door de inzender niet is beperkt naar gelang dit noodzakelijk is, zal de aanvrage voor internationale inschrijving als vervallen worden beschouwd.

(4). De jaarlijkse opbrengst der verschillende ontvangsten voor de internationale inschrijving, met uitzondering van de onder b) en c) van het tweede lid genoemde, zal door de zorgen van het Internationale Bureau in gelijke delen verdeeld worden tussen de landen, die partij zijn bij deze Akte, na aftrek van de kosten en lasten nodig ter uitvoering van deze Akte. Indien op het ogenblik van het in werking treden van deze Akte een land deze nog niet heeft bekrachtigd of nog niet daartoe is toegetreden, heeft het, tot aan het tijdstip van het in werking treden van zijn bekrachtiging of toetreding, recht op een uitkering van het overschot der ontvangsten berekend op de grondslag van de voorafgaande Akte die op dit land van toepassing is.

(5). Het totaalbedrag van de in het tweede lid, onder b, bedoelde extra emolumenten zal aan het einde van elk jaar verdeeld worden onder de landen die partij zijn bij deze Akte of bij de Overeenkomst van Nice van 15 juni 1957, en wel naar evenredigheid van het aantal merken, waarvoor in elk dier landen gedurende het afgelopen jaar bescherming zal zijn gevraagd, terwijl dat aantal, wat betreft de landen met vooronderzoek een door het reglement van uitvoering te bepalen coëfficiënt krijgt. Indien op het tijdstip van het in werking treden van deze Akte een land deze nog niet heeft bekrachtigd of nog niet daartoe is toegetreden, heeft het, tot aan het tijdstip van het in werking treden van zijn bekrachtiging of toetreding, recht op een uitkering van het bedrag berekend op de grondslag van de Overeenkomst van Nice.

(6). Het totaalbedrag van de in het tweede lid, onder c, bedoelde aanvullingsemolumenten zal, met inachtneming van het bepaalde in het vijfde lid, worden verdeeld tussen de landen, die gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid, bedoeld in artikel 3bis. Indien op het tijdstip van het in werking treden van deze Akte een land deze nog niet heeft bekrachtigd of daartoe nog niet is toegetreden, heeft het tot aan het tijdstip van het in werking treden van zijn bekrachtiging of toetreding recht op een uitkering van het bedrag berekend op de grondslag van de Overeenkomst van Nice.

Artikel 8bis

De rechthebbende op de internationale inschrijving kan steeds afstand doen van de bescherming in een of meer der overeenkomstsluitende landen, door middel van een verklaring, afgegeven aan de Administratie van zijn land, ter mededeling aan het Internationale Bureau, dat hiervan kennis zal geven aan de landen, waarop deze afstand betrekking heeft. Deze afstand is niet aan enige taks onderworpen.

Artikel 9

(1). De Administratie van het land van de rechthebbende zal aan het Internationale Bureau eveneens kennis geven van elke nietigverklaring, doorhaling, afstand, overdracht en van andere wijzigingen, aangebracht in de inschrijving van het merk in het nationale register, indien deze wijzigingen ook voor de internationale inschrijving van belang zijn.

(2). Het Bureau zal deze wijzigingen in het internationale register inschrijven, er op zijn beurt kennis van geven aan de Administraties der overeenkomstsluitende landen en ze in zijn blad openbaar maken.

(3). Op dezelfde wijze zal worden gehandeld, wanneer de rechthebbende op de internationale inschrijving mocht vragen de lijst der waren of diensten, waarvoor deze inschrijving geldt, te beperken.

(4). Voor deze verrichtingen kan een taks worden geheven, die door het reglement van uitvoering zal worden vastgesteld.

(5). De latere toevoeging aan de lijst van een nieuwe waar of dienst is niet mogelijk dan door een nieuw depot, verricht overeenkomstig de voorschriften van artikel 3.

(6). Met de toevoeging wordt gelijkgesteld de vervanging van een waar of dienst door andere.

Artikel 9bis

(1). Indien een in het internationale register ingeschreven merk mocht worden overgedragen aan een persoon, gevestigd in een ander der overeenkomstsluitende landen dan het land van de rechthebbende op de internationale inschrijving, zal de overdracht door de Administratie van datzelfde land ter kennis van het Internationale Bureau worden gebracht. Het Internationale Bureau zal de overdracht inschrijven, haar aan de andere Administraties mededelen en haar in zijn blad bekendmaken. Indien de overdracht is geschied vóór afloop van een termijn van vijf jaren te rekenen van de internationale inschrijving af, zal het Internationale Bureau de toestemming vragen van de Administratie van het land van de nieuwe rechthebbende en zal, zo mogelijk, de datum waarop en het nummer waaronder inschrijving van het merk in het land van de nieuwe rechthebbende heeft plaatsgehad, bekendmaken.

(2). Overdracht van een in het internationale register ingeschreven merk ten behoeve van een persoon, die niet bevoegd is tot het doen inschrijven van een internationaal merk, zal niet worden ingeschreven.

(3). Indien een overdracht niet in het internationale register kon worden ingeschreven, hetzij als gevolg van de weigering van toestemming van het land van de nieuwe rechthebbende, hetzij omdat zij geschiedde ten behoeve van iemand, die niet bevoegd is een internationale inschrijving te vragen, zal de Administratie van het land van de vroegere rechthebbende het recht hebben aan het Internationale Bureau te verzoeken tot doorhaling van het merk in zijn register over te gaan.

