Overeenkomst tussen de Regering van de Verenigde Staten van Amerika en de Vier Regeringen van de Franse Republiek, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de vestiging, bouw en exploitatie van installaties voor de verrijking van uranium met gebruikmaking van gas-ultracentrifugetechnologie in de Verenigde Staten van Amerika

Type Verdrag
Publication 2012-01-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van de Verenigde Staten van Amerika (hierna te noemen „de Regering van de Verenigde Staten”) en de Vier Regeringen van de Franse Republiek (hierna te noemen „de Franse Regering”), het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna te noemen „de Britse Regering”), het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen „de Nederlandse Regering”) en de Bondsrepubliek Duitsland (hierna te noemen „de Duitse Regering”) (hierna gezamenlijk te noemen „de Partijen”),

Gelet op de Overeenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake samenwerking bij de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifuge-procédé voor de productie van verrijkt uranium, gedaan te Almelo op 4 maart 1970 (het „Verdrag van Almelo”);

Gelet op de Overeenkomst tussen de drie Regeringen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende de vestiging, bouw en exploitatie van een installatie voor de verrijking van uranium in de Verenigde Staten, gedaan te Washington op 24 juli 1992 (het „Verdrag van Washington”) en de voortzetting van het Verdrag van Washington, overeenkomstig de bepalingen ervan, met betrekking tot de uranium verrijkingsfaciliteit in Eunice, New Mexico, die eigendom is van URENCO;

Gelet op het Verdrag tussen de Regeringen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie, gedaan te Cardiff op 12 juli 2005 (het „Verdrag van Cardiff”);

Gelet op de joint venture, Enrichment Technology Company Ltd (ETC) geheten, opgericht naar het recht van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met het oog op onderzoek en ontwikkeling inzake ultracentrifugetechnologie, de vervaardiging van gascentrifuges en daarmee verwante technologie en activiteiten, waarin URENCO en AREVA, zoals onderscheidenlijk omschreven in artikel I van deze Overeenkomst, elk een aandeel van 50% bezitten;

In aanmerking nemend dat de oorspronkelijk door URENCO ontwikkelde ultracentrifugetechnologie aan ETC in licentie is gegeven, en door URENCO gebruikt kan worden in overeenstemming met het Verdrag van Almelo en het Verdrag van Cardiff, en door AREVA in overeenstemming met het Verdrag van Cardiff;

Gelet op het voornemen van URENCO en AREVA de ultracentrifugetechnologie van ETC te gebruiken voor het produceren van verrijkt uranium (ten behoeve van andere doeleinden dan de productie van verrijkt uranium voor het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen) en het voornemen van URENCO en van AREVA in de Verenigde Staten van Amerika (de Verenigde Staten) installaties te vestigen voor het verrijken van uranium met gebruikmaking van de ultracentrifugetechnologie van ETC;

Geleid door de wens een intergouvernementeel kader vast te stellen voor een of meer Installaties in de Verenigde Staten die gebruikmaken van de ultracentrifugetechnologie van ETC voor het produceren van verrijkt uranium uitsluitend voor vreedzame niet-explosieve doeleinden;

Overwegend dat de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland als partijen bij het Verdrag van Cardiff internationale verplichtingen zijn aangegaan met betrekking tot het gebruik en de behandeling van gegevens, uitrusting alsmede grondstoffen of speciale splijtstoffen die met de ultracentrifugetechnologie verband houden;

Overwegend dat de Partijen beleidslijnen hebben vastgesteld voor de bescherming van gegevens aangaande ultracentrifugetechnologie;

Overwegend dat de Partijen zich houden aan het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens van 1 juli 1968 (het NPV) en het Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en gelet op het feit dat elke Partij waarborgovereenkomsten met de IAEA is aangegaan en bij deze waarborgovereenkomsten aanvullende protocollen met de IAEA heeft gesloten;

Overwegend dat de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, gedaan te Rome op 25 maart 1957;

Voornemens te waarborgen dat alle toekomstige activiteiten van Installaties in de Verenigde Staten verenigbaar zijn met de beleidslijnen van de Partijen ten aanzien van de niet-verspreiding van kernwapens en met hun internationale verplichtingen op dat gebied;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Voor de doeleinden van deze Overeenkomst wordt, tenzij daarin anders wordt bepaald, verstaan onder:

Artikel II. Werkingssfeer
1.

In deze Overeenkomst worden de voorwaarden uiteengezet waaronder:

2.

Krachtens deze Overeenkomst worden vanuit de Verenigde Staten geen gegevens doorgegeven die vertrouwelijk zijn ingevolge artikel 144a van de Atomic Energy Act van de Verenigde Staten van 1954, zoals gewijzigd. In dit verband wordt de in het eerste lid, onderdeel c, van dit artikel voorziene toegang niet beschouwd als het doorgeven vanuit de Verenigde Staten van gegevens die vertrouwelijk zijn ingevolge 144a van de Atomic Energy Act.

3.

