Aanvullend Protocol bij het op 8 april 1960 ondertekende Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot regeling van de samenwerking in de Eemsmonding (Eems-Dollardverdrag) tot regeling van de samenwerking met betrekking tot het waterbeheer en het natuurbeheer in de Eemsmonding (Eems-Dollardmilieuprotocol)

Type Verdrag
Publication 1998-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland

In aanmerking nemende dat er een nauwe samenwerking tussen beide landen bestaat op grond van het op 8 april 1960 ondertekende Grensverdrag, van het op dezelfde dag ondertekende Eems-Dollardverdrag, van de Aanvullende Overeenkomst van 14 mei 1962 alsmede van de Overeenkomst van 17 november 1975 tot wijziging van het Eems-Dollardverdrag;

Voorts in aanmerking nemende de samenwerking tussen beide landen in de Nederlands-Duitse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening en tussen de provincie Groningen en het Land Nedersaksen met betrekking tot het milieu- en natuurbeheer in het kader van de Overeenkomst Nieuwe Hanze-Interregio van 20 maart 1991;

Gelet op de besluiten tot samenwerking inzake de Noordzee en de Waddenzee;

Met referte aan de richtlijnen van de Europese Economische Gemeenschap inzake milieu-effectrapportage en inzake water- en natuurbeheer;

Onder verwijzing naar het in het kader van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties opgestelde en door beide landen op 18 maart 1992 in Helsinki ondertekende Verdrag inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren;

Met het oog op het waterbeheer in de Eemsmonding en het behoud van de natuur;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1
1.

De Verdragsluitende Partijen werken in de Eemsmonding samen op het terrein van water- en natuurbeheer.

2.

De Verdragsluitende Partijen laten zich daarbij leiden door de volgende beginselen:

Artikel 2

De samenwerking vindt plaats in het kader van de krachtens artikel 64 van het Nederlands-Duitse Grensverdrag van 8 april 1960 ingestelde Permanente Nederlands-Duitse Grenswaterencommissie, hierna te noemen „de Commissie”, onverminderd het bepaalde in artikel 56, tweede lid, van het Grensverdrag.

Artikel 3

De bepalingen van het Eems-Dollardverdrag en van de Aanvullende Overeenkomst van 1962 blijven onverlet, voor zover dit Protocol niet uitdrukkelijk iets anders bepaalt.

Artikel 4

De Verdragsluitende Partijen zullen er, met het oog op een duurzame ontwikkeling, in het bijzonder naar streven

Artikel 5
1.

Ter ondersteuning van de bovengenoemde doelstellingen dient met alle internationale instellingen in de Eemsmonding, in het bijzonder met de Eemscommissie, de Nederlands-Duitse Commissie voor de Ruimtelijke Ordening, het trilaterale Waddenzee-secretariaat en de Nieuwe Hanze-Interregio een nauw contact tot stand te worden gebracht en te worden onderhouden. Over de samenwerking met andere internationale en nationale organisaties kan de Commissie beslissen.

2.

De Commissie geeft de Verdragsluitende Partijen adviezen of aanbevelingen over de in het Protocol genoemde samenwerking.

3.

De Commissie zorgt voor de openbaarmaking van de resultaten van de werkzaamheden.

4.

De samenwerking op het gebied van het waterbeheer omvat in het bijzonder

5.

De samenwerking op het gebied van het natuurbeheer omvat in het bijzonder

6.

De Commissie zal gemeenschappelijke actieprogramma's op het gebied van het waterbeheer en het natuurbeheer, inclusief tijdplanning en kostenraming, opstellen alsmede verdere actieprogramma's op elkaar afstemmen.

7.

Indien zulks ter verwezenlijking van doelstellingen van dit Protocol noodzakelijk blijkt te zijn, is de Commissie bevoegd ook andere dan de hierboven genoemde zaken te behandelen, voor zover deze niet in afzonderlijke overeenkomsten zijn geregeld.

Artikel 6
1.

De Verdragsluitende Partijen kunnen overeenkomstig artikel 5, vijfde lid, onder d, in onderling overleg beschermde gebieden voor de droogvallende platen in het grensgebied aanwijzen.

2.

In onderling overleg worden handelingen vastgesteld die schadelijk zijn voor de natuurwetenschappelijke betekenis van beschermde gebieden als bedoeld in het eerste lid. Voor deze handelingen is een toestemming vereist. Voor Nederlanders en zich in Nederland bevindende personen wordt die toestemming krachtens Nederlands recht door een Nederlandse, voor Duitsers en zich in Duitsland bevindende personen krachtens Duits recht door een Duitse autoriteit verleend. De controle en handhaving van de naleving van het vergunningensysteem geschiedt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 32 en 33 van het Eems-Dollardverdrag van 1960.

3.

In de Eemsmonding geldt een jachtverbod voor robben. Met het oog daarop vervalt artikel 42 van het Eems-Dollardverdrag van 1960.

Artikel 7

Dit Aanvullend Protocol vormt een bestanddeel van het Eems-Dollardverdrag. Het treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de dag waarop het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland elkaar medegedeeld hebben dat aan de binnenlandse vereisten voor inwerkingtreding is voldaan.

GEDAAN aan boord van „MS Warsteiner Admiral” in de Eemsmonding ter hoogte van Delfzijl, op 22 augustus 1996, in tweevoud, in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) M. PATIJN

Voor de Bondsrepubliek Duitsland

(w.g.) K. J. DRÖGE

(w.g.) E. JAUCK

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.