Artikel 9ter

(1). Indien de overdracht van een internationaal merk voor slechts een gedeelte der ingeschreven waren of diensten ter kennis van het Internationale Bureau is gebracht, zal dit die overdracht in zijn register inschrijven. Elk der overeenkomstsluitende landen zal de bevoegdheid hebben de geldigheid van deze overdracht niet te erkennen, indien de waren of diensten, in het aldus overgedragen gedeelte begrepen, van dezelfde soort zijn als die, waarvoor het merk ten behoeve van hem, die het merk heeft overgedragen, blijft ingeschreven.

(2). Het Internationale Bureau zal eveneens inschrijven een overdracht van het internationale merk voor slechts één of meer der overeenkomstsluitende landen.

(3). Indien, in de bovengenoemde gevallen, zich een verandering in het land van de rechthebbende voordoet, zal de Administratie waartoe de nieuwe rechthebbende behoort, haar toestemming, overeenkomstig artikel 9bis vereist, moeten geven, indien het internationale merk is overgedragen vóór het einde van een termijn van vijf jaren te rekenen van de internationale inschrijving af.

(4). De bepalingen van de vorige leden zijn slechts van toepassing met inachtneming van artikel 6quater van het Internationale Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom.

Artikel 9quater

(1). Indien verschillende landen van de bijzondere Unie overeenkomen de eenmaking hunner nationale wetten op de merken te verwezenlijken, kunnen zij de Directeur-Generaal er van in kennis stellen:

  • a). dat een gemeenschappelijke Administratie de plaats zal innemen van de nationale Administratie van elk van hen en
  • b). dat, voor de toepassing van alle of een gedeelte van de bepalingen voorafgaand aan dit artikel, het geheel van hun onderscheiden grondgebieden moet worden beschouwd als één enkel land.

(2). Deze mededeling zal eerst gevolg hebben zes maanden na het tijdstip van de kennisgeving hiervan door de Directeur-Generaal aan de andere overeenkomstsluitende landen.

Artikel 10

  • a). De bijzondere Unie kent een Algemene Vergadering, samengesteld uit de landen, die deze Akte hebben bekrachtigd of daartoe zijn toegetreden.
  • b). De Regering van elk land is vertegenwoordigd door een afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
  • c). De door elke delegatie gemaakte kosten worden gedragen door de Regering die haar heeft aangewezen, met uitzondering van de reis- en verblijfkosten voor één afgevaardigde van elk aangesloten land, die ten laste van de bijzondere Unie komen.
  • a). De Algemene Vergadering:
  • i). neemt alle vraagstukken in behandeling betreffende de instandhouding en de ontwikkeling van de bijzondere Unie en de toepassing van deze Schikking;
  • ii). verstrekt aan het Internationale Bureau richtlijnen betreffende de voorbereiding der herzieningsconferenties, hierbij deugdelijk rekening houdende met de opmerkingen van de landen van de bijzondere Unie, die deze Akte niet hebben bekrachtigd of daartoe niet zijn toegetreden;
  • iii). wijzigt het reglement van uitvoering en stelt het bedrag vast van de emolumenten, genoemd in het tweede lid van artikel 8, en van de andere taksen die verband houden met de internationale inschrijving;
  • iv). bestudeert en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de bijzondere Unie en verstrekt hem alle van belang zijnde richtlijnen met betrekking tot de vraagstukken ter zake van de competentie van de bijzondere Unie;
  • v). stelt het programma en de tweejaarlijkse begroting van de bijzondere Unie vast en keurt haar jaarrekeningen goed;
  • vi). stelt het financiële reglement van de bijzondere Unie vast;
  • vii). roept de commissies van deskundigen en de werkgroepen in het leven, die zij van belang acht voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
  • viii). beslist welke landen, geen leden der bijzondere Unie zijnde en welke intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen kunnen worden toegelaten;
  • ix). neemt de wijzigingen aan van de artikelen 10 tot en met 13;
  • x). verricht iedere handeling, die dienstig is ter verwezenlijking van de doelstellingen van de bijzondere Unie;
  • xi). verricht alle overige taken, die in deze Schikking besloten liggen.

(2) b). Aangaande de vraagstukken die eveneens andere door de Organisatie beheerde Unies raken, doet de Algemene Vergadering uitspraak na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben ingewonnen.

  • a). Elk land dat lid is van de Algemene Vergadering brengt één stem uit.
  • b). Het quorum wordt gevormd door de helft van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
  • c). Niettegenstaande het bepaalde onder b) kunnen, indien gedurende een zitting het aantal vertegenwoordigde landen kleiner is dan de helft, maar gelijk aan of groter dan het derde deel van het aantal van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering, door die Vergadering besluiten worden genomen; evenwel worden de besluiten van de Algemene Vergadering, met uitzondering van die welke haar eigen procedure betreffen, rechtens eerst uitvoerbaar nadat aan de hierna vermelde voorwaarden is voldaan. Het Internationale Bureau brengt de hier bedoelde besluiten ter kennis van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering die niet vertegenwoordigd waren en verzoekt hun binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de datum van de bedoelde kennisgeving, schriftelijk hun stem uit te brengen of hun onthouding kenbaar te maken. Indien na afloop van deze termijn het aantal landen dat op deze wijze zijn stem heeft uitgebracht of zijn onthouding heeft kenbaar gemaakt, ten minste gelijk is aan het aantal landen, dat aan het quorum der vergadering ontbrak, zullen bedoelde besluiten rechtens uitvoerbaar worden, mits tezelfdertijd de vereiste meerderheid is bereikt.
  • d). Behoudens het bepaalde in artikel 13, tweede lid, worden de besluiten van de Algemene Vergadering genomen met een meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
  • e). Onthouding geldt niet als stem.
  • f). Een afgevaardigde kan slechts één enkel land vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van dit land zijn stem uitbrengen.
  • g). De landen van de bijzondere Unie die geen lid zijn van de Algemene Vergadering, kunnen haar bijeenkomsten bijwonen als waarnemers.
  • a). De Algemene Vergadering komt eenmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
  • b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal ingevolge een verzoek van een vierde van de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.
  • c). Voor elke zitting wordt de agenda opgesteld door de Directeur-Generaal.