Niets in deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de uitvoering van het Verdrag van Almelo tussen de partijen daarbij wanneer zij in het kader van dat Verdrag handelen.

4.

Niets in deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de uitvoering van het Verdrag van Cardiff tussen de Vier Regeringen, als partijen bij dat Verdrag, wanneer zij in het kader van dat Verdrag handelen.

5.

Deze Overeenkomst is niet van toepassing op de uranium verrijkingsfaciliteit in Eunice, New Mexico, die eigendom is van URENCO, en niets in deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de uitvoering van het Verdrag van Washington tussen de partijen bij dat Verdrag, wanneer zij in het kader van dat Verdrag handelen.

Artikel III. Vreedzaam gebruik

Alle ultracentrifugetechnologie van ETC, operationele technologie, uitrusting en onderdelen die uit hoofde van deze Overeenkomst aan de Verenigde Staten worden overgedragen, elke Installatie, al het nucleaire materiaal in een Installatie, alle bijzondere splijtstoffen die worden voortgebracht door het gebruik van deze technologie, alle bijzondere splijtstoffen die worden voortgebracht door het gebruik van die bijzondere splijtstoffen en alle in een Installatie gegenereerde gegevens die als vertrouwelijk worden aangemerkt zolang deze vallen onder de rechtsmacht van de Regering van de Verenigde Staten of die van de Vier Regeringen, worden uitsluitend gebruikt voor vreedzame, niet-explosieve doeleinden.

Artikel IV. Toepassing van internationale waarborgen
1.

Nucleair materiaal waarop de verbintenis tot vreedzaam gebruik in artikel III van toepassing is en dat zich op het grondgebied van de Verenigde Staten bevindt, is onderworpen aan de toepassing van internationale waarborgen. In dit verband wordt met de toepassing van de Overeenkomst tussen de Verenigde Staten van Amerika en de IAEA voor de toepassing van waarborgen in de Verenigde Staten, gedaan te Wenen op 18 november 1977 (INFCIRC/288) (hierna de „VS-IAEA Waarborgen Overeenkomst”), geacht aan dit vereiste te zijn voldaan.

2.

De Regering van de Verenigde Staten voegt ingevolge de VS-IAEA Waarborgen Overeenkomst de Installaties toe aan de lijst van installaties die in aanmerking komen voor de toepassing van de waarborgen van de IAEA.

3.

De Vier Regeringen en de Regering van de Verenigde Staten zijn van mening dat de Installaties onder waarborgen van de IAEA moeten worden gesteld en blijven die gelijkwaardig zijn aan de waarborgen die worden gehanteerd voor commerciële gas-ultracentrifuge-installaties voor de verrijking van uranium onder de rechtsmacht van de Vier Regeringen, voor zover in overeenstemming met de toepassing van de waarborgen in de Verenigde Staten onder de VS-IAEA Waarborgen Overeenkomst en het Aanvullend Protocol daarbij (INFCIRC 288/Add.1).

Artikel V. Fysieke beveiliging

Elke Installatie en het nucleaire materiaal waarop artikel III van toepassing is, zijn te allen tijde onderworpen aan maatregelen voor fysieke beveiliging die ten minste het door de IAEA aanbevolen niveau van beveiliging bieden (IAEA-document INFCIRC/225, herziene versie 4, inzake de fysieke beveiliging van nucleair materiaal en nucleaire faciliteiten of latere herziene versies daarvan die door de Regering van de Verenigde Staten en de Vier Regeringen aanvaard kunnen worden) of andere door de Partijen overeen te komen niveaus van fysieke beveiliging.

Artikel VI. Overdrachten
1.

Het in artikel III bedoelde nucleaire materiaal wordt niet uit de Verenigde Staten uitgevoerd, tenzij de Regering van de Verenigde Staten van de regering van het ontvangende land waarborgen heeft gekregen die ten minste gelijkwaardig zijn aan de bepalingen van artikel III, de eerste volzin van artikel IV, eerste lid, artikel V en dit artikel. Indien export naar een niet-kernwapenstaat plaatsvindt (in de betekenis van NPV), past de Regering van de Verenigde Staten toe i) de beginselen neergelegd in de NSG Guidelines For Nuclear Transfers en de bijlagen daarbij zoals vastgelegd in IAEA-document INFCIRC/254/herziene versie 9/Deel 1 of latere herziene versies daarvan, en ii) alle relevante beslissingen die de NSG bij consensus aanneemt.

2.

Krachtens deze Overeenkomst aan de Verenigde Staten overgedragen ultracentrifugetechnologie van ETC en operationele technologie mogen vanuit de Verenigde Staten uitsluitend op de onderstaande wijze weer worden overgedragen aan de Partijen bij deze Overeenkomst. Daarnaast mogen, onverminderd de bepalingen van de onderstaande onderdelen a) en b), in een Installatie gegenereerde gegevens die als vertrouwelijk zijn aangemerkt niet worden overgedragen aan een land dat geen Partij is bij deze Overeenkomst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.