Nederlands-Zuidslavische Overeenkomst tot schadeloosstelling voor Nederlandse belangen in Zuidslavië welke zijn getroffen door Zuidslavische nationalisatiemaatregelen

Type Verdrag
Publication 1959-08-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federale Volksrepubliek Zuidslavië zijn overeengekomen om op de voet van de hierna volgende bepalingen een regeling te treffen, strekkende tot vaststelling van een schadeloosstellingsbedrag voor het geheel der Nederlandse eigendommen, rechten en belangen in Zuidslavië, welke getroffen zijn door Zuidslavische nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen dan wel door soortgelijke beperkende maatregelen.

Artikel 1

De Zuidslavische Regering zal als schadeloosstelling voor het geheel der Nederlandse eigendommen, rechten en belangen in Zuidslavië, welke door nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen dan wel door soortgelijke beperkende maatregelen zijn getroffen, aan de Nederlandse Regering een bedrag uitkeren ten belope van de tegenwaarde in Nederlandse guldens van 655 000 Amerikaanse dollars.

Artikel 2

Krachtens de onderhavige Overeenkomst worden alle schadeloosstellingsaanspraken geacht te zijn geregeld, welke voortvloeien uit de toepassing van Zuidslavische nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen dan wel van soortgelijke beperkende maatregelen op aan Nederlandse natuurlijke personen of rechtspersonen toebehorende eigendommen, rechten en belangen in Zuidslavië, met inbegrip van alle Nederlandse directe of indirecte deelnemingen in Zuidslavische ondernemingen, met dien verstande, dat de betrokken Nederlandse natuurlijke persoon of rechtspersoon zowel op het tijdstip waarop de bewuste maatregel werd genomen, als op het tijdstip van de ondertekening van de onderhavige Overeenkomst de hoedanigheid van Nederlandse natuurlijke persoon of rechtspersoon had.

Eveneens worden krachtens deze Overeenkomst alle vorderingen (handelsvorderingen, financiële vorderingen en andere vorderingen) geacht te zijn gekweten volgens de bepalingen van deze Overeenkomst, met inbegrip van die welke in effecten zijn belichaamd, van Nederlandse natuurlijke personen of rechtspersonen, bedoeld in het voorgaande lid, jegens Zuidslavische natuurlijke personen en rechtspersonen, welke getroffen zijn door nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen of door soortgelijke beperkende maatregelen.

De Nederlandse Regering verbindt zich geen aanspraken, afkomstig van Nederlandse natuurlijke personen of rechtspersonen wegens Zuidslavische maatregelen zoals in dit artikel bedoeld, naar voren te zullen brengen noch deze te zullen ondersteunen.

Artikel 3

De volledige betaling van het hierboven in artikel 1 genoemde bedrag bevrijdt de Zuidslavische Staat, alsmede alle Zuidslavische instellingen, natuurlijke personen of rechtspersonen, welke volgens de Zuidslavische wetgeving in de plaats zijn getreden van de oorspronkelijke eigenaren, ten aanzien van natuurlijke personen of rechtspersonen, gerechtigd terzake van de in artikel 2 bedoelde Nederlandse eigendommen, rechten, belangen of schuldvorderingen.

Van het tijdstip van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst af en op voorwaarde van haar naleving op de wijze welke tussen de verdragsluitende partijen is overeengekomen, zullen de Nederlandse belanghebbenden zich onthouden van stappen welke op enigerlei wijze een verhaal ten nadele van Zuidslavische natuurlijke personen of rechtspersonen beogen.

Artikel 4

De Nederlandse Regering zal er voor zorgdragen, dat de belanghebbenden bij haar inleveren alle bewijsstukken, akten en gewaarmerkte geschriften, welke betrekking hebben op de eigendommen, rechten en belangen, zomede op de schuldvorderingen, ter zake waarvan krachtens deze Overeenkomst schadeloosstelling is toegekend.

Zij is gehouden deze documenten te bewaren en deze ter beschikking van de Zuidslavische Regering te stellen na afdoening van de schadeloosstellingseisen waarop zij betrekking hebben, en uiterlijk na de volledige betaling van het in artikel 1 hierboven genoemde bedrag.

Artikel 5
1.

Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen doen afstand van hun schuldvorderingen op Zuidslavische schuldenaren - natuurlijke personen of rechtspersonen - die het voorwerp zijn geweest van nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen dan wel van andere soortgelijke beperkende maatregelen.

2.

Nederlandse natuurlijke personen of rechtspersonen met meerderheidsdeelnemingen in maatschappijen naar Zuidslavisch recht, welke zijn getroffen door nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen dan wel door andere soortgelijke beperkende maatregelen, worden geacht een vergoeding te hebben ontvangen voor hun schuldvorderingen op deze maatschappijen en zullen bevrijd zijn van al hun verbintenissen jegens deze maatschappijen.

3.

Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen met deelnemingen in maatschappijen naar Zuidslavisch recht, welke zijn getroffen door nationalisatie- of onteigeningsmaatregelen dan wel door soortgelijke beperkende maatregelen, kunnen geen rechten doen gelden op schuldvorderingen van deze maatschappijen buiten Nederland noch tot nakoming worden verplicht van verbintenissen van deze maatschappijen buiten Nederland.

Maatschappijen naar Zuidslavisch recht met een Nederlandse meerderheidsdeelneming doen volledig afstand van hun schuldvorderingen op natuurlijke personen die Nederlands ingezetene zijn, of op rechtspersonen die in Nederland gevestigd zijn. Deze schuldvorderingen zullen voor rekening van de in artikel 2 bedoelde gerechtigden worden ingevorderd.

Artikel 6

De verdeling van de in één bedrag voor het geheel der getroffen belangen toegekende schadeloosstelling onder de belanghebbenden behoort tot de uitsluitende zorg van de Nederlandse Regering en brengt geen verantwoordelijkheid mede voor de Zuidslavische Staat, noch voor Zuidslavische instellingen en natuurlijke personen of rechtspersonen.

Artikel 7

Nederlandse aanspraken, voortvloeiende uit Zuidslavische maatregelen genomen na de ondertekening van deze Overeenkomst, vallen buiten haar voorzieningen.

Artikel 8

Beide Regeringen zullen elkaar wederzijds alle nodige inlichtingen en bijstand verschaffen voor de uitvoering van deze Overeenkomst.

Artikel 9

Beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn overeengekomen, dat storting van de tegenwaarde in Nederlandse guldens van het bedrag van 655 000 USA-dollars, genoemd in artikel 1, zal plaats vinden in vijf gelijke jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste op 31 januari 1959 en de laatste op 31 januari 1963 vervalt.

De storting en de transfer van de jaarlijkse termijnen zullen worden verricht ten gunste van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken op een bijzondere rekening bij de „Nederlandsche Bank N.V.” te Amsterdam, overeenkomstig de tussen beide overeenkomstsluitende landen van kracht zijnde betalingsakkoorden.

Artikel 10

Elke moeilijkheid met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zal in gemeenschappelijk overleg tussen de beide Regeringen worden geregeld.

Artikel 11

Deze Overeenkomst zal in werking treden op de dag waarop de beide Regeringen elkaar mededeling hebben gedaan, dat de in beide landen grondwettelijk vereiste goedkeuring is verkregen.

FAIT à Béograd, le 22 juillet 1958, en double original en langue française.

Pour le Gouvernement des Pays-Bas

(s.) G. E. VAN ITTERSUM

Pour le Gouvernement de la République Populaire Fédérative de Yougoslavie

(s.) V. REPIČ

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.