(5). De Algemene Vergadering stelt haar reglement van orde vast.

Artikel 11

  • a). De taken met betrekking tot de internationale inschrijving alsmede de andere aan de bijzondere Unie toevallende administratieve taken worden verricht door het Internationale Bureau.
  • b). Het Internationale Bureau bereidt in het bijzonder de bijeenkomsten voor en voorziet in het secretariaat van de Algemene Vergadering en van de door haar in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen.
  • c). De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de bijzondere Unie en tevens haar vertegenwoordiger.

(2). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en van de door haar in te stellen commissies van deskundigen en werkgroepen. De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van die organen.

  • a). Het Internationale Bureau bereidt volgens de aanwijzingen van de Algemene Vergadering de conferenties voor ter herziening van de bepalingen van de Schikking, met uitzondering van de artikelen 10 tot en met 13.
  • b). Het Internationale Bureau kan bij de voorbereiding van de herzieningsconferenties het advies inwinnen van intergouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties.
  • c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de beraadslagingen tijdens deze herzieningsconferenties.

(4). Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem opgedragen taken uit.

Artikel 12

  • a). De bijzondere Unie heeft een begroting.
  • b). De begroting van de bijzondere Unie omvat de eigen inkomsten en uitgaven van de bijzondere Unie, haar bijdrage aan de begroting van de gemeenschappelijke uitgaven der Unies, alsook, indien zulks zich voordoet, het bedrag dat ter beschikking is gesteld van de begroting van de Conferentie der Organisatie.
  • c). Als gemeenschappelijke uitgaven der Unies worden beschouwd de uitgaven die niet uitsluitend ten laste van de bijzondere Unie komen maar tevens van een of meer andere Unies, welke worden beheerd door de Organisatie. Het aandeel van de bijzondere Unie in deze gemeenschappelijke uitgaven is evenredig aan het belang, dat deze uitgaven voor haar vertegenwoordigen.

(2). De begroting van de bijzondere Unie wordt vastgesteld met inachtneming van de vereisten tot coördinatie met de begrotingen van de andere door de Organisatie beheerde Unies.

(3). De begroting van de bijzondere Unie wordt gefinancierd uit de volgende bronnen van inkomsten:

  • i). de emolumenten en andere taksen betreffende de internationale inschrijving en de taksen en gelden verschuldigd voor de andere diensten verleend door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie;
  • ii). de opbrengst van de verkoop van de publikaties van het Internationale Bureau betreffende de bijzondere Unie en de rechten welke op deze publikaties betrekkinig hebben;
  • iii). giften, legaten en subsidies;
  • iv). huuropbrengsten, renten en overige inkomsten.
  • a). Het bedrag van de emolumenten genoemd in artikel 8, tweede lid, en van de andere taksen betreffende de internationale inschrijving wordt vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal.
  • b). Dit bedrag wordt zo vastgesteld dat de ontvangsten van de bijzondere Unie uit de emolumenten - met uitzondering van de extra emolumenten en de aanvullingsemolumenten bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder b) en c) - de taksen en de andere bronnen van inkomsten het mogelijk maken ten minste de uitgaven van het Internationale Bureau voor de bijzondere Unie te dekken.
  • c). Ingeval een begroting niet is vastgesteld vóór de aanvang van het nieuwe begrotingsjaar, wordt de begroting van het voorafgaande jaar aangehouden volgens de werkwijze voorzien in het financieel reglement.

(5). Onder voorbehoud van het bepaalde in het vierde lid onder a) wordt het bedrag der taksen en der gelden verschuldigd voor de andere door het Internationale Bureau namens de bijzondere Unie verleende diensten vastgesteld door de Directeur-Generaal, die daarover verslag uitbrengt aan de Algemene Vergadering.

  • a). De bijzondere Unie bezit een operationeel fonds, gevormd door een eenmalige storting van elk der landen van de bijzondere Unie. Indien het fonds ontoereikend wordt, beslist de Algemene Vergadering over bijstorting.
  • b). Het bedrag der eerste storting door ieder land aan het hiervoor vermelde fonds of dat van zijn deelneming aan de bijstorting is evenredig aan de bijdrage van dat land, als lid van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, aan de begroting van die Unie voor het jaar waarin het fonds is gesticht of tot bijstorting is besloten.
  • c). Het aandeel en de wijze van storting worden vastgesteld door de Algemene Vergadering op voorstel van de Directeur-Generaal en na advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie.
  • d). Zolang de Algemene Vergadering toestaat dat het reservefonds van de bijzondere Unie als operationeel fonds wordt gebruikt kan de Algemene Vergadering de toepassing van het bepaalde onder a), b) en c) opschorten.
  • a). De Overeenkomst betreffende de zetelvestiging, gesloten met het land op welks grondgebied de Organisatie haar zetel heeft, bepaalt dat, indien het operationeel fonds niet toereikend is, dat land voorschotten verstrekt. Het bedrag van deze voorschotten en de voorwaarden waarop zij worden verstrekt, vormen telkenmale het onderwerp van afzonderlijke overeenkomsten tussen het betrokken land en de Organisatie.
  • b). Het land bedoeld onder a) en de Organisatie hebben elk het recht de Overeenkomst tot het verstrekken van voorschotten schriftelijk op te zeggen. De opzegging wordt van kracht drie jaar na afloop van het jaar waarin daarvan is kennis gegeven.

(8). Het nazien der rekeningen wordt verricht, op de wijze voorzien in het financiële reglement, door één of meer landen van de bijzondere Unie of door onafhankelijke controleurs, die met hun instemming zijn aangewezen door de Algemene Vergadering.

Artikel 13

(1). Voorstellen tot wijziging van de artikelen 10, 11 en 12 en van dit artikel kunnen worden ingediend door ieder land dat lid is van de Algemene Vergadering of door de Directeur-Generaal. Deze voorstellen worden door laatstgenoemde ten minste zes maanden vóór zij aan de behandeling door de Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de landen die lid zijn van de Algemene Vergadering.

(2). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden door de Algemene Vergadering vastgesteld. Voor deze vaststelling is drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist. Voor een wijziging van artikel 10 en van dit lid is evenwel vier vijfde van de uitgebrachte stemmen vereist.

(3). De wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden van kracht een maand na de ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke verklaringen van aanvaarding, verricht overeenkomstig hun onderscheiden constitutionele procedures, door drie vierde van de landen, die lid waren van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de herziening werd aanvaard. Een aldus aanvaarde herziening van de genoemde artikelen bindt alle landen die lid zijn van de Algemene Vergadering op het tijdstip waarop de wijziging van kracht wordt of die op een latere datum lid worden.

Artikel 14

(1). Elk land van de bijzondere Unie dat deze Akte heeft ondertekend kan haar bekrachtigen en, zo het deze niet heeft ondertekend, daartoe toetreden.

  • b). Zodra aan het Internationale Bureau zal zijn bericht, dat een zodanig land tot deze Schikking is toegetreden, zal het aan de Administratie van dat land, overeenkomstig artikel 3, een collectieve opgave verstrekken van de merken, welke op dat ogenblik internationale bescherming genieten.
  • c). Deze kennisgeving is op zichzelf voldoende om aan genoemde merken het genot der voorafgaande bepalingen op het grondgebied van het toegetreden land te verzekeren en zij doet de termijn van een jaar aanvangen, gedurende welke de betrokken Administratie de in artikel 5 bedoelde verklaring kan afleggen.
  • d). Een zodanig land kan echter bij zijn toetreding tot deze Schikking verklaren, dat, behalve voor zover betreft de internationale merken, welke reeds eerder in dat land het voorwerp hebben uitgemaakt van een overeenkomstige nationale inschrijving, die nog van kracht is, en welke merken op verzoek van de belanghebbende onmiddellijk erkend worden, de toepassing van deze Akte beperkt blijft tot die merken, die worden ingeschreven vanaf de dag, waarop die toetreding van kracht wordt.
  • e). Deze verklaring ontheft het Internationale Bureau van de verplichting de hierboven bedoelde collectieve opgave te verstrekken. Het beperkt zich er toe kennis te geven van de merken, ten behoeve waarvan het, onder vermelding van nauwkeurige gegevens, binnen de termijn van een jaar van de toetreding van het nieuwe land af, een verzoek ontvangt om deze merken in het genot te stellen van de uitzondering, bedoeld onder d).
  • f). Het Internationale Bureau verstrekt geen collectieve opgave aan de landen, die bij hun toetreding tot deze Akte verklaren gebruik te maken van de in artikel 3bis bedoelde bevoegdheid. Deze landen kunnen bovendien tegelijkertijd verklaren, dat de toepassing van deze Akte beperkt is tot de merken, die worden ingeschreven vanaf de dag, waarop deze toetreding van kracht wordt; deze beperking geldt evenwel niet ten aanzien van de internationale merken, die reeds eerder in dat land het voorwerp van een overeenkomstige nationale inschrijving hebben uitgemaakt en die grond kunnen vormen voor overeenkomstig de artikelen 3ter en 8, tweede lid, onder c, verrichte en doorgegeven verzoeken om uitbreiding van de bescherming,
  • g). De inschrijvingen van merken, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een der in dit lid bedoelde opgaven, worden geacht in de plaats te zijn getreden van de inschrijvingen, rechtstreeks geschied in het nieuwe overeenkomstsluitende land vóór de datum, waarop zijn toetreding van kracht werd.

(3). De akten van bekrachtiging en van toetreding worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

  • a). Voor de eerste vijf landen die hun akten van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Akte in werking drie maanden na de datum waarop de vijfde akte van bekrachtiging of van toetreding is nedergelegd.
  • b). Voor ieder ander land treedt deze Akte in werking drie maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging of zijn toetreding door de Directeur-Generaal is bekendgemaakt, tenzij in de akte van bekrachtiging of van toetreding een latere datum is vermeld. In dit laatste geval treedt voor het betrokken land deze Akte in werking op de aldus aangegeven datum.

(5). Bekrachtiging of toetreding houdt van rechtswege in toetreding tot alle bepalingen en toelating tot alle voordelen in deze Akte vastgelegd.

(6). Na de inwerkingtreding van deze Akte kan een land slechts toetreden tot de Akte van Nice van 15 juni 1957 wanneer het tegelijkertijd deze Akte bekrachtigt of daartoe toetreedt. Toetreding tot Akten voorafgaand aan de Akte van Nice is niet toegestaan, zelfs niet tegelijkertijd met bekrachtiging van of toetreding tot de onderhavige Akte.

(7). De bepalingen van artikel 24 van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom zijn van toepassing op deze Schikking.

Artikel 15

(1). Deze Schikking blijft voor onbepaalde tijd van kracht.

(2). Elk land kan deze Akte opzeggen door kennisgeving aan de Directeur-Generaal. Deze opzegging houdt tevens in opzegging van alle voorafgaande Akten en zij werkt slechts ten opzichte van het land dat heeft opgezegd; de Schikking blijft van kracht en uitvoerbaar ten opzichte van de andere landen van de bijzondere Unie.

(3). De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

(4). De bevoegdheid tot opzegging, bedoeld in dit artikel, kan door een land slechts worden uitgeoefend na afloop van een termijn van vijf jaren te rekenen van de datum waarop dat land lid is geworden van de bijzondere Unie.

(5). De internationale merken, ingeschreven vóór de datum, waarop de opzegging van kracht wordt, en niet geweigerd binnen het jaar, bedoeld in artikel 5, blijven voor de duur der internationale bescherming in het genot van dezelfde bescherming, als waren zij rechtstreeks in dat land gedeponeerd.

Artikel 16

  • a). In de betrekkingen tussen de landen van de bijzondere Unie die de onderhavige Akte hebben bekrachtigd of daartoe zijn toegetreden, treedt deze Akte, met ingang van de dag waarop zij te hunnen aanzien in werking treedt, in de plaats van de Schikking van Madrid van 1891 zoals deze luidde vóór deze Akte.
  • b). Ieder land van de bijzondere Unie dat deze Akte heeft bekrachtigd of daartoe is toegetreden is evenwel in zijn betrekkingen met de landen die deze Akte niet hebben bekrachtigd of daartoe niet zijn toegetreden, gebonden door de voorafgaande teksten die het niet voordien heeft opgezegd krachtens artikel 12, vierde lid, van de Akte van Nice van 15 juni 1957.

(2). Landen die geen lid zijn van de bijzondere Unie en partij worden bij deze Akte, passen deze toe op de internationale inschrijvingen bij het Internationale Bureau door tussenkomst van de nationale Administratie van ieder land van de bijzondere Unie dat geen partij is bij deze Akte, mits deze inschrijvingen, wat genoemde landen betreft, voldoen aan de voorwaarden voorgeschreven in deze Akte. Wat betreft de internationale inschrijvingen, verricht bij het Internationale Bureau door tussenkomst van de nationale Administraties van genoemde landen die geen lid zijn van de bijzondere Unie en die partij worden bij de onderhavige Akte, stemmen deze landen er mede in, dat het hierboven genoemde land eist dat wordt voldaan aan de voorwaarden voorgeschreven bij de meest recente Akte waarbij het partij is.

Artikel 17

  • a). Deze Akte wordt ondertekend in een enkel exemplaar in de Franse taal en nedergelegd bij de Regering van Zweden.
  • b). Officiële teksten worden vastgesteld door de Directeur-Generaal, na raadpleging van de betrokken Regeringen, in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.

(2). Deze Akte staat open voor ondertekening te Stockholm tot 13 januari 1968.

(3). De Directeur-Generaal verstrekt twee door de Regering van Zweden voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de ondertekende tekst van deze Akte aan de Regeringen van alle landen van de bijzondere Unie en, op verzoek, aan de Regeringen van andere landen.

(4). De Directeur-Generaal doet deze Akte registreren bij het Secretariaat van de Organisatie der Verenigde Naties.

(5). De Directeur-Generaal brengt de ondertekeningen, de nederleggingen van akten van bekrachtiging of toetreding en de in deze akten vervatte verklaringen, de inwerkingtreding van alle bepalingen van deze Akte, de kennisgevingen van opzegging en de kennisgevingen verricht door toepassing van de artikelen 3bis, 9quater, 13, 14, zevende lid, en 15, tweede lid, ter kennis van de Regeringen van alle landen van de bijzondere Unie.

Artikel 18

(1). Tot het tijdstip van ambtsaanvaarding van de eerste Directeur-Generaal worden de verwijzingen in deze Akte naar het Internationale Bureau van de Organisatie of naar de Directeur-Generaal geacht betrekking te hebben op het Bureau van de Unie, ingesteld bij het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, respectievelijk op zijn Directeur.

(2). De landen van de bijzondere Unie die deze Akte niet hebben ondertekend of niet daartoe zijn toegetreden, kunnen, indien zij dat wensen, gedurende vijf jaren na de inwerkingtreding van het Verdrag bij hetwelk de Organisatie is opgericht, de rechten uitoefenen, bedoeld in de artikelen 10 tot en met 13 van deze Akte, als waren zij door deze artikelen gebonden. Elk land dat genoemde rechten wenst uit te oefenen richt tot dit doel aan de Directeur-Generaal een schriftelijke kennisgeving, waarvan de rechtsgevolgen ingaan op de datum van ontvangst. Deze landen worden geacht lid te zijn van de Algemene Vergadering tot de afloop van de genoemde periode.

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Acte.

FAIT à Stockholm, le 14 juillet 1967.

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Regel 1. Verkorte aanduidingen

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder

  • i. „Schikking”: de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken van 14 april 1891, herzien te Stockholm op 14 juli 1967, en zoals gewijzigd op 28 september 1979;
  • iii. „overeenkomstsluitende Partij”, elke staat of intergouvernementele organisatie die partij is bij het Protocol;
  • iv. „overeenkomstsluitende Staat”: een overeenkomstsluitende Partij die een Staat is;
  • v. „overeenkomstsluitende organisatie”: een overeenkomstsluitende Partij die een intergouvernementele organisatie is;
  • vi. „internationale inschrijving”: de inschrijving van een merk ingevolge de Schikking, het Protocol of beide, naargelang van het geval;
  • vii. „internationale aanvrage”: een aanvrage voor internationale inschrijving die uit hoofde van het Protocol is ingediend;
  • viii. [Vervallen;]
  • ix. [Vervallen;]
  • x. [Vervallen;]
  • xi. „aanvrager”: de natuurlijke of rechtspersoon in wiens naam de internationale aanvrage wordt ingediend;
  • xii. „rechtspersoon”: een vennootschap, vereniging of andere groepering of organisatie die, krachtens het recht dat op hem of haar van toepassing is, bevoegd is rechten te verwerven, verplichtingen aan te gaan en in rechte op te treden;
  • xiii. „basisaanvrage”: de aanvrage tot inschrijving van een merk die bij de Administratie van een overeenkomstsluitende Partij is ingediend en die de grondslag vormt voor de internationale aanvrage tot inschrijving van dat merk;
  • xiv. „basisinschrijving”: de inschrijving van een merk die is verricht door de Administratie van een overeenkomstsluitende Partij en die de basis vormt van de internationale aanvrage om inschrijving van dat merk;
  • xvi. „aangewezen overeenkomstsluitende Partij”: een overeenkomstsluitende Partij ten aanzien waarvan om de in artikel 3ter, eerste lid of tweede lid, bedoelde uitbreiding van de bescherming („territoriale uitstrekking) is verzocht of ten aanzien waarvan een dergelijke uitbreiding in het internationale register is ingeschreven;
  • xvii. [Vervallen;]
  • xviii. [Vervallen;]
  • xixbis. „ongeldigverklaring”: een beslissing van de bevoegde (administratieve of rechterlijke) instantie van een aangewezen overeenkomstsluitende Partij waarbij de rechtsgevolgen op het grondgebied van die overeenkomstsluitende Partij van een internationale inschrijving ten aanzien van alle of een deel van de waren of diensten die onder de aanwijzing van de genoemde overeenkomstsluitende Partij vallen, worden ingetrokken of nietig verklaard;
  • xx. „blad”: het in regel 32 bedoelde periodieke blad;
  • xxi. „rechthebbende”: de natuurlijke of rechtspersoon op wiens naam de internationale inschrijving in het internationale register is ingeschreven;
  • xxiv. „internationaal register”: de officiële, door het Internationale Bureau bijgehouden verzameling van gegevens betreffende internationale inschrijvingen waarvan de inschrijving door het Protocol of door dit Reglement wordt vereist of toegestaan, ongeacht de drager waarop genoemde gegevens worden bewaard;
  • xxv. „Administratie”: de Administratie van een overeenkomstsluitende Partij die bevoegd is voor de inschrijving van merken of de gemeenschappelijke Administratie bedoeld in artikel 9quater van het Protocol;
  • xxvibis. „overeenkomstsluitende Partij van de rechthebbende”: dit betekent
  • –. de overeenkomstsluitende Partij waarvan de Administratie de Administratie van oorsprong is, of
  • –. wanneer een wijziging in de rechthebbende is opgetekend of in het geval van een statenopvolging, de overeenkomstsluitende Partij of een van de overeenkomstsluitende Partijen, ten aanzien waarvan de rechthebbende voldoet aan de in artikel 2 van het Protocol genoemde voorwaarden om rechthebbende van een internationale inschrijving te zijn;
  • xxvii. „officieel formulier”, een door het Internationale Bureau vastgesteld formulier of een formulier dat dezelfde inhoud heeft en er hetzelfde uitziet;
  • xxviii. „voorgeschreven taks”: de taks die in het Reglement van taksen is vastgesteld;
  • xxix. „Directeur-Generaal”: de Directeur-Generaal van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
  • xxx. „Internationale Bureau”: het Internationale Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
  • xxxi. „administratieve instructies”: de in regel 41 bedoelde administratieve instructies.

Regel 1bis

[Vervallen]

Regel 2. Communicatie met het Internationale Bureau

Kennisgevingen aan het Internationale Bureau geschieden op de wijze als aangegeven in de administratieve instructies.

Regel 3. Vertegenwoordiging bij het Internationale Bureau

1.

[Gemachtigde, aantal gemachtigden]

  • a. De aanvrager of rechthebbende kan een gemachtigde aanwijzen voor het Internationale Bureau.
  • b. De aanvrager of rechthebbende mag slechts één gemachtigde hebben. Indien in de akte van benoeming meer dan één gemachtigde wordt aangewezen, wordt alleen de eerstgenoemde als gemachtigde beschouwd en als zodanig geregistreerd.
  • c. Wanneer een advocatenkantoor of een octrooi- of merkengemachtigdenkantoor bij het Internationale Bureau als gemachtigde is aangemeld, wordt dit als één gemachtigde beschouwd.
2.

[Aanwijzing van de gemachtigde]

  • a. De aanwijzing van een gemachtigde kan geschieden in de internationale aanvrage of door de nieuwe rechthebbende van de internationale inschrijving in een verzoek ingevolge regel 25, eerste lid, letter a, punt i, waarin de naam en het adres, aangegeven in overeenstemming met de administratieve instructies, en het e-mailadres van de gemachtigde worden vermeld.
  • b. De aanwijzing van een gemachtigde kan ook geschieden in een afzonderlijke kennisgeving, op voorwaarde dat dit gebeurt op het relevante officiële formulier, en die betrekking kan hebben op een of meer gespecificeerde internationale aanvragen of een of meer gespecificeerde internationale inschrijvingen van dezelfde aanvrager of rechthebbende. Deze kennisgeving dient aan het Internationale Bureau te worden overlegd
  • i. door de aanvrager, rechthebbende of aangewezen gemachtigde, of
  • ii. door de Administratie van de overeenkomstsluitende Partij van de rechthebbende. De kennisgeving dient te worden ondertekend door de aanvrager of de rechthebbende, of door de Administratie waardoor deze is ingediend.
3.

[Onregelmatigheid in de aanwijzing]

  • a. Wanneer het Internationale Bureau van oordeel is dat de aanwijzing van een gemachtigde ingevolge het tweede lid onregelmatig is, stelt het de aanvrager of rechthebbende, de veronderstelde gemachtigde en, indien het een Administratie was die de aanwijzing heeft toegezonden of doorgezonden, die Administratie daarvan in kennis.
  • b. Zolang niet wordt voldaan aan de geldende eisen volgens het tweede lid, zendt het Internationale Bureau alle relevante kennisgevingen aan de aanvrager of rechthebbende, maar niet aan de veronderstelde gemachtigde.
4.

[Inschrijving en kennisgeving van de aanwijzing van een gemachtigde; ingangsdatum van de aanwijzing van een gemachtigde]

  • a. Indien het Internationaal Bureau vaststelt dat de aanwijzing van een gemachtigde aan de toepasselijke voorwaarden voldoet, schrijft hij in het internationale register in dat de aanvrager of de rechthebbende een gemachtigde heeft, tezamen met de naam, het adres en het e-mailadres van de gemachtigde. In dit geval is de ingangsdatum van de aanwijzing de datum waarop het Internationale Bureau de internationale aanvrage, het verzoek of de afzonderlijke mededeling waarin de gemachtigde wordt aangewezen, heeft ontvangen.
  • b. Het Internationale Bureau doet kennisgeving van de letter a bedoelde inschrijving zowel aan de aanvrager of rechthebbende en, in het laatste geval, aan de Administraties van de aangewezen overeenkomstsluitende Partijen, als aan de gemachtigde. Wanneer de aanwijzing van een gemachtigde is geschied in een afzonderlijke kennisgeving die via een Administratie wordt ingediend, stelt het Internationale Bureau ook die Administratie in kennis van de inschrijving.
5.

[Gevolgen van de aanwijzing van een gemachtigde]

  • a. Tenzij in dit Reglement uitdrukkelijk anders is bepaald, vervangt de handtekening van een krachtens het vierde lid, letter a, geregistreerde gemachtigde de handtekening van de aanvrager of de rechthebbende.
  • b. Tenzij dit Reglement uitdrukkelijk voorschrijft dat een uitnodiging, kennisgeving of andere communicatie zowel aan de aanvrager of rechthebbende als aan de gemachtigde moet worden gericht, richt het Internationale Bureau aan de krachtens het vierde lid, letter a, ingeschreven gemachtigde elke uitnodiging, kennisgeving of andere mededeling die, bij afwezigheid van een gemachtigde, aan de aanvrager of rechthebbende had moeten worden gericht; elke uitnodiging, kennisgeving of andere mededeling die aldus aan genoemde gemachtigde wordt gericht, heeft hetzelfde gevolg als wanneer deze aan de aanvrager of rechthebbende zou zijn gericht.
  • c. Elke kennisgeving die aan het Internationale Bureau wordt gericht door de krachtens het vierde lid, letter a, geregistreerde gemachtigde heeft hetzelfde gevolg als wanneer zij door de aanvrager of rechthebbende aan haar zou zijn gericht
6.

[Doorhaling van inschrijving; ingangsdatum van doorhaling]

  • a. Elke overeenkomstig het vierde lid, letter a, gemaakte inschrijving wordt doorgehaald wanneer daarom wordt verzocht door middel van een door de aanvrager, rechthebbende of gemachtigde ondertekende kennisgeving. De inschrijving wordt ambtshalve doorgehaald door het Internationale Bureau wanneer een nieuwe gemachtigde wordt aangewezen of, wanneer een wijziging in de rechthebbende wordt ingeschreven, wanneer de nieuwe rechthebbende van de internationale inschrijving geen gemachtigde aanwijst.
  • b. Onverminderd het bepaalde onder letter c, wordt de doorhaling van kracht op de datum waarop het Internationale Bureau de desbetreffende kennisgeving ontvangt.
  • c. Wanneer de gemachtigde om doorhaling verzoekt, wordt deze doorhaling van kracht op de eerste van de volgende data: Tot de datum waarop de doorhaling van kracht wordt, zendt het Internationale Bureau alle in het vijfde lid, letter b, bedoelde kennisgevingen toe aan zowel de aanvrager of rechthebbende als de gemachtigde.
  • i. de datum waarop het Internationale Bureau een kennisgeving tot aanwijzing van een nieuwe gemachtigde ontvangt;
  • ii. de datum waarop twee maanden zijn verstreken na de ontvangst van de kennisgeving waarmee de gemachtigde om de doorhaling van de inschrijving verzoekt.
  • d. Bij ontvangst van een door de gemachtigde ingediend verzoek tot doorhaling stelt het Internationale Bureau de aanvrager of rechthebbende hiervan in kennis.
  • e. Zodra de datum van ingang van de doorhaling bekend is, stelt het Internationale Bureau de gemachtigde wiens inschrijving is doorgehaald, de aanvrager of de rechthebbende en, indien de aanwijzing van de gemachtigde door tussenkomst van een Administratie is geschied, die Administratie in kennis van de doorhaling en van de datum waarop deze van kracht wordt.
  • f. Doorhalingen op verzoek van de rechthebbende of de gemachtigde van de rechthebbende worden ook ter kennis gebracht van de Administraties van de aangewezen overeenkomstsluitende Partijen.

Regel 4. Berekening van termijnen

1.

[In jaren uitgedrukte termijnen] Een in jaren uitgedrukte termijn loopt in het desbetreffende eerstvolgende jaar af in de maand die dezelfde naam heeft en op de dag die hetzelfde getal heeft als de maand en de dag van de gebeurtenis die de termijn doet ingaan, met dien verstande dat indien de gebeurtenis plaatsvond op 29 februari en februari in het desbetreffende volgende jaar 28 dagen telt, de termijn afloopt op 28 februari.

2.

[In maanden uitgedrukte termijnen] Een in maanden uitgedrukte termijn loopt in de eerstvolgende maand af op de dag met hetzelfde getal als de dag van de gebeurtenis die de termijn doet ingaan; indien de eerstvolgende maand echter geen dag met hetzelfde cijfer telt, loopt de termijn af op de laatste dag van die maand.

3.

[In dagen uitgedrukte termijnen] Elke in dagen uitgedrukte termijn gaat in op de dag die volgt op de dag waarop de betrokken gebeurtenis zich heeft voorgedaan en verstrijkt dienovereenkomstig.

4.

[Verstrijken van de termijn op een dag waarop het Internationale Bureau of een Administratie niet voor het publiek is geopend] Indien een termijn verstrijkt op een dag waarop het Internationale Bureau of de betrokken Administratie niet voor het publiek is geopend, verstrijkt de termijn, onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid, op de eerstvolgende dag waarop het Internationale Bureau of de betrokken Administratie voor het publiek is geopend.

5.

[Vermelding van de datum waarop de termijn verstrijkt] In elk geval waarin het Internationale Bureau een termijn mededeelt, vermeldt het de datum waarop de termijn ingevolge het eerste tot en met derde lid verstrijkt.

Regel 5. Aanvaarden van het overschrijden van termijnen

1.

[Het aanvaarden van het overschrijden van een termijn wegens overmacht] De niet-naleving door een belanghebbende van een in het Reglement vermelde termijn voor het verrichten van een handeling voor het Internationale Bureau wordt niet aangerekend indien de belanghebbende naar tevredenheid van het Internationale Bureau aantoont dat deze niet-naleving het gevolg was van oorlog, revolutie, binnenlandse ordeverstoring, staking, natuurramp, onregelmatigheden bij de postale, bezorgings- of elektronische communicatiediensten als gevolg van omstandigheden buiten de macht van de belanghebbende of een andere omstandigheid van overmacht.

2.

Vervallen.

3.

Vervallen.

4.

[Beperkingen voor wat betreft het aanvaarden van het overschrijden van een termijn] De niet-naleving van een termijn kan alleen worden aanvaard uit hoofde van deze regel, indien het bewijs en de handeling bedoeld in het eerste lid zo snel als redelijkerwijs mogelijk, en uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de betreffende termijn, worden ontvangen door en worden uitgevoerd voor het Internationale Bureau.

5.

[Internationale aanvrage en latere aanwijzing] Indien het Internationale Bureau een internationale aanvrage of een latere aanwijzing ontvangt na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, van het Protocol en regel 24, zesde lid, letter b, genoemde termijn van twee maanden, en de betrokken Administratie aangeeft dat laattijdige ontvangst het gevolg is van omstandigheden zoals bedoeld in het eerste lid, zijn het eerste en vierde lid van toepassing.

Regel 5bis. Voortzetting van de procedure

1.

Verzoek

  • i. een daartoe strekkend verzoek, ondertekend door de aanvrager of rechthebbende, via het officiële formulier bij het Internationale Bureau is ingediend; en
  • ii. het verzoek wordt ontvangen, de in het Reglement van Taksen vermelde taks wordt betaald en, samen met het verzoek, aan alle vereisten waarvoor de termijn geldt wordt voldaan binnen een termijn van twee maanden na de datum waarop die termijn afloopt.
  • b. Een verzoek dat niet voldoet aan de vereisten vermeld onder letter a, punten i en ii, wordt niet als zodanig beschouwd en de aanvrager of rechthebbende wordt hiervan in kennis gesteld.
2.

[Inschrijving en kennisgeving] Het Internationale Bureau schrijft elke fase van voortzetting van de procedure in het internationale register in en stelt de aanvrager of rechthebbende hiervan in kennis.

Regel 6. Talen

1.

[Internationale aanvrage] De internationale aanvrage wordt opgesteld in het Engels, Frans of Spaans, zoals voorgeschreven door de Administratie van oorsprong, met dien verstande dat de Administratie van oorsprong de aanvragers de keuze kan geven tussen Engels, Frans of Spaans.

2.

[Kennisgevingen anders dan de internationale aanvrage] Elke kennisgeving betreffende een internationale aanvrage of een internationale inschrijving moet, onverminderd regel 17, tweede tweede lid, punt v, en het derde lid, worden gedaan

  • i. in het Engels, Frans of Spaans wanneer de kennisgeving aan het Internationale Bureau wordt gericht door de aanvrager of de rechthebbende, of door een Administratie;
  • iii. in de taal van de internationale aanvrage wanneer de kennisgeving een door het Internationale Bureau aan een Administratie gerichte kennisgeving is, tenzij die Administratie het Internationale Bureau ervan in kennis heeft gesteld dat al deze kennisgevingen in het Engels, het Frans of het Spaans moeten worden gedaan; wanneer de door het Internationale Bureau gedane kennisgeving betrekking heeft op de inschrijving van een internationale inschrijving in het internationale register, moet deze vermelding bevatten van de taal waarin het Internationale Bureau de overeenkomstige internationale aanvrage heeft ontvangen;
  • iv. in de taal van de internationale aanvrage, wanneer de kennisgeving een door het Internationale Bureau aan de aanvrager of rechthebbende gerichte kennisgeving is, tenzij de aanvrager of rechthebbende heeft aangegeven dat hij dergelijke kennisgevingen in het Engels, in het Frans of in het Spaans wenst te ontvangen.
3.

[Inschrijving en publicatie]

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)